Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:686

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-05-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 10-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:686, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/01906


Bron: Rechtspraak

10 mei 2019Eerste Kamer18/01906TT/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[werkgever] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[werkneemster] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [werkgever] en de werkneemster.

ECLI:NL:HR:2019:686:DOC
nl

10 mei 2019Eerste Kamer18/01906TT/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[werkgever] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[werkneemster] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [werkgever] en de werkneemster.

1

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 3318071 CV EXPL 14-4899 van de kantonrechter te Breda van 1 oktober 2014, 18 februari 2015 en 16 december 2015;b. de arresten in de zaak 200.192.310/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 juli 2016 en 6 februari 2018. Het arrest van het hof van 6 februari 2018 is aan dit arrest gehecht.
2

Tegen het arrest van het hof van 6 februari 2018 heeft [werkgever] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De werkneemster heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping. De advocaat van [werkgever] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
overwegingen

3

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

4

De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [werkgever] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de werkneemster begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op .