Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:616

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 16-04-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 16-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:616, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/01196


Bron: Rechtspraak

16 april 2019Strafkamernr. S 18/01196

Hoge Raad der Nederlanden

bold

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 maart 2018, nummer 23/004108-16, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:616:DOC
nl

16 april 2019Strafkamernr. S 18/01196
Hoge Raad der Nederlanden

bold

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 maart 2018, nummer 23/004108-16, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
overwegingen

2

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring ontoereikend heeft gemotiveerd, omdat het Hof de bewezenverklaring heeft doen steunen op bewijsmiddelen waarvan de inhoud noch in het bestreden arrest noch in het bevestigde vonnis is opgenomen.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 6 is het middel terecht voorgesteld.
overwegingen

3

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeft het middel geen bespreking.
beslissing

4

De Hoge Raad:vernietigt de bestreden uitspraak;wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .