Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:585

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-04-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 12-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:585, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/04468


Bron: Rechtspraak

12 april 2019Nr. 18/04468
Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de van 12 oktober 2018, nr. HAA 18/378 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 8 augustus 2018.

ECLI:NL:HR:2019:585:DOC
nl

12 april 2019Nr. 18/04468
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de van 12 oktober 2018, nr. HAA 18/378 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 8 augustus 2018.

overwegingen

1

Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 29 oktober 2018 in de gelegenheid gesteld de daarbij gevoegde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen twee weken na dagtekening van die brief, volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad terug te zenden. Volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is die brief afgehaald op de afhaallocatie. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Bij brief van 14 november 2018 heeft de griffier van de Hoge Raad het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in deze brief meegedeeld dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk kan worden verklaard.De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 december 2018 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 januari 2019 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft niet gereageerd. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
2

De Hoge Raad ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2019.