Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:568

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-04-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 12-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:568, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/00744


Bron: Rechtspraak

12 april 2019Eerste Kamer18/00744EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
t e g e n
[verweerster] ,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .

ECLI:NL:HR:2019:568:DOC
nl

12 april 2019Eerste Kamer18/00744EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
t e g e n
[verweerster] ,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .

1

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaken 3976804\CV EXPL 15-4667\475\415 en 3993066\CV EXPL 15-4951\475 van de kantonrechter te Arnhem van 19 augustus 2015 en 27 januari 2016;b. het arrest in de zaken 200.189.724/01 en 200.189.800/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2017. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
overwegingen

3

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

4

De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op .