Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:428

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 25-03-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 16-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:428, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/03822


Bron: Rechtspraak

16 april 2019Strafkamernr. S 18/03822

Hoge Raad der Nederlanden

bold

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 mei 2018, nummer 20/001211-17, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:428:DOC
nl

16 april 2019Strafkamernr. S 18/03822
Hoge Raad der Nederlanden

bold

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 mei 2018, nummer 20/001211-17, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.F. Roelink, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
overwegingen

2

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

3

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .