Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:390

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 19-03-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 19-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:390, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/01870


Bron: Rechtspraak

19 maart 2019Strafkamernr. S 18/01870KM

Hoge Raad der Nederlanden

Tweede Enkelvoudige Kamer

bold

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 april 2018, nummer 21/003804-16, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:390:DOC
nl

19 maart 2019Strafkamernr. S 18/01870KM
Hoge Raad der Nederlanden

Tweede Enkelvoudige Kamer

bold

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 april 2018, nummer 21/003804-16, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

overwegingen

2

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .