Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:365

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 14-03-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 15-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:365, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/04787


Bron: Rechtspraak

15 maart 2019Eerste Kamer18/04787TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:
[eiseres] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. T. Dohmen,
t e g e n
[verweerster] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .

ECLI:NL:HR:2019:365:DOC
nl

15 maart 2019Eerste Kamer18/04787TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:
[eiseres] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. T. Dohmen,
t e g e n
[verweerster] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .

1

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/17/144957/HA ZA 15-342 van de rechtbank Noord-Nederland van 13 januari 2016 en 13 juli 2016;b. de arresten in de zaak 200.201.399/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2016, 30 januari 2018 en 14 augustus 2018. Het arrest van het hof van 14 augustus 2018 is aan dit arrest gehecht.
2

Tegen het arrest van het hof van 14 augustus 2018 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO.
overwegingen

3

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3.2 - 3.19). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
beslissing

4

De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 397,07 aan verschotten en nihil voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op .