Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:362

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 14-03-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 15-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:362, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/03843


Bron: Rechtspraak

15 maart 2019Nr. 18/03843
Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het van 31 juli 2018, nrs. 17/00851 tot en met 17/00857, betreffende een verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraak van dat Hof van 9 augustus 2016, nrs. 13/01292bis tot en met 13/01296bis, 13/01297bis en 13/01298bis.

ECLI:NL:HR:2019:362:DOC
nl

15 maart 2019Nr. 18/03843
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het van 31 juli 2018, nrs. 17/00851 tot en met 17/00857, betreffende een verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraak van dat Hof van 9 augustus 2016, nrs. 13/01292bis tot en met 13/01296bis, 13/01297bis en 13/01298bis.

1

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
overwegingen

2

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

4

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2019.