Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:326

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-03-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:326, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/00751


Bron: Rechtspraak

8 maart 2019Eerste Kamer18/00751TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ABN AMRO BANK N.V.,gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
[de koper] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.B.A. Alkema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Bank en [de koper] .

ECLI:NL:HR:2019:326:DOC
nl

8 maart 2019Eerste Kamer18/00751TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ABN AMRO BANK N.V.,gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
[de koper] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.B.A. Alkema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Bank en [de koper] .

1

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaken C/13/557147/HA ZA 14-30 en C/13/565790/HA ZA 14-539 van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2014 en 2 september 2015;b. het arrest in de zaak 200.183.834/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 november 2017. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2

Tegen het arrest van het hof heeft de Bank beroep in cassatie ingesteld. [de koper] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Bank mede door mr. B.M.H. Fleuren. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
overwegingen

3

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
beslissing

4

De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt de Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de koper] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Bank deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op .