Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:321

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-03-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:321, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/00154


Bron: Rechtspraak

8 maart 2019Eerste Kamer18/00154TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Maarten Johan Willem VAN INGEN, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Astrea Groep B.V. en Ingenieursbureau Technipower B.V., kantoorhoudende te Eindhoven,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
F. VAN LANSCHOT BANKIERS N.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en de bank.

ECLI:NL:HR:2019:321:DOC
nl

8 maart 2019Eerste Kamer18/00154TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Maarten Johan Willem VAN INGEN, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Astrea Groep B.V. en Ingenieursbureau Technipower B.V., kantoorhoudende te Eindhoven,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
F. VAN LANSCHOT BANKIERS N.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en de bank.

1

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/01/284493/HA ZA 14-742 van de rechtbank Oost-Brabant van 14 januari 2015 en 3 juni 2015;b. het arrest in de zaak 200.176.279/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2017. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2

Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De bank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift, tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de bank mede door mr. R. Bloemink. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
overwegingen

3

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
beslissing

4

De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bank begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op .