Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:25

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-01-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-01-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:25, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/01960


Bron: Rechtspraak

8 januari 2019Strafkamernr. S 17/01960AKA
Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 januari 2017, nummer 20/000370-15, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:25:DOC
nl

8 januari 2019Strafkamernr. S 17/01960AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 januari 2017, nummer 20/000370-15, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
overwegingen

2

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

beslissing

3

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .