Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:23

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-01-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-01-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:23, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/03237


Bron: Rechtspraak

8 januari 2019Strafkamernr. S 17/03237RRA/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 november 2016, nummer 23/002811-15, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:23:DOC
nl

8 januari 2019Strafkamernr. S 17/03237RRA/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 november 2016, nummer 23/002811-15, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar alleen wat betreft de opgelegde taakstraf met de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan, en tot verbeterde lezing van het dictum wat de betreft de niet-ontvankelijkheid van de Advocaat-Generaal bij het hof in de vordering van tenuitvoerlegging in dier voege dat deze betrekking heeft op parketnummer 18/131062-13, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
overwegingen

2

2.1.
Het middel klaagt onder meer dat het bestreden arrest een misslag bevat wat betreft de last tot tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde straffen.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11 tot en met 13 is de klacht terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de misslag herstellen.
2.3.
Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
overwegingen

3

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

beslissing

4

- de voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 23 september 2014 (parketnummer 15-073219-13);- de voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 23 september 2014 (parketnummer 15-800416-14);- een gedeelte, groot 3 maanden, van de voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 2 december 2013 (parketnummer 15-703358-13);
De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis; vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 228 uren, subsidiair 114 dagen hechtenis, belopen;verstaat dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van
verstaat dat het Hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland van 11 april 2014 (parketnummer 18/131062-13);verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .