Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:218

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-02-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 12-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:218, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/02460


Bron: Rechtspraak

12 februari 2019Strafkamernr. S 17/02460AKA
Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer 21/004945-13, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:218:DOC
nl

12 februari 2019Strafkamernr. S 17/02460AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer 21/004945-13, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
overwegingen

2

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

beslissing

3

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .