Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:215

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-02-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 12-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:215, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/02436


Bron: Rechtspraak

12 februari 2019Strafkamernr. S 17/02436AKA
Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer 21/004975-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]

ECLI:NL:HR:2019:215:DOC
nl

12 februari 2019Strafkamernr. S 17/02436AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer 21/004975-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]

1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
overwegingen

2

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .