Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:20

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-01-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-01-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:20, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/02357


Bron: Rechtspraak

8 januari 2019Strafkamernr. S 17/02357
Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 april 2017, nummer 22/000065-17, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:20:DOC
nl

8 januari 2019Strafkamernr. S 17/02357
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 april 2017, nummer 22/000065-17, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
overwegingen

2

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

3

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .