Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1936

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-12-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 13-12-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1936, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/04022


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2019:1936:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],verblijvende te [verblijfplaats], VERZOEKSTER tot cassatie,hierna: betrokkene,advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT LIMBURG,VERWEERDER in cassatie,hierna: de officier van justitie,niet verschenen.
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/03/263624/ BZ RK 19/792 van de rechtbank Limburg van 27 mei 2019. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
overwegingen

2

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

3

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op .