Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1863

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 27-11-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 29-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1863, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/01048


Bron: Rechtspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2018, nr. 17/00191, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 15/1272) betreffende een bij beschikking ten aanzien van belanghebbende gegeven bindende tariefinlichting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

ECLI:NL:HR:2019:1863:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2018, nr. 17/00191, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 15/1272) betreffende een bij beschikking ten aanzien van belanghebbende gegeven bindende tariefinlichting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
overwegingen

2

2.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
2.1.1
Belanghebbende heeft op 29 januari 2014 verzocht om een bindende tariefinlichting voor een vloeibaar crèmekleurig product, verkregen door het mengen van onder meer gedemineraliseerd water, magere melk, lactose, meel van granen en biscuit (hierna: het product). Het product is gebruiksklaar. Het wordt ingevoerd in een kartonnen verpakking van 200 milliliter, voorzien van een plastic draaidop, en verkocht als kindervoeding voor (jonge) kinderen.

2.1.2
De Inspecteur heeft op 10 juni 2014 een bindende tariefinlichting verstrekt. Hij heeft op grond van bevindingen van het Douane Laboratorium bij onderzoek van een monster van het product aangenomen dat het product vanwege zijn samenstelling en ingrediënten is aan te merken als een gebruiksklare niet-alcoholische drank. Hij heeft het product daarom ingedeeld in postonderverdeling 2202 90 91 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN) als “(…) alcoholvrije dranken, met een gehalte aan vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, van minder dan 0,2 gewichtspercent”. Voor goederen van deze tariefpostonderverdeling bedraagt het tarief van douanerechten 6,4 procent, vermeerderd met € 13,70 per 100 kilogram.

2.1.3
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze tariefinlichting. Zij meent dat het product vloeibare baby- en kindervoeding betreft dat volgens het Geharmoniseerde Systeem en de GN moet worden ingedeeld in postonderverdeling 1901 10 00 van de GN als “bereidingen voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein”. Voor goederen van deze tariefpostonderverdeling bedraagt het tarief van douanerechten 7,6 procent.

2.2
Het Hof heeft geoordeeld dat het product als “andere alcoholvrije drank” moet worden ingedeeld onder post 2202 van de GN. Volgens het Hof moeten producten als het onderhavige die vloeibaar zijn en geschikt en bestemd voor menselijke consumptie, als “drank” onder post 2202 van de GN worden ingedeeld, tenzij zij uitdrukkelijk elders zijn ingedeeld. Dat is naar het oordeel van het Hof hier niet het geval: volgens het Hof kan het product niet in postonderverdeling 1901 10 00 van de GN worden ingedeeld omdat de slotwoorden van post 1901 van de GN “elders genoemd noch elders onder begrepen” daaraan in de weg staan. Aan de onderverdeling van een post – algemene indelingsregel 6 van de GN – kan pas worden toegekomen indien met toepassing van algemene indelingsregel 1 (en zo nodig algemene indelingsregels 2 tot en met 5 van de GN) is komen vast te staan dat indeling onder de desbetreffende tariefpost dient plaats te vinden, aldus het Hof.
2.3.1
Het middel richt zich tegen de hiervoor in 2.2 weergeven oordelen van het Hof.

2.3.2
Voor de behandeling van het onderhavige geschil zijn de volgende tariefpost(onderverdeling)en van belang:
2

colA

colB

“0401

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen”

“1901

Moutextract; bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen; bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen

1901 10 00

– bereidingen voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein”

“2202

Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 2009

(…)

2202 90

– andere

(…)

– – andere, met een gehalte aan vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404

2202 90 91

– – – van minder dan 0,2 gewichtspercent

(…)

2202 99 91 90

– – – – andere”.

2.3.3
Het Hof heeft terecht geoordeeld dat op grond van de algemene indelingsregels 1 en 6 van de GN eerst moet worden vastgesteld dat het product kan worden ingedeeld onder post 1901 van de GN, voordat tot indeling in een van de postonderverdelingen van deze post kan worden overgegaan. Voor zover van belang voor indeling van het product betreft post 1901 “bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen”. Post 1901 van de GN is in zoverre een restpost. Deze post sluit namelijk expliciet de hiervoor bedoelde bereidingen voor menselijke consumptie uit indien die elders zijn genoemd of elders onder zijn begrepen. Een product dat in een andere post is genoemd of onder een andere post wordt begrepen, kan dan ook niet worden ingedeeld in een van de onderverdelingen van post 1901 van de GN. Voor zover het middel anders betoogt, faalt het.

2.3.4
Voor het overige betoogt het middel dat het Hof een te ruime toepassing heeft gegeven aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 maart 1981, Dr. Ritter GmbH & Co, 114/80, ECLI:EU:C:1981:79 (hierna: het arrest Ritter) door het product in te delen in post 2202 van de GN. In zoverre faalt het middel ook. Bij de indeling van een product als “drank” in de zin van post 2202 van de GN geldt als maatstaf de vloeibaarheid ervan en zijn bestemming voor menselijke consumptie. Het Hof heeft zijn oordeel gebaseerd op de vaststelling dat het product vloeibaar is en geschikt en bestemd is voor menselijke consumptie. Daarin ligt besloten het oordeel dat het product bestemd is om als drank te worden ingenomen. Aldus opgevat, geeft het oordeel van het Hof niet blijk van miskenning van hetgeen het Hof van Justitie heeft geoordeeld in het arrest Ritter. Anders dan het middel aanvoert moet de wijziging van postonderverdeling 1901 10 van de GN met ingang van 2017 niet worden opgevat als een uiting van de Uniewetgever om het toepassingsbereik van het arrest Ritter te wijzigen in die zin dat vloeibare baby- en kindervoeding in de vorm van een gebruiksklare drank niet langer in post 2202 van de GN worden ingedeeld.

3

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

4

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2019. .

_4eadae3a-a8e6-4558-8ca7-b8f0c7d12cc5
1

Vgl. HvJ 20 november 2008, Heuschen & Schrouff Oriental Foods Trading BV, C-375/07, ECLI:EU:C:2008:645, punt 47.

_05653cc9-235a-4c81-9d9b-cfca35d04644
2

Vgl. het arrest Ritter, punt 9, en HvJ 14 juli 2011, Paderborner Brauerei Haus Cramer KG, C-196/10, ECLI:EU:C:2011:487, punt 33.

_86e00e57-f6d3-4b0b-aed8-0e86668482d1
3

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie van 6 oktober 2016 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.