Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1860

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 27-11-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 29-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1860, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/00957


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2019:1860:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

[de eigenaar],wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie,hierna: [de eigenaar],advocaat: mr. J.P. van den Berg,
tegen

PROVINCIE OVERIJSSEL,zetelende te Zwolle, VERWEERSTER in cassatie,hierna: de Provincie,advocaat: mr. J.F. de Groot.
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/08/216378 / HA ZA 18-169 van de rechtbank Overijssel van 30 januari 2019. [de eigenaar] heeft tegen het vonnis van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor de Provincie toegelicht door haar advocaat.De conclusie van de Advocaat-Generaal P.J. Wattel strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 Wet RO.De advocaat van [de eigenaar] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
overwegingen

2

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

3

De Hoge Raad:
-

verwerpt het beroep;

veroordeelt [de eigenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de eigenaar] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .