Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:181

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-02-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:181, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/05185


Bron: Rechtspraak

8 februari 2019Nr. 18/05185
Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de van 1 november 2018, nr. 17/286 AKW, betreffende een verzoek om schadevergoeding alsmede een verzoek om proceskostenvergoeding.

ECLI:NL:HR:2019:181:DOC
nl

8 februari 2019Nr. 18/05185
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de van 1 november 2018, nr. 17/286 AKW, betreffende een verzoek om schadevergoeding alsmede een verzoek om proceskostenvergoeding.

overwegingen

1

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
beslissing

2

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2019.