Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1729

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-11-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1729, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/02498


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2019:1729:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

[eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie,hierna: [eiser],advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen

N.V. [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats], België,VERWEERSTER in cassatie,hierna: [verweerster],advocaat: mr. D.M. de Knijff.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 17 april 2018 beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:a. het vonnis in de zaak C/01/318213/KG ZA 17-127 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant van 29 maart 2017;b. de arresten in de zaak 200.214.955/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 november 2017 en 17 april 2018.
overwegingen

2

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het beroep;- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .