Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1720

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-11-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1720, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/03950


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2019:1720:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

BESCHIKKING

In de zaak van

[Werkneemster],wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna: [Werkneemster],advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
tegen

STICHTING CICERO ZORGGROEP,gevestigd te Brunssum, VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna: Cicero,advocaat: mr. H.J.W. Alt.
[Werkneemster] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.Cicero heeft een verweerschrift tot verwerping, tevens voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingediend. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.De advocaat van [Werkneemster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak 6270701 AZ VERZ 17-118 van de rechtbank Limburg van 30 november 2017;b. de beschikking in de zaak 200.234.449 van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 12 juli 2018.
overwegingen

2

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
beslissing

3

De Hoge Raad:
-

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [Werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Cicero begroot op € 2.704,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock , en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .