Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1717

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-11-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1717, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/01771


Bron: Rechtspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] , Marokko (hierna: belanghebbende)

tegen

de SOCIALE VERZEKERINGSBANK

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 februari 2019, nr. 17/3824 ANW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 16/6237) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

ECLI:NL:HR:2019:1717:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] , Marokko (hierna: belanghebbende)

tegen

de SOCIALE VERZEKERINGSBANK

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 februari 2019, nr. 17/3824 ANW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 16/6237) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

overwegingen

1

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2019.