Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1712

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-11-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 08-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1712, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/00744


Bron: Rechtspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

tot het vervallen verklaren van het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2019, nr. 19/00744, ECLI:NL:HR:2019:1437, dat is gewezen op het door [A] te [Q] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2019, nrs. 16/00877 en 16/00878.

ECLI:NL:HR:2019:1712:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

tot het vervallen verklaren van het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2019, nr. 19/00744, ECLI:NL:HR:2019:1437, dat is gewezen op het door [A] te [Q] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2019, nrs. 16/00877 en 16/00878.

overwegingen

1

1.1
Het beroep in cassatie in deze zaak is ingesteld door [A] namens [X] B.V. te [Z] . Bij het beroepschrift is een machtiging gevoegd die is ondertekend door [B] . Bij brief van 20 februari 2019 heeft de griffier de indiener van het beroepschrift verzocht binnen een termijn van zes weken een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel over te leggen waaruit genoegzaam blijkt dat degene die de volmacht heeft ondertekend, gerechtigd was die volmacht te verstrekken.

1.2
Bij arrest van 27 september 2019, nr. 19/00744, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroep onbevoegdelijk is ingesteld. Dit oordeel berust op de overweging dat het hiervoor in 1.1 bedoelde uittreksel niet is overgelegd en dat daarom niet kan worden vastgesteld dat degene die de volmacht heeft ondertekend, gerechtigd was de volmacht te verstrekken.

1.3
Nadat het arrest van 27 september 2019, nr. 19/00744, was uitgesproken, is gebleken dat het hiervoor in 1.1 bedoelde uittreksel op 1 april 2019, dus binnen de in de brief van 20 februari 2019 gestelde termijn, door de Hoge Raad is ontvangen. Het arrest van 27 september 2019, nr. 19/00744, moet daarom vervallen.

1.4
De behandeling van de zaak zal worden voortgezet in de stand waarin het geding zich bevond toen het arrest van 27 september 2019, nr. 19/00744, werd gewezen.

beslissing

2

De Hoge Raad:- verklaart het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2019, nr. 19/00744, vervallen, en- bepaalt dat het geding wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond toen het arrest van 27 september 2019, nr. 19/00744, werd gewezen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2019.