Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1693

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 01-11-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 05-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1693, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/00225


Bron: Rechtspraak


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

BESCHIKKING

op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 2 januari 2018, nummers RK 17/2267 en RK 17/2269, op een vordering als bedoeld in art. 552p Sv, in de zaken

tegen

[klager 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
en

[klager 2],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,hierna: de betrokkenen.

ECLI:NL:HR:2019:1693:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

BESCHIKKING

op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 2 januari 2018, nummers RK 17/2267 en RK 17/2269, op een vordering als bedoeld in art. 552p Sv, in de zaken

tegen

[klager 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
en

[klager 2],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,hierna: de betrokkenen.
1

De beroepen zijn ingesteld door de betrokkenen. Namens [klager 2] zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. Namens [klager 1] heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. Deze schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [klager 2] in het ingestelde cassatieberoep. Ten aanzien van [klager 1] strekt de conclusie tot verwerping van het beroep.
overwegingen

2

Nu [klager 2] niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat [klager 2] in het beroep niet kan worden ontvangen.

overwegingen

3

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

beslissing

4

De Hoge Raad:- verklaart [klager 2] niet-ontvankelijk in het beroep;- verwerpt het beroep van [klager 1].
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .