Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1513

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 02-10-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 04-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1513, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/01953


Bron: Rechtspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

gewezen op het door te ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 21 maart 2019, nrs. AWB 18/3969, 18/3971 en 18/3972, op het verzet van [X] te [Z] tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 oktober 2018.

ECLI:NL:HR:2019:1513:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

gewezen op het door te ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 21 maart 2019, nrs. AWB 18/3969, 18/3971 en 18/3972, op het verzet van [X] te [Z] tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 oktober 2018.

overwegingen

1

De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2019.