Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1491

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 02-10-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 04-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1491, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/03868


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2019:1491:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

EISERS tot cassatie,hierna: [de Eigenaren],advocaat: mr. M.W. Scheltema,
tegen

RECREATIECENTRUM HET ZONNETJE B.V.,gevestigd te Zelhem, gemeente Bronckhorst, VERWEERSTER in cassatie,hierna: Het Zonnetje,advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 6520387 CV EXPL 17-5806 van de kantonrechter te Zutphen van 13 juni 2018. [de Eigenaren] hebben tegen het vonnis van de kantonrechter beroep in cassatie ingesteld. Het Zonnetje heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor Het Zonnetje toegelicht door haar advocaat en mede door mr. J.M. Moorman.De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van [de Eigenaren] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], 2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
1. Procesverloop

overwegingen

2

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

beslissing

3

- verwerpt het beroep;- veroordeelt [de Eigenaren] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Het Zonnetje begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
De Hoge Raad:

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .