Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1338

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-09-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 13-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1338, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/01937


Bron: Rechtspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de DIRECTEUR BELASTINGEN VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 maart 2019, nrs. AMS 18/70 V en AMS 18/72 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 maart 2018.

ECLI:NL:HR:2019:1338:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de DIRECTEUR BELASTINGEN VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 maart 2019, nrs. AMS 18/70 V en AMS 18/72 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 maart 2018.

overwegingen

1

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 25 mei 2019 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 25 juni 2019 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 10 juli 2019 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
2

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.