Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1320

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-09-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 13-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1320, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/00206


Bron: Rechtspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 december 2018, nrs. 18/00370 tot en met 18/00378, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 17/7620 en 17/7722 tot en met 17/7729) betreffende de van belanghebbende ingehouden bedragen aan loonheffing over de tijdvakken 1 januari 2017 tot en met 29 januari 2017, 30 januari 2017 tot en met 26 februari 2017, 27 februari 2017 tot en met 26 maart 2017, 27 maart 2017 tot en met 23 april 2017, 24 april 2017 tot en met 21 mei 2017, 22 mei 2017 tot en met 18 juni 2017, 19 juni 2017 tot en met 16 juli 2017, 17 juli 2017 tot en met 13 augustus 2017 en 14 augustus 2017 tot en met 10 september 2017.

ECLI:NL:HR:2019:1320:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 december 2018, nrs. 18/00370 tot en met 18/00378, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 17/7620 en 17/7722 tot en met 17/7729) betreffende de van belanghebbende ingehouden bedragen aan loonheffing over de tijdvakken 1 januari 2017 tot en met 29 januari 2017, 30 januari 2017 tot en met 26 februari 2017, 27 februari 2017 tot en met 26 maart 2017, 27 maart 2017 tot en met 23 april 2017, 24 april 2017 tot en met 21 mei 2017, 22 mei 2017 tot en met 18 juni 2017, 19 juni 2017 tot en met 16 juli 2017, 17 juli 2017 tot en met 13 augustus 2017 en 14 augustus 2017 tot en met 10 september 2017.

1

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
overwegingen

2

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

4

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.