Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1205

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-07-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 12-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1205, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/00376


Bron: Rechtspraak


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE WEESP

op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 11 december 2018, nr. 17/502 PW, betreffende een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp ingevolge de Participatiewet.

ECLI:NL:HR:2019:1205:DOC
nl


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE WEESP

op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 11 december 2018, nr. 17/502 PW, betreffende een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp ingevolge de Participatiewet.

overwegingen

1

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.