Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1181

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-07-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 12-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1181, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/02952


Bron: Rechtspraak

12 juli 2019Nr. 18/02952
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het van 1 juni 2018, nrs. BK‑18/00177 tot en met BK-18/00240, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 17/4516, SGR 17/4517, SGR 17/4519, SGR 17/4522 tot en met SGR 17/4527, SGR 17/4529, SGR 17/4532, SGR 17/4534 tot en met SGR 17/4537, SGR 17/4540, SGR 17/4541, SGR 17/4544, SGR 17/4546, SGR 17/4520, SGR 17/4547, SGR 17/4549, SGR 17/4550 tot en met SGR 17/4553, SGR 17/4555, SGR 17/4556, SGR 17/4558 tot en met SGR 17/4564, SGR 17/4566 tot en met SGR 17/4575, SGR 17/4577, SGR 17/4581 tot en met SGR 17/4589, SGR 17/4591 tot en met SGR 17/4594, SGR 17/4596, SGR 17/4598, SGR 17/4600, SGR 17/4601 en SGR 17/4603) betreffende de door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.

ECLI:NL:HR:2019:1181:DOC
nl

12 juli 2019Nr. 18/02952
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het van 1 juni 2018, nrs. BK‑18/00177 tot en met BK-18/00240, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 17/4516, SGR 17/4517, SGR 17/4519, SGR 17/4522 tot en met SGR 17/4527, SGR 17/4529, SGR 17/4532, SGR 17/4534 tot en met SGR 17/4537, SGR 17/4540, SGR 17/4541, SGR 17/4544, SGR 17/4546, SGR 17/4520, SGR 17/4547, SGR 17/4549, SGR 17/4550 tot en met SGR 17/4553, SGR 17/4555, SGR 17/4556, SGR 17/4558 tot en met SGR 17/4564, SGR 17/4566 tot en met SGR 17/4575, SGR 17/4577, SGR 17/4581 tot en met SGR 17/4589, SGR 17/4591 tot en met SGR 17/4594, SGR 17/4596, SGR 17/4598, SGR 17/4600, SGR 17/4601 en SGR 17/4603) betreffende de door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.
1

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 22 maart 2019 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2019:276). Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
overwegingen

2

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/02955, tussen dezelfde partijen.

3

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

4

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.