Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1166

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-07-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 12-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1166, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/04321


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2019:1166:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

BESCHIKKING

In de zaak van

[de vrouw] ,wonende te [woonplaats] , VERZOEKSTER tot cassatie,hierna: de vrouw,advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen

[de man] ,wonende te [woonplaats] ,VERWEERDER in cassatie,hierna: de man,niet verschenen,
en
Kristel L. OLTHOF, in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige [het kind] ,kantoorhoudende te Bussum, BELANGHEBBENDE in cassatie,hierna: de bijzonder curator,niet verschenen.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. De man en de bijzonder curator hebben geen verweerschrift ingediend.De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
loweralpha

de beschikkingen in de zaken 392366, 392372 en 392373 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2015 en 16 mei 2017;

de beschikking in de zaak 200.222.645 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2018.

overwegingen

2

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
beslissing

3

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op .