Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:1157

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 09-07-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 09-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:1157, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/00261


Bron: Rechtspraak


bold

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2017, nummer 22/001820-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,hierna: de verdachte.

ECLI:NL:HR:2019:1157:DOC
nl

bold

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2017, nummer 22/001820-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,hierna: de verdachte.
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
overwegingen

2

2.1
Het middel keert zich tegen de beslissing van het Hof tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 8 is het middel terecht voorgesteld.

beslissing

3

De Hoge Raad:- vernietigt de bestreden uitspraak;- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .