Uitspraak ECLI:NL:GHSHE:2019:480

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-02-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 11-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHSHE:2019:480, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 20-001793-15


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:GHSHE:2019:480:DOC
nl

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-001793-15 Uitspraak : 11 februari 2019TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 mei 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers12-700520-12 en 12-715334-12, tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,thans verblijvende in PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.
Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren voor zover zijn hoger beroep is gericht tegen het onder parketnummer 12-715334-12 onder 2 ten laste gelegde en dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal bevestigen, onder aanvulling van het bewijs.

De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft zij strafmaatverweren gevoerd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het in de zaak met parketnummer 12-715334-12 onder 2 ten laste gelegde. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen deze vrijspraak.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover thans nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 12-700520-12:

1:hij op of omstreeks 23 oktober 2012, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Axel in de gemeente Terneuzen, op de openbare weg/wegen, de Eisenhowerlaan en/of de Rooseveltlaan, althans in een parkje gelegen aan die wegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Mitsubishi Carisma, kleur grijs) en/of autosleutel(s) van die personenauto en/of een of meer bankpas(sen), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer] met kracht één of meermalen op/tegen het (achter) hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of heeft getrapt en/of op het achterhoofd van die, alstoen op de grond liggende, [slachtoffer] is gaan slaan en/of (vervolgens) die [slachtoffer] een eind over de grond heeft gesleept naar diens auto en/of die [slachtoffer] daarna met kracht in de kofferbak van die personenauto heeft gegooid;

2:hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 23 oktober 2012, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Axel en/of elders in de gemeente Terneuzen, in elk geval in het (toenmalig) arrondissement Middelburg ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer] te dwingen tot het ter beschikking stellen van een of meer gegevens, te weten de/een bij diens bankpassen behorende pincode(s), geheel of ten dele toebehorend aan die [slachtoffer] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem/haar, verdachte, en/of zijn/haar mededader(s), samen met zijn mededader(s), althans alleen, (telkens) op dwingende toon tegen die [slachtoffer] te roepen/schreeuwen dat hij zijn pincode(s) moest geven en/of (vervolgens) (telkens) met kracht op/tegen het hoofd en/of overig lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen en/of te trappen en/of met kracht één of meer vingers van de hand(en) van die [slachtoffer] achterover te drukken/te overstrekken en/of met een mes (een groot deel van) een oor van die [slachtoffer] af te snijden, hetwelk zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;
3:hij op of omstreeks 23 oktober 2012 in de gemeente Terneuzen, in elk geval in het (toenmalige) arrondissement Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met kracht met een mes zeventienmaal, in elk geval een aantal malen, onder andere in het hart en/of de long(en) gestoken en/of gesneden ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;
subsidiair, althans indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 oktober 2012 in de gemeente Terneuzen, in elk geval in het (toenmalig) arrondissement Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer] met kracht met een mes zeventien maal, in elk geval een aantal malen, onder andere in het hart en/of de long(en) gestoken en/of gesneden ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van een of meer strafba(a)r(e) feit(en), te weten dat hij op of omstreeks 23 oktober 2012, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Axel in de gemeente Terneuzen op de openbare weg/wegen de Eisenhowerlaan en/of de Rooseveltlaan, althans in een parkje gelegen aan die wegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Mitsubishi Carisma, kleur grijs) en/of autosleutel(s) van die personenauto en/of een of meer bankpas(sen), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel en/of dat hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 23 oktober 2012, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Axel en/of elders in de gemeente Terneuzen, in elk geval in het (toenmalig) arrondissement Middelburg ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot het er beschikking stellen van een of meer gegevens, te weten de/een bij diens bankpassen behorende, pincode(s), geheel of ten dele toebehorend aan die [slachtoffer] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem/haar, verdachte, en/of zijn/haar mededader(s), terwijl de uitvoering van dit laatst voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

meer subsidiair, althans indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 oktober 2012 in de gemeente Terneuzen, in elk geval in het (toenmalige) arrondissement Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer] met kracht met een mes zeventienmaal, in elk geval een aantal malen, onder andere in het hart en/of de long(en) gestoken en/of gesneden ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

4:hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 23 oktober 2012 te Axel in de gemeente Terneuzen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in of uit een woning, gelegen aan de [straat] , een map (met daarin onder andere (pin)codes), in elk geval een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel;
5:hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 23 oktober 2012 te Axel, gemeente Terneuzen, (telkens) ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met zijn mededader(s), althans alleen, (telkens) met een bankpas, staande op naam van die [slachtoffer] naar een pinautomaat van de Rabobank, gelegen aan de Noordstraat is gegaan en/of (telkens) die pinpas in die pinautomaat heeft gedaan en/of een of meermalen een pincode heeft ingevoerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;
Zaak met parketnummer 12-715334-12 (gevoegd):

1:hij op een of meerdere tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 17 september 2012 tot en met 18 september 2012 te Axel, in de gemeente Terneuzen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand heeft weggenomen een hoeveelheid messen (merk: Victorinox) en/of scharen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking (van een ruit van de voordeur van dat pand) en/of inklimming; en voor zover ter zake van het onder 1 ten laste gelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, ter zake dat:
hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 17 september 2012 tot en met 19 september 2012, in elk geval op of omstreeks 19 september 2012, te Axel, in de gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, een hoeveelheid messen (merk: Victorinox) en/of scharen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die messen en/of die scharen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de verdediging heeft het hof in navolging van de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 12-715334-12 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe, dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde inbraak. Verdachte ontkent die inbraak te hebben gepleegd. Volgens verdachte heeft hij de bij zijn aanhouding bij hem aangetroffen messen gekocht van een voor hem onbekende Turkse man en was hij in de nacht dat de inbraak is gepleegd thuis in bed, samen met zijn vrouw. Zijn toenmalige echtgenote, [getuige 1] , heeft dit laatste bevestigd. De getuige [getuige 2] heeft weliswaar in die nacht, nadat zij wakker was geworden door glasgerinkel, in de brandgang nabij het bedrijf van [slachtoffer 2] een man gezien met een fiets en een hond, welke fiets en hond overeenkomsten vertonen met die van verdachte, maar dat acht het hof onvoldoende om tot een bewezenverklaring van inbraak te komen. Technisch bewijs dat in de richting van verdachte wijst ontbreekt en ook zijn er geen getuigen die verdachte die nacht hebben herkend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 12-700520-12 onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 12-715334-12 onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 12-700520-12:

1:hij op 23 oktober 2012, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Axel in de gemeente Terneuzen, op de openbare weg, de Eisenhowerlaan, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Mitsubishi Carisma, kleur grijs) en autosleutel(s) van die personenauto en een bankpas, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij hij, verdachte, en zijn mededader die personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel en welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, die [slachtoffer] met kracht meermalen tegen het (achter) hoofd heeft geslagen en gestompt en op het achterhoofd van die, alstoen op de grond liggende, [slachtoffer] is gaan slaan en vervolgens die [slachtoffer] een eind over de grond heeft gesleept naar diens auto en die [slachtoffer] daarna met kracht in de kofferbak van die personenauto heeft gegooid;
2:hij op tijdstippen op 23 oktober 2012, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Axel en elders in de gemeente Terneuzen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld, [slachtoffer] te dwingen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de bij diens bankpas behorende pincode, toebehorend aan die [slachtoffer] , samen met zijn mededader telkens op dwingende toon tegen die [slachtoffer] te schreeuwen dat hij zijn pincode moest geven en vervolgens telkens met kracht op het hoofd en overig lichaam van die [slachtoffer] te slaan en stompen en met kracht één of meer vingers van de hand van die [slachtoffer] achterover te drukken/te overstrekken en met een mes een groot deel van een oor van die [slachtoffer] af te snijden, hetwelk zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid;
3:hij op 23 oktober 2012 in de gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met kracht met een mes zeventienmaal, onder andere in het hart en de longen gestoken ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;
4:hij op tijdstippen op 23 oktober 2012 te Axel in de gemeente Terneuzen tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning, gelegen aan de [straat] , goederen, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij hij, verdachte, en zijn mededader telkens de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;
5:hij op tijdstippen op 23 oktober 2012 te Axel, gemeente Terneuzen, telkens ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer geldbedrag(en), toebehorende aan [slachtoffer] , en zich daarbij telkens die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met zijn mededader telkens met een bankpas, staande op naam van die [slachtoffer] naar een pinautomaat van de Rabobank, gelegen aan de Noordstraat is gegaan en telkens die pinpas in die pinautomaat heeft gedaan en meermalen een pincode heeft ingevoerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid;
Zaak met parketnummer 12-715334-12 (gevoegd):

1:hij op een tijdstip in de periode van 17 september 2012 tot en met 19 september 2012, te Axel, in de gemeente Terneuzen, een hoeveelheid messen (merk: Victorinox) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die messen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer12-700520-12 onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer12-715334-12 onder 1 subsidiair meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen en bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
_783e2348-fe33-44a0-8134-cbb6d4fc4337




In de zaak met parketnummer 12-700520-12


a. Melding, eerste opsporingsactiviteiten en aantreffen slachtoffer

b. Sectie

c. Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit

d. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit

e. Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde feit

f. Overige aan het bewijs bijdragende feiten en omstandigheden (1)

g. Met betrekking tot de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten

h. Overige aan het bewijs bijdragende feiten en omstandigheden (2)


1. Het scenario van het openbaar ministerie houdt in dat [slachtoffer] in de nacht van 22 op 23
2. Het scenario van verdachte houdt in dat hij niets met de ontvoering, mishandeling en het doodsteken van [slachtoffer] te maken heeft. Verdachte en [medeverdachte] zijn op de avond van 22 oktober 2012 in het park aan de Eisenhowerlaan in Axel. Verdachte is eenuur tot anderhalf uur weggeweest. Eenmaal terug in het park was [medeverdachte] nergens te bekennen. Wat later kwam verdachte [medeverdachte] tegen in een auto. Verdachte nam plaats op de bijrijdersstoel en zij reden wat rond. Toen ze langs de parallelweg tussen Zelzate en Antwerpen bij de afslag Hellestraat stopten, heeft verdachte op verzoek van [medeverdachte] de achterbank plat gegooid en heeft hij diverse materialen uit de kofferbak verwijderd. Hij trof daarin een hoop plastic, matten en troep aan. Een aantal spullen dat op de grond viel, schopte hij weg.
3. Het scenario van [medeverdachte] houdt in dat hij niets met de mishandeling en het doodsteken
4. Het aangetroffen bloedsporenbeeld op de kleding en schoenen van verdachte (AAFQ2339NL, AAFQ2340NL en AAFQ2341NL) is veel waarschijnlijker onder hetkernscenario van het openbaar ministerie, dan onder het kernscenario van verdachte.
5. Het bloedsporenbeeld op de werkhandschoenen van verdachte (AAFQ2358NL en
6. De bevindingen van het DNA-onderzoek aan de bemonstering AAFQ25 l 6NL#09 van de
7. Het aantreffen van de grondsporen AACC2084NL op de schoenen AAFQ2339NL iswaarschijnlijker wanneer het kernscenario van het openbaar ministerie, waarbij de grondsporen 4 tot 6 uur voordat verdachte werd aangehouden onder de zolen van diens schoenen terecht zijn gekomen, juist is, dan wanneer het kernscenario van verdachte, waarbij de grondsporen 24 tot 32 uur voordat hij werd aangehouden onder de zolen van zijn schoenen terecht gekomen zijn, juist is.
8. De bevindingen met betrekking tot het DNA-onderzoek aan de handschoenen en jas van [medeverdachte] (AAEL061 INL, AAFQ2356NL en AAFQ2357NL) zijn veel waarschijnlijker onder het kernscenario van [medeverdachte] , dan onder het kernscenario van het openbaar ministerie.
9. Naar aanleiding van de verklaring van [medeverdachte] dat verdachte mogelijk een ander paar handschoenen tijdens de mishandeling zou hebben gedragen, zijn de interdisciplinaire resultaten door het NFI geëvalueerd onder twee aannames, te weten dat- verdachte in de nacht van 22 op 23 oktober 2012 alleen de onderzochte werkhandschoenen heeft gedragen, en- verdachte in de nacht van 22 op 23 oktober 2012 naast de onderzochte werkhandschoenen ook nog een ander paar handschoenen heeft gedragen.


De verdediging heeft op de gronden als nader in haar pleitnota verwoord (primair) integrale vrijspraak bepleit. Deze gronden komen – zeer kort samengevat – op het volgende neer.

In de eerste plaats was de aanhouding van verdachte onrechtmatig. Verdachte is aangehouden als verdachte van artikel 312, eerste en/of tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, terwijl niet duidelijk is op welke feiten en omstandigheden deze verdenking was gebaseerd. Ten tijde van de aanhouding van verdachte was nog niet bekend waar het slachtoffer, de heer [slachtoffer] , was. Het was zeer wel mogelijk dat [slachtoffer] zelf achter het stuur zat van de auto van waaruit verbalisant [verbalisant 1] een passagier – naar later bleek verdachte – zag uitstappen en dat er met [slachtoffer] dus niets aan de hand was. Er was daarom geen reden om verdachte aan te houden. Hij is bovendien op heterdaad aangehouden, terwijl er geen sprake was van doorlopende onderzoekshandelingen.Kortom, ten tijde van de aanhouding van verdachte bestond er jegens hem onvoldoende verdenking in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Er is daarom sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De als gevolg van de onrechtmatige aanhouding verkregen onderzoeksresultaten dienen op die grond te worden uitgesloten van het bewijs.
Verdachte is niet betrokken is geweest bij de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten. Medeverdachte [medeverdachte] heeft gelogen over de rol van verdachte hierbij. De verklaringen van [medeverdachte] zijn niet betrouwbaar. Hij heeft inconsistent en tegenstrijdig verklaard. In detentie heeft [medeverdachte] verklaard dat hij de moord op [slachtoffer] alleen heeft gepleegd. Twee geestelijk verzorgers uit de penitentiaire inrichting waar hij gedetineerd zat, die zouden kunnen verklaren over wat [medeverdachte] in hun bijzijn heeft verteld, zijn als getuigen in hoger beroep opgeroepen, maar hebben geweigerd een verklaring af te leggen. De verdediging is daarom ten aanzien van deze twee getuigen een adequate en effectieve ondervragingsmogelijkheid ontnomen.De rechtbank is voorts ten onrechte voorbijgegaan aan de voor verdachte ontlastende verklaringen van de getuige [getuige 3] , de moeder van verdachte en diens broer. Uit die verklaringen blijkt dat verdachte een alibi had. Die verklaringen ondersteunen bovendien het alternatieve scenario dat verdachte heeft geschetst.Uit de resultaten van het DNA-onderzoek blijkt niet dat verdachte in aanraking is geweest met het slachtoffer. Indien het hof toch op basis van een zwak DNA-profiel van verdachte op de spijkerbroek van het slachtoffer tot het oordeel zou komen dat verdachte met het slachtoffer in aanraking is geweest, dan verzoekt de verdediging om een nader DNA-onderzoek op bron- en activiteitenniveau te laten verrichten, om antwoord te kunnen geven op de vraag hoe het zwakke profiel van verdachte op de broek van het slachtoffer kan zijn gekomen.Wanneer het hof van oordeel zou zijn dat verdachte wel is betrokken bij de ten laste gelegde feiten, dan geldt het volgende. Bij feit 1 kunnen zowel de mishandelingscomponent als de wegneemcomponent niet worden bewezen. Dat geldt ook voor feit 2. Voor feit 3 primair ontbreekt de voorbedachte raad. Er zou hooguit sprake kunnen zijn van het onder 3 meer subsidiair ten laste gelegde doodslag. Feit 4 kan niet worden bewezen, omdat er geen bewijs is dat verdachte in de woning van het slachtoffer is geweest. Voor een bewezenverklaring van feit 5 ontbreekt het opzet en de wederrechtelijkheid, aldus de verdediging.
Het hof overweegt hieromtrent – voor een deel overeenkomstig de rechtbank – het volgende.

Onrechtmatig verkregen bewijs bij gebrek aan een (voldoende) verdenking jegens verdachte?

Uit het dossier blijkt dat de eerste melding over een verdachte situatie op 23 oktober 2012 om 01.15 uur bij de politie binnenkomt. In het park aan de Eisenhowerlaan te Axel zou een blaffende hond rondlopen. Om 01.45 uur is door de ter plaatse gegane verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in dat park een hond, een hondenriem en een pet aangetroffen. Een daar aanwezige getuige verklaarde tegenover verbalisant [verbalisant 2] dat hij de hond herkende als de hond van een oudere man, van 60 – 70 jaar, van wie de auto altijd stond op de plaats waar nu de politieauto's stonden.Omstreeks 02.20 uur zag verbalisant [verbalisant 2] op een pad in het park ook een bloedspoor, dat leidde naar een bloedplas op de rijbaan, ter hoogte van de politieauto's.Omstreeks 02.40 uur kwam verbalisant [verbalisant 1] ter plaatse, die in de nabijheid van deze locatie woonde. Hij wist dat een oudere man daar vaak zijn hond uitliet. Hij vermoedde dat die hond van die man was. Hij wist ook, dat die man altijd met een auto kwam, een grijze personenauto van het merk Mitsubishi, die hij steeds parkeerde voor de hoekwoning aan het begin van de Eisenhowerlaan, op de plaats waar nu een plas bloed lag.Van de meldkamer kreeg verbalisant [verbalisant 1] door dat het vermoedelijk ging om [slachtoffer] was, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te Axel, die een grijze Mitsubishi Carisma met het kenteken [kenteken] op zijn naam had staan. Rond 03.09 uur werd geconstateerd dat die auto zich niet bij die woning bevond.Verbalisant [verbalisant 1] is naar de woning aan de [adres] te Axel gegaan en is omstreeks 03.25 uur met een sleutel die collega's van de buren hadden gekregen de woning binnengetreden. In de woning constateerde hij onder meer dat laden en deuren van kasten geopend waren, dat er spullen op de grond lagen en dat alles doorzocht leek. Door hem werd niemand in de woning aangetroffen.Rond 03.30 uur werden de hond en de pet herkend als de hond en de pet van [slachtoffer] .Omstreeks 05.55 uur zag verbalisant [verbalisant 1] , die ondertussen op weg was naar huis, de auto van [slachtoffer] rijden. Hij zag dat de auto richting het motorcrossterrein aan de Lageweg te Axel reed en net voor het bruggetje stopte, waarna direct een manspersoon uitstapte aan de bijrijderskant. Toen verbalisant [verbalisant 1] achter die auto stopte, reed die auto meteen weg. Verbalisant [verbalisant 1] heeft vervolgens samen met de inmiddels ook ter plaatse gekomen verbalisant [verbalisant 3] de genoemde manspersoon aangehouden als verdachte van artikel 312, eerste en/of tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof is van oordeel dat wanneer de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden (kort gezegd: de in het park aangetroffen, alleen achtergelaten hond, hondenriem en pet van [slachtoffer] , in combinatie met het bloedspoor op het pad, de bloedplas op de rijbaan, de overhoop gehaalde woning van [slachtoffer] , zijn auto die weg was en het feit dat [slachtoffer] zelf niet is aangetroffen) in onderling verband en in samenhang worden bezien, hieruit jegens de passagier van de auto – naar later bleek verdachte – een redelijk vermoeden van schuld voortvloeide aan een vorm van – kort gezegd – diefstal met geweld als bedoeld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht of enig ander strafbaar feit ten aanzien van [slachtoffer] . De stelling van de verdediging dat het ten tijde van de aanhouding van verdachte zeer wel mogelijk was dat [slachtoffer] zelf de bestuurder van de auto was en er met hem dus niets aan de hand was, wordt door het hof als niet aannemelijk ter zijde geschoven, gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden.Dit redelijk vermoeden kon daarom aanleiding vormen voor verdere opsporingshandelingen. Gelet op de geschetste keten aan opsporingsactiviteiten in de nacht van 23 oktober 2012, in combinatie met het relatief korte tijdsbestek waarbinnen een en ander zich heeft afgespeeld, was naar het oordeel van het hof ten tijde van de aanhouding van verdachte sprake van een heterdaadsituatie als bedoeld in artikel 128 van het Wetboek van Strafvordering. De verbalisanten waren daarom op grond van artikel 53, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevoegd de verdachte aan te houden. Overigens, ook als geen sprake zou zijn geweest van een heterdaadsituatie mochten de verbalisanten verdachte aanhouden krachtens artikel 54, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu het optreden van een officier van justitie of een hulpofficier van justitie niet kon afgewacht. Verdachte had er immers vandoor kunnen gaan.Kortom, van een onrechtmatige aanhouding is het hof niet gebleken. Nu naar het oordeel van het hof geen sprake was van een onrechtmatige aanhouding, behoeft de vraag of deze aanhouding al dan niet heeft geleid tot eventueel onrechtmatig verkregen bewijs geen bespreking. Het feit dat verbalisant [verbalisant 1] ervoor heeft gekozen om alleen de passagier van de auto – verdachte – aan te houden en niet achter de bestuurder van de auto aan te gaan – hetgeen het hof met de rechtbank overigens begrijpelijk acht omdat die auto direct na het uitstappen van de passagier wegreed – doet hieraan niet af.
Het verweer wordt derhalve verworpen.

De geloofwaardigheid van de verklaringen van [medeverdachte]

De verdediging heeft aangevoerd dat de door [medeverdachte] afgelegde verklaringen onbetrouwbaar zijn, daarom als kennelijk leugenachtig bestempeld dienen te worden enom die reden niet tot het bewijs kunnen dienen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zijn verklaringen onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen, zijn verklaringen wisselend zijn en innerlijke tegenstrijdigheden bevatten en zijn verklaringen onwaar en soms zelfs fysiek onmogelijk zijn.
Het hof overweegt hieromtrent grotendeels overeenkomstig de rechtbank het volgende.

Uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat [medeverdachte] vlak na het gebeuren overdaderwetenschap beschikte. Zo heeft hij aan [getuige 4] verteld dat hij heeft gehoord dathet slachtoffer op gruwelijke wijze om het leven is gekomen. Het slachtoffer zou 28messteken hebben gekregen, hem zou een oor zijn afgesneden en er zou met een voorwerp op zijn hoofd zijn geslagen. [getuige 4] en [getuige 5] zouden dit verhaal op 24 oktober2012 of 25 oktober 2012 van [medeverdachte] hebben gehoord. [getuige 6] heeft verklaarddat hij op 26 oktober 2012 van [medeverdachte] heeft gehoord dat hij die dag bij de politie isgeweest. De politie zou hem foto's van het slachtoffer hebben laten zien. [medeverdachte] wist tevertellen dat het slachtoffer 28 messteken had en dat zijn ogen helemaal dicht gestomptwaren. Het hof merkt op dat uit het dossier blijkt dat [medeverdachte] op 26 oktober 2012nog niet was aangehouden en ook nog niet met de politie had gesproken over onderhavigezaak en dat hij dus geen foto's van het incident gezien kan hebben. Hiernaast heeft [getuige 3] verklaard dat [medeverdachte] haar heeft verteld dat hij bij de politie foto's heeft gezien vanhet slachtoffer. [getuige 5] had 28 messteken opgelopen, het hoofd van [getuige 5] wasopgezwollen en er was een oor afgesneden.Uit Whatsapp-berichten tussen [getuige 7] en [zus van verdachte] van 24 oktober 2012 blijkt dat [medeverdachte] tegen [zus van verdachte] heeft gezegd dat er veel bloed en tanden lagen. [medeverdachte] heeft deze kennis, zo vlak na het gebeuren, op geen enkele andere wijze kunnen verkrijgen dan er zelf bij aanwezig te zijn geweest. [medeverdachte] heeft hierover zelf verklaard dat het zou kunnen dat hij zijn kennis van het voorval met anderen heeft gedeeld. [medeverdachte] heeft gedurende het opsporingsonderzoek meerdere verklaringen afgelegd. Vanafzijn verhoor bij de politie op 9 november 2012 heeft hij een in grote lijnen dezelfde en voorverdachte belastende verklaring afgelegd in die zin dat verdachte de initiatorwas en ook de geweldshandelingen heeft gepleegd. Deze verklaringen zijn in de kernconsistent en gedetailleerd en stemmen bovendien op essentiële onderdelen overeen met deinhoud van het hierna te bespreken technisch onderzoek (waaronder het Interdisciplinair rapport (epicrise) van het NFI) en andere zich in het dossier bevindende en hierna nader te noemen bewijsmiddelen (waaronder ook verklaringen van verdachte zelf). [medeverdachte] is ter terechtzitting van de rechtbank van 23 maart 2015 in de zaak van verdachte als getuige gehoord. Bij die gelegenheid heeft [medeverdachte] een aantal vragen beantwoord en voor het overige gebruik gemaakt van zijn verschoningsrecht. Ter terechtzitting van de rechtbank van 16 april 2015 heeft [medeverdachte] een verklaring afgelegd in zijn eigen zaak, welke verklaring op verzoek van de raadsman van verdachte ook in diens zaak is gevoegd. [medeverdachte] is vanaf 9 november 2012 op geen enkel moment teruggekomen op zijn voor verdachte belastende verklaring, ook niet ter terechtzitting van het hof op 16 november 2018.
Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep kan worden vastgesteld dat [medeverdachte] met betrekking tot de nacht van 22 op 23 oktober 2012 geen reëel tijdsbesef heeft en dat hij niet kan aangeven wanneer de door hem beschreven handelingen precies – dus met tijdstippen erbij – hebben plaatsgevonden. De verklaring die hij daarvoor heeft gegeven, te weten het vele cocaïnegebruik die avond en nacht, acht het hof plausibel. Dit maakt zijn verklaringen niet meteen onbetrouwbaar aangezien, zoals hiervoor is opgemerkt, de door hem beschreven gebeurtenissen op diverse onderdelen worden ondersteund door ander, waaronder objectief verifieerbaar bewijsmateriaal.

[medeverdachte] heeft op enkele punten een wisselende verklaring afgelegd. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat die wisselingen niet zodanig zijn dat de verklaringen die hij op en na 9 november 2012 heeft afgelegd als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden. Dezewisselingen kunnen ook verklaard worden door de hoeveelheid cocaïne die [medeverdachte] in denacht van 22 op 23 oktober 2012 tot zich zegt te hebben genomen. Dat [medeverdachte] terterechtzitting van de rechtbank op 23 maart 20l5 en 16 april 2015 en ter terechtzitting van het hof op 16 november 2018 niet op alle punten tot in detail hetzelfde heeft verklaard als bij de politie is voorts niet onbegrijpelijk gelet op het tijdsverloop en doet aan de kern van zijn verklaring niets af.
Het hof komt daarom met de rechtbank tot de slotsom dat, nu de genoemde verklaringen van [medeverdachte] steun vinden in objectieve, verifieerbare bewijsmiddelen, die verklaringen voldoende geloofwaardig en betrouwbaar zijn om deze te bezigen voor het bewijs.

In hoger beroep heeft de verdediging nog aangevoerd dat [medeverdachte] , nadat hij zelf onherroepelijk door de rechtbank was veroordeeld voor zijn rol bij de onderhavige feiten, tijdens zijn detentie in de Penitentiaire Inrichting Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht aan medegedetineerden en twee geestelijk verzorgers die in die inrichting werkzaam waren, heeft verteld dat hij – [medeverdachte] – de moord alleen heeft gepleegd. De verdediging heeft in dit kader gewezen op de in hoger beroep ten overstaan van de raadsheer-commissaris afgelegde verklaringen van de getuigen [getuige 8] d.d. 30 juni 2016, [getuige 9] d.d. 3 mei 2018 en [getuige 10] d.d. 18 mei 2018.Het hof stelt echter vast dat uit deze getuigenverklaringen niet blijkt dat [medeverdachte] in de penitentiaire inrichting heeft verteld dat hij de moord op [slachtoffer] heeft gepleegd of dat verdachte er in elk geval niet bij betrokken was en daarom ten onrechte is veroordeeld. De verhalen die [medeverdachte] volgens die getuigen tijdens zijn detentie zou hebben verteld over de feiten waarvoor hij vastzit, zijn voorts wisselend en weinig concreet. Bovendien komen zij niet overeen met het hierna te bespreken andere, objectieve bewijsmateriaal. Het hof gaat daarom aan die getuigenverklaringen voorbij.
Het hof verwerpt bijgevolg het verweer.

Verschoningsrecht geestelijk verzorgers penitentiaire inrichting

In hoger beroep heeft de verdediging ook verzocht om de twee hiervoor bedoelde geestelijk verzorgers uit de Penitentiaire Inrichting Zuid West - De Dordtse Poorten als getuigen te horen over wat [medeverdachte] in hun bijzijn zou hebben verteld over wie verantwoordelijk was voor de dood van [slachtoffer] . Het betreft een humanistisch en een boeddhistisch geestelijk verzorger. Deze getuigen zijn in hoger beroep driemaal opgeroepen om een verklaring af te leggen, eenmaal bij de raadsheer-commissaris en tweemaal ter terechtzitting van het hof. Zij zijn telkens verschenen, maar hebben geweigerd om inhoudelijk een verklaring af te leggen en hebben zich beroepen op hun verschoningsrecht.De verdediging is van mening dat deze getuigen niet zijn aan te merken als geestelijken, dat hun daarom geen beroep op het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering toekomt en dat de verdediging, nu deze twee getuigen telkens hebben geweigerd om te verklaren, een adequate en effectieve ondervragingsmogelijkheid ten aanzien van hen is ontnomen.
Zoals het hof reeds ter terechtzitting van 16 november 2018 heeft overwogen en beslist, is het hof van oordeel dat de beide getuigen, als geestelijk verzorgers, gelet op de aard en de inhoud van die functie, gelijk moeten worden gesteld met een geestelijke. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de getuigen als humanistisch respectievelijk boeddhistisch geestelijk verzorger zijn benoemd. De getuigen kunnen zich daarom op grond van de wet beroepen op het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering. Als verschoningsgerechtigden moet de getuigen daarbij een eigen afweging van belangen verrichten. De getuigen hebben ervoor gekozen het verschoningsrecht niet te doorbreken en geen enkele inhoudelijke vraag in deze zaak te beantwoorden. Het hof dient die beslissing te respecteren. Het maakt voor het oordeel van het hof geen verschil of in dit geval de betreffende wetenschap is verkregen tijdens een persoonlijk of een groepsgesprek. Ook aan het groepsgesprek neemt de geestelijk verzorger uit dien hoofde deel. Hetgeen de geestelijk verzorger tijdens een groepsgesprek is toevertrouwd, valt daarom eveneens onder het verschoningsrecht.

Het hof gaat er van uit dat in de situatie dat een getuige zich van het geven van een getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen verschoont op grond van een daartoe door de wet gegeven bevoegdheid en de getuige dientengevolge weigert antwoord te geven op de vragen die de verdediging hem stelt of doet stellen, een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging van de getuige, zoals gegarandeerd op grond van artikel 6, derde lid, aanhef en onder d, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), ontbreekt (vgl. HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1017). Het gaat in casu bij de geestelijke verzorgers om twee getuigen à decharge, die zich op grond van een wettelijk voorschrift op hun verschoningsrecht hebben beroepen. De betreffende getuigen hebben in het kader van dit onderzoek geen enkele inhoudelijke verklaring afgelegd in welk stadium van de procedure dan ook. De verklaringen van deze getuigen zijn dan ook niet van belang voor het bewijs van de ten laste gelegde feiten, laat staan dat deze verklaringen 'the sole or decisive basis' zouden zijn voor de bewijsvoering (vgl. EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10, Schatschaschwili tegen Duitsland, r.o. 107, onder ii en de daarop gebaseerde jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015). Deze verklaringen zouden wel van belang kunnen zijn in ontlastende zin. Om die reden heeft de verdediging om het horen van deze getuigen gevraagd. Echter, ook in ontlastende zin zouden de getuigen geen doorslaggevende rol kunnen hebben gespeeld in de bewijsvoering. De getuigen zouden immers slechts kunnen worden bevraagd over hetgeen medeverdachte [medeverdachte] hun mogelijk tijdens zijn detentie zou hebben verteld. Het gaat derhalve niet om getuigen die rechtstreeks kennis dragen van de feiten, maar om mogelijke verklaringen van-horen-zeggen. De bron van hetgeen door deze getuigen zou kunnen worden verklaard, is gelegen in de medeverdachte [medeverdachte] . Medeverdachte [medeverdachte] zelf en andere gedetineerden zijn, zoals hierboven reeds is geschetst, in hoger beroep bevraagd over hetgeen door [medeverdachte] in detentie naar voren zou zijn gebracht. De verdediging heeft derhalve de op grond van artikel 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM bestaande aanspraak om op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid getuigen in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen, kunnen effectueren.Het hof is dan ook van oordeel dat het recht op een eerlijk proces niet is geschonden door het feit dat beide geestelijk verzorgers zich op het verschoningsrecht hebben beroepen. Zoals hierboven reeds is betoogd, zijn de verhalen van [medeverdachte] in detentie wisselend en weinig concreet, zodat het hof daaraan voorbijgaat. In plaats daarvan hecht het hof geloof aan hetgeen [medeverdachte] kort na de gebeurtenissen gedetailleerd tegenover de politie heeft verklaard, hetgeen overeenkomt met onder meer het aangetroffen technisch bewijsmateriaal.
De feiten

Het hof gaat op grond van de gebruikte bewijsmiddelen uit van de navolgende feitenen omstandigheden.
Hiervóór zijn onder het kopje 'Onrechtmatig verkregen bewijs bij gebrek aan een (voldoende) verdenking jegens verdachte?' reeds de feiten uiteengezet van de eerste melding op 23 oktober 2012 tot en met de aanhouding van verdachte op diezelfde datum. Deze feiten gelden als hier herhaald en ingelast.Halverwege de ochtend werd, na een melding van een getuige, omstreeks 09.40 uur eenlevenloos lichaam in een sloot aan de Vissersverkorting te Westdorpe aangetroffen. Hetlichaam werd door twee goede bekenden herkend als het lichaam van [slachtoffer] .Het hof stelt op basis van de verklaring van [getuige 11] , de overbuurman van [slachtoffer] , vast dat [slachtoffer] op 23 oktober 2012 omstreeks middernacht nog in leven was en zijn hond ging uitlaten. Immers, [getuige 11] heeft verklaard dat hij rond middernacht het licht in de hal van de woning van [slachtoffer] zag aangaan. Dit was voor hem het signaal dat [slachtoffer] zijn hond ging uitlaten. De personenauto van [slachtoffer] stond op dat moment voor de deur. Op basis hiervan kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] rond middernacht in het park aan de Eisenhowerlaan moet zijn aangekomen.
De radioloog heeft voorafgaand aan de sectie op het lichaam van [slachtoffer] fracturen van dejukbeenboog en het neusbeen waargenomen, alsmede defecten in de ribben.Bij de sectie werd door de patholoog het volgende vastgesteld. Er waren aan beide zijden inhet gezicht, rondom de ogen, op de neus, op de kruin en links en rechts zijwaarts in debehaarde hoofdhuid, en aan de strekzijde van beide armen, beide polsen en beide handen envingers, grote gebieden van onderhuidse bloeduitstortingen met begeleidendehuidkneuzingen en met soms begeleidende onderhuidse zwellingen. Deze letsels zijnontstaan als gevolg van meermalen bij leven opgelopen heftig botsend uitwendig inwerkendgeweld. Volgens de patholoog kunnen deze letsels zijn veroorzaakt door bijvoorbeeld hardslaan/stompen met de handen of een voorwerp, maar ook schoppen met een (geschoeide)voet kan niet worden uitgesloten. De letsels aan de armen kunnen bijvoorbeeld zijnveroorzaakt door stevig vastpakken. Verder werd een scherprandige separatie van een groot deel van de linkeroorschelp vastgesteld.In totaal heeft de patholoog ongeveer 17 bij leven opgelopen scherprandige perforaties,klievingen, steek- en snijverwondingen op het lichaam waargenomen, waarvan een grootdeel zich links voor aan de borst bevond, dicht bijeen en vaak parallel aan elkaar verlopenden onder elkaar gesitueerd dwars op de lengteas van het lichaam. Het hart en de linkerlongzijn daarbij meermalen geraakt. Deze letsels zijn bij leven ontstaan door inwerking vanuitwendig mechanisch scherprandig klievend snijdend geweld zoals door een of meermessen kan zijn veroorzaakt. De torpedovorm van enkele van de steekletsels past bij hetsteken met een eenzijdig snijdend mes.De patholoog concludeert voorts dat de steekletsels aan hart en linkerlong aanleiding hebbengegeven tot massaal bloedverlies en functieverlies van het hart en de linkerlong en dat hetoverlijden daardoor zonder meer wordt verklaard.
Op 22 oktober 2012, omstreeks 14.30 uur, is medeverdachte [medeverdachte] volgens zijn verklaring, bij [getuige 5] aangekomen. Uit de verklaring van [medeverdachte] blijkt verder het volgende. Verdachte was tussen 15.00 uur en 16.30 uur ook bij [getuige 5] . Verdachte heeft die middag tegen [medeverdachte] gezegd dat die om 20.30 uur bij hem moest zijn. Verdachte maakte daarbij een beweging alsof hij een stuur vasthield. [medeverdachte] trok hieruit de conclusie dat verdachte een auto had geregeld. Er was namelijk eerder die week door hen een plan gemaakt om, met een auto, ergens te gaan inbreken, aldus [medeverdachte] .

[medeverdachte] heeft voorts verklaard dat hij rond 20.30 uur op zijn zwart-witte Cube (fiets) naar het huis van verdachte is gefietst. Op het moment dat hij daar aankwam, was verdachte volgens [medeverdachte] niet thuis. Dit wordt bevestigd door [getuige 12] . [medeverdachte] heeft verklaard dat hij daar heeft gewacht en toen verdachte niet kwam, hij om 21.36 uur met de huistelefoon van verdachte naar diens GSM heeft gebeld, hetgeen wordt bevestigd door de telefoongegevens.

[medeverdachte] heeft daarnaast het volgende verklaard. Hij is op aanwijzing van verdachte naar het parkje gefietst, gelegen op de hoek van de Karel Doormanlaan en de Groen van Prinsterenlaan te Axel (hierna: het kleine park) en heeft daar op verdachte gewacht. Bij het kleine park heeft [medeverdachte] verdachte ontmoet en samen zijn zij doorgelopen naar het park aan de Eisenhowerlaan te Axel, dat ook grenst aan de Rooseveltlaan (hierna: het grote park). Terwijl [medeverdachte] doorliep, heeft verdachte de fiets van [medeverdachte] bij zijn eigen moeder weggezet. Ook verdachte heeft verklaard dat hij de fiets van [medeverdachte] bij zijn moeder heeft weggezet. Volgens verdachte is hij vervolgens doorgelopen naar het grote park, zag hij daar [medeverdachte] zitten en is hij naast hem gaan zitten.Omstreeks 22.45 uur zag getuige [getuige 13] [medeverdachte] op een bankje in het park zitten. [medeverdachte] heeft tegen getuige [getuige 13] gezegd dat hij om 22.00 uur had afgesproken en dat zijn maat te laat was. Omstreeks 23.30 uur zag getuige [getuige 14] één man op een bankje zitten. Een kwartier later zag getuige [getuige 15] twee personen op een bankje zitten, waarbij een van beide personen zou hebben gezegd: 'Mooi weer'. Verdachte heeft verklaard dat hij, terwijl hij daar op een bankje zat, tegen een man heeft gezegd dat het mooi weer was voor de tijd van het jaar. [medeverdachte] heeft hierover verklaard dat verdachte uit het park weg is geweest om coke te gaan halen.
Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt verder het volgende. Toen verdachte terugkwam in het grote park, hoorde [medeverdachte] een geluid uit de telefoon van verdachte komen. [medeverdachte] heeft aan verdachte gevraagd wat voor geluid dat was, waarop verdachte antwoordde dat dit betekende dat hij zijn telefoon nog op vliegtuigmodus moest zetten. Uit de telefoongegevens van verdachte blijkt dat er tussen 22 oktober 2012, 23.30 uur en23 oktober 2012, 04.38 uur, geen berichten op diens telefoon zijn binnengekomen. [getuige 12] heeft verklaard dat zij om 00.12 uur nog een bericht naar verdachte heeft gestuurd, welk bericht pas later – namelijk wellicht om 04:38 uur – is aangekomen.De politie heeft bevestigd dat ten tijde van het onderzoek naar de telefoon van verdachte, deze zich in vliegtuigmodus bevond.
[medeverdachte] heeft voorts verklaard dat hij in het grote park aan verdachte heeft gevraagd hoe het nu zat met de auto, waarop verdachte antwoordde dat ze even moesten wachten omdat er tussen 23.00 uur en 02.00 uur een man zijn hondje zou komen uitlaten en deze man zijn auto op de hoek zou parkeren. Wanneer deze man aan zou komen lopen, zou [medeverdachte] , zoals hij heeft verklaard, hem moeten afleiden en zou verdachte de auto wegnemen. [medeverdachte] heeft hieromtrent het volgende verklaard. Wanneer de sleutels niet in het contact zaten, zou verdachte deze man, die [slachtoffer] zou blijken te zijn, een duw geven en zou hij de sleutels van de auto pakken.Tijdens het wachten op [slachtoffer] heeft verdachte de fiets van [medeverdachte] bij zijn moeder gehaald om coke te halen en na terugkomst in het grote park heeft hij die achter de heg bij de hondenren weggezet, aldus [medeverdachte] .Het broertje van verdachte, [broer van verdachte] , heeft bevestigd dat verdachte tussen 23.00 uur en 00.00 uur de fiets van [medeverdachte] is komen halen.Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt verder het volgende. Toen [slachtoffer] uiteindelijk in het grote park arriveerde, is verdachte hem van achteren genaderd, terwijl [medeverdachte] hem bezighield. Verdachte nam een spurt en haalde meteen met volle kracht uit op het achterhoofd van [slachtoffer] . [slachtoffer] ging knock-out en verdachte bleef volgens [medeverdachte] 'als een wild beest op die man (…) kloppen'. Het hoofd van [slachtoffer] stuiterde bij iedere klap op de grond alsof het een basketbal was. Dit heeft zo'n twee tot drie minuten geduurd. Verdachte heeft [slachtoffer] naar de auto van [slachtoffer] gesleurd en heeft tegen [medeverdachte] gezegd dat hij de kofferbak open moest doen. Verdachte heeft hiervoor de sleutels aan [medeverdachte] gegeven. Verdachte heeft [slachtoffer] in de kofferbak gedaan en [medeverdachte] heeft het been en de hand van [slachtoffer] naar binnen geschoven, aldus [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat verdachte tegelijk met de autosleutels de portefeuille van [slachtoffer] met daarin een pinpas heeft weggenomen.Ook heeft [medeverdachte] verklaard dat, nadat [slachtoffer] in de kofferbak was gelegd, [medeverdachte] als bestuurder in de auto van [slachtoffer] is gestapt. Volgens [medeverdachte] zat verdachte op dat moment naast hem op de passagiersstoel en vervolgens zijn ze weggereden.
Ter plaatse is forensisch sporenonderzoek verricht. Tegenover de woning aan de Eisenhowerlaan 26 te Axel werd op het trottoir aan de zijde van het grote park een veegpatroon met bloed aangetroffen. Naast dit veegpatroon werden op het trottoir en op derijbaan met bloed gestempelde schoenspoorfragmenten aangetroffen. Deze sporen zijn bemonsterd en veiliggesteld, onder andere een bloedvlek op de rijbaan onder SIN-nummerAAFQ2236NL. Door het Nederlands Forensisch Instituut (verder: het NFI) werd in debemonstering van deze bloedvlek bloed aangetroffen en veiliggesteld onder SIN-nummerAAFQ2236NL#01. Uit het bloedspoor is een DNA-profiel gedestilleerd dat afkomstig kanzijn van [slachtoffer] . Volgens het NFI is de kans dat een willekeurig persoon hetzelfde DNA-profiel heeft als aangetroffen in het bloedspoor kleiner dan één op één miljard.
Er is door de forensisch onderzoekers verder onderzoek verricht naar aanleiding van het aangetroffen veegpatroon met bloed op de stoep bij het grote park en de met in bloed gestempelde schoenspoorfragmenten. Geconstateerd is dat met betrekking tot deschoenspoorfragmenten een aftekening op de rijbaan zichtbaar was waaruit blijkt dat er eenvoorwerp – waarvan de afmetingen passen bij bijvoorbeeld een personenauto – heeft gestaan waar omheen is gelopen met bebloede schoenen. Uit vergelijkend onderzoek is de conclusie getrokken dat de met bloed gestempelde schoensporen mogelijk veroorzaakt zijn met de linkerschoen van verdachte. In één van deze bloedsporen werd een bebloed fragment aangetroffen dat werd herkend als een mogelijk afgebroken deel van een gebitsprothese.Ter hoogte van de tweede lantaarnpaal in het grote park werd een aantal voorwerpen van [slachtoffer] aangetroffen. Hierbij werd ook een bloedspoor aangetroffen. Dit bloedspoor is bemonsterd en veiliggesteld onder SIN-nummer AAFQ2274NL. Door het NFI werd in deze bemonstering bloed aangetroffen en veiliggesteld onder SIN-nummer AAFQ2274NL#01. Het DNA-profiel uit deze bemonstering kan afkomstig zijn van [slachtoffer] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.Door het NFI is een vergelijkend onderzoek tussen proefafdrukken gemaakt met delinkerschoen van verdachte en de in bloed gestempelde schoensporen uitgevoerd. Deconclusie van het NFI luidt dat het zeer veel waarschijnlijker is wanneer deze schoensporenveroorzaakt zijn met de linkerschoen van verdachte, dan wanneer ze veroorzaakt zijndoor een willekeurige andere linkerschoen van verdachten van misdrijven in Nederland. De omstandigheid dat dit een veel voorkomende schoen is in Nederland, zoals verdachte ter terechtzitting van het hof op 14 januari 2019 heeft aangevoerd, doet hieraan niet af. Uit het onderzoek komt naar voren dat het bij het uitgevoerde onderzoek niet zozeer gaat om het soort schoen waarmee de vergelijking wordt gemaakt, maar in het bijzonder van belang is de bijzondere (slijt)kenmerken van de schoen.
Deze onderzoeksresultaten ondersteunen de verklaring van [medeverdachte] over de aanwezigheiden betrokkenheid van verdachte.
In het verlengde van het bloedspoor op het trottoir werd in het gras een sleepspoor van eenobject met een breedte van ongeveer 67 centimeter waargenomen. Dit sleepspoor begon inhet gras ter hoogte van de tweede lantaarnpaal in het grote park en in het sleepspoor werd opmeerdere afzonderlijke afstanden bloed aangetroffen. [medeverdachte] heeft verklaard dat, nadat [slachtoffer] op de grond lag, verdachte hem bij diens enkels over het gras heeft getrokkenrichting de auto.
[medeverdachte] heeft het volgende verklaard. Nadat [slachtoffer] in de kofferbak was gelegd, is hij– [medeverdachte] – als bestuurder in de auto van [slachtoffer] gestapt. Verdachte zat op dat moment naast hem op de passagiersstoel. [medeverdachte] is weggereden, maar bedacht zich na korte tijd dat zijn fiets nog in het grote park stond. Verdachte is toen uitgestapt en is naar de fiets van [medeverdachte] gelopen, aldus [medeverdachte] . Getuige [getuige 16] heeft verklaard dat zij op 23 oktober 2012 omstreeks 00.20 uur naar aanleiding van een blaffende hond uit het raam keek. Zij zag een persoon bij het bankje bij het hondenuitlaatterrein. Deze persoon pakte een witte tas op, gooide die over zijn rechterschouder en zij hoorde dat hij daarbij vloekte. Vervolgens stapte de persoon op een fiets en fietste het park uit. Zij schatte de persoon ongeveer 30 à 35 jaar oud. Hij was kaal of had heel kort haar. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat het goed kan zijn dat hij degene is geweest die getuige [getuige 16] daar en toen heeft gezien.
Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt verder het volgende. [medeverdachte] is, nadat verdachte was uitgestapt om de fiets in het park op te halen, op aanwijzingen van verdachte, met [slachtoffer] in de kofferbak doorgereden in de richting van de Lageweg te Axel. Hij heeft de auto op het zandpaadje aan de rechterkant voor de brug over de grote kreek geparkeerd en is op een gegeven moment uitgestapt om het geluid niet te horen van een man die veel pijn had. Nadat verdachte de fiets van [medeverdachte] bij hem (verdachte) thuis had gezet, kwam verdachte volgens [medeverdachte] een kleine vijf minuten later op zijn eigen damesfiets aan bij de brug aan de Lageweg en heeft hij deze tegen de reling van de brug gezet.
Omtrent de fiets overweegt het hof het volgende. Verdachte is op 23 oktober 2012 omstreeks 06.00 uur op de brug bij de Lageweg te Axel aangehouden nadat hij uit de auto van [slachtoffer] was gestapt en een tegen de brug geparkeerde fiets had gepakt. Verdachte heeft verklaard dat dit zijn fiets was, dat hij zich niet kan herinneren wanneer hij die daar heeft neergezet, maar dat dit waarschijnlijk ergens in die nacht is geweest, hetgeen past in de verklaring van [medeverdachte] . Ook de verklaring van [getuige 1] , de toenmalige echtgenote van verdachte, ondersteunt de verklaring van [medeverdachte] met betrekking tot de fietsen. Zij heeft namelijk verklaard dat verdachte op 22 oktober 2012 tussen 20.00 uur en 22.00 uur de woning heeft verlaten. Zij heeft hem 's nachts nog horen rommelen in de kelderkast. De volgende ochtend trof zij de fiets van [medeverdachte] aan in de achtertuin van hun woning. De moeder van verdachte is de fiets op 24 oktober 2012 op komen halen.

Over het vervolg heeft [medeverdachte] het volgende verklaard. Nadat verdachte zijn fiets tegen de reling van de brug had gezet, kwam hij naar de auto van [slachtoffer] gelopen, waarna zij beiden zijn ingestapt; [medeverdachte] weer aan de bestuurderskant en verdachte op de bijrijdersplaats. [medeverdachte] heeft verdachte naar eigen zeggen erop gewezen dat [slachtoffer] aan het bijkomen was, hetgeen je kon zien omdat de hoedenplank los kwam. [medeverdachte] is daarop achteruit gereden, waarbij hij flink gas heeft gegeven omdat hij moeilijk weg kon komen. Omdat volgens [medeverdachte] op dat moment de hoedenplank loskwam, moest hij van verdachte stoppen. [medeverdachte] is toen op de brug gestopt en verdachte is uitgestapt, waarbij hij het portier open heeft gelaten. Verdachte heeft de kofferbak open gedaan en heeft de hoedenplank richting het water gesmeten, aldus [medeverdachte] . [medeverdachte] zat naar eigen zeggen op dat moment achter het stuur. Ook heeft [medeverdachte] verklaard dat verdachte [slachtoffer] vervolgens een aantal keren heeft geslagen, waarbij verdachte met luide stem brulde: 'Wat is je pincode?'. Volgens [medeverdachte] is hij daarop uitgestapt en heeft hij tegen verdachte gezegd dat hij moest stoppen, omdat ze in ieders zicht stonden. Verdachte heeft daarop de kofferbak dichtgegooid en is op de bijrijdersstoel gaan zitten, terwijl [medeverdachte] weer op de bestuurdersstoel ging zitten, aldus [medeverdachte] .

Dit deel van de verklaring van [medeverdachte] wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 17] , die op 23 oktober 2012 kort na middernacht op ongeveer 100 meter voor derotonde vanuit de Lageweg het geluid van piepende banden hoorde. Hij zag twee rodeachterlichten van een stilstaande personenauto. Even later hoorde hij een redelijk zwaremannenstem schreeuwen: 'Geef mij je pincode, geef mij je pincode'. De stem kwam vanuit de richting waar de auto stond op de Lageweg. Hij zag op zijn telefoon dat het op dat moment 00.39 uur was. Na ongeveer drie minuten hoorde hij een autoportier dichtslaan enreed de auto met hoge snelheid weg richting het motorcrossterrein. Deze verklaring van [getuige 17] past qua tijd ook bij de verklaring van de getuige [getuige 16] die, zoals hiervoor is vermeld, verdachte nog om 00.20 uur in het grote park heeft gezien toen hij de fiets van [medeverdachte] ophaalde.
De verklaring van [medeverdachte] wordt verder ondersteund door het volgende. Naar aanleidingvan een melding op 24 oktober 2012 van getuige [getuige 18] , dat hij op het talud naast debrug aan de Lageweg te Axel een geel fluorescerend vestje in verpakking en verder in destruiken een krat met daarin een kruissleutel en een sleepkabel heeft zien liggen, zijn verbalisanten van de politie ter plaatse gegaan. Op de schuin aflopende westelijke oever aan de noordelijke zijde van de brug zagen zij in het hoge riet/onkruid een grijs plastic krat liggen met daarin een blauw opgerold touw, een zilverkleurige kruissleutel en een sleepkabel. Verder zagen zij de verpakking van een geel fluorescerend veiligheids-/ zichtbaarheidsves