Uitspraak ECLI:NL:GHSHE:2019:2113

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-06-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 11-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHSHE:2019:2113, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 200.216.015_01 & 200.219.763_01


Bron: Rechtspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team handelsrecht
zaaknummer 200.216.015/01 en 200.219.763/01

arrest van 11 juni 2019

in zaak 200.216.015/01 (“zaak 015”) van

[appellante zaak 015]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,advocaat: mr. F.J. Koningsveld te Breda,
tegen

[geintimeerde zaak 015]

wonende te [woonplaats 1] (Duitsland),geïntimeerde in principaal appel, appellant in incidenteel appel,advocaat: mr. Y.K. Kunze te Kerkrade,
op het bij exploot van dagvaarding van 29 april 2017 ingeleide hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Bergen op Zoom) gewezen vonnissen van 15 juni 2016 en 1 februari 2017 tussen appellante – Classic Master – als gedaagde en geïntimeerde – [geintimeerde zaak 015] – als eiser,

en in zaak 200.219.763/01 (“zaak 763”) van

[appellant zaak 763]

wonende te [woonplaats 1] (Duitsland),appellant,advocaat: mr. Y.K. Kunze te Kerkrade,
tegen

[geintimeerde zaak 763]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,geïntimeerde,advocaat: mr. F.J. Koningsveld te Breda,
op het bij exploot van dagvaarding van 1 mei 2017 ingeleide hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Bergen op Zoom) gewezen vonnis 1 februari 2017 tussen appellant – [appellant zaak 763] – als eiser en geïntimeerde – Classic Master – als gedaagde.

ECLI:NL:GHSHE:2019:2113:DOC
nl

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team handelsrecht
zaaknummer 200.216.015/01 en 200.219.763/01

arrest van 11 juni 2019

in zaak 200.216.015/01 (“zaak 015”) van

[appellante zaak 015]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,advocaat: mr. F.J. Koningsveld te Breda,
tegen

[geintimeerde zaak 015]

wonende te [woonplaats 1] (Duitsland),geïntimeerde in principaal appel, appellant in incidenteel appel,advocaat: mr. Y.K. Kunze te Kerkrade,
op het bij exploot van dagvaarding van 29 april 2017 ingeleide hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Bergen op Zoom) gewezen vonnissen van 15 juni 2016 en 1 februari 2017 tussen appellante – Classic Master – als gedaagde en geïntimeerde – [geintimeerde zaak 015] – als eiser,

en in zaak 200.219.763/01 (“zaak 763”) van

[appellant zaak 763]

wonende te [woonplaats 1] (Duitsland),appellant,advocaat: mr. Y.K. Kunze te Kerkrade,
tegen

[geintimeerde zaak 763]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,geïntimeerde,advocaat: mr. F.J. Koningsveld te Breda,
op het bij exploot van dagvaarding van 1 mei 2017 ingeleide hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Bergen op Zoom) gewezen vonnis 1 februari 2017 tussen appellant – [appellant zaak 763] – als eiser en geïntimeerde – Classic Master – als gedaagde.

1

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2

- de dagvaarding in hoger beroep;- de memorie van grieven in principaal appel;- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;- de memorie van antwoord in incidenteel appel.Het verloop van de procedure in zaak 763 blijkt uit:- de dagvaarding in hoger beroep;- de memorie van grieven tevens eiswijziging tevens “incidenteel appel”, met producties;- de memorie van antwoord.Partijen hebben in beide zaken arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
Het verloop van de procedure in zaak 015 blijkt uit:

overwegingen

3

3.1.
Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken het volgende vast.
loweralpha

Classic Master is gespecialiseerd in de aankoop en verkoop van klassieke auto’s, waaronder de Porsche 911.

Classic Master heeft een auto van het merk Porsche (type 911 SC en datum eerste toelating 24 februari 1979, verder “de Porsche”) te koop aangeboden via de website . In een advertentie is melding gemaakt van “Comfort & interieur (…) – Airco” (productie 14 bij akte van [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] van 7 december 2016).

De Porsche is op 24 februari 2015 gekeurd door Porsche Centrum [vestigingsnaam] . In het keuringsrapport (gevoegd bij productie 1 bij conclusie van antwoord), dat voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] ter beschikking is gesteld, staat op het onderdeel “motor” vermeld: .

Classic Master heeft bij e-mail van 28 april 2015 aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] geschreven:

Tussen [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] en Classic Master is op 1 mei 2015 een koopovereenkomst gesloten (de “koopovereenkomst”). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] kocht daarbij van Classic Master de Porsche voor een prijs van € 36.400,--. Classic Master handelde daarbij in de uitoefening van een bedrijf. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] handelde daarbij als consument. In de koopovereenkomst is vastgelegd dat de mijlenstand 93.703 was.

In de koopovereenkomst is bepaald: In de koopovereenkomst is ook opgenomen dat Nederlands recht van toepassing is en dat de Nederlandse rechter kennis neemt van geschillen.

Classic Master heeft de auto in Nederland aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] geleverd (inleidende dagvaarding, 2.7 en 2.9). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] is op 1 mei 2015 met de Porsche van Nederland naar [woonplaats 1] gereden. In verband met een TÜV-keuring en de toelating van de Porsche op de Duitse weg heeft [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] voor € 5.075,00 aan kosten gemaakt, waaronder € 385,= voor het overschrijven van de auto en € 90,= voor het verzekeren daarvan.

[geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft bij e-mail van 1 juni 2015 aan Classic Master geschreven dat zich met betrekking tot de Porsche gebreken voordoen.

De firma “Auto [autobedrijf] ” (“Auto [autobedrijf] ”) heeft op 30 juni 2015 aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] een offerte uitgebracht ter zake “Reparaturarbeiten ihres Porschemotors” ad € 10.183,31.

De firma “ [Ingenieur- und Sachverständigenbüro] GbR, Ingenieur- und Sachverständigenbüro” (“ [Ingenieur- und Sachverständigenbüro] ”) heeft de Porsche onderzocht, van welk onderzoek op 14 oktober 2015 rapport is uitgebracht. Het rapport bevat – onder andere – een aantal foto’s van de motor van de Porsche in ingebouwde en in uitgebouwde toestand en maakt melding van “abgerissene Stehbolzen”. [Ingenieur- und Sachverständigenbüro] heeft voor haar werk € 515,00 in rekening gebracht aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] .

3.2.
[geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft in eerste aanleg gevorderd:- primair Classic Master te veroordelen € 10.138,00, € 7.000,00, € 515,00 en € 1.500,00 aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] te betalen, te vermeerderen met rente;- subsidiair de koopovereenkomst te ontbinden en Classic Master te veroordelen € 36.400,00, € 5.075,00, € 10.000,00, € 515,00 en € 1.500,00 aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] te betalen, te vermeerderen met rente;
met veroordeling van Classic Master in de kosten van het geding. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de Porsche niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] lijdt naar hij stelt daardoor primair schade: herstel (€ 10.183,81), een airco (€ 7.000,00), een expertiserapport ( [Ingenieur- und Sachverständigenbüro] ; € 515,00) en buitengerechtelijke kosten (€ 1.500,00). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] maakte in eerste aanleg subsidiair aanspraak op terugbetaling van de koopprijs (€ 36.400,00) en een vergoeding voor reparaties (€ 5.075,00), een hogere waarde van de Porsche (€ 10.000,00), expertisekosten (€ 515,00) en buitengerechtelijke kosten (€ 1.500,00).Classic Master heeft verweer gevoerd.
3.3.
De kantonrechter heeft in het vonnis van 15 juni 2016 aan Classic Master bewijs opgedragen en in het vonnis van 1 februari 2017 de koopovereenkomst ontbonden, Classic Master veroordeeld om € 43.184,90 aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] te betalen, te vermeerderen met rente over € 6.784,90 vanaf 24 december 2015 tot de dag der algehele voldoening en Classic Master veroordeeld in de kosten van het geding.
3.4.
Classic Master heeft in principaal appel in zaak 015 vier grieven aangevoerd. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden vonnissen en tot afwijzing van het gevorderde. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft geconcludeerd “te bepalen dat de vorderingen” van Classic Master “worden afgewezen”. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft in incidenteel appel in zaak 015 vier grieven aangevoerd. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft in hoger beroep zijn primaire vordering (betaling van € 10.183,81, € 7.000,00, € 515,00 en € 1.500,00) gehandhaafd en zijn subsidiaire vordering (ontbinding en betaling enz.) ingetrokken. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden vonnissen en tot toewijzing van de aldus gewijzigde vorderingen. Classic Master heeft in het incidenteel hoger beroep verweer gevoerd. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft in zaak 763 de vier grieven aangevoerd die hij in incidenteel appel in zaak 015 heeft aangevoerd en geconcludeerd (kennelijk tot vernietiging van de bestreden vonnissen en) tot toewijzing van de aldus gewijzigde vorderingen. Classic Master heeft verweer gevoerd. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging en tot afwijzing van het gevorderde (in overeenstemming met haar conclusie in zaak 015).Partijen hebben verzocht de zaken te voegen. De zaken zijn op de rol gevoegd.
3.5.
Het hof is bevoegd van de zaken kennis te nemen. Classic Master heeft woonplaats in [woonplaats 2] . Partijen zijn het er kennelijk over eens dat het Nederlandse recht moet worden toegepast op het geschil. Het hof gaat daar dan ook van uit.
3.6.
Het hof overweegt in de eerste plaats dat grief IV in principaal appel en grief 2 in het incidenteel appel in zaak 015 (tevens grief 2 in zaak 763) niet meer beoordeeld hoeven worden voor zover het gaat om de ontbinding. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft zijn subsidiaire vordering, die op de ontbinding betrekking heeft, immers ingetrokken.
3.7.
De grieven in principaal appel in zaak 015 (aangevoerd door Classic Master) komen er in de kern voor het overige op neer dat de Porsche beantwoordt aan de overeenkomst (art. 7:17 BW), zodat er geen ruimte is voor schadevergoeding (of ontbinding). De grieven in incidenteel appel in zaak 015 en de grieven in zaak 763 (aangevoerd door [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] ) komen in de kern neer op het spiegelbeeld daarvan. De grieven in principaal appel en in incidenteel appel in zaak 015 en de grieven in zaak 763 lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
3.8.
Het geschil spitst zich toe op twee punten: de reparaties aan de motor (vordering € 10.183,81) en de airco-installatie (vordering € 7.000,00).
3.9.
Het hof neemt wat betreft de airco het verweer van Classic Master in aanmerking. Classic Master heeft reeds in eerste aanleg uitdrukkelijk aangevoerd dat het ontbreken van een airco geen enkele invloed heeft op de prijs. Gelet op dat verweer had [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] naar het oordeel van het hof nader moeten motiveren en moeten onderbouwen dát er sprake is van waardevermindering. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het gaat om een oldtimer, zodat niet evident is dat het ontbreken van een airco leidt tot waardevermindering. Nu [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] geen nadere toelichting heeft gegeven op dit onderdeel falen de grieven en zal het hof dit onderdeel van de vordering afwijzen.
3.10.
Het hof overweegt wat betreft de motor dat het gaat om de gebroken stiftbouten. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] stelt dat hij tijdens de korte proefrit (voor het aangaan van de koopovereenkomst) een tikkend geluid heeft waargenomen en dat Classic Master bij navraag heeft geantwoord: waarschijnlijk is sprake van een motorinstelling en er is verder niets aan de hand. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] stelt verder dat de Porsche tijdens de rit naar [woonplaats 1] (na het aangaan van de koopovereenkomst) bij een hoger toerental onregelmatig liep (inleidende dagvaarding, 2.9). Classic Master voert aan dat de motor ten tijde van de aankoop goed liep en dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] toen niets heeft gezegd over motorproblemen of een (tikkend) geluid (conclusie van antwoord, 4). Classic Master voert ook aan dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] probleemloos naar [woonplaats 1] is gereden (conclusie van antwoord, 8; conclusie van dupliek). Volgens Classic Master zijn de stiftbouten gebroken door ondeskundig herstel in Duitsland. Met zoveel gebroken stiftbouten kon de Porsche onmogelijk naar [woonplaats 1] rijden, aldus Classic Master. Classic Master beroept zich op het keuringsrapport (3.1 c hiervoor) en de verklaringen van de getuigen [getuige 1] (directeur Classic Master) en [getuige 2] (proces-verbaal van 3 oktober 2016).

3.11.
Het hof overweegt verder dat in art. 7:18 lid 2 BW is bepaald: “Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.” Classic Master heeft zich kennelijk beroepen op de slotzinsnede van dit lid 2 (“tenzij…”). Classic Master heeft immers aangevoerd dat het gaat om een 36 jaar oude auto met een relatief hoge kilometerstand (conclusie van antwoord, 15), waarmee [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] direct na het aangaan van de koopovereenkomst probleemloos naar [woonplaats 1] is gereden (3.10 hiervoor), wat met afgebroken stiftbouten niet mogelijk zou zijn geweest (akte Classic Master van 4 januari 2017, 9). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] is daarop niet ingegaan bij conclusie van repliek. Hij heeft alleen gesteld dat hij voorzichtig is gereden (100 kilometer per uur) en heeft bemerkt dat de motor onregelmatig liep bij een hoger toerental (akte [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] van 7 december 2016). Hij heeft het beroep van Classic Master op de slotzinsnede van art. 7:18 lid 2 BW daarmee niet, althans niet voldoende, weerlegd. Daarom geldt het vermoeden van dat wetsartikel niet. Het is dan aan [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] om te bewijzen dat de Porsche bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord.
3.12.
Voor het geval dit beroep van Classic Master op de slotzinsnede van art. 7:18 lid 2 BW niet zou moeten slagen, is het hof van oordeel dat de kantonrechter Classic Master terecht heeft toegelaten tot het bewijs dat de Porsche bij aflevering wel aan de koopovereenkomst heeft beantwoord, zoals bedoeld in art. 7:18 lid 2 BW en art. 5 lid 3 van richtlijn 1999/44/EG (25 mei 1999, L 171, blz. 12-16). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft immers in dit scenario gemotiveerd gesteld, en Classic Master heeft niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, dat een gebrek (de gebroken stiftbouten) zich heeft voorgedaan binnen zes maanden na de aflevering. Daarom wordt in dit scenario vermoed dat het gebrek aanwezig was op het tijdstip van de aflevering. Partijen hebben hun standpunten daarover voldoende gemotiveerd. Het is dan aan de verkoper (Classic Master) om “bewijs van het tegendeel” te leveren.
3.13.
De bewijslastverdeling is, hoe dan ook, uiteindelijk niet doorslaggevend voor de uitkomst van het geding. Het hof is immers, alles in aanmerking genomen, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat Classic Master, in de situatie zoals omschreven onder 3.12, is geslaagd in het door haar te leveren bewijs. Classic Master heeft bewezen dat de stiftbouten niet gebroken waren bij de aflevering van de Porsche op 1 mei 2015. Dat betekent dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] , in de situatie zoals omschreven onder 3.11, niet is geslaagd in het door hem te leveren bewijs.
3.14.
Het hof betrekt bij dit oordeel in de eerste plaats het keuringsrapport (3.1 c hiervoor). Partijen hebben niets gesteld waaruit volgt dat problemen met de stiftbouten tijdens de keuring zijn waargenomen of uit het rapport blijken.
3.15.
Het hof heeft ook acht geslagen op de verklaring van de getuige [getuige 2] , werkzaam bij Classic Master als monteur. Deze getuige heeft verklaard dat hij net voor de aflevering de Porsche heeft gecontroleerd en daarmee een korte rit heeft gemaakt en dat hem geen bijzonderheden zijn opgevallen. De getuige heeft ook verklaard: Het hof overweegt dat de getuige [getuige 2] monteur is en bij de aflevering betrokken is geweest. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft opgemerkt dat [getuige 2] in dienst is van Classic Master en zich een gesprek over het tikkende geluid bij de proefrit niet kan herinneren (en dat dit Classic Master goed uitkomt). Het hof ziet hierin, in het licht van het keuringsrapport en de overige beschikbare gegevens, geen reden om te twijfelen aan de verklaring van deze getuige.
3.16.
Het hof heeft verder in aanmerking genomen dat de getuige [getuige 1] , directeur/eigenaar van Classic Motors, heeft verklaard dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] geen 1.000 kilometer had kunnen rijden indien de stiftbouten toen al zouden zijn gebroken. [getuige 1] heeft verder verklaard:
3.17.
Het hof overweegt dat [getuige 1] statutair directeur is van de partij die belast is met het leveren van bewijs en derhalve partijgetuige. De door hem als getuige afgelegde verklaring kan daarom alleen bewijs in het voordeel van Classic Master opleveren, indien ander bewijs voorhanden is dat zodanig sterk is en zulke essentiële punten betreft dat het zijn verklaring voldoende geloofwaardig maakt.Het hof is van oordeel dat het keuringsrapport en de hiervoor aangehaalde verklaring van de getuige [getuige 2] bewijs opleveren dat zodanig sterk is en zulke essentiële punten betreft dat het de verklaring van [getuige 1] voldoende geloofwaardig maakt. De verklaringen van deze getuigen vinden steun in het keuringsrapport. Uit het rapport en de verklaringen volgt dat de Porsche in goede staat verkeerde. Uit de verklaringen volgt dat er geen bijzonderheden waren wat betreft de motor. De getuige [getuige 1] heeft (zoals [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] opmerkt) weliswaar verklaard dat hij “niet deskundig” is wat betreft de termen kopbouten en stiftbouten, maar uit zijn verklaring blijkt dat hij ruime ervaring heeft met auto’s van het merk Porsche.
3.18.
Bij het voorgaande komen nog de schriftelijke verklaringen van [getuige 3] van [classics] Classics en [getuige 4] , after sales manager bij Porsche Centrum [vestigingsnaam] . [getuige 3] heeft in zijn schriftelijke verklaring van 22 juni 2016 geschreven (vonnis van 1 februari 2017, 2.2.3; productie 2 bij akte van 20 juli 2016): [getuige 4] heeft in een schriftelijke verklaring geschreven (vonnis van 1 februari 2017, 2.2.4; productie 3 bij akte van 20 juli 2016):
“Als er van 1 cilinderrij 4 bouten zijn afgebroken zal dit zeker in koude toestand een zodanig “lekkend” geluid geven dat dit zeker hoorbaar moet zijn geweest. Ook is het onwaarschijnlijk dat dit gedurende de rit van 1000 km niet is waargenomen. Het is dus aannemelijk dat ten tijde van de aankoop en de verreden rit er geen sprake was van de later aangegeven hoeveelheid afgebroken bouten. Deze zijn in een latere fase afgebroken.”

Uit deze verklaringen volgt dat het gebrek bij vier gebroken stiftbouten (in één rij), dan wel twee of meer gebroken bouten bij dezelfde cilinder, hoorbaar moet zijn geweest. Deze verklaringen bieden aldus, in aanvulling op al het voorgaande, steun voor de conclusie dat het gebrek niet aanwezig was bij de aflevering van de Porsche op 1 mei 2015.
3.19.
Het hof heeft ook acht geslagen op de standpunten en producties van [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] (3.10-11 hiervoor). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] stelt dat hij tijdens de korte proefrit een tikkend geluid heeft waargenomen, dat Classic Master ( [getuige 2] ) hem vertelde dat er niets aan de hand was en dat de Porsche tijdens de rit naar [woonplaats 1] bij een hoger toerental onregelmatig liep. Het hof overweegt dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] geen getuigen heeft voorgebracht. Hij heeft niet als getuige verklaard over het tikkende geluid, de gestelde reactie van Classic Master en het onregelmatig lopen van de motor. Uit de verklaring van de getuige [getuige 2] volgt dat er geen bijzonderheden waren. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft geen duidelijke, concrete verklaring overgelegd van deskundigen die de Porsche hebben onderzocht en tot bevindingen zijn gekomen over het tijdstip waarop de stiftbouten zijn gebroken en de oorzaak daarvan (bijvoorbeeld: waren de afgebroken vlakken van de bouten direct na de rit naar [woonplaats 1] schoon, of reeds zeer vervuild?) (memorie van grieven in principaal appel, nr. 10 slot). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft niets gesteld over de staat van de afgebroken bouten. Hij heeft deze niet voor onderzoek ter beschikking gesteld. De overgelegde rapporten en e-mails (producties 8 en 12 in eerste aanleg) zijn onvoldoende concreet. Uit de foto’s (gevoegd bij productie 8 bij inleidende dagvaarding) kan zonder nadere toelichting niets relevants worden afgeleid. De e-mails (productie 12) gaan over het algemene punt dat afgebroken stiftbouten bij dit type voorkomen. Dit legt echter, bezien in samenhang met het door [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] genoemde “tikkende geluid” tijdens de proefrit en de stellingen dat de Porsche olie lekte en zweette en bij een hoger toerental onregelmatig liep, onvoldoende gewicht in de schaal. Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] volgt dat het zweten niet samenhangt met eventuele gebroken stiftbouten.
3.20.
[geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft er ook op gewezen dat niet duidelijk is in hoeverre het gebrek hoorbaar is indien twee of drie stiftbouten gebroken zijn (memorie van antwoord in principaal appel, 1.17). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] voert aan dat de auto kan rijden met gebroken stiftbouten. Het hof verwerpt deze stellingen. Het hof acht het keuringsrapport, de verklaringen van de getuigen en de door Classic Master overgelegde producties betrouwbaar en overtuigend.
3.21.
Het hof is van oordeel dat Classic Master gelet op al het voorgaande, in onderling verband bezien, is geslaagd in het door haar te leveren (tegen)bewijs.
3.22.
Het hof heeft bij het voorgaande betrokken dat de Porsche is verkocht “in de staat waarin deze zich bevindt” en dat “op geen enkele wijze garantiebepalingen van toepassing zijn” (3.1 f hiervoor). Dit neemt niet weg dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] bij het aangaan van de koopovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten veilig op de openbare weg met de Porsche te kunnen rijden. Partijen hebben immers duidelijk beoogd dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] naar [woonplaats 1] ging rijden. Maar deze overeengekomen bepalingen maken wel duidelijk dat de Porsche voor het overige (met eventuele gebreken en slijtage) vanaf 1 mei 2015 voor rekening en risico van [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] was.
3.23.
Het hof overweegt wat betreft het (tegen)bewijsaanbod van [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] dat [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] in eerste aanleg de gelegenheid heeft gehad voor bewijslevering (in contra-enquête). [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft geen gebruik gemaakt van die gelegenheid. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft in hoger beroep opgemerkt dat de Porsche intussen is gerenoveerd, waaruit het hof opmaakt dat de Porsche niet meer beschikbaar is voor onderzoek. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft in hoger beroep verwezen naar zijn (tegen)bewijsaanbod in eerste aanleg, maar hij heeft niet naar voren gebracht dat hij alsnog, bij wijze van herstel van een fout, (tegen)bewijs wenst te leveren. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] heeft niet uitgelegd wat hij nu alsnog wenst toe te voegen aan de bewijsverrichtingen in eerste aanleg. Het hof zou [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] tot het leveren van (tegen)bewijs hebben toegelaten indien hij kenbaar zou hebben gemaakt een fout te willen herstellen, maar hij heeft dat zoals overwogen nagelaten. Het hof passeert het (tegen)bewijsaanbod op deze gronden.
3.24.
Het voorgaande betekent dat de vordering van [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] tot vergoeding van € 10.183,81 terecht is afgewezen door de kantonrechter. De grieven in incidenteel appel in zaak 015 en de grieven in zaak 763 falen in zoverre. Het voorgaande betekent ook dat de vorderingen met betrekking tot de kosten van de expertise en de buitengerechtelijke kosten moeten worden afgewezen. De grieven die in beide zaken daarop betrekking hebben, falen.
3.25.
De beoordeling leidt tot de volgende conclusies. De grieven in principaal appel in zaak 015 slagen. De grieven in incidenteel appel in zaak 015 en de grieven in zaak 763 behoeven geen behandeling en worden in het midden gelaten voor zover gericht tegen de ontbinding van de koopovereenkomst. De grieven in incidenteel appel in zaak 015 en de grieven in zaak 763 falen voor het overige. De bestreden vonnissen zullen worden vernietigd. Het door [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] gevorderde zal worden afgewezen. [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Gelijkluidende processtukken zijn in beide zaken in hoger beroep genomen, zodat deze stukken één keer worden meegeteld voor de proceskosten.
4

in principaal appel en in incidenteel appel in zaak 015 en in zaak 763

Het hof:

vernietigt de bestreden vonnissen;

en opnieuw rechtdoende

wijst af het door [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] gevorderde;

veroordeelt [geintimeerde in zaak 015 en appellant in zaak 763] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Classic Master begroot op nihil voor vastrecht en € 4.296,00 voor salaris advocaat in eerste aanleg, en in hoger beroep op € 80,42 voor exploot van dagvaarding, € 5.200,00 en € 1.952,00 voor vastrecht en € 1.611,00 voor salaris advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M. van Ham, R.J.M. Cremers en L.S. Frakes en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 juni 2019.

griffier rolraadsheer