Uitspraak ECLI:NL:GHSHE:2019:1017

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-03-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 15-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHSHE:2019:1017, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 20-001277-15


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:GHSHE:2019:1017:DOC
nl

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-001277-15 Uitspraak : 15 maart 2019TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 7 april 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-997004-13 tegen:

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum in het jaar] 1969, wonende te [woonadres] .
Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde bewezen verklaard, dat gekwalificeerd als:- ‘valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ (feiten 1 en 2) en- ‘opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ (feiten 3 en 4), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.
Namens de verdachte en door de officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder de feiten 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest.

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de appelmemorie te laat is ingediend. Voorts heeft de raadsman integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd, in die zin dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet overeenkomt met de straffen die blijkens jurisprudentie in soortgelijke gevallen zijn opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie


1.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en/of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 februari 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, 9, althans een of meerdere geschrift(en) te weten: (zaak 1, AMB-054, pg. 354 t/m 367 proces-verbaal) - een factuur met nummer 12200022 (DOC 3348, pg. 4279 proces-verbaal) en/of - een pakbon met nummer 108822 (DOC 3349, pg. 4280 proces-verbaal) en/of - een pakbon met nummer 108787 (DOC 3351, pg. 4282 proces-verbaal) en/of (zaak 2, AMB-042, pg. 248 t/m 268 proces-verbaal) - een pakbon met nummer 123252 (DOC 031, pg. 898 proces-verbaal) en/of - een factuur met nummer 12204916 (DOC 023, pg. 890 proces-verbaal) en/of - een verklaring van 12 november 2012 (DOC 033, pg. 900 proces-verbaal) en/of (zaak 3, AMB-031, pg. 179 t/m 195 proces-verbaal) - een factuur met nummer 12302240 (DOC 597, pg. 1468 proces-verbaal) en/of - een verklaring van 17 januari 2013 (DOC 925, pg. 1796 proces-verbaal) en/of (zaak 4, AMB-017, pg. 123 t/m 136 proces-verbaal) - een verklaring van 31 januari 2013 (DOC 913, pg. 1784 proces-verbaal), ten aanzien van een partij vlees gefactureerd onder nummer 12202666 (DOC 900, pg. 1771 proces-verbaal),die (telkens) bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of heeft/hebben laten opmaken dan wel heeft/hebben vervalst of heeft/hebben laten vervalsen, door (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid: (zaak 1) - op de factuur met nummer 12200022 en/of op de pakbon(nen) met nummer 108822 en/of 108787 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' te (laten) vermelden terwijl in werkelijkheid het artikel/product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of (zaak 2) - op de pakbon met nummer 123252 en/of op de factuur met nummer 12204916 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' te (laten) vermelden terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of - in de verklaring van 12 november 2012 te (laten) verklaren dat geen paardenvlees wordt en/of werd verwerkt en/of dat geen paardenvlees aan [afnemer 1] B.V. te Oss was geleverd, terwijl in werkelijkheid paardenvlees was verwerkt en/of (aan [afnemer 1] B.V.) was geleverd en/of (zaak 3) - op de factuur met nummer 12302240 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' te (laten) vermelden terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of - in de verklaring van 17 januari 2013 te (laten) verklaren dat 100% rundvlees was geproduceerd en/of dat alleen rundvlees werd verwerkt, terwijl in werkelijkheid zowel rund- als paardenvlees was geproduceerd/verwerkt en/of (zaak 4) - in de verklaring van 31 januari 2013 te (laten) verklaren dat de partij rundersnippers 70/30 zoals gefactureerd onder nummer 12202666 slechts bestond uit rundvlees, terwijl in werkelijkheid deze partij uit zowel rund- als paardenvlees bestond, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte tot het plegen van vorenomschreven feit(en) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan die verboden gedraging(en) (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
2.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en/of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 1 april 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, 19, althans een of meerdere geschrift(en) waaronder: (zaak 5, AMB-049, pg. 293 t/m 318 proces-verbaal) - een factuur met nummer 12305257 (DOC 2902, pg. 3832 proces-verbaal) en/of - een factuur met nummer 12205773 (DOC 884, pg. 1755 proces-verbaal) en/of - een factuur met nummer 12205464 (DOC 994, pg. 1866 proces-verbaal), die (telkens) bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen (telkens) valselijk hebben/heeft opgemaakt of hebben/heeft laten opmaken dan wel hebben/heeft vervalst of hebben/heeft laten vervalsen, door (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid: (zaak 5) - op de factuur met nummer 12305257 een levering (van snippers 90/10) te (laten) vermelden, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden en/of - op de factuur met nummer 12205773 een levering (van snippers 60/40) te (laten) vermelden, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden en/of - op de factuur met nummer 12205464 een levering (van magerfleisch 80/20) te (laten) vermelden, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte tot het plegen van vorenomschreven feit(en) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan die verboden gedraging(en) (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
3.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en/of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 februari 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt of heeft laten maken van 14, althans een of meerdere vals(e) of vervalst(e) geschrift(en) te weten: (zaak 1, AMB-054, pg. 354 t/m 367 proces-verbaal) - een factuur met nummer 12200022 (DOC 3348, pg. 4279 proces-verbaal) en/of - een pakbon met nummer 108822 (DOC 3349, pg. 4280 proces-verbaal) en/of - een pakbon met nummer 108787 (DOC 3351, pg. 4282 proces-verbaal) en/of - een weeglijst met nummer 9997 (DOC 1082, pg. 1954 proces-verbaal) en/of - een weeglijst met nummer 10237 (DOC 1166, pg. 2038 proces-verbaal) en/of (zaak 2, AMB-042, pg. 248 t/m 268 proces-verbaal) - een pakbon met nummer 123252 (DOC 031, pg. 898 proces-verbaal) en/of - een factuur met nummer 12204916 (DOC 023, pg. 890 proces-verbaal) en/of - een weeglijst met nummer 11956 (DOC 622, pg. 1493 proces-verbaal) en/of - een weeglijst met nummer 11803 (DOC 613, pg. 1484 proces-verbaal) en/of - een verklaring van 12 november 2012 (DOC 033, pg. 900 proces-verbaal) en/of(zaak 3, AMB-031, pg. 179 t/m 195 proces-verbaal) - een factuur met nummer 12302240 (DOC 597, pg. 1468 proces-verbaal) en/of - een weeglijst met nummer 11311 (DOC 635, pg. 1506 proces-verbaal) en/of - een verklaring van 17 januari 2013 (DOC 925, pg. 1796 proces-verbaal) en/of (zaak 4, AMB-017, pg. 123 t/m 136 proces-verbaal) - een verklaring van 31 januari 2013 (DOC 913, pg. 1784 proces-verbaal), ten aanzien van een partij vlees gefactureerd onder nummer 12202666 (DOC 900, pg. 1771 proces-verbaal),(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat (laten) gebruikmaken (telkens) hierin dat [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en/of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. (telkens) voornoemd(e) geschriften in haar (bedrijfs)administratie heeft/hebben opgenomen of laten opnemen en/of voornoemde factu(u)r(en) en/of pakbon(nen) en/of verklaring(en) aan haar klant(en)/afnemer(s) heeft/hebben verzonden of laten verzenden althans ter beschikking gesteld of laten stellen en bestaande die valsheid of vervalsing telkens hierin dat (zaak 1) - op de factuur met nummer 12200022 en/of op de pakbon(nen) met nummer 108822 en/of 108787 onder de artikel/omschrijving (telkens) 'snippers 70/30 diepvries' was vermeld, terwijl in werkelijkheid het artikel/product (telkens) uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of - op de weeglijst(en) met nummer 9997 en/of 10237 onder artikel/omschrijving (telkens) 'half rund vr' was vermeld terwijl in werkelijkheid het artikel/product (telkens) uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of (zaak 2) - op de pakbon met nummer 123252 en/of op de factuur met nummer 12204916 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' was vermeld terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of - op de weeglijst met nummer 11956 en/of op de weeglijst met nummer 11803 onder artikel/omschrijving 'half rund vr' was vermeld terwijl in werkelijkheid het product uit (onder meer) zowel rund- als paardenvlees bestond en/of - in een verklaring van 12 november 2012 was verklaard dat geen paardenvlees wordt en/of werd verwerkt en/of dat geen paardenvlees aan [afnemer 1] B.V. te Oss was geleverd, terwijl in werkelijkheid paardenvlees was verwerkt en/of (aan [afnemer 1] B.V.) was geleverd en/of (zaak 3) - op de factuur met nummer 12302240 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' was vermeld terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of - op de weeglijst met nummer 11311 onder artikel/omschrijving 'half rund vr' was vermeld terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en/of - in een verklaring van 17 januari 2013 was verklaard dat 100% rundvlees was geproduceerd en/of dat alleen rundvlees werd verwerkt, terwijl in werkelijkheid zowel rund- als paardenvlees was geproduceerd/verwerkt en/of (zaak 4) - in een verklaring van 31 januari 2013 was vermeld dat een partij rundersnippers 70/30 slechts bestond uit rundvlees, terwijl in werkelijkheid de partij uit zowel rund- als paardenvlees bestond,zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte tot het plegen van vorenomschreven feit(en) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan die verboden gedraging(en) (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
4.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en/of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 1 april 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt of laten maken van 19, althans een of meerdere vals(e) of vervalst(e) geschrift(en) waaronder:(zaak 5, AMB-049, pg. 293 t/m 318 proces-verbaal) - een factuur met nummer 12305257 (DOC 2902, pg. 3832 proces-verbaal) en/of - een factuur met nummer 12205773 (DOC 884, pg. 1755 proces-verbaal) en/of - een factuur met nummer 12205464 (DOC 994, pg. 1866 proces-verbaal), (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en/of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. (telkens) voornoemd(e) geschriften in haar (bedrijfs)administratie heeft/hebben opgenomen of laten opnemen en/of voornoemde factu(u)r(en) (aan [factoreringmaatschappij] B.V.) heeft/hebben verzonden of laten verzenden althans ter beschikking gesteld of laten stellen en bestaande die valsheid of vervalsing telkens hierin dat: (zaak 5) - op de factuur met nummer 12305257 een levering (van snippers 90/10) was vermeld, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden en/of - op de factuur met nummer 12205773 een levering (van snippers 60/40) was vermeld, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden en/of - op de factuur met nummer 12205464 een levering (van magerfleisch 80/20) was vermeld,terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte tot het plegen van vorenomschreven feit(en) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan die verboden gedraging(en) (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.
De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep, omdat niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur houdende grieven ter griffie van de rechtbank is ingediend. Op grond van artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is het aan de rechter overgelaten of hij na weging en waardering van de omstandigheden van het geval hieraan de sanctie van niet-ontvankelijkheid zal verbinden. Nu er geen plausibele reden is gegeven ter rechtvaardiging van de te late indiening van de schriftuur houdende grieven, dient het hof aan de termijnoverschrijding de sanctie van niet-ontvankelijkheid te verbinden, aldus de verdediging.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Artikel 410, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt, voor zover hier van belang, dat de officier van justitie binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, dient in te dienen op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen.Artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat indien van de zijde van het Openbaar Ministerie geen schriftuur houdende grieven als bedoeld in artikel 410, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is ingediend, het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak zelf niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Op grond van bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad en in het licht van de parlementaire geschiedenis is deze bepaling mede van toepassing op een geval waarin de schriftuur, ook wel appelmemorie genoemd, niet tijdig is ingediend.
Het hof stelt vast dat de officier van justitie bij akte van 20 april 2015 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank van 7 april 2015. Aan de akte is een zogenaamd grievenformulier gehecht, eveneens gedateerd 20 april 2015, met een opgave van de bezwaren van het Openbaar Ministerie, waarop is aangekruist dat het hoger beroep is gericht tegen:(…)C. de vrijspraak van het feit/de feiten ten laste gelegd onder de nrs. 2, 3, 4. (…)E. de opgelegde straf, met name tegen:de onvoldoende hoogte van de straf.Tevens is vermeld dat het een volgappel betreft.
Op 3 november 2015, dus ruim 6,5 maand na indiening van het grievenformulier, is ter griffie van de rechtbank de appelmemorie ontvangen. De reden voor het eerst op 3 november 2015 indienen van een appelmemorie is, zoals de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep heeft medegedeeld, gelegen in de werkdruk op het parket.

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of deze omstandigheid, dat eerst op 3 november 2015 een (nadere) appelmemorie is ingediend, in het concrete geval tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dient te leiden. Daartoe dient te worden beoordeeld welk belang dient te prevaleren: dat van de behandeling van het appel van het Openbaar Ministerie in hoger beroep of het belang van een scherpe sanctionering van de tekortkoming. Het hof is van oordeel dat het pas op 3 november 2015 indienen van de (nadere) appelmemorie in het onderhavige geval niet dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring. Bij die beoordeling heeft het hof acht geslagen op de volgende feiten en omstandigheden.

Allereerst neemt het hof in aanmerking dat de officier van justitie bij gelegenheid van het instellen van het hoger beroep op 20 april 2015 op het grievenformulier d.d. 20 april 2015, dat achter de akte van beroep is gevoegd, te kennen heeft gegeven dat het appel is gericht tegen de deelvrijspraken van de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten en de hoogte van de strafoplegging. Aldus was reeds op 20 april 2015 genoegzaam duidelijk welke grieven het Openbaar Ministerie, in ieder geval op hoofdpunten, had tegen het bestreden vonnis. In die zin is van een te late indiening van een schriftuur houdende grieven geen sprake.

De grieven zijn vervolgens nader onderbouwd bij appelmemorie van 3 november 2015.Uit hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte en diens raadsman is aangevoerd, is niet gebleken dat de indiening van de (nadere) appelmemorie op 3 november 2015 voor de verdediging, ook met betrekking tot de deelvrijspraken en de strafoplegging, een beletsel heeft gevormd voor een goede voorbereiding van de behandeling van de zaak. In dit verband heeft het hof in aanmerking genomen dat de zaak reeds ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2017 voor regie is behandeld, bij welke gelegenheid de verdediging diverse onderzoekswensen heeft ingediend en de zaak vervolgens inhoudelijk op de zittingen van 6 en 22 februari 2019 is behandeld.
Bovendien is het hof van oordeel dat, gelet op de in deze zaak ter discussie staande aspecten die verband houden met de verdenking van fraude in de voedselketen (vleeshandel) en de impact van de zaak, het maatschappelijk belang van deze zaak zodanig is dat het belang van het appel van het Openbaar Ministerie zwaarder behoort te wegen dan het belang dat is gemoeid met het verbinden van niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep aan het verzuim om tijdig een (nadere) appelmemorie in te dienen.
Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

1.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 februari 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, 9 geschriften, te weten: - een factuur met nummer 12200022 en - een pakbon met nummer 108822 en - een pakbon met nummer 108787 en - een pakbon met nummer 123252 en - een factuur met nummer 12204916 en - een verklaring van 12 november 2012 en- een factuur met nummer 12302240 en - een verklaring van 17 januari 2013 en - een verklaring van 31 januari 2013, ten aanzien van een partij vlees gefactureerd onder nummer 12202666,die telkens bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen telkens valselijk heeft laten opmaken, door telkens valselijk en in strijd met de waarheid: - op de factuur met nummer 12200022 en op de pakbonnen met nummers 108822 en 108787 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' te laten vermelden terwijl in werkelijkheid het artikel/product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - op de pakbon met nummer 123252 en op de factuur met nummer 12204916 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' te laten vermelden terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - in de verklaring van 12 november 2012 te laten verklaren dat geen paardenvlees wordt en werd verwerkt en dat geen paardenvlees aan [afnemer 1] B.V. te Oss was geleverd, terwijl in werkelijkheid paardenvlees was verwerkt en aan [afnemer 1] B.V. was geleverd en- op de factuur met nummer 12302240 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' te laten vermelden terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - in de verklaring van 17 januari 2013 te laten verklaren dat 100% rundvlees was geproduceerd en dat alleen rundvlees werd verwerkt, terwijl in werkelijkheid zowel rund- als paardenvlees was geproduceerd/verwerkt en - in de verklaring van 31 januari 2013 te laten verklaren dat de partij rundersnippers 70/30 zoals gefactureerd onder nummer 12202666 slechts bestond uit rundvlees, terwijl in werkelijkheid deze partij uit zowel rund- als paardenvlees bestond, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte aan die verboden gedragingen telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
2.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op tijdstippen in de periode van 1 november 2012 tot en met 1 april 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, geschriften, te weten: - een factuur met nummer 12305257 en - een factuur met nummer 12205773,die telkens bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen telkens valselijk heeft laten opmaken, door telkens valselijk en in strijd met de waarheid: - op de factuur met nummer 12305257 een levering van snippers 90/10 te laten vermelden, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden en - op de factuur met nummer 12205773 een levering van snippers 60/40 te laten vermelden, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte aan die verboden gedragingen telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
3.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 februari 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt of heeft laten maken van 14 valse geschriften, te weten: - een factuur met nummer 12200022 en - een pakbon met nummer 108822 en - een pakbon met nummer 108787 en - een weeglijst met nummer 9997 en - een weeglijst met nummer 10237 en - een pakbon met nummer 123252 en - een factuur met nummer 12204916 en - een weeglijst met nummer 11956 en - een weeglijst met nummer 11803 en - een verklaring van 12 november 2012 en- een factuur met nummer 12302240 en - een weeglijst met nummer 11311 en - een verklaring van 17 januari 2013 en - een verklaring van 31 januari 2013, ten aanzien van een partij vlees gefactureerd onder nummer 12202666, elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat (laten) gebruikmaken telkens hierin dat [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. voornoemde geschriften in haar bedrijfsadministratie heeft laten opnemen en/of voornoemde facturen en pakbonnen en verklaringen aan haar klanten/afnemers heeft laten verzenden, althans ter beschikking laten stellen en bestaande die valsheid telkens hierin dat: - op de factuur met nummer 12200022 en op de pakbonnen met nummers 108822 en 108787 onder de artikel/omschrijving telkens 'snippers 70/30 diepvries' was vermeld, terwijl in werkelijkheid het artikel/product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - op de weeglijsten met nummer 9997 en 10237 onder artikel/omschrijving telkens 'half rund vr' was vermeld, terwijl in werkelijkheid het artikel/product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - op de pakbon met nummer 123252 en op de factuur met nummer 12204916 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' was vermeld, terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - op de weeglijst met nummer 11956 onder artikel/omschrijving 'half rund vr' was vermeld terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - op de weeglijst met nummer 11803 onder artikel/omschrijving 'half rund vr' was vermeld terwijl in werkelijkheid het product onder meer uit paardenvlees bestond en - in een verklaring van 12 november 2012 was verklaard dat geen paardenvlees wordt en werd verwerkt en dat geen paardenvlees aan [afnemer 1] B.V. te Oss was geleverd, terwijl in werkelijkheid paardenvlees was verwerkt en aan [afnemer 1] B.V. was geleverd en - op de factuur met nummer 12302240 onder artikel/omschrijving 'snippers 70/30 diepvries' was vermeld, terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - op de weeglijst met nummer 11311 onder artikel/omschrijving 'half rund vr' was vermeld, terwijl in werkelijkheid het product uit zowel rund- als paardenvlees bestond en - in een verklaring van 17 januari 2013 was verklaard dat 100% rundvlees was geproduceerd en dat alleen rundvlees werd verwerkt, terwijl in werkelijkheid zowel rund- als paardenvlees was geproduceerd/verwerkt en - in een verklaring van 31 januari 2013 was vermeld dat een partij rundersnippers 70/30 slechts bestond uit rundvlees, terwijl in werkelijkheid de partij uit zowel rund- als paardenvlees bestond,zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte aan die verboden gedragingen telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
4.[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., op tijdstippen in de periode van 1 november 2012 tot en met 1 april 2013, in de gemeente Oss, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, te weten:- een factuur met nummer 12305257 en- een factuur met nummer 12205773,elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. telkens voornoemde geschriften in haar bedrijfsadministratie heeft laten opnemen en voornoemde facturen aan [factoreringmaatschappij] B.V. heeft laten verzenden, althans ter beschikking laten stellen en bestaande die valsheid telkens hierin dat: - op de factuur met nummer 12305257 een levering van snippers 90/10 was vermeld, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden en - op de factuur met nummer 12205773 een levering van snippers 60/40 was vermeld, terwijl in werkelijkheid voornoemde levering nooit heeft plaatsgevonden, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl verdachte aan die verboden gedragingen telkens feitelijke leiding heeft gegeven.
bold

bold

Inleiding

Uit het dossier blijkt dat [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. gezamenlijk vanuit Oss een internationaal opererende onderneming hebben gedreven, die zich bezig hield met het inkopen, uitbenen en het versnijden van rundvlees en het verhandelen van dat vlees. [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. is opgericht op 29 oktober 1998 en [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. is opgericht op 16 maart 2000.De holding [holding/houdstermaatschappij] B.V., opgericht op 29 oktober 1998, waarvan de verdachte enig aandeelhouder en bestuurder was, was bestuurder en enig aandeelhouder van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en bestuurder van [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. De verdachte was voorts enig aandeelhouder van [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. De verdachte bepaalde naar eigen zeggen wat er gebeurde binnen de ondernemingen, hij was de baas.
De onderneming leverde aan verschillende slagerijen en aan de vleesverwerkingsindustrie in binnen- en buitenland. Afhankelijk van de omstandigheid bij welke van de twee vennootschappen de door de factoringmaatschappij [factoreringmaatschappij] B.V. gehanteerde kredietlimiet nog ruimte bood, vond de levering van het vlees en de facturering daarvan afwisselend plaats door hetzij [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V., hetzij [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V.

Uit Ierland en het Verenigd Koninkrijk zijn meldingen gekomen dat paardenvlees was aangetroffen in hamburgers die volledig uit rundvlees zouden moeten bestaan. Ook was er CIE-informatie dat binnen de onderneming van verdachte [verdachte] paardenvlees vermengd werd met rundvlees en het product vervolgens als rundvlees werd verkocht. Voorts was door een van de afnemers van de onderneming van verdachte [verdachte] , te weten hamburgerproducent [afnemer 1] B.V., een intern onderzoek ingesteld. De conclusie daarvan was dat DNA van paarden in de door [afnemer 1] B.V. geproduceerde hamburgers was aangetroffen. De vleessnippers die in die hamburgers waren verwerkt, bleken afkomstig te zijn van de onderneming van verdachte [verdachte] . Er waren door [afnemer 1] B.V. rundersnippers besteld.Daarop is vanaf eind januari 2013 een strafrechtelijk onderzoek, genaamd Loet, ingesteld naar de verdachten [verdachte] , [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. Op 15 februari 2013 heeft een doorzoeking plaatsgevonden op de bedrijfslocatie van de onderneming en de woning van verdachte [verdachte] . Bij vrieshuizen en later bij de afnemers van de onderneming van [verdachte] zijn diverse monsters genomen van vlees dat afkomstig was van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. In totaal zijn 167 monsters genomen van verschillende vleesproducten, waarvan er 35 positief testten op de aanwezigheid van paarden-DNA. Deze 35 positief geteste bemonsteringen zijn aangetroffen in de volgende producten: snippers 70/30, hamburgervlees, rundersoepballen, beefburgers, snippers 90/10, nek-zonder-been en nek-worst-mix.Ook is onderzoek gedaan in de inbeslaggenomen administratie naar facturen, pakbonnen, weeglijsten alsmede naar verklaringen die namens de bedrijven van de verdachte zijn verstrekt aan afnemers, in welke verklaringen is vermeld dat geen paardenvlees is geproduceerd of aanwezig was in geleverde partijen. Voorts volgde onderzoek naar de juistheid van facturen die ter bevoorschotting waren ingediend bij factoringmaatschappij [factoreringmaatschappij] B.V.
D.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. Daaraan heeft hij – op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord en zoals bij aanvullend pleidooi ter terechtzitting van 22 februari 2019 naar voren gebracht – het volgende ten grondslag gelegd.
D.1 Geen opzet op valsheid in geschrift (feiten 1 en 3)

Aan de facturen, pakbonnen en verklaringen komt weliswaar bewijsbestemming toe, maar de omschrijving ‘snippers 70/30 diepvries’ of ‘snippers 70/30’ is geen onjuiste en daarmee valse benaming, aangezien deze benaming steeds de verhouding aangeeft tussen vlees (70%) en rundervet (30%).

Voorts is van het verhullen dat paardenvlees is verwerkt geen sprake. Inkoopfacturen van de paarden waren namelijk geboekt in de administratie van de verdachte. De paardenkarkassen werden aan het eind van de dag uitgebeend en vermengd met rundervet. Daarna werd het gemengde product voorzien van een batchnummer, in rode zakken gedaan en vervolgens ingeslagen bij het vrieshuis onder het speciale artikelnummer ‘2230’. De snippers 70/30 met uitsluitend rundvlees werden door middel van blauwe zakken ingeslagen onder nummer 2523. Het scheiden van het vlees in verschillende kleuren zakken en het inslaan onder verschillende nummers leek de verdachte voldoende onderscheidend.

Met betrekking tot de drie verklaringen van of namens de ondernemingen van de verdachte aan afnemers waarin is verklaard dat geen paardenvlees was geproduceerd en/of in de geleverde producten aanwezig was, heeft de raadsman het volgende naar voren gebracht. De verklaring van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. aan [afnemer 1] B.V. d.d. 12 november 2012 is in strijd met de waarheid omdat er binnen het bedrijf wel degelijk paardenvlees werd verwerkt. De verklaring van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. aan [afnemer 2] d.d. 17 januari 2013 is daarentegen wel juist omdat er toentertijd geen paardenvlees meer werd verwerkt en uitgeslagen. Ter zake van de verklaring van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. aan [afnemer 3] S.A. d.d. 31 januari 2013 heeft de raadsman betoogd dat de verdachte geen opzet heeft gehad om een valse verklaring over de levering op 27 juni 2012 op te stellen door de werkelijke herkomst van het vlees te verhullen. De verdachte was in de veronderstelling dat hij alleen rundvlees had geleverd. Er is ook niet vast te stellen dat er paardenvlees is geleverd op die dag. De partij is volgens de verdachte in Portugal vermengd met een partij van een andere leverancier.
D.2 Daadwerkelijke bestellingen van [afnemer 4] en [afnemer 5] (feiten 2 en 4)

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat er door [afnemer 5] en [afnemer 4] bestellingen zijn gedaan. De leveringen hadden nog niet plaatsgevonden. Die zijn uiteindelijk niet doorgegaan omdat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) beslag had gelegd op de partijen vlees. Vervolgens zijn creditfacturen opgemaakt. De verdachte ging er volgens de raadsman vanuit dat hij, nadat hij een definitieve orderbevestiging van een klant ontving, de factuur kon indienen bij de factoringmaatschappij [factoreringmaatschappij] B.V. ter bevoorschotting van de verkoopsom, ondanks dat er sprake was van een uitgestelde levering. De verdachte heeft hieraan toegevoegd dat het indienen van facturen van nog niet geleverde partijen vlees volgens de algemene voorwaarden behorende bij de factoringovereenkomst met [factoreringmaatschappij] B.V. eigenlijk niet mag (kortweg: omdat bedrijven eerst een prestatie moeten hebben geleverd alvorens een factuur ter bevoorschotting mag worden ingediend). De verdachte heeft echter ook verklaard dat er diverse audits van [factoreringmaatschappij] B.V. op zijn bedrijf hebben plaatsgevonden en dat er toen niets van deze gang van zaken is gezegd (of door hem om toestemming is gevraagd). Deze werkwijze is volgens de raadsman door [factoreringmaatschappij] B.V. in het verleden aldus akkoord bevonden. De raadsman stelt dat niet valt in te zien dat de verdachte zich met deze handelwijze schuldig heeft gemaakt aan het opstellen van valse creditfacturen en het opzettelijk gebruikmaken daarvan.
D.3 Getuigenverhoren

Ter terechtzitting van het hof van 6 februari 2019 heeft de verdediging een verklaring d.d. 6 maart 2013 overgelegd, waaruit kort gezegd naar voren komt dat [afnemer 4] het product snippers 60/40 – waarop de factuur met nummer 12205773 d.d. 18 december 2012 van [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. aan [afnemer 4] V.O.F. ziet – daadwerkelijk zou hebben besteld. Indien het hof geen waarde aan die verklaring zal hechten en in raadkamer toekomt aan een bewezenverklaring van de valsheid van de facturen met nummers 12305257 en 12205773 aan [afnemer 4] , is door de verdediging het voorwaardelijke verzoek gedaan om [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] van [afnemer 4] als getuige te horen, teneinde hem te kunnen bevragen of de litigieuze bestelling zich daadwerkelijk heeft voorgedaan.
Naar aanleiding van deze door de verdediging overgelegde verklaring heeft het hof bevolen zowel [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] voornoemd als [hoofd verkoop ondernemingen verdachte] , het hoofd verkoop van de ondernemingen van [verdachte] , als getuigen op te roepen teneinde hen te horen op de terechtzitting van 22 februari 2019.

De raadsman heeft ter terechtzitting van 22 februari 2019, nadat beide getuigen zijn gehoord, gesteld dat ofwel de verklaring van getuige [hoofd verkoop ondernemingen verdachte] ofwel de verklaring van getuige [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] gelogen is. De raadsman heeft vervolgens kanttekeningen geplaatst bij de belastende verklaring die door [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] is afgelegd en deze verklaring als onbetrouwbaar en ongeloofwaardig aangemerkt. Een en ander dient in de visie van de verdediging te leiden tot vrijspraak waar het gaat om deze twee facturen.

D.4 Voorwaardelijk verzoek tot schriftvergelijking

De verdediging heeft ter terechtzitting van 22 februari 2019 voorts het volgende aanvullende voorwaardelijke verzoek gedaan. Indien het hof mocht oordelen dat de factuur met nummer 12205773 aan [afnemer 4] vals is, dan verzoekt de verdediging om door [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] namens [afnemer 4] geschreven brieven te vergelijken met voormelde verklaring van 6 maart 2013, zodat kan worden geconstateerd of er verschillen bestaan in de opdruk van het briefpapier, opdat de betrouwbaarheid van de belastende verklaring van [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] kan worden getoetst. De verdediging wenst meer specifiek na te gaan of de vermelding van het telefoonnummer op voornoemde verklaring verschilt van de vermelding op brieven die namens [afnemer 4] zijn geschreven. Getuige [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] heeft immers verklaard dat de verklaring niet door hem is afgegeven en ook niet afkomstig is van [afnemer 4] , onder meer omdat het telefoonnummer [telefoonnummer] nimmer met punten op stukken wordt vermeld. Als de opdruk steeds gelijkluidend is, dan dient daaruit de conclusie te worden getrokken dat de belastende verklaring van [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] als onbetrouwbaar terzijde moet worden gesteld, aldus de raadsman.
E.
De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de bewezenverklaring van de rechtbank ter zake van het onder de feiten 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde stand kan houden. In de visie van het Openbaar Ministerie dient het hof evenwel, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, op de gronden zoals nader in het schriftelijk requisitoir genoemd, tevens bewezen te verklaren dat de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het door [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. valselijk opmaken en gebruikmaken van de overige, niet door de rechtbank bewezenverklaarde facturen (waaronder enkele aan [afnemer 5] GmbH & Co. gerichte facturen), zoals onder de feiten 2 en 4 aan de verdachte ten laste is gelegd. Voorts is gevorderd de verdachte te veroordelen ter zake van het feitelijk leidinggeven aan het door voornoemde vennootschappen gebruik maken van valse weeglijsten, zoals onder feit 3 op de dagvaarding is vermeld.
overwegingen

F.
Hierna zal het hof eerst de verklaringen van onder andere de verdachte over de feitelijke gang van zaken binnen de ondernemingen (samengevat) weergeven, alvorens tot een beoordeling van het ten laste gelegde te komen.



F.1 De productie, opslag en in- en verkoop van snippers 70/30hof: ‘half rund vrouwelijk’
_d8092766-d21f-4101-9725-8f25bf0e670b

_a491b14b-07bc-4946-a21c-d5d3bda232a4

De bedrijven van de verdachte hadden het product ‘snippers 70/30’ sinds 1998 in het assortiment. In de verhouding ‘70/30’ staat ‘70’ voor 70% rundvlees en ‘30’ voor 30% rundervet. Het product ‘snippers 70/30’ betrof een rundvleesproduct dat altijd al die naam droeg. Totdat er paardenvlees in was verwerkt, bestond het product uitsluitend uit rundvlees.

Het ingekochte paardenvlees werd op het eind van de dag verwerkt en opgemengd met rundervet. Het daaruit ontstane product droeg de naam ‘snippers 70/30’ en werd geregistreerd onder artikelnummer 2230. Dat artikelnummer werd ook gebruikt voor rundvleessnippers van mindere kwaliteit, namelijk van vlees dat bacteriologisch gezien aandacht behoefde en daarom een extra bereiding nodig had.
_29e292b7-772f-457b-b6d4-c5ac9ae83976

Met betrekking tot de tracering van het paardenvlees heeft de verdachte bij gelegenheid van zijn verhoor door de NVWA meer specifiek verklaard dat de gemengde partijen paard en rund () het partijnummer kregen van het rundervet dat bij het paardenvlees werd gemengd. Het paardenvlees is niet te traceren, omdat dit vlees het partijnummer van het rundvlees krijgt. Aan de hand van de inkoopfactuur () is wel te zien dat paardenvlees is verwerkt. Voorts heeft de verdachte verklaard dat paarden normaliter niet werden ingevoerd in Reflex. Als er ook runderen bij het paardenvlees geleverd waren dan werden de paarden in Reflex ingevoerd onder het partijnummer van de runderen. Op de vraag van een verbalisant van de NVWA of iemand zelfstandig zonder hulp van de verdachte een tracering kan doen naar het paardenvlees dat op het bedrijf is verwerkt heeft verdachte geantwoord dat zulks zonder hulp van hem, verdachte, niet mogelijk is.

De verwerkte partijen vlees gingen in rode en blauwe zakken gescheiden naar het vrieshuis [vrieshuis 1] toe, om aldaar op de plaatvriezer te worden ingevroren. Bij gelegenheid van zijn verhoor door de NVWA heeft de verdachte verklaard dat, nadat het vlees in de plaatvriezer was geweest en uit de zakken was gehaald, aan het product niet meer zichtbaar was of er paardenvlees in zat.

De verdachte deed sinds ongeveer 2005 zaken met het vrieshuis [vrieshuis 1] . Het product ‘70/30’ leverde hij altijd al aan [vrieshuis 1] . Dat werd bij [vrieshuis 1] plaatgevroren. Het vrieshuis [vrieshuis 2] is na de zomer van 2012 in beeld gekomen.

Het was vrieshuis [vrieshuis 1] slechts bekend dat het product ‘snippers 70/30’ enkel rundvlees zou bevatten. De verdachte heeft dat ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd. Hij heeft pas ergens begin november 2012, toen er al problemen waren ontstaan, tegen [vrieshuis 1] gezegd dat er paard in zat. Dat was nadat [afnemer 1] had gemeld dat paardenvlees in de hamburgers was geconstateerd. Daarvoor heeft hij [vrieshuis 1] nooit op de hoogte gebracht van het feit dat in de snippers 70/30 ook paardenvlees zou kunnen zitten. Het is volgens de verdachte juist dat [vrieshuis 1] dus niet heeft kunnen weten dat hij producten met paardenvlees leverde.Getuige [directeur vrieshuis 1] van [vrieshuis 1] heeft verklaard dat hij niet beter wist dan dat er bij [verdachte] alleen runderen werden uitgebeend en dat [vrieshuis 1] alleen rundvlees van [verdachte] ontving. Na de melding van [afnemer 1] is pas in opdracht van de verdachte door [vrieshuis 1] de benaming ‘snippers 70/30’ gewijzigd in ‘snippers 70/30 mix’ en is er op de ingeslagen partijen vlees tevens een sticker opgeplakt met de tekst ‘aangepaste receptuur’.

Op het moment dat het product ‘snippers 70/30’ in opdracht van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., meer in het bijzonder door verdachte in eigen persoon, werd uitgeslagen aan een afnemer, heeft de verdachte telkens verzuimd die afnemer te laten weten dat er paardenvlees in het geleverde product zat. De verdachte heeft ook verklaard dat het vlees een andere benaming op het etiket had moeten krijgen bij het verlaten van het bedrijf. Er had de benaming paard/rund op moeten komen te staan. Dat heeft hij evenwel nagelaten. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij denkt dat het gros van zijn afnemers het product niet van hem had afgenomen als men had geweten dat er paard in zat.

Met betrekking tot de inkoop en verkoop heeft de verdachte verklaard dat de inkoopprijs van een kilo paardenvlees varieerde tussen € 1,00 en € 1,60. De gemiddelde kiloprijs voor de inkoop van rundvlees lag tussen € 2,30 en € 2,35. De verkoopprijs lag vaak ergens tussen € 2,70 en € 2,80 per kilo rundvlees. Het paardenvlees was dus goedkoper dan rundvlees. De partijen snippers 70/30 waarin paardenvlees was verwerkt werden telkens verkocht voor de algemene prijs van het product snippers 70/30, bestaande uit rundvlees.

F.2 Valsheid door vermelding ‘snippers 70/30’ op facturen en pakbonnen (feiten 1 en 3)

In de tenlastelegging zijn facturen en pakbonnen vermeld die – kort gezegd – betrekking hebben op:
Blijkens de inkooporders die horen bij de transacties waarop de in de tenlastelegging onder de feiten 1 en 3 genoemde facturen en pakbonnen zien, is steeds vermeld dat door [afnemer 1] B.V. rundersnippers 70/30 werden besteld. Getuige [directielid afnemer 1] , directielid van [afnemer 1] B.V. en verantwoordelijk voor de productie, heeft bij gelegenheid van zijn verhoor door de NVWA verklaard dat [afnemer 1] B.V. altijd rundersnippers bij [verdachte] bestelde.
_ead6d89e-2d02-46fa-a0bf-c588b94833aa

_d6f1585f-82f6-4719-883d-de5b3e455235

_6027eddf-824e-4349-8b20-d513f6c9dc8f

_3ebd7940-483d-4238-95bc-e420964c2972

[Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. heeft daarentegen slechts volstaan met een algemene aanduiding van de geleverde vleesproducten op de facturen met nummers 12200022, 12204916 en 12302240, alsmede op de pakbonnen met nummers 108822, 108787 en 123252. Daarop hebben zij telkens laten vermelden: ‘snippers 70/30 diepvries’ of ‘snippers 70/30 bevroren’. Deze facturen en pakbonnen zijn vervolgens opgenomen in de bedrijfsadministratie en aan de afnemers verzonden, dan wel anderszins aan hen ter beschikking gesteld.

De NVWA heeft monsters genomen van diverse partijen vlees, waaronder van de hiervoor genoemde leveringen aan [afnemer 1] B.V. en [afnemer 2] GmbH. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat in de aan deze vennootschappen geleverde partijen vlees paarden-DNA aanwezig was. Het door [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. onder de naam ‘snippers 70/30 diepvries’ of ‘snippers 70/30 bevroren’ geleverde product bevatte aldus niet – zoals door de afnemers was besteld – (uitsluitend) rundvlees, maar ook paardenvlees.

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of het op de facturen en pakbonnen laten vermelden van de algemene aanduidingen ‘snippers 70/30 diepvries’ en ‘snippers 70/30 bevroren’ valsheid oplevert in de zin der wet. In dat verband overweegt het hof als volgt.

Uit het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen komt, naar het oordeel van het hof, naar voren dat [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. of [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V., voor wat betreft de aan [afnemer 1] B.V. en [afnemer 2] GmbH geleverde vleesproducten, op de in verband daarmee opgemaakte facturen en pakbonnen verhulde wat in werkelijkheid werd geleverd, zulks door in plaats van een gespecificeerde aanduiding waarin tevens het woord ‘paard’ of een aanduiding van dienovereenkomstige aard of strekking voorkwam, telkens op genoemde documenten te volstaan met de algemene aanduiding ‘snippers 70/30 diepvries’ of ‘snippers 70/30 bevroren’, terwijl de verdachte daaraan feitelijk leiding gaf. Dit verhullen geschiedde met het opzet om de afnemers van de snippers te misleiden. Zij wisten immers niet beter dan dat zij, overeenkomstig hun bestelling, rundvleessnippers geleverd kregen. In werkelijkheid kregen de afnemers echter snippers geleverd waarin tevens het goedkopere paardenvlees was verwerkt. De verdachte heeft zijn afnemers dat nimmer laten weten. Als op de etiketten wel zou zijn vermeld dat er paard in de betreffende partij vlees zat, zou volgens verdachte het merendeel van zijn afnemers het product niet hebben afgenomen. De verdachte heeft zelf ook verklaard dat er slechts een kleine afzetmarkt voor paardenvlees vermengd met rundervet was. In dit verband is voorts van belang dat het product ‘snippers 70/30’, totdat er paardenvlees in werd verwerkt, uitsluitend bestond uit rundvlees, alsmede dat de bedrijven van de verdachte in de markt bekend stonden als rundvleesproducent.

De hiertegenover ten verwere door de raadsman aangevoerde omstandigheid dat het vlees in verschillende kleuren zakken gescheiden de bedrijven verliet en onder verschillende artikelnummers werd ingeslagen in het vrieshuis en aldus van opzettelijk verhullen geen sprake is, kan de verdachte niet baten. Immers, in het product ‘snippers 70/30’ met artikelnummer 2230 dat in rode zakken naar het vrieshuis ging, kon zowel paardenvlees als bewerkt bacteriologisch rundvlees zitten. Volgens getuige [directeur vrieshuis 1] ging men er bij [vrieshuis 1] juist vanuit dat het product ‘snippers 70/30’ dat werd ingevroren en vanuit het vrieshuis werd uitgeslagen, uitsluitend uit rundvlees bestond. Gesteld noch gebleken is dat de verdachte – die naar eigen zeggen de enige persoon was die wist in welke partijen paardenvlees was verwerkt en die doorgaans bepaalde uit welke partijen werd uitgeslagen – opdracht heeft gegeven om de partijen waarin paardenvlees was verwerkt in het vrieshuis apart te zetten van de partijen snippers waarin uitsluitend bewerkt bacteriologisch rundvlees zat (met artikelnummer 2230) en de partijen snippers die uitsluitend rundvlees van betere kwaliteit zou moeten bevatten (met artikelnummer 2523). Van vergissingen bij de uitslag door [vrieshuis 1] is niet gebleken. Daar komt nog bij dat uit het onderzoek van de NVWA naar voren is gekomen dat ook in partijen met productiecode 2523 paarden-DNA is aangetroffen.

Gelet op hetgeen hiervoor onder F.1 met betrekking tot de gang van zaken bij de productie, opslag en in- en verkoop van ‘snippers 70/30’ is overwogen, waaronder ook de verklaring van de verdachte dat hij heeft nagelaten het vlees een andere benaming op het etiket te geven toen het zijn bedrijf verliet en voorts dat hij zijn afnemers niet heeft laten weten dat in de snippers paardenvlees zat, kan het hof bezwaarlijk anders concluderen dan dat de verdachte met vol opzet heeft verhuld dat de door hem aan zijn afnemers geleverde snippers tevens paardenvlees bevatten.

Het hof overweegt voorts dat de bij de levering van het vlees behorende facturen en pakbonnen een bewijsbestemming hebben, in die zin dat daarmee onder andere kenbaar wordt gemaakt welk product door de verkoper aan de afnemer is geleverd. Door opzettelijk na te laten op die facturen en pakbonnen te vermelden dat de vleessnippers uit zowel rund- als paardenvlees bestonden, hebben [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. in strijd gehandeld met hun civiele rechtsplicht om overeenkomstig de verkoopovereenkomst snippers te leveren die uitsluitend bestonden uit rundvlees. Het niet specifiek op de facturen en pakbonnen vermelden dat de geleverde vleessnippers eveneens bestonden uit paardenvlees, maar volstaan met de algemene aanduiding ‘snippers 70/30 diepvries’ of ‘snippers 70/30 bevroren’, dient aldus naar het oordeel van het hof te worden aangemerkt als het valselijk opmaken in de zin van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Het vermelden van ‘snippers 70/30 diepvries’ of ‘snippers 70/30 bevroren’ op de facturen en pakbonnen brengt onder de gegeven omstandigheden derhalve intellectuele valsheid met zich. Dat deze gebruikte termen in de vleesbranche gebruikelijk zouden zijn voor welk vleesproduct dan ook met een mengverhouding 70% vlees en 30% rundervet, zoals door de verdachte ten overstaan van het hof naar voren is gebracht, doet daar niet aan af, temeer niet nu de afnemers rundvlees hadden besteld, de bedrijven van de verdachte in de markt bekend stonden als rundvleesproducent en op de assortimentenlijst het woord ‘paard’ niet voorkwam.
F.3 Drie verklaringen dat geen paardenvlees was geproduceerd en/of in de geleverde producten aanwezig was (feiten 1 en 3)

In de tenlastelegging zijn drie verklaringen opgenomen die – kort gezegd – betrekking hebben op:
Nadat [afnemer 1] B.V. constateerde dat in de door [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. geleverde vleessnippers paarden-DNA was aangetroffen, heeft [directielid afnemer 1] , directielid en verantwoordelijke voor de productie van [afnemer 1] B.V., contact opgenomen met de verdachte en hem gevraagd een verklaring af te geven dat door zijn bedrijven aan [afnemer 1] B.V. geleverde producten vrij zijn van paardenvlees. Daarop is op 12 november 2012 namens [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. een verklaring afgegeven waarin is verklaard: ‘’.Uit het hiervoor genoemde onderzoek komt evenwel naar voren dat in de periode voorafgaand aan de verklaring aan [afnemer 1] B.V. partijen vlees zijn geleverd die mede bestonden uit paardenvlees, aangezien daarin paarden-DNA is aangetroffen. Het hof stelt derhalve vast dat de verklaring van 12 november 2012 vals en in strijd met de waarheid is, hetgeen overigens niet door de verdediging is bestreden.

Omdat via de media naar buiten kwam dat er paardenvlees in hamburgers zou zijn verwerkt, heeft [inkoper afnemer 2] op 18 januari 2013 per e-mail namens zijn afnemers (waaronder [afnemer 2] GmbH) aan [hoofd verkoop ondernemingen verdachte] , het hoofd verkoop van de ondernemingen van verdachte, verzocht om een bevestiging dat het geleverde rundvlees geen sporen van paardenvlees kan bevatten. Daarop heeft [kwaliteitsbeheerder ondernemingen verdachte] , kwaliteitsbeheerder van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V., diezelfde dag per e-mail een door haar ondertekende verklaring d.d. 17 januari 2013 toegestuurd waarin is verklaard: ‘’.Hiermee is in de Engelse taal vermeld dat [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. bevestigt dat zij alleen rundvlees heeft verwerkt. Op een eerder moment, namelijk eind mei 2012, was evenwel een partij ‘snippers 70/30’ van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. uitgeslagen aan [afnemer 2] GmbH, welke partij op 1 juni 2012 is gefactureerd. Deze partij is later retour gekomen omdat er metaalsplinters in het vlees waren aangetroffen. Uit onderzoek van de NVWA is naar voren gekomen dat deze geleverde partij vlees positief testte op de aanwezigheid van paarden-DNA. Naar het oordeel van het hof is ook deze verklaring van 17 januari 2013 derhalve vals en in strijd met de waarheid, omdat in die verklaring is vermeld dat 100% rundvlees was geproduceerd (zie de frase ‘’), terwijl in partijen vlees (waaronder de partij die is geleverd aan [afnemer 2] GmbH) paardenvlees was verwerkt. De door de raadsman aangevoerde omstandigheid dat er ten tijde van de afgifte van deze verklaring geen paardenvlees meer werd verwerkt en uitgeslagen, maakt dat niet anders.
Door commissionair [commissionair] is namens [afnemer 3] S.A. op 31 januari 2013 per e-mail aan [hoofd verkoop ondernemingen verdachte] , het hoofd verkoop van de ondernemingen van [verdachte] , verzocht om een verklaring dat geen paarden-DNA in de geleverde vleesproducten aanwezig was. Daarop is in het Portugees een verklaring opgesteld namens [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V., waarin onder meer is te lezen: ‘(…) ’ en ‘’.De verklaring is ondertekend door de verdachte namens [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en heeft betrekking op een geleverde partij rundersnippers 70/30, waarvan de factuur is gedateerd op 27 juni 2012. Vermeld is dat de snippers alleen gemaakt zijn van rundvlees. Gegarandeerd wordt dat de goederen geen sporen bevatten van andere dierlijke speci, behalve runderen.De verdachte heeft met betrekking tot deze verklaring ten overstaan van de rechtbank verklaard dat hij de verklaring kent, dat daarmee is bevestigd dat er geen paardenvlees in die partij zat en dat hij wist wat de strekking was. Nu uit onderzoek van de NVWA naar voren is gekomen dat ook deze door de onderneming van verdachte [verdachte] geleverde partij vlees positief testte op de aanwezigheid van paarden-DNA, is de aan [afnemer 3] S.A. afgegeven verklaring eveneens vals en in strijd met de waarheid.
De verdediging heeft in dit verband de stelling ingenomen dat de verdachte ervan overtuigd is dat aan [afnemer 3] S.A. rundvlees is geleverd en dat, indien er paarden-DNA is aangetroffen in bevroren biefburgers en gehaktballen uit Portugal, het door de onderneming van verdachte geleverde vlees in Portugal moet zijn gemengd met een partij paardenvlees uit Spanje. Deze stelling vindt zijn weerlegging in het hieromtrent opgemaakte proces-verbaal van bevindingen en de daarbij behorende onderliggende stukken. Daaruit komt immers naar voren dat uit een bij [vrieshuis 1] opgeslagen partij snippers 70/30 aan [afnemer 3] S.A. is geleverd en dat die betreffende partij bij [vrieshuis 1] positief testte op de aanwezigheid van paarden-DNA.
F.4 Facturen inzake al dan niet bestaande leveringen en het indienen ter bevoorschotting (feiten 2 en 4)

De verdachte staat ingevolge hetgeen onder feit 2 aan hem ten laste is gelegd terecht ter zake van het feitelijk leidinggeven aan het valselijk opmaken van in totaal 19 facturen, alsmede het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk gebruik maken van die 19 facturen (feit 4).
De originele 19 facturen zijn op 15 februari 2013 aangetroffen tijdens de doorzoeking in het bedrijfspand van de ondernemingen van verdachte. In de gearchiveerde administratie van de bedrijven zijn de tweede exemplaren aangetroffen van deze facturen. De steller van de tenlastelegging heeft in de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten 3 van die 19 facturen nader geduid, te weten twee facturen aan [afnemer 4] V.O.F. en één factuur aan [afnemer 5] GmbH & Co.

Namens [factoreringmaatschappij] B.V. is op 1 juli 2013 aangifte gedaan tegen de verdachte [verdachte] en de vennootschappen [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. Beide vennootschappen hadden op 9 augustus 2010 met [factoreringmaatschappij] B.V. een factoringovereenkomst afgesloten. Daarbij werd overeengekomen dat de debiteurenportefeuilles van [Vleesgroothandel (werkmaatschappij 1)] B.V. en [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. werden verpand aan [factoreringmaatschappij] B.V. en dat de verkoopsommen van partijen vlees direct bij verkoop, levering en facturering voor 90% door [factoreringmaatschappij] B.V. werden bevoorschot. [factoreringmaatschappij] B.V. ontving als vergoeding voor die bevoorschotting 0,11% van de factuuromzet inclusief BTW. Het vermoeden bestond dat facturen waren vervalst, waarna deze facturen aan [factoreringmaatschappij] B.V. zijn aangeboden en deze kredietmaatschappij vervolgens ten onrechte tot bevoorschotting is overgegaan.
het hof begrijpt dat bedoeld zal zijn: € 182.910,95
_6686e46b-15d3-4676-a84f-ace0ad87ea71

F.4.1 Factuur met nummer 12205773 aan [afnemer 4]

De partij vlees waarover [plaatsvervangend algemeen directeur afnemer 4] door medewerkers van [factoreringmaatschappij] B.V. is bevraagd, heeft betrekking op een transactie waarop de in de tenlastelegging genoemde factuur met nummer 12205773 d.d. 18 december 2012 ziet. Deze factuur betreft de vermeende levering van 69.023 kilogram ‘rundersnippers 60/40’ door [W Import en Export (werkmaatschappij 2)] B.V. aan [afnemer 4] V.O.F. ten bedrage van € 182.910,95 (exclusief BTW bedraagt het factuurbedrag € 172.577,55). Deze factuur is ingediend bij [factoreringmaatschappij] B.V. en de verkoopsom op die factuur is bevoorschot door [factoreringmaatschappij] B.V.
De factuur met nummer 12205773 d.d. 10 december 2012 is tijdens de doorzoeking in het bedr