Uitspraak ECLI:NL:GHDHA:2019:1827

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 09-07-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Den Haag op 10-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHDHA:2019:1827, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 2200031018


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:GHDHA:2019:1827:DOC
nl

PROMIS

Rolnummer: 22-000310-18 Parketnummer: 96-182331-17 Datum uitspraak: 10 juli 2019VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 januari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],
geboren te [plaats] (Suriname) op [dag] 1968, [adres].
Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 26 juni 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Op de voet van artikel 412 van het Wetboek van Strafvordering heeft de voorzitter bevolen dat de zaak in hoger beroep aanhangig wordt gemaakt.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 25 januari 2015 te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten,

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

De verdachte is blijkens het proces-verbaal ‘rijden onder invloed’ op 25 januari 2015 aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet. Bij de verdachte is bloed afgenomen voor bloedonderzoek.

Uit onderzoek van het NFI (rapport d.d. 10 februari 2015) is gebleken dat het bloed van de verdachte de stoffen THC en 11-OH-THC bevatte en dat de rijvaardigheid ten tijde van de bloedafname waarschijnlijk nadelig was beïnvloed door de aangetoonde stof THC.

De verdachte is niet gewezen op het recht op een tegenonderzoek (thans vastgelegd in artikel 13, tweede lid, Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer). De verplichting tot mededeling van dat recht op een tegenonderzoek moet worden gerekend tot de strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in art. 8, tweede en derde lid, WVW 1994 is omringd. Hieruit volgt dat als een verdachte niet is gewezen op het recht om een tegenonderzoek te doen verrichten, het onderzoek niet kan gelden als een ‘onderzoek’ in de zin van genoemde bepaling en dat de resultaten van het bij de verdachte afgenomen bloedonderzoek niet kunnen bijdragen aan het bewijs.

Bij gebrek aan toereikend wettig bewijs zal verdachte, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

- THC, stof(groep): Cannabinoïden, concentratie/resultaat: 0,020 milligram per liter bloed, en/of - 11- OH-THC, stof(groep): Cannabinoïden, concentratie/resultaat: 0,0071 milligram per liter bloed, en/of - THC-COOH, stof(groep): Cannabinoïden, concentratie/resultaat: aangetoond, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een/meer andere stof(fen) - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;
beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. J.W. van den Hurk, mr. H.P.Ch. van Dijk en mr. H.M.D. de Jong, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol.Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 juli 2019.
Mr. J.W. van den Hurk is buiten staat dit arrest te ondertekenen.