Uitspraak ECLI:NL:GHARL:2020:2559

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 26-03-2020. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 26-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHARL:2020:2559, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 21-002486-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:GHARL:2020:2559:DOC
nl

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002486-18 Uitspraak d.d.: 26 maart 2020TEGENSPRAAK
Arrest

18-730080-17 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,thans verblijvende in de P.I. Ter Apel te Ter Apel.
Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gerequireerd dat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. S.O. Roosjen, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 25 april 2018 verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde, kort gezegd diefstal met geweld, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging

- die [benadeelde partij] in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt en/of het (gehele) hoofd en/of het (boven- en onder-) lichaam van die [benadeelde partij] , met behulp van duct-tape, heeft getapet en/of (vervolgens)- die [benadeelde partij] op de grond heeft gegooid, althans ten val heeft gebracht en/of (vervolgens)- de handen om de keel van die [benadeelde partij] heeft gedaan en/of (vervolgens) de keel van die [benadeelde partij] enige tijd heeft dichtgeknepen, althans heeft geprobeerd die [benadeelde partij] te wurgen, in elk geval die [benadeelde partij] (enige tijd) de adem heeft ontnomen en/of (vervolgens)- op de borstkas van die [benadeelde partij] heeft gestaan en/of (met kracht) op de borstkas van die [benadeelde partij] heeft gedrukt/geduwd en/of (vervolgens)- die [benadeelde partij] met een sok heeft geprobeerd te wurgen, althans een sok tussen beide handen heeft gespannen en in de richting van de keel van die [benadeelde partij] heeft gebracht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
- zich naar de woning van die [benadeelde partij] heeft begeven en/of bij die woning heeft aangebeld en/of (vervolgens) door die [benadeelde partij] is binnengelaten en/of (vervolgens) - die [benadeelde partij] (plotseling) van achteren heeft vastgepakt/vastgegrepen en/of (vervolgens) - die [benadeelde partij] , meermalen, (met kracht) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) - die [benadeelde partij] (met kracht) op de grond heeft gegooid, althans ten val heeft gebracht en/of (vervolgens) - het (gehele) hoofd en/of het (boven- en onder)lichaam van die [benadeelde partij] , met behulp van duct-tape, heeft getapet en/of (vervolgens) - de handen om de keel van die [benadeelde partij] heeft gedaan en de keel (enige tijd) heeft dichtgeknepen, althans heeft geprobeerd die [benadeelde partij] te wurgen in elk geval die [benadeelde partij] enige tijd de adem heeft ontnomen en/of (vervolgens) - op de borstkas van die [benadeelde partij] heeft gestaan en/of (met kracht) op de borstkas van die [benadeelde partij] heeft gedrukt/geduwd en/of (vervolgens) - die [benadeelde partij] met een sok heeft geprobeerd te wurgen, althans met een sok tussen beide handen heeft gespannen en die sok vervolgens in de richting van de keel van die [benadeelde partij] heeft gebracht en/of (vervolgens) - die [benadeelde partij] (dreigend) de woorden toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat die [benadeelde partij] in ieder geval 10 minuten op de grond moest blijven liggen en/of als die [benadeelde partij] dat niet zou doen en hij de politie zou bellen, zij terug zouden komen om hem dood te maken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, zulks terwijl dit feit voor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of twee gebroken ribben, ten gevolge heeft gehad.
Aan verdachte is -na aanvulling van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

primairhij op of omstreeks 15 juni 2016 te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (met kracht)

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal (met geweld), in elk geval een strafbaar feit, te weten diefstal met geweld in vereniging van (onder meer) zilveren munten en/of zilveren bestek en/of zilveren (zak)horloges en/of een verzilverde vergulde potpourrihouder en/of een verkoopakte en/of een camera (merk Nikon D500) met bijbehorende cameratas en/of een flitser en/of een groothoeklens en/of 2 of 3 telelenzen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorde, te weten aan die [benadeelde partij] , zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend, en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

subsidiairhij op of omstreeks 15 juni 2016 te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een woning, gelegen aan of bij [adres] , aldaar, (onder meer) een of meer zilveren munten en/of zilveren bestek en/of een of meer zilveren (zak)horloge(s) en/of een zilveren vergulde potpourrihouder en/of een verkoopakte en/of een camera (merk Nikon D500) met bijbehorende cameratas en/of een flitser en/of een groothoeklens en/of 2 of 3 telelenzen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte met een of meer van zijn mededader(s)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak


Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard. Daartoe is door de advocaat-generaal - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat door het onverhoeds binnendringen in de woning van het slachtoffer, het vervolgens vrijwel onmiddellijk uitoefenen van fors geweld en het intapen van onder meer de mond en neus van het slachtoffer er sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood, die - gezien de uiterlijke verschijningsvorm - door verdachten ook is aanvaard.
Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar de kern genomen bepleit dat verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, nu verdachte geen opzet heeft gehad op de dood van [benadeelde partij] , ook niet in voorwaardelijke zin.
Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.
Aan verdachte is primair ten laste gelegd medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag. Voor een bewezenverklaring van dit feit is vereist dat verdachte en zijn medeverdachten opzet hebben gehad op de dood van het slachtoffer [benadeelde partij] . Het hof is van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten willens en wetens hebben geprobeerd [benadeelde partij] van het leven te beroven.

Rest de vraag of verdachte en zijn medeverdachten willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat [benadeelde partij] zou komen te overlijden. Het hof stelt voorop dat de beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de inhoud van het begrip "aanmerkelijke kans" afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat een verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is voorts niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop heeft toegenomen). Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat een verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Het hof is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de kans op het overlijden van [benadeelde partij] naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten was. Het hof acht in dat kader van belang dat [benadeelde partij] heeft verklaard dat hij zijn mond bij het tapen van zijn hoofd open had gehouden waardoor hij de tape kapot kon bijten en dat hij daardoor wat gemakkelijker adem kon halen. Dat de tape niet strak om de mond van [benadeelde partij] zat, blijkt voorts uit het feit dat [benadeelde partij] , toen het tape al was aangebracht, met de daders kon spreken. Zo blijkt uit de verklaring van [benadeelde partij] dat hij tegen de daders heeft kunnen zeggen dat hij geen geld had en dat zijn portemonnee op zolder lag. [benadeelde partij] heeft verklaard dat hij het op verschillende momenten benauwd heeft gehad, maar dat is, ook in combinatie met de overige geweldshandelingen en de leeftijd van [benadeelde partij] , naar het oordeel van het hof onvoldoende om aan te nemen dat de kans dat [benadeelde partij] zou komen te overlijden aanmerkelijk was.
Gelet op het voorgaande zal het hof verdachte van het primair tenlastegelegde feit vrijspreken.

Zwaar lichamelijk letsel

Aan verdachte is subsidiair ten laste gelegd – kort gezegd – diefstal met geweld, zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of twee gebroken ribben, ten gevolge hebbend.
Het hof stelt voorop dat als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is, in elk geval kunnen worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.

Bij de stukken van het geding bevindt zich een letselverklaring. Deze letselverklaring houdt in dat de rechterzijde van de borstkas van [benadeelde partij] pijnlijk is bij druk, dat [benadeelde partij] zelf dacht dat hij gebroken ribben had, dat de artsen in het ziekenhuis geen fractuur van zijn ribben op de x-foto hebben gezien, maar dat [benadeelde partij] zelf wel voelt dat enkele ribben “los” zitten. De letselverklaring houdt als ‘beoordeling van het letsel’ in dat op verschillende locaties op het lichaam letsels zijn te zien die passen bij een onderhuidse bloeduitstorting, dat daarnaast op verschillende plekken op het lichaam oppervlakkige ontvellingen zijn die kunnen passen bij schaaf- en krasverwondingen en voorts dat [benadeelde partij] klachten van zijn heeft die kunnen passen bij gekneusde of gebroken ribben. Ten aanzien van het herstel houdt de letselverklaring in dat de duur ten minste zes weken zal zijn; blijvend letsel ligt niet in de lijn der verwachting.

Tegenover de politie heeft [benadeelde partij] verklaard dat in het ziekenhuis een gebroken neus is geconstateerd. Het hof stelt vast dat de letselverklaring niet inhoudt dat bij [benadeelde partij] een gebroken neus is geconstateerd. Ten aanzien van het herstel heeft [benadeelde partij] bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij nog steeds last heeft van zijn schouder. [benadeelde partij] was aldus nog niet volledig hersteld.

[benadeelde partij] heeft over het medisch ingrijpen verklaard dat hij twee transfusies heeft gehad. Een in de ambulance en een in het ziekenhuis. Het betrof een heldere vloeistof. Voorts heeft [benadeelde partij] verklaard dat hij na de behandeling in het ziekenhuis weer naar huis mocht.

Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is vooropgesteld, is het hof van oordeel dat het door [benadeelde partij] opgelopen letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt. Dat [benadeelde partij] nog steeds last heeft van zijn schouder, maakt dat naar het oordeel van het hof, gelet op hetgeen het hof overigens heeft vastgesteld over het letsel, niet anders.

Het hof zal verdachte daarom van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Bewezenverklaring

- zich naar de woning van die [benadeelde partij] heeft begeven en bij die woning heeft aangebeld en vervolgens door die [benadeelde partij] is binnengelaten en vervolgens - die [benadeelde partij] plotseling van achteren heeft vastgegrepen en vervolgens - die [benadeelde partij] , meermalen, met kracht in het gezicht, heeft gestompt en vervolgens - die [benadeelde partij] ten val heeft gebracht en vervolgens - het gehele hoofd en het boven- en onderlichaam van die [benadeelde partij] , met behulp van duct-tape, heeft getapet en vervolgens - de handen om de keel van die [benadeelde partij] heeft gedaan en de keel heeft dichtgeknepen, die [benadeelde partij] enige tijd de adem heeft ontnomen en vervolgens - op de borstkas van die [benadeelde partij] heeft gedrukt/geduwd en vervolgens - een sok tussen beide handen heeft gespannen en die sok vervolgens in de richting van de keel van die [benadeelde partij] heeft gebracht en vervolgens - die [benadeelde partij] dreigend de woorden toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat die [benadeelde partij] in ieder geval 10 minuten op de grond moest blijven liggen en als die [benadeelde partij] dat niet zou doen en hij de politie zou bellen, zij terug zouden komen om hem dood te maken, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking.
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

subsidiairhij op 15 juni 2016 te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen, uit een woning, gelegen aan of bij [adres] , aldaar, meerdere zilveren munten en zilveren bestek en meerdere zilveren zakhorloges en een zilveren vergulde potpourrihouder en een verkoopakte en een camera (merk Nikon D500) met bijbehorende cameratas en een flitser en een groothoeklens en 2 of 3 telelenzen, dat geheel aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij] , hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte met een of meer van zijn mededaders
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:
medeplegen van diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging

tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof sluit zich aan bij hetgeen de rechtbank in het kader van de strafoplegging heeft overwogen, te weten:
“Verdachte heeft zich op 15 juni 2016 op klaarlichte dag samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een overval in een woning waarbij geweld en bedreiging met geweld is toegepast op het drieënzeventig jarige slachtoffer. Een medeverdachte heeft drie dagen voor de overval de woning van het slachtoffer “afgelegd” onder het mom van de bezichtiging van een kast die het slachtoffer op Marktplaats aanbood. Het slachtoffer heeft de medeverdachte gastvrij rondgeleid door zijn woning en diverse spullen laten zien. Op de dag van de overval hebben verdachte en een medeverdachte bij het slachtoffer aangebeld en interesse getoond voor zijn woning die te koop stond. Terwijl het slachtoffer hen de woning liet zien, hebben ze hem aangevallen. Het slachtoffer werd hierbij meermalen hard in zijn gezicht geslagen (…). Toen hij was overmeesterd hebben ze hem omwikkeld met duct-tape. Zijn benen en armen, maar ook zijn gezicht werd omwikkeld met duct-tape. Het slachtoffer kreeg het hierdoor zo nu en dan benauwd, ook omdat er met kracht op zijn borstkas werd gedrukt. Terwijl dit geweld plaatsvond is een andere medeverdachte de woning ingegaan en hij heeft de woning doorzocht en hij heeft goederen weggenomen. De verdachten hebben het slachtoffer met de dood bedreigd als hij de politie zou bellen. Vervolgens hebben verdachte en de medeverdachten de woning verlaten en het slachtoffer in hulpeloze toestand achtergelaten.

Door de overval in de woning werd de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer ernstig geschonden en zijn gevoel van veiligheid en geborgenheid in zijn eigen woning ernstig aangetast. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer terwijl hij ingetapet op de grond in zijn eigen bloed lag vreesde voor zijn leven. Hij was doodsbang. Door de overval is het leven van het slachtoffer ingrijpend veranderd. De psychische gevolgen zijn voor het slachtoffer groot. Sinds de woningoverval heeft hij gevoelens van onveiligheid en heeft hij geen vertrouwen meer in zijn medemens. Het slachtoffer geeft aan na dit voorval een ander persoon te zijn geworden. Ook voor de samenleving als geheel zorgen dit soort feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid. Aan dit alles heeft de verdachte zich niets gelegen laten liggen. Hij was slechts uit op financieel gewin. Dat rekent de rechtbank de verdachte aan.

De rechtbank neemt bij de strafoplegging als uitgangspunt de oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor een voorval in een woning met geweld geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren.

De rechtbank acht strafverzwarend dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband, dat de verdachten de overval grondig hebben voorbereid waarbij zelfs een voorverkenning in de woning is geweest en dat er een rolverdeling en een duidelijk plan was om het slachtoffer bang te maken en indien nodig met geweld te overmeesteren met als doel hem geld of goud afhandig te maken, dan wel andere goederen te stelen. De rechtbank acht daarbij ook strafverzwarend de mate van het toegepaste geweld en dat het slachtoffer op leeftijd en kwetsbaar was.

(…)

De rechtbank zal in de straftoemeting ook rekening houden met de rol van verdachte bij de overval. Verdachte heeft samen met een medeverdachte fors geweld tegen het slachtoffer gebruikt om hem te overmeesteren.

De rechtbank houdt ten gunste van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte als enige van de verdachten verantwoordelijkheid voor de overval heeft genomen en zijn medewerking aan het politieonderzoek heeft gegeven waardoor hij onder andere op korte termijn van Frankrijk naar Nederland kon worden uitgeleverd, zonder dat daarmee kostbare onderzoekstijd verloren ging.”

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep meerdere malen aangegeven dat hij spijt heeft van zijn daden en dat hij zich tegenover het slachtoffer wilde verontschuldigen voor wat hij hem had aangedaan.

Uit een de verdachte betreffende uittreksel Justitiële documentatie van 12 februari 2020 volgt dat verdachte niet eerder in Nederland onherroepelijk is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat in strafmatigende zin rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet voor voorwaardelijke invrijheidstelling in aanmerking komt, nu verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Het hof ziet in deze omstandigheid echter geen aanleiding de straf te mitigeren.

Alles afwegend acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.333,90. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken, en door de verdediging is niet weersproken, dat de benadeelde partij als gevolg van het subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een voor de duur van .

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van , waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 7.333,90 (zevenduizend driehonderddrieëndertig euro en negentig cent) bestaande uit € 4.833,90 (vierduizend achthonderddrieëndertig euro en negentig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 71 (eenenzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Aldus gewezen doormr. J. Hielkema, voorzitter,mr. L.G. Wijma en mr. A.H. toe Laer, raadsheren,in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,en op 26 maart 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Schulte en mr. Toe Laer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

_53eca12a-b3f2-4aab-927f-1a69393da316
1

Hoge Raad 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3349.