Uitspraak ECLI:NL:GHARL:2020:215

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-01-2020. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 09-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHARL:2020:215, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 200.246.443/01


Bron: Rechtspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.246.443/01(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/151170 / FA RK 16-1460)
beschikking van 9 januari 2020

inzake

[verzoekster]

wonende te [A] ,verzoekster in hoger beroep,verder te noemen: de moeder,advocaat: mr. K. Withagen te Amsterdam,
en

[verweerder]

wonende te [B] ,verweerder in hoger beroep,verder te noemen: de vader,advocaat: mr. H.J.G. Heijen te Amsterdam.

ECLI:NL:GHARL:2020:215:DOC
nl

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.246.443/01(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/151170 / FA RK 16-1460)
beschikking van 9 januari 2020

inzake

[verzoekster]

wonende te [A] ,verzoekster in hoger beroep,verder te noemen: de moeder,advocaat: mr. K. Withagen te Amsterdam,
en

[verweerder]

wonende te [B] ,verweerder in hoger beroep,verder te noemen: de vader,advocaat: mr. H.J.G. Heijen te Amsterdam.
1

1.1
Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot 7 mei 2019 naar zijn tussenbeschikking van die datum.
1.2
Na de tussenbeschikking zijn bij het hof binnengekomen:- op 15 oktober 2019 het rapport van de bijzondere curator;- op 30 oktober 2019 de schriftelijke reactie daarop van de zijde van de vader;- op 31 oktober 2019 de schriftelijke reactie van de zijde van de moeder.

1.3
Het hof is met partijen van oordeel dat een nadere zitting achterwege kan blijven en zal daarom nu een eindbeschikking geven.
beslissing

2

2.1
Het geschil betreft de omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] , inmiddels vijftien jaar oud.
2.2
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in zijn tussenbeschikking van 7 mei 2019 voor zover daarvan hierna niet wordt afgeweken. In die tussenbeschikking heeft het hof mevrouw [C] tot bijzondere curator voor [de minderjarige] benoemd om de belangen van [de minderjarige] in deze zaak zo goed mogelijk te belichten en haar te horen. In afwachting van de bevindingen van de bijzondere curator heeft het hof de door de rechtbank in de bestreden beschikking bepaalde weekendregeling geschorst totdat nader is beslist of onderling tussen partijen overeengekomen.
2.3
Ter voldoening aan de opdracht heeft de bijzondere curator, na diverse gesprekken met betrokkenen en raadpleging van derden, waaronder een gedragsdeskundige, op 14 oktober 2019 rapport en advies uitgebracht.
2.4
In het rapport van de bijzondere curator wordt onder meer vermeld dat [de minderjarige] haar vader mist en dat zij overwegend positief is over het contact met de vader. [de minderjarige] is daarbij in staat om het stagneren van de omgangsregeling met de vader te zien in het bredere perspectief van het conflict tussen haar ouders en onderliggende oorzaken. De ouders hebben zelf ook het nodige meegemaakt in hun jeugd. Het eigen verleden van de ouders lijkt door te werken naar het heden (zogenoemde intergenerationele overdracht). Zo is sprake geweest van huiselijk geweld waar [de minderjarige] getuige van is geweest. De impact van de problemen tussen en van haar ouders op de jeugd van [de minderjarige] tot op heden, is iets wat zij haar ouders niet kwalijk neemt omdat zij zich bewust is van het eigen verleden van de ouders.

2.5
[de minderjarige] is zeer loyaal en lijkt zich tot het uiterste in te spannen om zich staande te houden en contact met beide ouders te kunnen hebben. Hoewel [de minderjarige] veel van haar vader houdt, dagelijks met hem appt en wekelijks met hem op FaceTime zit, heeft ze de toestemming van de moeder voor de omgang met de vader hard nodig. Die toestemming is op dit moment te minimaal en de bijzondere curator ziet daarin een negatief effect op de relatie tussen [de minderjarige] en de vader en daarmee op het welzijn van [de minderjarige] . Het lukt [de minderjarige] nog om loyaal te zijn naar beide ouders, maar de bijzondere curator ziet dat het na de zomer van 2019 moeilijker voor haar is geworden. [de minderjarige] is zich aan het terugtrekken en herziet haar mening over de omgang met vader.De moeder bekritiseert vader en verdenkt hem van alcoholmisbruik. Ze vindt hem een slechte vader en is boos. Zij zegt hem geen gedag meer, ziet hem niet, erkent hem niet, informeert hem niet en zou hem het liefst uit haar leven bannen. Volgens de bijzondere curator heeft de moeder op dit moment onvoldoende ruimte om de impact hiervan op [de minderjarige] te overdenken. De moeder lijkt bezig met overleven en projecteert mogelijk haar eigen kwetsuren op [de minderjarige] . Ook het belang van een onbelaste relatie tussen [de minderjarige] en de vader vindt bij de moeder nog geen gehoor. De vader dient op zijn beurt te stoppen met het zoeken van de confrontatie met de moeder en meer verantwoordelijkheid te nemen. [de minderjarige] wordt nog teveel door de ouders belast. Het ligt op de weg van de ouders om dat voor haar weg te nemen door duidelijke omgangsafspraken en communicatie hierover. Ook het hanteren van een gedragscode is voorwaardelijk.
2.6
In haar conclusie geeft de bijzondere curator weer dat een kind recht heeft op contact met beide ouders. [de minderjarige] geeft voor de zomer van 2019 duidelijk aan haar vader te missen. Het lijkt er op dat er in de zomer iets is veranderd en dat [de minderjarige] sterk is beïnvloed door enkele gebeurtenissen. Het advies van de bijzondere curator luidt dat de omgangsregeling tussen [de minderjarige] en de vader zo spoedig mogelijk wordt hervat met een weekend per vier weken van vrijdag 18.30 uur tot en met zondagavond 18.30 uur. Daarnaast een derde zaterdag (14 dagen na het omgangsweekend) de hele dag met vader (vader komt naar [A] ) van 12.00 uur tot uiterlijk 20.00 uur, zodat zij met vader kan eten. Daarbij merkt de bijzondere curator op dat [de minderjarige] deze wens in de eerdere gesprekken heeft uitgesproken en ook heeft verwerkt in de PowerPoint presentatie aan haar ouders. Haar gewijzigde houding in september ervaart de bijzondere curator als zijnde mogelijk een gevolg van de impact van het gedrag en de uitspraken van moeder jegens de vader.

2.7
Volgens de vader is er tijdens het traject bij de bijzondere curator voor alle betrokkenen veel duidelijkheid gekomen. De vader vindt vooral belangrijk dat er nu rust en stabiliteit komt en dat partijen enkel het geluk en het welzijn van [de minderjarige] voor ogen houden. De vader benadrukt dat hij een liefhebbende vader voor [de minderjarige] wil zijn. Hij neemt de adviezen van de bijzondere curator daarom ter harte en is inmiddels bezig met vrijwillige begeleiding en hulpverlening. De vader hoopt ook dat op termijn de communicatie met de moeder over [de minderjarige] zal verbeteren. Verder is de vader het eens met het advies van de bijzondere curator om zo snel mogelijk de omgangsregeling zoals beschreven en geadviseerd aan het eind van het rapport, te hervatten.
2.8
Anders dan de vader kan de moeder zich niet vinden in het rapport en advies van de bijzondere curator. De moeder herkent zich niet in het beeld dat van haar in het rapport wordt geschetst. Zij vindt het kwalijk dat de bijzondere curator een aantal zeer gevoelige zaken, die zij in vertrouwen met de bijzondere curator heeft gedeeld, in het rapport heeft opgenomen en die informatie is bovendien verkeerd geïnterpreteerd en gebruikt door de bijzondere curator. De moeder is vanwege al de spanningen inmiddels onder behandeling voor burnout-klachten. Zij kan erkennen dat [de minderjarige] contact met de vader wil maar het is volgens de moeder niet de wens van [de minderjarige] om de vader ook in [B] te bezoeken. De moeder handhaaft daarom haar verzoek in hoger beroep om een omgangsregeling vast te stellen van een zaterdag per twee weken waarbij de vader het halen en brengen van [de minderjarige] voor zijn rekening neemt.

2.9
Het hof vindt het rapport en advies van de bijzondere curator goed gemotiveerd en onderbouwd, met verwijzing naar de inhoud van de gevoerde gesprekken en geraadpleegde bronnen. Het rapport geeft verder duidelijk weer wat het belang en de stem van [de minderjarige] in deze zijn en wat daarom van de ouders mag worden verwacht. Mede gelet op de leeftijd van [de minderjarige] dient haar stem zwaar mee te wegen. Het hof neemt daarbij wel de verklaring van de bijzondere curator over de gewijzigde opstelling van [de minderjarige] na de zomer in acht en zal daarom overeenkomstig het advies van de bijzondere curator beslissen. Hetgeen de moeder heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel omdat zulks juist bevestigt dat professionele hulpverlening nodig is, zoals de bijzondere curator heeft beschreven onder punt 12 van haar rapport. De ouders dienen daar in het belang van [de minderjarige] gehoor aan te geven. Voor zover de moeder zich op het standpunt stelt dat de bijzondere curator ten onrechte vertrouwelijke informatie in het rapport heeft opgenomen, overweegt het hof dat dit inherent is aan de procedure en de opdracht aan de bijzondere curator om de belangen van [de minderjarige] zo goed mogelijk te belichten. Van een onjuiste interpretatie van de feiten is het hof niet gebleken, de moeder heeft dit punt overigens ook niet nader gespecificeerd.
beslissing

3

3.1
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hoger beroep van de moeder faalt. Om proceseconomische redenen zal het hof de bestreden beschikking geheel vernietigen en beslissen als hierna vermeld.
De proceskosten

beslissing

4

Het hof:
en opnieuw rechtdoende:

stelt een omgangsregeling vast tussen de vader en de minderjarige [de minderjarige] , geboren [in] 2004, van een weekend per vier weken van vrijdag 18.30 uur tot en met zondagavond 18.30 uur, alsmede telkens de derde zaterdag (veertien dagen na het omgangsweekend) van 12.00 uur tot uiterlijk 20.00 uur waarbij de vader op die zaterdag naar Bolsward komt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, voorzitter, R.A. Boon en S. Rezel, bijgestaan door mr. A.J.Th. Harkema als griffier en is op 9 januari 2020 in het openbaar uitgesproken.