Uitspraak ECLI:NL:GHARL:2020:1138

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-02-2020. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHARL:2020:1138, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 21-001935-19


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:GHARL:2020:1138:DOC
nl

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001935-19 Uitspraak d.d.: 12 februari 2020TEGENSPRAAK
Verkort arrest

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1968,thans verblijvende in [locatie] .
Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

- een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;- een ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege;- oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van twee jaren, inhoudende dat verdachte op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zal zoeken en/of hebben met [slachtoffer] , en voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan twee weken hechtenis per overtreding van de maatregel met een maximum van zes maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 januari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot:

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.J. Sprey, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank de verdachte ter zake het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde te weten:- 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;- 2: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
3: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben, zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd,veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden onvoorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht alsmede tot de maatregel van ter beschikkingstelling onder voorwaarden. De rechtbank heeft voorts aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, te weten een contactverbod met [slachtoffer] opgelegd voor de duur van twee jaren, waarbij bij overtreding van de maatregel per keer twee weken hechtenis kan worden opgelegd, waarbij de totale duur van de dan ten uitvoer te leggen vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt. Voorts heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. Wel heeft de rechtbank aan verdachte ten behoeve van [slachtoffer] de schadevergoedingsmaatregel opgelegd voor het door de benadeelde partij gevorderde bedrag vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2012.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

1.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus 2012 tot en met 22 augustus 2013 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met zijn kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten: - het meermalen aanraken en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] en/of- het geven van een kus op de borst(en) van die [slachtoffer] en/of - het laten vastpakken en/of vasthouden van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of- het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] ;
2.hij op één of meer tijstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus 2013 tot en met 22 augustus 2017 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met zijn kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten: - het aanraken en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van voornoemde [slachtoffer] en/of - het geven van (een) tongzoen(en) aan die [slachtoffer] en/of - het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of - het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) het heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of - het laten vastpakken en/of vasthouden van zijn, verdachtes, (stijve) penis door die [slachtoffer] en/of het laten maken van heen en weer gaande bewegingen van de hand(en) van die [slachtoffer] om zijn, verdachtes, penis;
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer] , althans deze persoon, (deels) gekleed is en/of poseert in een omgeving (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of de borsten van die [slachtoffer] , althans deze persoon, in beeld gebracht worden afbeeldingen op pagina 167 t/m 178 met record 1 t/m 19 (omschrijving p. 161 en 162 proces-verbaal) afbeeldingen 20160324-WA0001.jpg, 20160329-WA0001.jpg, 20160329-WA0004.jpg, 20160406-WA0001.jpg, 20160421-WA0002.jpg en 20171127-WA0002.jpg (omschrijving p. 128 proces-verbaal) en/of - het met de vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van de borsten en/of vagina van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of - het met de vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van de eigen borsten en/of eigen vagina van die [slachtoffer] door die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt afbeeldingen op pagina 170, 171, 172 en 173 met record 8, 9, 11, 12 (omschrijving p. 161 en 162 proces-verbaal) en/of - het met de vinger(s)/hand vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
- het met de vinger(s)/hand vaginaal penetreren van het eigen lichaam van die [slachtoffer] door die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt video's met bestandsnamen VID 20160419 WA0004.mp4, VID 20160422 WA0000.mp4 en VID 20160507 WA0000.mp4 (omschrijving p. 129 proces-verbaal).
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 1

De verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het plegen van de aan hem onder 1 ten laste gelegde seksuele handelingen, gepleegd toen [slachtoffer] nog niet de leeftijd van twaalf jaren had bereikt. Door en namens verdachte is in zoverre vrijspraak bepleit.

Het hof overweegt als volgt.Op 6 maart 2018 heeft met aangeefster [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ), geboren op [geboortedatum 2] , een informatief zedengesprek plaatsgevonden. Op 11 april 2018 wordt er door [aangever] aangifte gedaan van seksueel misbruik van [slachtoffer] en op 26 april 2018 wordt [slachtoffer] door de politie gehoord. In haar verklaring geeft [slachtoffer] aan dat zij in haar jeugd misbruikt is door haar vader, dat het misbruik is begonnen op [plaats 1] toen ze 11 jaar oud was en dat dit misbruik (ook) bestond uit het seksueel binnendringen. Verdachte vingerde haar.
Het hof constateert dat aangeefster in haar verklaring consistent is over de gang van zaken. Het hof vindt in hetgeen zich in het dossier bevindt bovendien geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster te twijfelen. Haar verklaring komt het hof authentiek voor nu deze enerzijds gedetailleerd is, specifieke uitlatingen en gedragingen kent en anderzijds op hoofdlijnen gelijkluidend verklaart. Het hof beoordeelt de verklaring van aangeefster als betrouwbaar en in die zin bruikbaar als wettig bewijs.

Het hof dient vervolgens te beoordelen of er voldoende steunbewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring voor het onder 1 ten laste gelegde feit.

Het hof stelt daarbij voorop dat artikel 342, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Zoals hiervoor reeds overwogen, is het hof van oordeel dat de verklaringen van aangeefster over de door verdachte verrichte handelingen toen aangeefster de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt betrouwbaar zijn. Het hof hecht dan ook geloof aan die verklaringen. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of het onder 1 ten laste gelegde feit, met in achtneming van hetgeen hiervoor voorop is gesteld, bewezen kan worden verklaard. De enkele verklaring van aangeefster is voor een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit onvoldoende. De rechtbank heeft ter ondersteuning van de verklaring van [slachtoffer] tot het bewijs gebezigd de verklaring van verdachte dat het misbruik naar zijn beleving in [plaats 2] is begonnen, maar dat als zijn dochter heeft verklaard dat het misbruik al op [plaats 1] gebeurde, het dan zo zal zijn. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte enerzijds volhoudt dat het misbruik in [plaats 2] is begonnen, maar dat hij anderzijds niet uitsluit dat zijn dochter het zich beter weet te herinneren.
Het hof is echter van oordeel dat de door de rechtbank gebruikte verklaringen van verdachte onvoldoende steun bieden aan de verklaring van [slachtoffer] voor zover dit het onder 1 ten laste gelegde feit betreft. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verdachte, onder andere ter terechtzitting in eerste aanleg, aangeeft dat hij het zich niet kan herinneren dat hij aangeefster voor de tijd in [plaats 2] op een seksuele manier heeft aangeraakt, dat het in zijn beleving pas in [plaats 2] begonnen is, maar dat hij haar niet wil benadelen. Gelet hierop kunnen de verklaringen van verdachte naar het oordeel van het hof niet dienen als steunbewijs voor het onder 1 ten laste gelegde feit. Ook overigens bevat het dossier geen bewijs dat de verklaring van aangeefster ten aanzien van feit 1 ondersteund.Dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan kan aldus worden gebaseerd op de verklaring van [slachtoffer] . Het hof is echter van oordeel dat deze verklaring in onvoldoende mate wordt ondersteund door een ander bewijsmiddel dat afkomstig is uit een bron, anders dan afkomstig van [slachtoffer] . Het schriftje waarin [slachtoffer] heeft beschreven wat er heeft plaatsgevonden komt uit dezelfde bron, zodat dit niet als steunbewijs kan dienen.
Al met al is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is om tot een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde te komen. Het hof zal verdachte van dit feit vrijspreken.

Bewezenverklaring

2.hij in de periode van 23 augustus 2013 tot en met 22 augustus 2017 te [plaats 2] , meermalen, met zijn kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten: - het aanraken van de borsten en billen en vagina van voornoemde [slachtoffer] en - het geven van tongzoenen aan die [slachtoffer] en - het brengen van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer] en - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en vervolgens het heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en
- het laten vastpakken en vasthouden van zijn, verdachtes, (stijve) penis door die [slachtoffer] en het laten maken van heen en weer gaande bewegingen van de hand van die [slachtoffer] om zijn, verdachtes, penis;3.hij in de periode van 23 augustus 2014 tot en met 02 oktober 2018 te [plaats 2] , meermalen, afbeeldingen, te weten foto’s en video‘s van seksuele gedragingen van zijn, verdachtes, kind, te weten [slachtoffer] , die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daardoor door middel van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: - het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] , (deels) gekleed is en poseert in een omgeving op een wijze die niet bij haar leeftijd past en door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of de borsten van die [slachtoffer] , in beeld gebracht worden afbeeldingen op pagina 167 t/m 178 met record 1 t/m 19 afbeeldingen 20160324-WA0001.jpg, 20160329-WA0001.jpg, 20160329-WA0004.jpg, 20160406-WA0001.jpg, 20160421-WA0002.jpg en 20171127-WA0002.jpg en - het met de vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van de eigen borsten en/of eigen vagina door die [slachtoffer] , afbeeldingen op pagina 170, 171, 172 en 173 met record 8, 9, 11, 12 - het met de vinger vaginaal penetreren van het eigen lichaam van die [slachtoffer] door die [slachtoffer] , video's met bestandsnamen VID 20160419 WA0004.mp4, VID 20160422 WA0000.mp4 en VID 20160507 WA0000.mp4.
Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kindmeermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind,

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over de verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt:

De psycholoog heeft geconcludeerd, zoals vervat in de pro Justitia rapportage, dat bij verdachte sprake is van een pedofiele stoornis, niet exclusieve type gezien zijn seksuele interesse in seksuele handelingen met minderjarigen. Er worden door de psycholoog ook enkele disfunctionele trekken in de persoonlijkheid gezien van antisociale- (enig egocentrisme, lacunair geweten) en narcistische (hautain, gebrek aan empathie) kleur die invloed hebben op het functioneren van verdachte. Ten tijde van het tenlastegelegde was de pedofiele stoornis aanwezig, zodat de psycholoog van mening is dat het ten laste gelegde aan verdachte in verminderende mate kan worden toegerekend.

De conclusie van de psychiater, zoals vervat in de pro Justitia rapportage, is dat bij verdachte een pedofiele stoornis van het niet-exclusieve type kan worden vastgesteld en dat die stoornis aanwezig was ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. Er is sprake van cognitieve vervormingen waarbij verdachte de indruk had dat zijn dochter de seksuele handelingen met hem prettig en fijn vond. Deze vervormingen zorgden ervoor dat de schuld- en schaamtegevoelens werden toegedekt en dat hij niet in staat was zichzelf te beheersen. Zijn empathische vermogens zijn gebrekkig zodat hij niet in staat is geweest om zich in te leven hoe het geweest moet zijn voor zijn dochter. Van doorleefd berouw is volgens de psychiater geen sprake. Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.
Het hof concludeert op basis van genoemde rapportages dat bij verdachte sprake is geweest van een stoornis en acht verdachte daarom in verminderde mate toerekeningsvatbaar.

Omstandigheden die zijn strafbaarheid zouden uitsluiten zijn niet aannemelijk geworden, zodat de verdachte strafbaar is.

-

een pro Justitia psychologisch rapport d.d. 22 februari 2019, opgemaakt door drs. R. Bout, GZ-psycholoog;

en pro Justitia psychiatrisch rapport d.d. 24 februari 2019, opgemaakt door drs. M.M. Sprock, psychiater.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende ruim 5 jaren schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. De verdachte heeft in een periode van vier jaren zijn dochter seksueel misbruikt. Zijn dochter heeft vergaande seksuele gedragingen moeten verrichten en ondergaan. Dit seksueel misbruik heeft mede bestaan uit het seksueel binnendringen. Daarnaast heeft verdachte een fors aantal pornografische afbeeldingen en video’s van zijn dochter verworven en in zijn bezit gehad.

Bijzonder kwalijk is dat verdachte seksuele handelingen heeft gepleegd bij zijn dochter, terwijl zij aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd en zij zich bij hem veilig behoorde te kunnen voelen. Verdachte handelde enkel ter bevrediging van zijn eigen seksuele behoeftes, zonder daarbij te denken aan het welzijn van zijn dochter en hij heeft daarbij ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zijn dochter in hem had. Met zijn handelen heeft verdachte keer op keer, op geraffineerde wijze, een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn dochter. Dergelijke gedragingen kunnen, naar de ervaring leert, voor een slachtoffer ernstige psychische gevolgen hebben. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer] , overgelegd ter zitting van de rechtbank blijkt dat zij kampt met psychische problemen. Uit de slachtofferverklaring overgelegd ter zitting van het hof blijkt dat [slachtoffer] momenteel begeleid zelfstandig woont en dat zij wekelijks therapie krijgt. [slachtoffer] heeft zich blijkens haar verklaringen bewonderingswaardig sterk getoond. Ze hoopt over tien jaar terug te kijken op dit alles en dan een gelukkig en stabiel leven te leiden.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 3 januari 2020 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Het hof houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die blijken uit het dossier, uit hetgeen door en namens hem ter terechtzitting van de rechtbank en het hof is aangevoerd en uit de omtrent verdachte opgemaakte rapportages.

Ernstige feiten als de onderhavige rechtvaardigen oplegging van een gevangenisstraf zoals door de rechtbank aan verdachte is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd. Hiervan afzien of oplegging van een lagere gevangenisstraf zou – ondanks de hierna te bespreken noodzakelijke behandeling van verdachte – onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten. In het feit dat verdachte door het hof van het onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, ziet het hof geen aanleiding de gevangenisstraf te matigen.

Daarnaast is geboden de oplegging van het door de advocaat-generaal gevorderde contactverbod krachtens de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, ter voorkoming van strafbare feiten. Het hof zal deze maatregel opleggen voor een langere duur, te weten vier jaren, teneinde [slachtoffer] voor langere tijd bescherming te bieden en haar de tijd en rust te gunnen voor haar behandeling en het opbouwen van haar leven.

Het hof zal daarbij bepalen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan gericht tegen [slachtoffer] . Het gerechtshof zal voorts bepalen dat telkens wanneer niet aan de maatregel wordt voldaan per keer vervangende hechtenis voor de duur van twee weken kan worden toegepast, met dien verstande dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt.

Oplegging maatregel

Naast de noodzaak tot vergelding, welke invulling zal krijgen door de oplegging van de gevangenisstraf, is het hof van oordeel dat het evenzo belangrijk is dat de maatschappij wordt beschermd voor een herhaling van het handelen van verdachte. Naar het oordeel van de deskundigen zal verdachte vanwege zijn interesse in seksuele handelingen met minderjarigen een hoog risico lopen op recidive. De psycholoog merkt daarbij op dat de kans op recidive op korte termijn als beperkt wordt ingeschat, omdat verdachte nu, vanwege de afwikkeling van de huidige zaak, de consequenties van zijn gedrag ervaart. Op middellange termijn zal dit effect er niet meer zijn en wordt de kans op recidive als hoog ingeschat. De psychiater overweegt in dit kader dat verdachte geen noodzaak ziet tot behandeling, aangezien hij van mening is genezen te zijn na zijn doop in 2018. De mate van cognitieve vervorming is ernstig. Verdachte kan cognitief beredeneren dat hij fout is geweest, maar van doorleefd berouw lijkt geen sprake. Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep niet de indruk gekregen dat verdachte beseft dat het van groot belang is dat hij een behandeling ondergaat. Dit om de samenleving, waaronder zijn eigen kinderen, te beschermen. Verder moet volgens de psycholoog in ogenschouw worden genomen dat verdachte van plan is om terug te keren naar zijn gezin met onder meer een minderjarige dochter. De psycholoog ziet een reëel risico dat zij het volgende slachtoffer is als verdachte zijn gedrag niet aanpast. De psychiater geeft voorts aan dat verdachte jarenlang een behandeling heeft gehad die recidivepreventief had moeten zijn en dat het ontucht tijdens die behandeling voortduurde. Deskundigen komen alles afwegende tot de conclusie dat intensieve behandeling noodzakelijk is. Beiden adviseren zij een intensieve klinische zedenbehandeling bij de Van der Hoevenkliniek. Na de klinische fase zal verdachte goed gemonitord moeten worden met betrekking tot zijn seksuele gedragingen; een ambulante begeleidings- en behandelingsfase is hierbij van belang. Contact met zijn gezin en familie zal middels systeemgesprekken inclusief relatiegesprekken met zijn echtgenote hersteld dienen te worden. Controle op gegevensdragers is eveneens van belang aldus de deskundigen. Een stevig kader om dit te bewerkstelligen is het opleggen van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Gezien het hoge recidiverisico wordt dit volgens de deskundigen het meest passende kader geacht om tot de noodzakelijke gedragsverandering te komen. Indien blijkt dat de problematiek te hardnekkig is, verdachte onvoldoende openheid geeft, het risico hoog blijft, is altijd nog omzetting naar dwangverpleging mogelijk, aldus de deskundigen.
Uit het omtrent verdachte uitgebracht reclasseringsrapport d.d. 18 december 2019 blijkt dat ook door de reclassering de kans op herhaling als hoog wordt ingeschat en dat ook de reclassering een terbeschikkingstelling met voorwaarden een passend juridisch kader acht.

Het hof stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 38 Wetboek van Strafrecht.

Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat gelet op de bevindingen en adviezen in bovenvermelde rapportages, die het hof volgt, behandeling ter voorkoming van recidive noodzakelijk is en dat het eveneens noodzakelijk is dat die behandeling binnen een stevige, voldoende beveiligde klinische setting plaatsvindt, wil de behandeling voldoende kans van slagen hebben.

Verdachte heeft zich ter zitting van het hof bereid verklaard een behandeling te ondergaan en heeft ingestemd met de door de reclassering voorgestelde voorwaarden, ook indien het inhoudt dat verdachte medicatie moet innemen.

Het hof overweegt ten slotte dat de terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam en een of meer personen. Dit betekent dat – in het geval van omzetting van terbeschikkingstelling met voorwaarden naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege – er sprake is van een zogenaamde ongemaximeerde terbeschikkingstelling.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 26.850,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.In hoger beroep is de vordering door de inmiddels 18-jarige benadeelde partij gehandhaafd.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Door de verdediging is aangevoerd dat onvoldoende is aangetoond dat er een rechtstreeks verband is tussen de studievertraging en het handelen van verdachte. Bijlage 1 bij de vordering houdt in de Behandelovereenkomst Therapeutisch Centrum GGZ. Daaruit blijkt dat de doelstelling van de behandeling van [slachtoffer] is het weer naar vermogen kunnen functioneren en dat dit gelukt is indien ze beter slaapt en dat ze zich op school kan concentreren. Het hof leidt hieruit af dat het handelen van verdachte direct gevolgen heeft gehad voor het kunnen functioneren van [slachtoffer] , onder meer op school. Daarmee is, naar het oordeel van het hof, het rechtstreekse verband tussen het handelen van verdachte en de studievertraging van [slachtoffer] voldoende aangetoond.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 38e , 38v, 57, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

beslissing

BESLISSING

- verdachte zich onthoudt van het plegen van strafbare feiten;
- verdachte zich onder toezicht van de reclassering stelt en meewerkt aan het reclasseringstoezicht;
- verdachte zich meldt op afspraken bij de reclassering; de reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zijn identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- verdachte zich aan de aanwijzingen van de reclassering houdt. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- verdachte de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
- verdachte aan huisbezoeken meewerkt;
- verdachte de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- verdachte zich niet op een ander adres vestigt zonder toestemming van de reclassering;
- verdachte meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;
- verdachte meewerkt, als dat nodig wordt geacht, aan een time-out in een Forensische Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar;
- verdachte zich niet begeeft buiten de Europese landsgrenzen van Nederland, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;
- verdachte laat zich opnemen in de Forensische Psychiatrische Kliniek (FPK) te Assen of een soortgelijke zorginstelling (ook als dit overbruggingszorg inhoudt), te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start direct na detentie op het moment dat er plaats is bij de kliniek.
- verdachte laat zich, na de klinische opname, behandelen door een forensische polikliniek, nader te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
- verdachte verblijft, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, in een nader te bepalen maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met het slachtoffer zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
- verdachte zoekt, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, op geen enkele wijze contact met minderjarigen, uitgezonderd zijn minderjarige kinderen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt betrokkene dat een gezaghebbende dan wel een andere volwassene hierbij aanwezig is;
- verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van:
- verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. Verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek.
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een voor de duur van .

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte , onder de voorwaarden dat:

deze medewerking houdt onder andere in dat:

De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Verdachte volgt het vrijheidsbeleid zoals afgesproken is met de behandelcoördinator van de kliniek in samenspraak met de reclassering. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

* seksueel getint communiceren met minderjarigen;* gedrag dat gericht is op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;* gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 4 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , zijn dochter, geboren op [geboortedatum 2] ;

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

Bepaalt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Draagt Reclassering Nederland, Advies & Toezichtunit 6 te Zwolle op de ter beschikking gestelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 26.850,00 (zesentwintigduizend achthonderdvijftig euro) bestaande uit € 16.850,00 (zestienduizend achthonderdvijftig euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden toegepast op 169 (honderdnegenenzestig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 23 augustus 2013.

Aldus gewezen doormr. H.J. Deuring, voorzitter,mr. L.J. Bosch en mr. A.H. toe Laer, raadsheren,in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,en op 12 februari 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.