Uitspraak ECLI:NL:GHARL:2019:8278

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-10-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 08-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHARL:2019:8278, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 200.256.296/01


Bron: Rechtspraak


GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.256.296/01(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 6301640)
arrest van 8 oktober 2019

in de zaak van

Lima Delta B.V.,

gevestigd te Edam,appellante,in eerste aanleg: eiseres,hierna: ,advocaten: mr. E.J.L. Bulthuis en mr. N.L. Verbraak, kantoorhoudend te Amsterdam,
tegen

Enjoy Sailing B.V.,

gevestigd te Lemmer,geïntimeerde,in eerste aanleg: gedaagde,hierna: ,advocaat: mr. H.A. van Beilen, kantoorhoudend te Leeuwarden, die zich heeft onttrokken.

ECLI:NL:GHARL:2019:8278:DOC
nl

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.256.296/01(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 6301640)
arrest van 8 oktober 2019

in de zaak van

Lima Delta B.V.,

gevestigd te Edam,appellante,in eerste aanleg: eiseres,hierna: ,advocaten: mr. E.J.L. Bulthuis en mr. N.L. Verbraak, kantoorhoudend te Amsterdam,
tegen

Enjoy Sailing B.V.,

gevestigd te Lemmer,geïntimeerde,in eerste aanleg: gedaagde,hierna: ,advocaat: mr. H.A. van Beilen, kantoorhoudend te Leeuwarden, die zich heeft onttrokken.
1

2.1
Het verloop van de procedure in eerste aanleg volgt uit de vonnissen van 10 april 2018 (hierna: het tussenvonnis) en van 15 januari 2019 (hierna: het eindvonnis) van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:- de appeldagvaarding van 11 maart 2019;- de memorie van grieven (met producties).

2.2
Nadat tegen Sailing eerst verstek was verleend, is dat verstek op 30 april 2019 gezuiverd doordat mr. Van Beilen zich voor Sailing heeft gesteld. Mr. Van Beilen heeft zich aan de zaak onttrokken. Voor Sailing heeft zich vervolgens geen andere advocaat gesteld. Een memorie van antwoord is niet genomen.2.3 Ten slotte heeft Lima de stukken overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. Het hof merkt op dat de appeldagvaarding zich niet bij de overgelegde stukken bevindt. Het hof heeft voor de appeldagvaarding geput uit het griffiedossier.
2.4
De vorderingen van Lima in hoger beroep komen erop neer dat het eindvonnis wordt vernietigd en dat het hof de in eerste aanleg ingestelde vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Sailing in de proceskosten.
3

3.1
De kantonrechter heeft in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.6) van het tussenvonnis de feiten vastgesteld. Tegen deze vaststelling zijn geen grieven gericht, zodat in hoger beroep van de door de kantonrechter vastgestelde feiten kan worden uitgegaan. Deze feiten komen, aangevuld met nog enkele vaststaande feiten, op het volgende neer.
3.2
Lima houdt zich onder meer bezig met het verlenen van maritieme diensten, het verrichten van sleepwerkzaamheden, het verlenen van hulpdiensten te behoeve van plezier- en beroepsvaart en het bergen van schepen.Sailing is actief in de in- en verkoop en verhuur van zeiljachten.
3.4
Sailing had het zeiljacht ' [A] ' verhuurd aan [B] .
3.5
Op 20 augustus 2016 rond 13:00 uur is de [A] aan de grond gelopen op het Vrouwezand in het IJsselmeer. De [A] kon niet op eigen kracht loskomen. [B] heeft vervolgens de KNRM gebeld om hulp te verlenen om de [A] los te krijgen.

3.6
Vrijwel gelijktijdig met dit telefoontje is het aan Lima toebehorendebergingsvaartuig 'Odin', bemand door [C] en [D] , langszij gekomen. [C] heeft hulp aangeboden en na enig heen en weer gepraat heeft [B] [D]aan boord van de [A] toegelaten. De Odin heeft de [A] daarna vlotgetrokken.
3.7
Nadat de [A] vlot was heeft [D] [B] een 'Sleep- enHulpverleningsovereenkomst' voorgehouden. Deze overeenkomst, die deels uit een voorgedrukt deel en deels uit een handgeschreven deel bestaat, is door [B] getekend.Deze overeenkomst bevat, voor zover van belang, het navolgende:
"Naam ondergetekende: [B]

(...)

Verklaart hierbij verantwoordelijk te blijven voor zijn of haar schip en een opdracht te hebben gegeven voor, en akkoord te zijn gegaan met de volgende verrichte handelingen.

OMSCHRIJVING VAN DE SITUATIE:

Het zeiljacht [A] is varende op het IJsselmeer als zij aan de grond loopt op het Vrouwezand. Door de hoge golven en lagerwal heeft zij snel hulp nodig. De Odin gaat ter plaatse en biedt haar professionele diensten aan, welke worden geaccepteerd. (…)

Salvage vaartuig: Odin (...) Windrichting/windkracht: ZZW - 6/7 Bft

Uitgevaren: 12.35 Terug op station: 14.05 Totale tijdsduur: 1 u 30 min

(...)

Verzekeringsmaatschappij: Kuiper Polisnummer(…)"

3.8
Lima heeft Sailing bij factuur van 25 augustus 2016 voor de op20 augustus 2016 verrichte hulpverlening een bedrag van € 5.324,- (€ 4.400,-vermeerderd met € 924,00 btw) in rekening gebracht. Sailing heeft deze factuurbetwist.
3.9
Lima heeft daarna aan [E] Expertise te Alkmaar opdracht gegeven om hethulploon vast te stellen (hierna te noemen: [E] ). [E] heeft in haar rapport van expertise (vaststellen hulploon) van 14 februari 2017 een bedrag van € 3.600,-- exclusief btw redelijk geacht. Naar aanleiding daarvan heeft Lima Delta Enjoy Sailing bericht dat zij bereid is om de zaak te schikken voor € 4.356,- (€ 3.600,- vermeerderd met btw). Sailing heeft dit voorstel afgewezen.
beslissing

4

4.1
Lima heeft Sailing gedagvaard en betaling gevorderd van een bedrag van € 4.356,-, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Aan haar vordering heeft zij ten grondslag gelegd dat tussen partijen (Sailing vertegenwoordigd door haar schipper [B] ) een hulpverleningsovereenkomst is gesloten en dat zij op grond van deze overeenkomst, althans op grond van artikel 8:561 BW recht heeft op hulploon. Het door haar in rekening gebrachte loon is een redelijk hulploon in de zin van artikel 8:563 lid 2 BW.
4.2
Sailing heeft verweer gevoerd. Volgens haar is de hulpverlening onder invloed van misleiding dan wel dwaling tot stand gekomen. Zij voert in dat verband aan dat [C] van Lima heeft gezegd dat de hulpverlening geen kosten mee zou brengen. Sailing heeft ook de hoogte van het in rekening gebrachte hulploon bestreden. Het hulploon staat volgens haar in geen verhouding tot de geleverde dienst.
4.3
In het tussenvonnis van 10 april 2018 heeft de kantonrechter Sailing in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat Lima de hulpverlening aan de [A] kosteloos zou verrichten dan wel dat de hulpverleningsovereenkomst onder invloed van dwaling bij [B] of bedrog door Lima tot stand is gekomen. Nadat getuigen waren gehoord en (geluids)filmbeelden van het lostrekken van de [A] waren overgelegd, heeft de kantonrechter in het eindvonnis geoordeeld dat Sailing het door haar te leveren bewijs niet heeft geleverd. Ten aanzien van de hoogte van het hulploon heeft de kantonrechter eerst overwogen dat het rapport van [E] Expertises niet van waarde is in deze procedure; het rapport is onvoldoende concreet en is enkel gebaseerd op van Lima afkomstige informatie. Uitgaande van een duur van de hulpverlening van een half uur, een gemiddeld uurtarief van € 33,- voor twee medewerkers en een bedrag aan kosten voor de Odin van € 100,- per uur en € 5,- aan brandstofkosten, komt de kantonrechter uit op een bedrag van € 88,- exclusief btw, € 106,48 inclusief btw. De kantonrechter heeft dit bedrag toegewezen, te vermeerderen met wettelijke handelsrente en proceskosten, en de vordering voor het overige afgewezen.
5

5.2
Indien de grieven slagen, en het hof oordeelt dat een hoger hulploon verschuldigd is, dient het hof op grond van de devolutieve werking van het appel de door Sailing in eerste aanleg aangevoerde en door de kantonrechter verworpen verweren te beoordelen. Het hof overweegt in dit verband dat het zich verenigt met de verwerping door de kantonrechter van deze verweren en met de motivering daarvan door de kantonrechter.
5.3
Volgens artikel 8:563 lid 1 BW wordt - indien partijen het hulploon niet bij overeenkomst hebben vastgesteld - het hulploon vastgesteld door de rechter. Het hulploon wordt, bepaalt lid 2 van dat artikel, vastgesteld met het oog op het aanmoedigen van hulpverlening, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende criteria:a. de geredde waarde van het schip en de andere goederen;b. de vakkundigheid en inspanningen van de hulpverleners, betoond bij het voorkomen en beperken van schade aan het milieu;c. de mate van de door de hulpverleners verkregen gunstige uitslag;d. de aard en ernst van het gevaar;e. de vakkundigheid en inspanningen betoond door de hulpverleners bij de redding van het schip, de andere zaken en mensenlevens;f. de door de hulpverleners gebruikte tijd, gemaakte kosten en geleden verliezen;g. het risico van aansprakelijkheid en andere door de hulpverleners of hun uitrusting gelopen risico's;h. de snelheid van de verleende diensten;i. de beschikbaarheid en het gebruik van schepen of andere voor hulpverlening bestemde uitrusting;j. de staat van gereedheid en ook de doelmatigheid en de waarde van de uitrusting van de hulpverleners.Het hof zal deze criteria hierna toepassen op het vlottrekken van de [A] .
5.4
Ad a: Partijen verschillen over de waarde van de [A] . Het hof gaat er, gelet op de overgelegde factuur van 1 november 2015 betreffende de koop, vanuit dat de [A] is gekocht voor een bedrag van € 67.572,50 exclusief btw . De [A] is in april 2016 geleverd, zodat het jacht ten tijde van het incident een paar maanden oud was. Daarvan uitgaande gaat het hof uit van een waarde van € 65.000,-. Het hof tekent daarbij aan dat het bij de waardebepaling geen rekening houdt met btw, omdat de btw voor Sailing aftrekbaar is.
5.5
Ad b: In dit geval niet relevant.
5.6
Ad c: Tussen partijen staat niet ter discussie dat de [A] is vlot getrokken, dat het jacht zijn weg heeft kunnen vervolgen en dat geen sprake was van schade aan het jacht.
5.7
Ad d: Ten tijde van de hulpverlening was de [A] vastgelopen op het Vrouwezand. Uit de overgelegde meteorologische gegevens volgt dat sprake was van windkracht 5. [B] heeft als getuige ook verklaard dat er een stevige wind stond van windkracht 5. De gedeponeerde filmbeelden laten een flinke golfslag zien van de voor het IJsselmeer kenmerkende korte golven, die ertoe leiden dat het schip snel op en neer gaat. In het licht van deze omstandigheden heeft Sailing de stelling van Lima dat het jacht het risico liep op schade wanneer het niet snel werd vlotgetrokken onvoldoende weersproken. Het hof neemt bij dit criterium ook in aanmerking dat de echtgenote van [B] , volgens diens als getuige afgelegde verklaring, "flink in paniek" was.
5.8
Ad e:Lima heeft, mede gelet op de filmbeelden, voldoende onderbouwd dat haar medewerkers bij de operatie adequaat en accuraat hebben gehandeld. Zij hebben het jacht snel en op een zorgvuldige wijze vlotgetrokken en daarmee vakkundig gehandeld.
5.9
Ad f:De kantonrechter heeft overwogen dat met de eigenlijke hulpverlening (inclusief wat nawerk) ongeveer een half uur gemoeid zal zijn geweest. Rekening houdend met een volgens hem gebruikelijk uurloon en wat (brandstof)kosten voor het gebruik van de Odin komt de kantonrechter uit op een bedrag van € 88,- (exclusief btw) aan kosten voor de operatie. Deze berekening is door Lima niet bestreden, zodat het hof ervan zal uitgaan dat de kosten van de operatie € 88,- hebben bedragen.
5.10
Ad g:Gesteld noch gebleken is dat sprake was van een voor de Odin en haar bemanning risicovolle operatie. De filmbeelden wijzen ook niet in die richting.
5.11
Ad h:De hulpverlening aan de [A] is snel gestart en snel afgerond.
5.12
Ad i:Lima heeft erop gewezen dat de Odin 24 uur per dag beschikbaar is voor de hulpverlening aan pleziervaartuigen en dat dit van belang is voor de veiligheid van het scheepvaartverkeer. Het Vrouwezand is een gevaarlijke plek, waar geregeld (zeil)jachten op vastlopen. Met de 24-uurs beschikbaarheid wordt het algemeen belang van de scheepvaart gediend, aldus Lima. Het hof volgt Lima in dit betoog en wijst er in dit verband op dat het hulploon mede wordt vastgesteld met het oog op het aanmoedigen van hulpverlening.
5.13
Ad j:Lima heeft, niet weersproken door Sailing, gesteld dat zij ruim € 93.000,- heeft geïnvesteerd in de Odin en dat de uitrusting van de Odin geschikt is voor operaties als deze, het vlottrekken van zeiljachten van het Vrouwezand.
5.15
Alles afwegende komt het hof uit op een hulploon van € 1.500,-, te vermeerderen met btw. Het hof tekent daarbij aan dat een hoger bedrag zou zijn vastgesteld indien met het vlottrekken van de [A] meer (in tijd en kosten) en risicovollere inspanningen verricht hadden moeten worden dan nu het geval is geweest.
5.16
Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat het hof op andere bedragen uitkomt dan de diverse door partijen ingeschakelde deskundigen ( [E] door Lima en Expertise Bureau Janssen door Sailing). Het hof kent weinig betekenis toe aan de bevindingen van deze deskundigen , omdat zij in hun rapporten nauwelijks inzicht geven in hun afwegingen. Onduidelijk is of de deskundigen aansluiten bij in de praktijk gehanteerde tarieven voor hulploon, of de deskundigen alle in artikel 8:563 lid 2 BW genoemde criteria hebben meegewogen en, zo ja, op welke wijze. Bovendien is het indien het bedrag van het hulploon niet is overeengekomen uiteindelijk aan de rechter, en niet aan partijdeskundigen, om het hulploon vast te stellen. Daarbij kan de rechter gebruik maken van relevante informatie die hem door deskundigen wordt aangereikt, maar deze informatie ontbreekt, zoals aangegeven, in de overgelegde rapporten.
5.17
De grieven 1 tot en met 5 slagen, gelet op wat hiervoor is overwogen.
5.18
Grief 6

5.20
De slotsom is dat de vordering van Lima toewijsbaar is tot een bedrag van € 2.097,25, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ( tegen de verschuldigdheid waarvan geen afzonderlijk verweer is gevoerd) over € 1.815,- vanaf 25 september 2016 (de gevorderde ingangsdatum, waartegen ook geen verweer is gevoerd). Bij deze stand van zaken zal het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigen, behoudens voor wat betreft de beslissing over de proceskosten. In hoger beroep is Lima in voldoende mate in het gelijk gesteld om een proceskostenveroordeling van Sailing te kunnen rechtvaardigen (geliquideerd salaris van de advocaat: 1 punt, tarief I).

beslissing

6

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep van 15 januari 2019 voor wat betreft de proceskostenveroordeling;

vernietigt dit vonnis voor het overige,
veroordeelt Sailing om aan Lima te betalen een bedrag van € 2.097,25, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 1.815,- vanaf 25 september 2016 tot aan het tijdstip van voldoening van de vordering;

veroordeelt Sailing in de proceskosten in hoger beroep en stelt deze kosten, voor zover tot nu toe aan de zijde van Lima gevallen, vast op € 822,83 aan verschotten en op € 759,- voor geliquideerd salaris van de advocaat;verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.