Uitspraak ECLI:NL:GHARL:2019:4891

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-06-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHARL:2019:4891, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 21-004495-16


Bron: Rechtspraak


Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004495-16 Uitspraak d.d.: 12 juni 2019TEGENSPRAAK
Verkort arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 20 juli 2016 met parketnummer 08-996022-15 in de strafzaak tegen
[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,wonende te [woonplaats] .

ECLI:NL:GHARL:2019:4891:DOC
nl

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004495-16 Uitspraak d.d.: 12 juni 2019TEGENSPRAAK
Verkort arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 20 juli 2016 met parketnummer 08-996022-15 in de strafzaak tegen
[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,wonende te [woonplaats] .
1

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 23 mei 2018, 6 juni 2018, 15 mei 2019, 17 mei 2019 en 12 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden,naar voren is gebracht.
3

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing, een andere strafoplegging en een andere beslissing ten aanzien van de benadeelde partijen komt. Het hof doet daarom opnieuw recht.

4

De tenlastelegging zoals deze luidt na de vordering nadere omschrijving tenlastelegging in eerste aanleg is als bijlage 2 aan dit arrest gehecht.

De verdenking komt er - zakelijk weergegeven - op neer dat verdachte er van wordt verdachte dat:

feit 1: hij in de periode van 12 december 2008 tot en met 31 juli 2014, al dan niet samen met anderen, feitelijke leiding heeft gegeven aan Centurion Vastgoed BV waarbij een groot aantal personen met oplichtingsmiddelen is bewogen geld af te geven (in totaal voor een bedrag van € 26.093.555 ) voor beleggingen in vastgoed door Centurion Vastgoed BV; dan wel dat hij die oplichting zelf heeft (mede)gepleegd;
dan wel dat hij in de periode van 12 december 2008 tot en met 31 juli 2014, al dan niet samen met anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan Centurion Vastgoed BV, waarbij van een groot aantal personen ingelegde geldbedragen zijn verduisterd (in totaal voor een bedrag van € 26.093.555); dan wel dat hij die verduistering zelf heeft (mede)gepleegd;
feit 2: hij in de periode van 12 december 2008 tot en met de dag van dagvaarding, al dan niet samen met anderen, feitelijke leiding heeft gegeven aan Centurion Vastgoed BV waarbij bedrieglijke bankbreuk is gepleegd door lasten te verdichten en/of geld/goederen aan de boedel te onttrekken: dan wel dat hij die bedrieglijke bankbreuk zelf heeft (mede)gepleegd;
feit 3: hij in de periode van 12 december 2008 tot en met 31 juli 2014, al dan niet samen met anderen, feitelijke leiding heeft gegeven aan Centurion Vastgoed BV waarbij een tweetal arbeidsovereenkomsten, een vaststellings- dan wel beëindigings-overeenkomst, een werkgeversverklaring en een loonspecificatie valselijk zijn opgemaakt;dan wel dat hij die valsheid zelf heeft (mede)gepleegd;
feit 4: hij in de periode van 12 december 2008 tot en met de dag van dagvaarding, al dan niet samen met anderen opzettelijk geldbedragen (tot een totaalbedrag van ongeveer€ 21.471,662 of € 16.507.852) heeft witgewassen.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5

5.1
Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt, op grond van de feiten en omstandigheden als in het schriftelijk requisitoir opgenomen, dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan. Zij voert daartoe, samengevat weergegeven, aan dat verdachte samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] leiding gaf aan Centurion VastgoedB .V. (hierna Centurion).
Tot oktober 2011 heeft Centurion drie producten op de markt gebracht (Obligatielening I,II en III) en van de inleg op die producten is het project Vista Verde gestart. Dit projectwas niet succesvol en heeft geleid tot een verlies van enkele miljoenen. Vervolgens zijnin de periode tot het faillissement van Centurion dertien producten in de markt gezet. Te weten: Obligatielening IV, V en VI, Gemina, CWC en CWC+, CWW, CWW+, Goldplan,VIP-plan I, II en III en Rendementsplan.De focus lag op het binnenhalen van geld. In totaal is door Centurion vanaf oktober 2011 een bedrag van ruim zesentwintig miljoen euro opgehaald bij beleggers door de inleg van geld (een bedrag van € 21.471.662), vorderingen en eigendomsrechten.
Het door Centurion opgehaalde geld kwam binnen op één van de bankrekeningen van de Stichting Derdengelden Centurion. Het geld werd vervolgens naar een bankrekening van Centurion en van daaruit naar andere aan Centurion gelieerde bedrijven overgemaakt. Een administratie per project / per beleggingsproduct / per inlegger werd niet gevoerd.

Er was daarmee sprake van één grote pot geld en de Stichting Derdengelden Centurion was daarmee feitelijk niet meer dan de bankrekening van Centurion. De pot geld werd voor van alles gebruikt, advocaatkosten, huur, wijnen, tandartskosten, feestjes, leaseauto’s, contante opnames. Maar niet slechts voor het doel waarvoor het geld daadwerkelijk was ingelegd, namelijk de aanschaf van gronden, de bouw van appartementen, villa’s en recreatievoorzieningen in Costa Rica en voor het genereren van rendement.

Verdachte en de medeverdachten hebben informatie verstrekt aan potentiële beleggers, die bewust onjuist was en waarvan zij van meet af aan wisten dat die niet juist of haalbaar was. Zij deden alsof beleggen in Centurion een veilige investering was, wetende dat het niet het geval was. Verdachte heeft zich dan ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van feitelijke leiding geven aan oplichting.

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Centurion vanaf de oprichting maar in ieder geval vanaf 20 oktober 2011 sprake was van een onvermijdelijk faillissement. Dit moet hen in ieder geval na het aanschrijven door de AFM in augustus 2013 duidelijk zijn geworden. Ook de in die tijd opgemaakt liquiditeitsoverzichten moeten aan verdachte en de medeverdachte dit inzicht hebben verschaft. Desondanks hebben verdachten diverse uitgaven gedaan die niets te maken hadden met Centurion. Verdachte heeft zich dan ook schuldig gemaakt aan het feitelijke leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk.

Vanaf oktober 2011 heeft Centurion ruim € 21 miljoen ontvangen op de bankrekeningen van de Stichting Derdengelden. Deze gelden waren verkregen door oplichting. De gelden zijn vervolgens omgezet en gebruikt en zo voorzien van een legale status. Verder zijn de gelden intern meermalen door geboekt, waardoor de gelden zijn overgedragen en omgezet. De werkelijke aard van de herkomst is verborgen en verhuld, doordat het geld in een grote pot terecht kwam, niet werd geadministreerd wie de inlegger was, voor welk product werd ingelegd. Voorts is het geld omgezet van giraal naar chartaal door verdachten. Dat alles is gebeurd met het oogmerk de gelden een legale status te verlenen en uit het zicht van justitie te houden.

5.2
Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich, op grond van de feiten en omstandigheden als in de pleitnotities opgenomen, op het standpunt gesteld dat verdachte noch Centurion Vastgoed BV zich schuldig heeft gemaakt aan het gebruiken van de gelden van de beleggers voor andere doeleinden dan de kernactiviteiten van Centurion Vastgoed BV.

Ten aanzien van de ten laste gelegde oplichting (feit 1) betoogt de verdediging dat de verdachte en de medeverdachten zich tot het uiterste hebben ingespannen om tot een correcte, zorgvuldige en succesvolle bedrijfsvoering te komen. De verdediging voert daartoe - kort zakelijk weergegeven- aan dat niet kan worden gesteld dat verdachten van meet af aan het oogmerk hadden om de door de beleggers ingelegde gelden niet te investeren in Costa Rica. Voorts kan niet bewezen worden dat de verdachten de beleggers onjuist hebben voorgelicht. Tenslotte kan aan de inleggers het verwijt worden gemaakt dat niet gebleken is dat zij de door hen verkregen informatie ook maar enigszins hebben gecheckt.

Subsidiair bepleit de verdediging afwezigheid van alle schuld. Daartoe stelt de verdediging zich op het standpunt dat de verdachte en zijn medeverdachten hebben gedwaald in de ongeoorloofdheid van hun gedragingen en anderzijds dat zij hebben gedaan wat van hen kon worden gevergd om strafbare feiten te voorkomen. Beide argumenten zijn gebaseerd op de adviezen en begeleiding van door hen ingeschakelde deskundigen. Dat betreffen accountants en juristen, op wie zij redelijkerwijs konden en mochten vertrouwen.

Door de verdediging is ter onderbouwing van de voornoemde standpunten zowel ter terechtzitting en in de pleitnota gewezen op een aantal documenten die deze standpunten kunnen ondersteunen.

Meer subsidiair betoogt de verdediging bewezenverklaring van feit 1 tebeperken tot de veertien in de dagvaarding genoemde beleggers en daarom het in de tenlastelegging opgenomen:
“een groot aantal (vindplaats: AMB-002, 003, 004, 005, 006, 007, 010, 011, 012, 013 en 014) althans een of meer perso(on)n(en) waaronder”

niet bewezen te verklaren. Van de andere, niet in de tenlastelegging genoemde personen is immers niet met voldoende zekerheid gebleken dat die door de in de dagvaarding genoemde oplichtingsmiddelen zijn bewogen tot afgifte van de door hen ingelegde gelden.
Ten aanzien van feit 2 stelt de verdediging zich op het standpunt dat er bij verdachte en de medeverdachten geenszins sprake was van de wetenschap dat een faillissement onvermijdbaar zou zijn. De in de tenlastelegging van feit 2 opgesomde uitgaven werden derhalve niet gedaan op een tijdstip, waarop verdachten wisten dat een faillissement niet meer kon worden voorkomen. Verdachte en de medeverdachten hebben nimmer het oogmerk hebben gehad om de toekomstige faillissementsboedel te benadelen. Zo waren de in St. Kitts en Centauro Real Estate geïnvesteerde gelden bedoeld om te renderen en lag daar een advies aan ten grondslag.

Ten aanzien van feit 3 refereert de verdediging zich aan het oordeel van het hof.

Ten aanzien van feit 4 .Uit de bepleite vrijspraak van feit 1 vloeit voor dat de in feit 4 genoemde gelden niet vanenig misdrijf afkomstig zijn, zodat verdachte en de medeverdachten zich ten aanzien van die gelden niet schuldig kunnen hebben gemaakt aan witwassen. Ook is niet gebleken dat de werkelijke aard van de herkomst van de gelden zou zijn verborgen en verhuld en verdachten het oogmerk hadden de betreffende gelden uit het zicht van justitie te houden. Vrijwel alle betalingen zijn bancair verricht en het is voor de FIOD ook vrij eenvoudig geweest om te achterhalen wat ermee is gebeurd.
overwegingen

6

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder het volgende.

6.1
feiten en omstandigheden

- een bedrag van € 5.067.335 is uitbetaald in Costa Rica, waaronder een bedrag van € 103.525,- aan Soul Provider S.A., - een bedrag van € 1.528.526,- is betaald aan eerdere inleggers (Obligaties II en III),- een bedrag van € 2.368.998,- is betaald aan eerdere kaveleigenaren,- een bedrag van € 1.957.009,- is betaald aan de inleggers van de overige producten.
Centurion Vastgoed B.V. (hierna te noemen Centurion) is opgericht op 5 september 2000,oorspronkelijk onder de naam Twentestede B.V. De bedrijfsvoering is in het uittreksel vande Kamer van Koophandel aanvankelijk omschreven als “het voeren van administraties”.Met ingang van 12 december 2008 is de bedrijfsvoering onder de inmiddels gewijzigdehandelsnaam omschreven als “het financieren van vastgoedprojecten”. In de periode 12december 2008 tot 13 februari 2014 is [verdachte] statutair bestuurder geweest van Centurion.Vanaf 13 februari 2014 was [medeverdachte 1] statutair bestuurder. [medeverdachte 2] was bestuurder van de Stichting Derdengelden Centurion. Op 31 juli 2014 is Centurion door de rechtbank Gelderland failliet verklaard.
In de periode voorafgaand aan 20 oktober 2011 heeft Centurion beleggingsproducten onderde naam “Obligatielening I, II en III” op de markt gebracht. Met de gelden van de inleggerszijn gronden gekocht in Costa Rica onder de projectnaam “Vista Verde”. Dit project wasgeen succes en heeft in 2010/2011 geleid tot een tekort gelegen tussen de 2,5 en 3,4 miljoen euro.
In de periode vanaf 20 oktober 2011 lag de focus van Centurion op het binnenhalen van nieuw geld. In die periode heeft Centurion een 13-tal producten op de marktgebracht onder de namen: Obligatielening IV, V en VI, Gemina, CWC en CWC+, CWW, CWW+, Goldplan, VIP-plan I, II en III en Rendementsplan. Zij heeft dit gedaan door middel van het verkopen van deze producten aan meer dan 600 particulieren. Beleggers hebben voor een bedrag van € 26.093.555,- aan gelden,vorderingen en eigendomsrechten ingelegd. Een bedrag van € 21.471.662,- is door middelvan bancaire overboekingen binnengekomen en een bedrag van € 4.621.893,- betreftomzetting van vorderingen in beleggingsproducten en (gedeeltelijke) eigendomsoverdrachtvan door Centurion aangekochte kavels.
Het hof ziet, gelet op het bovenstaande, daarom 20 oktober 2011 als begindatum van de bewezen verklaarde feiten.

Het in de periode na 20 oktober 2011 van de inleggers per bank ontvangen geldbedrag ad€ 21.471.662,- heeft Centurion vervolgens als volgt aangewend:
Daarnaast is € 1.444.488,- besteed aan het project Saint Kitts en is er in totaal voor een bedrag groot € 6.866.236,- aan operationele kosten gemaakt. Aan de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is aan salaris, onkosten en andere uitgaven in totaal een bedrag van € 2.543.089,- betaald.
6.2
Overwegingen met betrekking tot feit 1


Potentiële beleggers zijn door middel van advertenties benaderd voor het afnemen van één of meer beleggingsproducten met betrekking tot Centurion. Bij getoonde interesse werd door medewerkers van Centurion vervolgens de brochure toegestuurd en telefonisch en/of persoonlijk contact opgenomen met beleggers. De brochure had als doel het informeren van beleggers over het project, de financiële vooruitzichten van Centurion en de kenmerken van de uit te geven beleggingsproducten en de daaraan verbonden zekerheden. Verdachte is nauw betrokken geweest bij het opstellen van de inhoud van de brochure.

Bij een aantal producten (Obligatielening IV, V, en VI en Gemina) is nadrukkelijk gesteld dat controle en toezicht op de besteding van gelden, met name of het aangekochte onroerende goed wel overeenkomt met hetgeen wordt beloofd, (periodiek) zal plaatsvinden door een onafhankelijke Nederlandse registeraccountant. Voorts is aangegeven dat er behoudens de in de investeringsbegroting en in de rendementsprognose genoemde kosten geen overige kosten zouden zijn. Betalingen van inleggelden vinden plaats op een bankrekening van de Stichting Derdengelden Centurion, los staand van Centurion. De door Centurion aan te kopen kavels zouden volledig in eigendom komen van Centurion. Tevens werd telkenmale aangegeven dat sprake was van “ (een) project waar (Centurion) reeds meerdere malen succesvol investeerde”. De accountantsrapportages zouden aan de AFM zijn verstrekt.

Aan beleggers is medegedeeld dat taxaties zouden geschieden door onafhankelijke experts of beëdigd makelaars/taxateurs.

De in de tenlastelegging genoemde beleggers hebben verklaard dat zij op basis van de brochure en de daarin opgenomen/vermelde zekerheden zijn overgegaan tot het inleggen van gelden.

Aan de hand van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen constateert het hof dat er door Centurion vanaf 11 oktober 2011 is gehandeld in strijd met de in de brochures en overig materiaal beschreven zekerheden. Het hof wijst hiertoe op de volgende feiten en omstandigheden.

Tot oktober 2011 heeft Centurion drie producten op de markt gebracht (Obligatielening I, II en III). Van de inleg van die producten is het project Vista Verde gestart. Dit project was echter verliesgevend en heeft geleid tot een verlies van enkele miljoenen. Dit verlies is ten laste gebracht van de vanaf 11 oktober 2011 door Centurion op de markt gebrachte nieuwe beleggingsproducten. De inleggers zijn van deze verrekening, anders dan door de verdediging is betoogd, niet op een duidelijke wijze op de hoogte gesteld.

In de brochures van na oktober 2011 werd per product een (investerings)begroting opgenomen. De verdediging heeft hiertoe onder meer verwezen naar document 057: Centurion Winst Certificaten (CWC), waarin op blz. 6 onder de noemer 4.3 Investeringsbegroting een basisbegroting is opgenomen van € 2.400.000. Nergens uit het dossier blijkt echter dat door Centurion per beleggingsproduct werd bijgehouden wat er aan kosten werd uitgegeven. Zo blijkt uit de brief van 14 juli 2014 van de accountant [naam accountant 1] aan Centurion Vastgoed naar aanleiding van de vragen van de AFM dat door Centurion nimmer een vastlegging c.q. registratie van de financiële gegevens per product heeft plaatsgevonden. [naam accountant 1] schrijft onder meer dat de financiële administratie is gevoerd, zonder rekening te houden met de specifieke branche waarin Centurion opereert en zonder rekening te houden met mogelijke informatiebehoeften van zowel interne als externe belanghebbenden (o.a. investeerders en de AFM).
Ook uit het hiervoor onder 6.1 opgenomen overzicht van de aanwending van de binnengekomen inleggelden blijkt dat er veel meer aan kosten en andere bestedingen is uitgegeven dan in de diverse brochures (in de (investerings)begroting) werd vermeld.

Hoewel de inleggers alleen een product kochten van Centurion en dus een vordering op dezevennootschap verkregen, kwamen de inleggelden in eerste instantie niet binnen op eenbankrekening van Centurion. Het bedrag van € 21.471.662,- aan bancair ingelegdegelden is nagenoeg geheel binnengekomen op één van de bankrekeningen van de StichtingDerdengelden Centurion, waarvan [medeverdachte 2] de bestuurder was. Vanuit deze grote pot werden gelden eerst naar een bankrekening van Centurion en van daaruit naar diverse aan Centurion gelieerde binnenlandse en buitenlandse vennootschappen overgeboekt. Zoals al vermeld werd er geen administratie per beleggingsproduct, of per inlegger gevoerd. Weliswaar was uit de administratie duidelijk welke inlegger met welk bedrag in welk product had ingelegd, maar niet werd geadministreerd welke kosten op welk product betrekking hadden.
Dat vanuit Centurion formeel enige (juridische) zeggenschap bestond over De StichtingDerdengelden Centurion of deze (buitenlandse) vennootschappen is uit het dossier niet gebleken. Evenmin is gebleken dat Centurion, voor zover er met de ingelegde gelden al in vastgoed gerelateerde projecten werd geïnvesteerd, enige formele zeggenschap had over de opbrengsten daarvan dan wel daarmee enig eigendomsrecht verwierf. Met Centurion onderhield de Stichting Derdengelden Centurion een rekeningcourant verhouding. De Stichting Derdengelden Centurion functioneerde feitelijk als een bankrekening van Centurion.
Anders dan aan de beleggers werd voorgehouden werd de met de ingelegde gelden in Costa Rica aangekochte grond geen eigendom van Centurion Vastgoed maar van Centurion Projects & Development S.A. (CPD), waarvan [medeverdachte 2] en [verdachte] voor ieder 50% eigenaar van waren. (Dit geldt ook voor het product CWC). Uit de jaarrekening 2013 van CPD blijkt dat er voor 5.5 miljoen is geïnvesteerd in Costa Rica, maar tevens blijkt dat CPD een negatief eigen vermogen heeft van € 2.852.154. Bij een eventueel faillissement van CPD zou Centurion slechts een concurrente vordering hebben op CPD.

Daarnaast zijn inleggelden gebruikt voor andere projecten dan tijdens de verkoop aan beleggers werd voorgehouden.Hoewel het bij het Saint Kitts project weliswaar om vastgoed lijkt te gaan, heeft dezeinvestering niets te maken met Costa Rica en is dit project evenmin gekoppeld aan een vande genoemde beleggingsproducten. Aldus is ook dit beleggingsgeld op een andere wijzeaangewend dan bij de verkoop van de producten is voorgespiegeld. Van belang daarbij acht het hof dat in dit project de naam Centurion niet mocht worden genoemd omdat [verdachte] de koppeling van de naam van de heer [betrokkene 1] aan Centurion wilde voorkomen.
Soul Provider S.A. is een Costa Ricaans bedrijf van [medeverdachte 1] , op naam van zijn toenmaligevriendin [vriendin medeverdachte 1] . Niet kon worden vastgesteld dat de betalingen aan dit bedrijfvervolgens op enigerlei wijze in Costa Rica ten behoeve van de aankoop of ontwikkeling van vastgoed van Centurion is besteed.
Voorts is een deel van de inleggelden aangewend voor het opstarten van Centauro Real Estate B.V., zijn er (privé) advocaatkosten van [verdachte] (onder meer) in verband met een strafzaak van [verdachte] betaald, is met geld van Centurion een vennootschap opgericht ten behoeve van de zwager van [verdachte] , zijn er tandartskosten van [medeverdachte 1] betaald en zijn leaseauto’s gefinancierd.

Ten slotte is op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staandat voornoemde controle en toezicht door een registeraccountant en onafhankelijke taxatiesdoor een beëdigd taxateur niet of niet op een wijze hebben plaatsgevonden als in de brochures werd voorgespiegeld.
Van “eerdere succesvolle investeringen” is niets gebleken. Evenmin is gebleken dat Centurion Vastgoed inkomsten uit verhuur of verkoop van kavels, villa’s en of appartementen heeft gehad, zodat de conclusie voor de hand ligt dat alle rentebetalingen aan de beleggers eveneens uit de ingelegde gelden is gefinancierd.

Ondanks het handelen in strijd met de gestelde zekerheden en alle andere beloften is Centurion doorgegaan met het benaderen van potentiele beleggers, zonder de brochure aan te passen of hieromtrent op andere wijze correcte informatie te verschaffen aan potentiële beleggers. Door zo te handelen heeft Centurion de beleggers misleid.

6.3
Oplichting

Het hof heeft vervolgens de vraag te beantwoorden of door op deze wijze de beleggers te misleiden verdachte en zijn mededaders slechts een civielrechtelijke wanprestatie hebben geleverd of dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan oplichting.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 20 december 2016 geconcludeerd dat niet iedere vorm van bedrog en niet iedere toerekenbare tekortkoming in civielrechtelijke zin binnen het bereik van het strafrecht kan worden gebracht als het misdrijf oplichting. Voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte één of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen, te weten het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen of het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels, hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld. Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot een van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer.
Bij een samenweefsel van verdichtsels behoren tot die omstandigheden onder meer de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) leugenachtige mededelingen in hun onderlinge samenhang. Het gaat bij het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels in de kern om gesproken en/of geschreven uitingen die bij die ander een op meer dan een enkele leugenachtige mededeling gebaseerde onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen.

Het hof is van oordeel dat verdachte en de medeverdachten door de combinatie van de hiervoor 6.1 en 6.2 genoemde handelingen, meer beloften aan de inleggers, met name die beloften die zien op de zekerheden die verbonden waren aan de producten en het doel van de inleg, hebben geschonden door de inleggelden voor andere doelen aan te wenden dan in de brochures werd omschreven. Daarmee hebben Centurion Vastgoed B.V. en verdachte en de medeverdachten als feitelijke leidinggevers de grens van het strafrecht overschreden en zich schuldig gemaakt aan oplichting, te weten het door een samenweefsel van verdichtsels beleggers bewegen tot het inleggen van gelden in de producten van Centurion.

6.4
Wederrechtelijk bevoordelen.

Door de verdediging is voorts betoogd dat verdachte niet het oogmerk had om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen.Het hof verwerpt dit verweer. Verdachte en zijn mededaders zijn na het verliesgevend project Vista Verde bewust doorgegaan met het binnenhalen van gelden, zonder dat deze gelden voor het grootste deel werden aangewend voor het doel als opgegeven in de brochures.
6.5
Afwezigheid van alle schuld

Door de verdediging is ook een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld,enerzijds omdat de verdachten hebben gedwaald in de ongeoorloofdheid van hun gedragingen en anderzijds omdat zij hebben gedaan wat van hen kon worden gevergd om strafbare feiten te voorkomen. Beide argumenten zijn gebaseerd op de adviezen en begeleiding van door hen ingeschakelde deskundigen. Dat betreffen accountants en juristen, op wie aldus de verdediging men redelijkerwijs kon en mocht vertrouwen. Door de verdediging is een aantal documenten genoemd waarin deze adviezen worden gegeven of waarop op deze adviezen wordt gewezen.
Het hof zal hieronder ingaan op dat verweer.

Het is juist dat door Centurion vele adviseurs zijn ingeschakeld, bijvoorbeeld voor het aanpassen van memoranda, de contacten met de AFM en ten behoeve van de financiële administratie. Maar de kern van het verwijt is dat de aangetrokken gelden niet zijn besteed conform toezeggingen in de prospectussen en andere uitingen jegens beleggers op het moment dat zij inlegden. Op de aanwending van de ingelegde gelden hadden de door Centurion ingeschakelde deskundigen geen invloed. Ook op het moment dat men gewaarschuwd was door de AFM of door interne medewerkers dat men handelde in strijd met de hetgeen in de brochures stond omschreven, zijn verdachte en zijn mededaders gewoon op de ingeslagen weg door gegaan. Er is zelfs een e-mail waarin wordt voorgesteld om de eigen beloning per maand fors te verhogen

Door de verdediging is er verder op gewezen dat er in stukken afkomstig van Centurion wel degelijk melding wordt gemaakt van kosten. Dat is juist, maar dat helpt verdachte niet. Waar er melding werd gemaakt van een begroting en kosten, mochten de beleggers er vanuit gaan dat de kosten beperkt zouden zijn tot de vermelde kosten. Meer in het algemeen mogen beleggers er vanuit gaan dat kosten verband houden met het project waarin zij investeren.
De verdediging stelt dat beleggers zijn gewezen op het verlies van Vista Verde. Allereerst constateert het hof dat een aantal door de verdediging genoemde stukken is opgesteld in 2014, derhalve op een moment dat (nagenoeg alle) beleggers al hadden ingelegd. Die stukken ondersteunen niet de stelling dat de beleggers ten tijde van hun inleg juist waren voorgelicht. Ook waar gewezen wordt op bijvoorbeeld het publicatierapport Centurion 2011 dient in het oog te worden gehouden dat die stukken geruime tijd na 2011 zijn opgesteld. Het is niet aannemelijk geworden dat beleggers ten tijde van hun inleg op de hoogte waren van het verlies in Vista Verde. Integendeel, het aanbiedingsmateriaal voor Obligatielening IV (D-041) meldt onder het kopje “Trackrecord” dat Centurion eerder drie obligatieleningen heeft uitgegeven waarbij de eerste twee leningen vervroegd zijn afgelost en waarbij de klanten zelfs een hoger rendement dan beloofd hebben ontvangen. Tevens wordt vermeld dat Centurion de obligatiehouders van obligatielening III ook volledig heeft terugbetaald, één jaar eerder dan beloofd. Dat het project Vista Verde (waarop de obligatieleningen I en II betrekking hadden) verlieslatend was, wordt nergens vermeld. Evenmin wordt duidelijk gemaakt dat de genoemde aflossing bestond uit hetzij gelden die uit andere obligatieleningen waren verkregen, hetzij obligaties in andere projecten. Het hof constateert dat pas later, kennelijk onder druk van de AFM, informatie over het verlies van Vista Verde is opgenomen in beleggersmemoranda. Weliswaar verwijst Centurion in latere brochures naar haar website waarop de memoranda zouden zijn te vinden, maar dat heeft Centurion er niet van weerhouden om de misleidende informatie over de eerste drie obligatieleningen in haar brochures op te nemen. (Doc-136 onder “Trackrecord”).
De verdediging wijst nog op document D-127, een brochure in Goldplan. De verdediging kan worden toegegeven dat daarin wordt vermeld dat het project Vista Verde onverkoopbaar was. Maar ook hier wordt voorgewend dat de beleggers in de obligatieleningen I, II en III zijn afgelost zonder te vermelden hoe. In de brochure wordt voorgewend dat “Centurion met eigen geld het project “Pacific Gardens” heeft ontwikkeld en met de verkoop van dit project alle kaveleigenaren meer heeft kunnen leveren dan wat zij in eerste aanleg gekocht hadden. Geen enkele investeerder is erop achteruit gegaan bij deze ontwikkeling en alle beleggers zijn terugbetaald”. (Dezelfde tekst is ook te vinden in het directieverslag Centurion Vastgoed 2011 d.d. 19 december 2012, D-322). Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, is dat alles onjuist.

De verdediging wijst ook nog op het concept directieverslag 2012 (D-344). Daarin wordt melding gemaakt van vergunningsproblemen bij het project Vista Verde. De relevantie van dit stuk, dat is gedateerd 27 januari 2014, ontgaat het hof. Blijkens document D-343 is tussen een medewerker van het accountantskantoor en medeverdachte [medeverdachte 2] in een email-wisseling besproken of de informatie over Vista Verde moet worden opgenomen. [medeverdachte 2] merkt op dat zulks niet moet gebeuren en merkt over de vermelding van de aangelegde infrastructuur in het conceptrapport op: “Tevens is er geen infrastructuur aangelegd wat noemenswaardig is om te vermelden”. Hoe het ook zij, in het uiteindelijk bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde versie van het publicatierapport met directieverslag (D-345) wordt met geen woord over Vista Verde gerept.
De verdediging wijst op een taxatierapport dat door een beëdigde makelaar zou zijn opgemaakt (D-324). Dit rapport ziet op het project Vista Verde en is niet relevant voor de obligatieleningen waarop de tenlastelegging betrekking heeft. Door de verdediging is aangegeven dat er ook taxatierapporten zijn opgemaakt voor het project Pacific Gardens. Dergelijke rapporten zijn niet aangetroffen. Het is ook onaannemelijk dat die rapporten er waren. De taxatierapporten zijn onderwerp geweest van discussie in een zaak bij de bestuursrechter tussen de AFM en Centurion. In die procedure kwam het standpunt van Centurion er op neer dat zij niet verplicht was om taxaties uit te laten voeren, maar zich slechts had verbonden om , die dan op te laten maken door een onafhankelijk beëdigd taxateur. Dat standpunt is niet te rijmen met de bewering dat er wel taxaties zijn opgemaakt door beëdigd taxateurs.
Met het bovenstaande zijn de door de verdediging aangehaalde documenten op hoofdlijnen besproken. Het hof maakt hieronder puntsgewijs nog enkele opmerkingen bij enkele door de verdediging aangehaalde documenten.D-043 Dit document is slechts een bladzijde uit het uit januari 2014 daterende memorandum dat onder D-116 geheel is opgenomen. Uit dat document blijkt de omvang van de opdracht aan de accountant. Over het opstellen van de jaarrekening staat daar vermeld dat onder het verlenen van administratieve bijstand “kan worden verstaan” het opstellen van de jaarrekening van Centurion. Niet gebleken is dat aan de accountant een controleopdracht is verstrekt voor de jaarrekening.

D-148 Dit document is opgesteld in maart 2014. Daarin wordt het volgende vermeld:
“Stap 2: Centurion Winst Certificaten (CWC)

Tijdens deze fase wordt een deel van het project voorzien van infrastructuur. Tevens wordt een deel van de financiering die hier op rust vanuit obligatie III afgelost. “Het hof merkt op dat de beleggers in CWC deze informatie niet gekregen hebben ten tijde van hun inleg. Weliswaar wordt in het aanbiedingsmateriaal (D-058) onder “Trackrecord” vermeld dat Centurion bezig is met het aflossen van obligatielening III, doch niet wordt vermeld dat dat gebeurt met de inleg van beleggers in CWC.
De stelling van de verdediging dat de beleggers meer onderzoek hadden moeten verrichten wordt als niet onderbouwd verworpen. Niet is aangevoerd welke concrete van beleggers te verwachten onderzoeksverplichtingen niet door hen zijn nagekomen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat Centurion zich voordeed als een uitermate professionele organisatie.

De verdediging heeft gesteld dat verdachte er vanuit mocht gaan dat in de toekomst voldoende rendement zou worden gegenereerd om aan de verplichtingen jegens de beleggers te voldoen. In dat kader wijst zij op een brochure van de [benadeelde 1] waarin de gronden in Costa Rica te koop worden aangeboden. Volgens die brochure zou de grond na investering voor ongeveer € 25 miljoen ongeveer € 75 miljoen waard zijn. Nog daargelaten of die brochure een realistisch beeld schetst (ter zitting is gebleken dat de stichting de grond voor een laag bedrag heeft moeten verkopen) miskent de verdediging daarmee dat het aangetrokken geld dan wel in de gronden in Costa Rica geïnvesteerd moet worden. En dat is nu precies waar het aan mankeerde bij Centurion Vastgoed. Slechts een gering deel van het aangetrokken geld is aangewend voor de projecten in Costa Rica.
De conclusie is dat het verweer niet slaagt.

6.6
partiele vrijspraak

Door de verdediging is partiele vrijspraak van feit 1 bepleit omdat van de andere, niet in de tenlastelegging genoemde personen niet met voldoende zekerheid is gebleken dat die door de in de dagvaarding genoemde oplichtingsmiddelen zijn bewogen tot afgifte van de door hen ingelegde gelden.

Het hof verwerpt ook dit verweer.Door de FIOD is een aantal inleggers gehoord. Zij hebben allen aangegeven dat zij door de middelen als genoemd in de tenlastelegging zijn bewogen tot inleggen van gelden in Centurion. Gesteld noch gebleken is dat de niet in de tenlastelegging met name genoemde beleggers op andere gronden tot deelname hebben besloten. De bij de raadsheer-commissaris gehoorde beleggers hebben in gelijke zin verklaard. Naar het oordeel van het hof is de tenlastelegging in combinatie met de inhoud van het dossier, voldoende duidelijk. Voor de verdediging was het dan ook duidelijk waarop wordt gedoeld met ” en waartegen zij zich concreet dient te verweren. Het hof verwerpt het verweer.
6.7
Tussenconclusie

Het hof is op grond van bovenstaande overwegingen van oordeel dat in de periode van20 oktober 2011 tot en met 31 juli 2014 meer dan 600 personen door een samenweefsel van verdichtsels met betrekking tot de besteding van het inleggeld, kostenposten, het toezicht en de controle door registeraccountants en de taxatie, met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling zijn bewogen tot afgifte van een geldbedrag, eigendomsrechten dan wel winstrechten.
6.8
Toerekening aan Centurion

In dit verband constateert het hof dat Centurion qua structuur en handelwijze puurgericht is op het binnenhalen van inleggelden, waarbij de bedrijfsvoering vooral gericht is op verkoopactiviteiten en terwijl er ten gevolge van een gebrekkige administratie en ondeugdelijke interne bedrijfsstructuren nauwelijks aantoonbare reële inkomsten of winsten zijn uit de investeringsprojecten. De geldstromen liepen via de bankrekeningen van de Stichting Derdengelden Centurion, naar Centurion Vastgoed BV, van waaruit ze uit een grote pot werden uitgezet naar verschillende al dan niet gelieerde vennootschappen. Als er al gelden binnenkwamen uit projecten dan kwamen deze ook in dezelfde grote pot terecht.Het verdienmodel dicteerde in feite de gedragingen (het handelen van de verkoop-medewerkers).
Voorts kan worden vastgesteld dat de handelingen, nu de inleggelden via deStichting Derdengelden Centurion op de bankrekeningen van Centurion binnenkwamen,dienstig zijn geweest voor Centurion. Daarnaast is het handelen onveranderd geblevengedurende de gehele hiervoor genoemde periode en is het handelen door de leiding vanCenturion geïnitieerd en ondanks gehoudenheid daartoe op geen enkel moment verhinderd.
Naast het daderschap van de rechtspersoon dient ook het in de tenlastelegging vereiste opzette kunnen worden vastgesteld bij de rechtspersoon. Indien een onderneming is ingericht ophet plegen van strafbare feiten of indien het bestuur van de onderneming besluit tot strafbarefeiten, kan opzet worden aangenomen. Tevens kan het opzet van een individueel persoonworden toegerekend aan de rechtspersoon, afhankelijk van de interne organisatie van derechtspersoon en van de taak en verantwoordelijkheden van de betrokken natuurlijkepersonen. In het algemeen zal opzet van een leidinggevende functionaris steeds kunnenworden toegerekend.
Het hof verwijst voor haar overwegingen op dit punt naar de hiernavolgende bespreking van de rol van verdachte als feitelijke leidinggevende, in welk verband de aanwezigheid van opzet bij de verdachte wordt onderzocht; deze overwegingen dienen als hier ingelast te worden beschouwd in de sleutel van toerekening aan de rechtspersoon van het al dan niet aanwezige opzet bij de leidinggevende functionaris.

6.9
feitelijke leiding geven

Als minimale voorwaarden voor de strafbaarheid van feitelijke leiding geven gelden dat deverdachte maatregelen ter voorkoming van die gedraging achterwege laat, hoewel hij daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden was en hij daarbij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging zich zal voordoen, zodat hij die gedraging opzettelijk heeft bevorderd (HR 16 december 1986, NJ 1987/321 en HR 21 januari 1992, NJ 1992/414).
Uit de verklaring van [verdachte] komt naar voren dat er feitelijk drie directeuren waren, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en hijzelf. Er waren wekelijks vergaderingen op directieniveau met deze“drie-eenheid”. Er waren geen andere leidinggevenden.
Deze verklaring wordt door vele bewijsmiddelen ondersteund. De financieel administratiefmedewerkster [getuige 1] verklaart dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de praktijk met zijn drieën “de hele tent runden”. Ook de accountant [betrokkene 2] verklaart dat ze weliswaar statutair niet evenveel zeggenschap hadden, maar binnenskamers wel. Het beleid werd gezamenlijk bepaald en bij afwezigheid van de één namen de andere twee het over. Voorts blijkt dat ze alle drie salarissen op directieniveau hadden, dat zij samen verantwoordelijk waren en zich bezighielden met het aannemen van personeel en dat zij samen de hoogte van de salarissen (inclusief hun eigen salaris) bepaalden.
Niet ter discussie staat dat verdachte [verdachte] , in zijn hoedanigheid van formeel én feitelijkbestuurder van Centurion, betrokken was bij het in gang zetten van de hierboven genoemde geldstromen. Het hof noemt de betaling van eerdere inleggers met het geld van nieuwe inleggers, de geldstromen in het kader van het zogenoemde Saint Kitts project, de oprichting van Centauro Real Estate (mede) teneinde voornoemd project tefinancieren zonder de naam van Centurion erin te hoeven betrekken, de valsearbeidsovereenkomsten en verdachtes schulden in rekening-courant als gevolg van onder meer zijn cocaïneverslaving.
Daarnaast heeft verdachte nagelaten zijn (statutaire) bevoegdheid tot ingrijpen in bepaaldegedragingen van Centurion aan te wenden om de betreffende gedragingen te voorkomen. Derechtbank noemt hier de oplopende rekening courant-schulden van de directieleden, debuitensporige operationele kosten in strijd met hetgeen de inleggers is voorgehouden metbetrekking tot de maximaal toegestane overheadkosten en ten slotte de kosten die zijn gemaakt ten behoeve van Centauro Real Estate en het project Saint Kitts, met welke opsomming het hof eens is.
Dat verdachte vanaf september 2013 is opgenomen in een afkickkliniek, neemt niet weg dathem juist vanwege zijn eigen initiatief tot het in gang zetten van de geldstromen instrijd met hetgeen de inleggers was voorgespiegeld, dan wel zijn nalaten ondanksgehoudenheid tot ingrijpen bij dreiging of voortduring van voornoemde geldstromen én hetfeit dat verdachte tijdens zijn verblijf in de afkickkliniek zijn rekening courant-schuld aanCenturion verder heeft doen oplopen, evengoed voor de periode vanaf september 2013 kanworden verweten dat hij feitelijke leiding heeft gegeven aan voornoemde strafbaregedragingen.
Voorts valt het op dat, hoewel verdachte zelf aangeeft dat hij na juli 2013 feitelijk en na 13 februari 2014 ook statutair geen directeur meer was maar slechts adviseur, het salaris onveranderd (op directieniveau) bleef, waarbij het salaris per 1 januari 2014 nog zou worden verhoogd volgens de eerder genoemde e-mail.

Afgezien van de gedragingen die hij zelf heeft geïnitieerd, en daarmee met vol opzetbedrieglijk dan wel in strijd met de waarheid heeft gehandeld, heeft hij voorts bewust deaanmerkelijke kans aanvaard dat Centurion, door concrete gedragingen van demedeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , met voornoemd opzet en met het oogmerk vanwederrechtelijke bevoordeling beleggers heeft bewogen tot afgifte van kort samengevatvermogensrechten. Gelet op bovenstaande omstandigheden is er geen aanleiding anders teoordelen voor de periode voor en na juli 2013 c.q. 13 februari 2014. Behoudens verminderde fysieke aanwezigheid wegens opname in verslavingsklinieken veranderde er voor wat betreft de bedrijfsvoering, beloningen en andere uitgaven niets wezenlijks.
Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primairten laste gelegde heeft begaan, zoals hieronder nader is omschreven.
overwegingen

7

7.1
algemeen

De rechtbank heeft het volgende overwogen:
In het vierde kwartaal 2013 en het eerste kwartaal 2014 heeft de controller van Centurion Vastgoed B.V., [getuige 1] , liquiditeitsoverzichten gemaakt waaruit naar voren kwam dat er meer aan overheadkosten werd uitgegeven dan afgesproken was. De controller heeft [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van deze overschrijdingen op de hoogte gesteld.

Getuige [getuige 1] heeft over deze overzichten onder meer verklaard dat er meer werd uitgegeven voor overhead dan er was afgesproken. De afspraak was 70% voor bouwkosten in Costa Rica en 30 % voor overhead- en interne kosten. Ook heeft zij verklaard dat de liquiditeitsoverzichten van 2013 aan [medeverdachte 2] zijn gemaild en dat de informatie over 2014 met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is doorgenomen: "De conclusie was dat de kosten omlaag moesten, maar ze bleven ad hoc allerlei betalingen doen waardoor het niet echt is gelukt om de kosten omlaag te brengen", aldus getuige [getuige 1] .

Op de vraag uit welke middelen de berekende liquiditeitstekorten uiteindelijk werden betaald, antwoordde zij: "Een en een is twee. Die werden gefinancierd vanuit de 70% die bestemd was voor de bouwkosten in Costa Rica. (... ) Ik heb mezelf ook afgevraagd hoe in vredesnaam de huizen gebouwd konden worden als je al 9 ton van het gereserveerde bedrag hebt besteed voor overhead. Ik heb dit uiteraard ook aan [voornaam medeverdachte 2] (het hof: [medeverdachte 2] ) gevraagd.(... ) Van de AFM moesten we overzichten maken en toen ontstond bij ons de vraag hoeveel geld er nog beschikbaar moest zijn om de lopende projecten af te bouwen. Dat heb ik [voornaam medeverdachte 2] gevraagd, maar daar kon hij geen goed onderbouwd antwoord op geven."

In haar tweede verhoor heeft [getuige 1] verklaard dat "ergens in het 3e of 4e kwartaal 2013" de AFM Centurion tijdelijk heeft stilgelegd. "Er mocht even niets verkocht worden. Hierdoor kwam er geen geld binnen. Het personeel moest wel worden doorbetaald en bepaalde kosten liepen wel door."

Getuige [getuige 2] , hoofd relatiebeheer bij Centurion Vastgoed B.V. heeft verklaard dat zij half september 2013 van [medeverdachte 1] kreeg te horen dat er teveel kosten waren en dat de kosten gedrukt moesten worden. [medeverdachte 1] gaf daarbij te kennen dat als men er niet mee eens was, men kon opstappen. De commissies werden aangepast en de leaseauto's moesten eruit. Ook van [medeverdachte 2] kreeg zij te horen dat er bezuinigd moest worden.

In een brief van 14 augustus 2013 van de AFM aan Centurion Vastgoed B.V. is het volgende te lezen: "De AFM benadrukt dat indien Centurion de conclusie trekt dat zij artikel 5:2 Wft overtreedt, zij of de informatieverstrekking kan aanpassen zodat wordt voldaan aan hetgeen bepaald in voorgenoemd artikel of wordt verzocht per direct te stoppen met het aanbieden van effecten. In het laatstgenoemde geval verzoeken wij Centurion tevens om binnen drie werkdagen na dagtekening van deze brief schriftelijk aan de AFM te bevestigen dat geen effecten meer zullen worden aangeboden tot het moment dat is voldaan aan de toepasselijke regelgeving."

De rechtbank verbindt aan deze overwegingen de conclusie dat de brief van de AFM d.d. 14 augustus 2013 de markering is die voor verdachten het onvermijdelijke einde van het verdienmodel hebben ingeluid.

Het hof is van oordeel dat het verdienmodel van Centurion zoals dat uit het dossier en ter terechtzitting is gebleken niet reëel dan wel levensvatbaar mocht heten en slechts in stand kon worden gehouden door het toevloeien van steeds nieuwe inleggelden. Het hof verwijst naar hetgeen het over het eerste feit heeft overwogen, in het bijzonder het aantrekken van gelden waarmee omvangrijke verliezen moesten worden gedekt, het maken van bovenmatige kosten en het niet behoorlijk administreren. Gelet hierop moet het al vanaf oktober 2011 voor verdachten duidelijk zijn geweest dat gelet op de uitgaven en afwezige dan wel zeer geringe rendement van de investeringen in Costa Rica een faillissement onafwendbaar was.Het hof verwijst in dit verband ook naar het antwoord bij de rechter-commissaris van de curator in het faillissement van Centurion op een daartoe strekkende vraag van de toenmalige raadsman van [verdachte] :“Vanaf welk moment was er volgens u zicht op een faillissement van Centurion?Antwoord: in mijn antwoord zit een oordeel. Vanaf dag 1 denk ik. Er zat naar mijn idee geen verdienmodel in deze onderneming. Er werd alleen geld uitgegeven.”
In de door de rechtbank geschetste omstandigheden ziet het hof slechts een bevestiging dat Centurion en verdachte in het geheel niet het voornemen hadden om voldoende te investeren in goed renderende projecten waardoor aan de verplichtingen van Centurion kon worden voldaan.

7.2
Gelden besteed aan oprichting Centauro

In de periode 14 september 2013 tot en met 30 juni 20141 heeft Centurion Vastgoed B.V. uitgaven gedaan voor een vennootschap die niet aan een van de beleggingsproducten van Centurion Vastgoed B.V. was gekoppeld, te weten: Centauro Real Estate B.V. (hierna Centauro). [medeverdachte 1] verklaarde over Centauro - zakelijk weergegeven- dat zij "

[medeverdachte 2] verklaarde over Centauro

Van voornoemde uitgaven ten behoeve van Centauro -van in totaal € 399.605,04 is een bedrag van € 203.465,82 als vordering in rekening-courant (op Centauro) geboekt. Het resterende bedrag is voor rekening van Centurion gebleven. Wat er ook zij van de mate van (uiteindelijke) aflossing van voornoemde rekening courant-schuld, naar het oordeel van het hof is met het aanwenden van gelden ten behoeve van Centauro sprake geweest van een onttrekking aan de boedel van Centurion. Daaraan doet niet af dat met de rekening-courant­ verhouding (formeel) nog sprake was van een vorderingsrecht op Centauro. Een vorderingsrecht op een derde onderneming is immers slechts een relatief recht en daarmee een (veel) minder sterk recht dan het absolute recht (dat wil zeggen: tegen een ieder in te roepen recht) op vermogensrechten van de onderneming, met andere woorden: eigen geld.

Getuige [getuige 1] verklaarde over de herkomst van het geld waarmee Centurion de kosten voor Centauro betaalde als volgt:

Dat Centauro de door Centurion verstrekte gelden na het faillissement van Centurion grotendeels aan de curator heeft terugbetaald doet aan het bedrieglijk benadelend handelen van Centurion niet af.

7.3
Gelden besteed aan project St. Kitts

Centurion heeft in de periode van september 2013 tot en met januari 2014 in totaal€ 1.435.488 besteed aan een project genaamd "St Kitts", een project dat niet gekoppeld is aan een van de beleggingsproducten van Centurion.
In juli 2013 is [verdachte] op St. Kitts geweest. [verdachte] verklaart: "

Over de mutaties tot 11 september 2013 kan ik iets zeggen. In de periode daarna ging het met mijn gezondheid en gesteldheid snel achteruit. Wat er daarna gebeurd is, is in mijn afwezigheid gebeurd. Het vertrouwen in [voornaam medeverdachte 2] en [voornaam medeverdachte 1] (het hof: [medeverdachte 1] ) was groot (... ). De kosten zijn via de bank gelopen. U vraagt mij wie de opdracht heeft gegeven. Ik denk dat [voornaam medeverdachte 2] deze overboeking heeft gedaan omdat hij de enige was die ABNAMRO overboekingen deed.(... ) [voornaam medeverdachte 2] of [voornaam medeverdachte 1] , een van hen, moet logischerwijs voor de overboeking een akkoord hebben gegeven. Er is geen andere medewerker die een dergelijke overboeking doet."

[verdachte] heeft ter zitting bij de rechtbank verklaard dat er nog geen sprake was van een overeenkomst en evenmin van een gentlemen's agreement. Het hof gaat er daarom van uit dat met de overboekingen vanaf september 2013 sprake is geweest van onttrekkingen aan de boedel.

Getuige [getuige 1] heeft over het overboeken van bedragen inzake het St. Kitts-project als volgt verklaard:

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] initiatiefnemer was van het project St Kitts en dat hij, [medeverdachte 2] , weet dat er in St Kitts was geïnvesteerd. Door Centurion zijn volgens [medeverdachte 2] aandelen gekocht van New Ottley's Holding Ltd.In een e-mailcorrespondentie van 30 augustus 2013 is te lezen dat [verdachte] in een e-mail aan [getuige 1] , met een CC aan [medeverdachte 2] gericht, instructies geeft om geld over te maken naar het project St. Kitts. Hij schrijft daarin dat de betaling NU gedaan moet worden en dat [voornaam medeverdachte 2] op dat moment naar [getuige 1] toeloopt omdat de betalingen vanaf de dollarrekeningen door [voornaam medeverdachte 2] geaccordeerd moeten worden.
[medeverdachte 1] heeft over zijn betrokkenheid bij het St. Kitts-project verklaard dat hij en [medeverdachte 2] het hebben overgenomen vanaf het moment dat [verdachte] afwezig is geraakt:

Het hof merkt nog het volgende op. Er wordt samengewerkt met iemand wiens naam wegens zijn bedenkelijke reputatie niet bekend mag worden bij beleggers. Er worden betalingen gedaan zonder dat daar op dat moment zekerheden tegenover staan. Ook dit draagt bij aan de overtuiging van het hof dat geen sprake was van serieuze beleggingen.

7.4
Gelden besteed aan [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Tot aan de datum van het faillissement van Centurion op 31 juli 2014, hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] hun schulden in rekening-courant met Centurion laten oplopen: [verdachte] tot€ 592.985,00 en [medeverdachte 1] tot € 167.703,00 (onder andere in verband met tandartskosten ad € 33.000,00). Alle drie de verdachten hebben zichzelf met ingang van januari 2014 hogere salarissen toegekend. Dit zou zijn geschied 'ter compensatie van afgeschafte provisie'. De verhogingen betroffen echter een veelvoud van de provisie die zij normaliter ontvingen. Het salaris van [verdachte] werd verhoogd van € 11.500,- naar € 15.000,-; het salaris van [medeverdachte 1] werd verhoogd van € 8.000,- naar € 30.000,- (waarvan de helft via Centauro) en het salaris van [medeverdachte 2] werd verhoogd van € 10.000,- naar € 30.000,- (waarvan de helft via Centauro). De rekening-courantschuld van [medeverdachte 2] werd vervolgens gedeeltelijk afgelost door middel van een loonjournaalpost.
[verdachte] heeft in dit verband aangegeven een dure levensstijl te genieten. Hij besteedde onder meer zo'n € 7.500,- per maand aan cocaïne en bracht de kosten voor privé-verbouwingen in rekening bij Centurion, welke kosten vervolgens in rekening-courant werden geboekt. Getuige [getuige 1] verklaarde over het spreekwoordelijke "gat in de hand" van [verdachte] , onder andere met betrekking tot een verjaardagsfeestje en verbouwing van zijn huis en dat wanneer zij een opmerking maakte dat [verdachte] facturen geen zakelijk uitgaven betroffen, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangaven dat zij de facturen wel moest betalen maar dat de uitgaven dan in de rekening-courant van [verdachte] moesten worden geboekt. [verdachte] zelf heeft verklaard wel te weten dat hij zijn rekening-courantschuld niet kon aflossen.

[verdachte] heeft voorts advocaatkosten, in verband met een eerdere strafzaak tegen hem, van het kantoor [kantoornaam] ad € 7.946,51 en € 9.664,10 ten laste van Centurion gebracht. Voor zijn zwager heeft [verdachte] de vennootschap "Doelbewust Uitgeven B.V." opgericht. Hiermee was een bedrag van € 20.384,71 gemoeid. Nog afgezien van het feit dat van een eventuele latere verrekening van dit bedrag met [verdachte] salaris niet is gebleken, staat een dergelijke verrekening aan een bewezenverklaring van het bestanddeel onttrekken niet in de weg (HR 9 februari 2010, NJ 2010/104. Daadwerkelijke verkorting is niet vereist) .

[medeverdachte 1] heeft ten behoeve van zijn ex-vriendin [vriendin medeverdachte 1] het bedrijf Soul Provider opgericht en daartoe $ 41.255,- overgeboekt vanaf de rekening van Centurion.

Voorts zijn er diverse andere overboekingen naar leasemaatschappijen, naar verdachten zelf, hun (ex-)vriendinnen en familieleden.

7.5
Conclusie

Het hof leidt uit bovenstaande af dat Centurion ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers - vanaf 20 oktober 2011 - haar kernactiviteit (het zorgen voor 'omzet' in de zin van nieuwe inleggelden gegenereerd door de verkoopafdeling) en daarmee haar goodwill grotendeels heeft overgedragen aan een nieuwe B.V., Centauro, en de kosten gemoeid met de oprichting van Centauro en met de start van een nieuw vastgoedproject op St. Kitts, onder de feitelijke leiding van de driekoppige directie, ten laste heeft gebracht van Centurion. Daarnaast zijn er geldbedragen aangewend voor privé-uitgaven van de directieleden.

Ter onderbouwing van de conclusie dat de drie directieleden in nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld, verwijst het hof naar haar overwegingen in dat verband hiervoor opgenomen onder feit 1 primair.

Dat [verdachte] vanaf september 2013 grotendeels fysiek afwezig was op kantoor en daarom geen feitelijke handelingen heeft verricht, doet aan zijn feitelijke leiderschap geenszins af aangezien hij de hiervoor omschreven constructie heeft bedacht, in gang heeft gezet en voor de voortzetting ervan heeft vertrouwd op de overige twee directieleden. Het hof neemt bovendien in aanmerking de verschillende onttrekkingen aan het vermogen van Centurion die (ook) vanaf september 2013 aan [verdachte] ten goede zijn gekomen, te weten met name de voornoemde advocaatkosten, boekingen in rekening-courant ten behoeve van privézaken ten laste van Centurion en de oprichting van Doelbewust Uitgeven B.V., eveneens op kosten van Centurion.Naar de uiterlijke verschijningsvorm getuigen voornoemde gedragingen, in samenhang bezien met het "lege" verdienmodel, overduidelijk van opzet bij de feitelijke leidinggevers op benadeling van schuldeisers van Centurion, welk opzet door toerekening tevens bij Centurion Vastgoed BV aanwezig wordt geoordeeld.
Voor wat betreft de overige geldstromen is het hof van oordeel dat, hoewel niet van alle geldstromen vast staat dat ieder van de verdachten steeds op de hoogte was van iedere concrete overboeking, facturering dan wel groei van een rekening-courantschuld, elk van de directieleden wel een aandeel heeft gehad voor een zodanige sfeer binnen Centurion dat daarin dergelijke onzakelijke geldstromen mogelijk werden, hetzij door eigen initiatief, hetzij door accordering of door niet-ingrijpen ondanks gehoudenheid daartoe, waardoor bij elk van de directieleden afzonderlijk op z'n minst sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op mogelijke benadeling van schuldeisers, welk opzet bij de directieleden tevens kan worden toegerekend aan Centurion.

Gelet op het voorgaande komt het hof dan ook tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feitelijke leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk zoals in de tenlastelegging opgenomen als feit 2 primair.

overwegingen

8

Verdachte heeft tegenover de opsporingsambtenaren van de FIOD verklaard en ter terechtzitting herhaald, dat ook hij ervan op de hoogte is geweest dat de arbeidsovereenkomsten tussen Centurion Vastgoed B.V. als werkgever en [naam 1] en [naam 2] als werknemers fictief en dus vals waren. Hij heeft eraan meegewerkt omdat hij medeverdachte [medeverdachte 1] wilde helpen met het omzeilen van loonbeslag.De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tegenover de opsporingsambtenaren verklaard dat de arbeidsovereenkomsten tussen Centurion Vastgoed B.V. en [naam 1] en [naam 2] steeds valselijk zijn opgemaakt met als doel zijn eigen salaris aldus naar de rekeningen van zijn toenmalige partner over te boeken, teneinde loonbeslag te omzeilen. De vaststellings- en beëindigingsovereenkomst tussen Centurion Vastgoed B.V. en [naam 1] , alsook de werkgeversverklaring en loonspecificatie zijn eveneens valselijk opgesteld. De medeverdachte [medeverdachte 2] was ervan op de hoogte dat genoemde arbeidsovereenkomsten in strijd met de waarheid waren opgemaakt. [naam 1] heeft tegenover de opsporingsambtenaren verklaard dat ook zij wist dat haar arbeidsovereenkomst, vaststellings- en beëindigingsovereenkomst, werkgeversverklaring en loonspecificatie valselijk waren opgemaakt.
Gelet op bovengenoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat verdachte de wetenschap heeft gehad dat de arbeidsovereenkomsten tussen [naam 1] en [naam 2] valselijk werden opgemaakt. Dat op basis van die valse arbeidscontracten vervolgens eveneens een valse loonspecificatie, een valse werkgeversverklaring en een valse vaststellings- en beëindigingsovereenkomst zijn opgesteld, betreft steeds een gevolg waarop een aanmerkelijke kans bestond, die verdachte naar het oordeel van het hof op de koop toe heeft genomen. Het hof acht hem daarom tevens als feitelijke leidin