Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2019:3263

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-09-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Amsterdam op 05-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHAMS:2019:3263, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 23-001753-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:GHAMS:2019:3263:DOC
nl

afdeling strafrechtparketnummer: 23-001753-18 datum uitspraak: 5 september 2019
TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-870949-17 tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedag 1] 1975,thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord, [unit]
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte kort samengevat ten laste gelegd:

Feit 1

Feit 2

Feit 3

Feit 4

De volledige tenlastelegging is als bijlage 1 bij dit arrest opgenomen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

1.hij in de periode van 1 mei 2015 tot en met 30 september 2016 te Heerhugowaard en elders in Nederland [slachtoffer 1], werknaam [slachtoffer 1], door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met geweld en een andere feitelijkheid en door afpersing en door misbruik van een kwetsbare positie,
- het mishandelen van die [slachtoffer 1], door die [slachtoffer 1] te slaan en bij de keel te grijpen en te duwen en aan de haren te trekken en aan de haren door de kamer te trekken, en- het dwingen van die [slachtoffer 1] om onvrijwillig onveilige en door die [slachtoffer 1] als vernederend ervaren en deviante seksuele handelingen van hem, verdachte, te ondergaan en te dulden, en- het dreigen aan anderen foto’s te verstrekken waarop die [slachtoffer 1] zonder of slechts in weinig verhullende kleding te zien is, en- het dreigen aan anderen te vertellen dat die [slachtoffer 1] als prostituee werkzaam was, en- het zich op boze en agressieve en dreigende en denigrerende wijze uiten tegen die [slachtoffer 1], en- het onder controle houden van die [slachtoffer 1], onder andere door via een open telefoonverbinding mee te luisteren bij de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1], en- het onthouden van maaltijden aan die [slachtoffer 1];
- het mishandelen van die [slachtoffer 2], door die [slachtoffer 2] bij de keel te grijpen en te duwen en te slaan en te trappen en in de neus te bijten en aan de haren te trekken, en- het dwingen van die [slachtoffer 2] om onvrijwillig onveilige en door die [slachtoffer 2] als vernederend ervaren en deviante seksuele handelingen van hem, verdachte, te ondergaan en te dulden, en- foto's te maken van seksuele handelingen van hem, verdachte, met die [slachtoffer 2], en foto's te maken van die [slachtoffer 2] zonder of slechts in weinig verhullende kleding waardoor bij die [slachtoffer 2] de vrees ontstond dat een ander kennis van die foto's zouden kunnen krijgen, en- het dreigen aan anderen te vertellen dat die [slachtoffer 2] als prostituee werkzaam was, en- het zich op boze en agressieve en dreigende en denigrerende wijze uiten tegen die [slachtoffer 2], en- het onder controle houden van die [slachtoffer 2], onder andere door via een open telefoonverbinding mee te luisteren bij de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2],- het onthouden van maaltijden aan die [slachtoffer 2], en- het opleggen van geldelijke boetes aan die [slachtoffer 2];
3.hij in de periode van 1 juni 2016 tot en met 12 mei 2017 te Heerhugowaard en elders in Nederland,
- het ter beschikking stellen van zijn, verdachtes, woning aan het [adres] als werkplek voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3], en- het maken van afspraken met potentiële klanten over de aard van de prostitutiewerkzaamheden.
4.hij in de periode van 19 mei 2016 tot en met 30 september 2016 te Heerhugowaard en elders in Nederland, [slachtoffer 4], werknaam [slachtoffer 4], door dwang en een andere feitelijkheid en door misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,
- het dwingen van die [slachtoffer 4] om onvrijwillig en deviante seksuele handelingen van hem, verdachte, te ondergaan, en- het zich op boze en agressieve en denigrerende wijze uiten tegen die [slachtoffer 4], en- het opleggen van geldelijke boetes aan die [slachtoffer 4], en- het dwingen tot het gebruik van harddrugs, o.a. cocaïne en speed en poppers, door die [slachtoffer 4],
- het laten verblijven van die [slachtoffer 4] in zijn, verdachtes, woning aan het [adres] en het ter beschikking stellen van die woning als werkplek voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 4];- het aanmaken van advertenties op websites waarin die [slachtoffer 4] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;- het onderhouden van contacten met en het maken van afspraken met prostitutieklanten voor die [slachtoffer 4].
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1) heeft vervoerd met het oogmerk van uitbuiting en 2) heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en3) heeft gedwongen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde tegen betaling entelkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1],
waarbij dat geweld en andere feitelijkheden en die dreiging met geweld en andere feitelijkheden hebben bestaan uit:

1) heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting en 2) heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard en3) heeft gedwongen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 2] met een derde tegen betaling entelkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 2],
waarbij dat geweld en andere feitelijkheden en die dreiging met geweld en andere feitelijkheden hebben bestaan uit:

[slachtoffer 3], geboren 27 mei 2001, werknaam [slachtoffer 3] en [slachtoffer 3], 1) heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting en2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en handelingen heeft ondernomen waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten die seksuele handelingen en3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
en waarbij de handelingen onder meer hebben bestaan uit:

1) heeft geworven en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting en2) heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard en3) heeft gedwongen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 4] met een derde tegen betaling entelkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 4],
waarbij die feitelijkheden en dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit:

en waarbij voornoemde "enige handeling" heeft bestaan uit:

Hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen in de bijlage bij dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde levert op:
telkens: mensenhandel.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:
mensenhandel, gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel


Oordeel van de rechtbank en standpunten van partijen

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden en de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Voorts heeft de rechtbank beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar en de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en geen standpunt ingenomen over een eventueel op te leggen straf of maatregel bij bewezenverklaring.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan

De verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan – kort gezegd – mensenhandel in de vorm van seksuele exploitatie en uitbuiting van drie vrouwen en één minderjarig meisje. De verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van de slachtoffers. De slachtoffers bevonden zich in een opvangsituatie, een jeugdinstelling of een behandelcentrum voor slachtoffers van onder meer mensenhandel, op het moment dat zij begonnen te werken als prostituee in en vanuit de woning van de verdachte.

De verdachte heeft de meerderjarige slachtoffers met geweld, dreiging met geweld en chantage ertoe gedwongen zo veel mogelijk te werken en geld te verdienen. Hij heeft slachtoffers onder druk gezet om door te gaan met werken als prostituee en heeft hen gedreigd dat hij hun prostitutiewerkzaamheden anders bij onder meer hun familieleden bekend zou maken. Hij heeft hen tevens gechanteerd met foto’s en filmpjes waarop de vrouwen zijn te zien in schaarse kleding of terwijl zij seksuele handelingen verrichten. De verdachte heeft een van de slachtoffers, een moeder van een jong kind, bewogen seks met hem te hebben, heeft daarvan opnamen gemaakt en heeft haar vervolgens gedreigd deze seksuele gedragingen bij haar (schoon)familie bekend te zullen maken, als zij niet voor de verdachte zou gaan werken als prostituee.

De vrouwen mochten geen klanten weigeren en hadden daardoor vaak geen tijd voor een eetpauze. Het geweld dat de verdachte jegens de vrouwen gebruikte bestond mede uit seksueel geweld, waarbij de vrouwen werden gedwongen om (deviante) seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan.

De verdachte heeft daarnaast de vriendin van zijn zoon, een kwetsbaar, minderjarig meisje dat in een jeugdinstelling verbleef, geworven om voor hem als prostituee te werken. Uit het dossier blijkt dat de destijds 41-jarige verdachte daarbij zelf ook seksueel contact had met het meisje, dat toen vijftien jaar oud was.

De verdachte heeft het grootste deel van de opbrengst uit het prostitutiewerk van de slachtoffers geïncasseerd.

De verdachte heeft de slachtoffers hierdoor op een gruwelijke wijze misbruikt en zich ten koste van hen verrijkt. Mensenhandel waarbij iemand die in een kwetsbare positie verkeert met het oog op financieel gewin in de prostitutie wordt gebracht en gehouden, is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten doorgaans nog lange tijd de psychische gevolgen hiervan ondervinden. Onder meer uit de schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt dat meerdere slachtoffers nog steeds ernstige gevolgen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Het hof rekent de verdachte deze gevolgen ernstig aan.

De persoon van de verdachte

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 augustus 2019 is hij op 16 januari 1995 veroordeeld wegens diefstal met geweld tot onder meer terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: een Tbs-maatregel). Daaruit blijkt eveneens dat de Tbs-maatregel op 15 augustus 2013 voorwaardelijk is beëindigd en op 18 september 2014 geheel is geëindigd.

De verdachte heeft zowel in eerste aanleg als in hoger beroep geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek door gedragsdeskundigen, in het bijzonder gedragsdeskundigen verbonden aan het Pieter Baan Centrum (hierna: het PBC). De verdachte is wel door de gedragsdeskundigen geobserveerd. Voor de beantwoording van de vraag of bij de verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten al dan niet een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond, acht het hof het rapport van het PBC van belang. Daaruit blijkt onder meer het volgende.

Ondanks zijn weigering aan het onderzoek mee te werken hebben de onderzoekers van het PBC wel enkele observaties kunnen verrichten en is een uitgebreid milieuonderzoek mogelijk geweest. Het gedrag van de verdachte is zodanig consistent en afwijkend, dat met zekerheid gesproken kan worden van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Door het ontbreken van enig (test)onderzoek is het echter niet mogelijk om deze scheefgroei verder te specificeren. Naar voren komt dat de verdachte voortdurend de grenzen opzoekt en deze overschrijdt, hij zeer aandachtbehoeftig is en op zoek is naar spanning. Hij handelt voornamelijk uit egocentrisme, voorbijgaand aan de grenzen en de behoeften van de ander. Daarbij gaat hij regelmatig ongelijkwaardige relaties aan met een exploiterend karakter, waarin de ander het onderspit delft. De gediagnosticeerde gebrekkige ontwikkeling heeft een chronisch karakter, op grond waarvan kan worden vastgesteld, dat deze tijdens het ten laste gelegde ook aanwezig was. In algemene zin kan gezegd worden dat de verdachte statistisch gezien een ongunstig profiel heeft en derhalve het te verwachten recidiverisico hoog wordt geacht.
Conclusie

Het hof stelt op grond van het rapport van het PBC vast dat bij de verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond. De verdachte heeft binnen twee jaar na definitieve beëindiging van een eerdere Tbs-maatregel vier slachtoffers zeer langdurig misbruikt. Het recidiverisico wordt door deskundigen hoog ingeschat. Het is daarom vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord om de verdachte zonder verdere behandeling in de maatschappij te laten terugkeren. De algemene veiligheid van personen vereist het opleggen van een Tbs-maatregel.

De Tbs-maatregel zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, namelijk het meermalen plegen van mensenhandel, waarbij sprake was van fysiek en seksueel geweld en waarbij één van de slachtoffers minderjarig was. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Op grond van de aard, ernst en duur van de bewezen verklaarde feiten komt naast de op te leggen Tbs-maatregel – uit een oogpunt van normhandhaving en preventie – alleen een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur in aanmerking. De door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf van zes jaar is in beginsel passend. Het hof zal, nu het tevens een Tbs-maatregel oplegt, de duur van de gevangenisstraf echter beperken tot vijf jaar.

Het hof acht, samenvattend, een gevangenisstraf van vijf jaar en de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 188.134,14, bestaande uit € 168.134,14 materiële schade (te weten gederfde inkomsten en reiskosten) en € 20.000,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 32.000,00, bestaande uit € 17.000 materiële schade en € 15.000,00 immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De raadsman heeft de vordering niet inhoudelijk betwist, maar slechts gesteld dat het hof gelet op de door hem bepleite vrijspraak niet aan beoordeling van de vordering toekomt. Nu het hof de verdachte strafrechtelijk aansprakelijk houdt voor het onder 1 bewezen geachte feit, is daarmee de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor de daaruit rechtstreeks voortvloeiende schade gegeven. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De gemotiveerde stellingen van de benadeelde partij zijn door de verdediging niet betwist. De gevorderde schade komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het hof zal de vordering daarom toewijzen. Het toe te wijzen bedrag zal, zoals verzocht, vermeerderd worden met de wettelijke rente.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 140.685,00, bestaande uit € 125.685,00 materiële schade (te weten gederfde inkomsten) en € 15.000,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 32.100,00, bestaande uit € 17.100 materiële schade en € 15.000,00 immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De raadsman heeft de vordering niet inhoudelijk betwist, maar slechts gesteld dat het hof gelet op de door hem bepleite vrijspraak niet aan beoordeling van de vordering toekomt. Nu het hof de verdachte strafrechtelijk aansprakelijk houdt voor het onder 2 bewezen geachte feit, is daarmee de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor de daaruit rechtstreeks voortvloeiende schade gegeven. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De gemotiveerde stellingen van de benadeelde partij zijn door de verdediging niet betwist. De gevorderde schade komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het hof zal de vordering daarom toewijzen. Het toe te wijzen bedrag zal, zoals verzocht, vermeerderd worden met de wettelijke rente.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 14.700,00, bestaande uit € 7.200 materiële schade (te weten gederfde inkomsten) en € 7.500 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De raadsman heeft de vordering niet inhoudelijk betwist, maar slechts gesteld dat het hof gelet op de door hem bepleite vrijspraak niet aan beoordeling van de vordering toekomt. Nu het hof de verdachte strafrechtelijk aansprakelijk houdt voor het onder 4 bewezen geachte feit, is daarmee de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor de daaruit rechtstreeks voortvloeiende schade gegeven. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De gemotiveerde stellingen van de benadeelde partij zijn door de verdediging niet betwist. De gevorderde schade komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het hof zal de vordering daarom toewijzen. Het toe te wijzen bedrag zal, zoals verzocht, vermeerderd worden met de wettelijke rente.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Beslag

Verbeurdverklaring

Het hof zal het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 50,00 (nr. 2 op de beslaglijst van 12 april 2018) verbeurd verklaren, nu dit geld geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de bewezen verklaarde feiten is verkregen.

Onttrekking aan het verkeer

Het hof zal de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen vermeld onder de nummers 3 tot en met 43 op de beslaglijst van 12 april 2018 onttrekken aan het verkeer. Het betreft gegevensdragers, waaronder computers, telefoontoestellen, een USB-stick en Simkaarten. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte gebruik maakte van beeldmateriaal van slachtoffers, waarover hij (op gegevensdragers) beschikte, om hen te chanteren en te dwingen tot prostitutie. De onder 1 en 2 bewezen verklaarde gedragingen zijn daarom begaan met behulp van die voorwerpen en de voorwerpen zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Teruggave aan rechthebbende

Het in het onderzoek tegen de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp vermeld onder nummer 1 van de beslaglijst, te weten een dagboek, dient te worden teruggegeven aan [slachtoffer 3], aangezien zij redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING


1.hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2015 tot en met 30 september 2016 te Heerhugowaard en/of elders in Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer 1] (werknaam [slachtoffer 1]),
- het mishandelen van die [slachtoffer 1] (onder andere door die [slachtoffer 1] te slaan en/of aan/bij de keel te grijpen en/of te duwen en/of aan de haren te trekken en/of aan de haren door de kamer te trekken/sleuren), en/of- het dwingen, althans bewegen van die [slachtoffer 1] om (onvrijwillig) onveilige en/of door die [slachtoffer 1] als vernederend ervaren en/of deviante seksuele handelingen van en/of met hem, verdachte, te ondergaan en/of te dulden, en/of- het dreigen aan anderen foto's te tonen/verstrekken waarop die [slachtoffer 1] zonder of slechts in weinig verhullende kleding te zien is, en/of- het dreigen aan anderen te vertellen dat die [slachtoffer 1] als prostituee werkzaam was, en/of- het zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze te uiten tegen die [slachtoffer 1], en/of- het onder controle houden van die [slachtoffer 1] (onder andere door via een open telefoonverbinding mee te luisteren bij de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1]), en/of- het onthouden van maaltijden aan die [slachtoffer 1], en/of- het opleggen van (geldelijke) boetes aan die [slachtoffer 1],
- het laten verblijven van die [slachtoffer 1] in zijn, verdachtes woning (aan het [adres]) en/of het ter beschikking stellen van die woning als werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1]);- het maken van foto's voor advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;- het onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële)(prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 1] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;- het bepalen welke klanten die [slachtoffer 1] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden (ook als dit (een) gewelddadige klant(en) en/of (een) klant(en) betrof waarmee die [slachtoffer 1] eerder negatieve ervaring(en) had gehad), en/of- het ter beschikking stellen van condooms en/of werkkleding voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1], en/of- het begeleiden van die [slachtoffer 1] bij/naar escortwerkzaamheden;
2.hij in of omstreeks de periode van 01 november 2015 tot en met 24 december 2016 te Heerhugowaard en/of elders in Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer 2],
- het mishandelen van die [slachtoffer 2] (onder andere door die [slachtoffer 2] aan/bij de keel te grijpen en/of te duwen en/of te slaan en/of te trappen en/of in de neus te bijten en/of aan de haren te trekken en/of aan de haren door de kamer te trekken/sleuren), en/of- het dwingen, althans bewegen van die [slachtoffer 2] om (onvrijwillig) onveilige en/of door die [slachtoffer 2] als vernederend ervaren en/of deviante seksuele handelingen van en/of met hem, verdachte, te ondergaan en/of te dulden, en/of- foto's te maken van (één of meer van) (die) seksuele handelingen van hem,verdachte, met die [slachtoffer 2], en/of foto's te maken van die [slachtoffer 2] zonder of slechts in weinig verhullende kleding en/of waardoor bij die [slachtoffer 2] de vrees ontstond dat (een) ander(en) kennis van die foto's zouden kunnen krijgen, en/of- het dreigen aan anderen te vertellen dat die [slachtoffer 2] als prostituee werkzaam was, en/of- het zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze te uiten tegen die [slachtoffer 2], en/of- het onder controle houden van die [slachtoffer 2] (onder andere door via een open telefoonverbinding mee te luisteren bij de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2]),- het onthouden van maaltijden aan die [slachtoffer 2], en/of- het opleggen van geldelijke boetes aan die [slachtoffer 2],
- het ter beschikking stellen van zijn, verdachtes woning (aan het [adres]) als werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2]);- het maken van foto's voor advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 2] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;- het aanmaken van en/of het onderhouden van (waaronder begrepen "omhoog plaatsen) één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 2] werd aangeboden voor prositutiewerkzaamheden, en/of- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële)(prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 2] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;- het bepalen welke klanten die [slachtoffer 2] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden, en/of- het ter beschikking stellen van condooms en/of werkkleding voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2], en/of- het begeleiden van die [slachtoffer 2] bij/naar escortwerkzaamheden;
3.hij in of omstreeks de peeriode van 01 juni 2016 tot en met 12 mei 2017 te Heerhugowaard en/of elders in Nederland,
- het ter beschikking stellen van zijn, verdachtes woning (aan het [adres]) als werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3]);- het aanmaken van en/of het onderhouden van (waaronder begrepen "omhoog plaatsen) één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 3] werd aangeboden voor prositutiewerkzaamheden, en/of- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële)(prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 3] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;- het bepalen welke klanten die [slachtoffer 3] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden;- het geven van uitleg en/of instructie(s) (waaronder zogenoemde "pijples") aan die [slachtoffer 3] ten behoeve van de door haar te verrichten prostitutiewerkzaamheden;
4.hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2016 tot en met 30 september 2016 te Heerhugowaard en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- het dwingen, althans bewegen van die [slachtoffer 4] om (onvrijwillig) onveilige en/of door die [slachtoffer 4] als vernederend ervaren en/of deviante seksuele handelingen van en/of met hem, verdachte, te ondergaan en/of te dulden, en/of- het zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze te uiten tegen die [slachtoffer 4], en/of- het onder controle houden van die [slachtoffer 4] (onder andere door via een open telefoonverbinding mee te luisteren bij de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 4]), en/of- het onthouden van maaltijden aan die [slachtoffer 4], en/of- het opleggen van (geldelijke) boetes aan die [slachtoffer 4],en/of- het dwingen tot het gebruik van harddrugs (o.a. cocaïne en/of speed en/of poppers) door die [slachtoffer 4],
- het laten verblijven van die [slachtoffer 4] in zijn, verdachtes woning (aan het [adres]) en/of het ter beschikking stellen van die woning als werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 4]);- het maken van foto's voor advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 4] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 4] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële)(prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 4] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;- het bepalen welke klanten die [slachtoffer 4] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden, en/of- het ter beschikking stellen van condooms en/of werkkleding voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 4], en/of- het begeleiden van die [slachtoffer 4] bij/naar escortwerkzaamheden.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
25.
26.
27.
28.
29.
30.
31.
32.
33.
34.
35.
36.
37.
38.
39.
40.

41.
42.
43.
44.
45.
46.
47.
48.
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een voor de duur van .

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd

het geldbedrag van € 50,00, vermeld onder nummer 2 van de aan dit arrest gehechte beslaglijst van 12 april 2018.
Beveelt de van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:de voorwerpen, vermeld onder nummer 3 tot en met nummer 43 op de beslaglijst van 12 april 2018.
Gelast de aan [slachtoffer 3] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:het dagboek, genoemd onder nummer 1 van de beslaglijst van 12 april 2018.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 168.134,14 (honderdachtenzestigduizend honderdvierendertig euro en veertien cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade129 (honderdnegenentwintig) dagen hechtenis
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 30 september 2016.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 24 december 2016.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 30 september 2016.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. N.A. Schimmel en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 september 2019.
BIJLAGE 1: TENLASTELEGGING

(telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, 1) heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1), en/of 2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (artikel 273f lid 1 sub 4), en/of 3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en/of (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] (artikel 273 f lid 1 sub 6),
waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit:

en/of waarbij voornoemde (onder 2)) "enige handeling" heeft bestaan uit:

(telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, 1) heeft geworven en/of vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1), en/of 2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (artikel 273f lid 1 sub 4), en/of 3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 2] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en/of (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 2] (artikel 273 f lid 1 sub 6),
waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit:

en/of waarbij voornoemde (onder 2)) "enige handeling" heeft bestaan uit:

een ander, genaamd [slachtoffer 3] (geboren 27 mei 2001) (werknaam [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3]), (telkens) 1) heeft geworven, overgebracht en/of gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 2), en/of 2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel (enige) handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten die (seksuele) handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 5), en/of 3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8), terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:

een ander, genaamd [slachtoffer 4] (werknaam [slachtoffer 4]), (telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, 1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1), en/of 2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (artikel 273f lid 1 sub 4), en/of 3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 4] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en/of (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 4] (artikel 273 f lid 1 sub 6),
waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit:

en/of waarbij voornoemde (onder 2)) "enige handeling" heeft bestaan uit:

BIJLAGE 2: BEWIJSMIDDELEN

Ten aanzien van feit 1:

[slachtoffer 1] heeft bedacht om in de prostitutie te gaan werken. Zij had problemen met boetes. Zij heeft mij benaderd via Facebook. [slachtoffer 1] heeft een misbruikverleden. Zij is misbruikt door haar vader. Ze had problemen toen ze terugkwam uit Engeland, waaronder PTSS. Ik ging met haar mee op escort. Zonder mijn support was het waarschijnlijk niet die kant op gegaan. Het is voorgekomen dat ik foto’s van haar maakte en advertenties voor haar. We maakten van ons samenzijn wel eens wat foto’s. Ik heb met [slachtoffer 1] geblowd en cocaïne en GHB gebruikt.

Ik verbleef tot januari 2016 in de vrouwenopvang. Ik denk dat het vanaf de zomer 2015 zo was dat ik wilde stoppen met het prostitutiewerk omdat ik mijn doel had bereikt, de boetes waren betaald. Ik denk dat ik de boetes in mei 2015 heb afbetaald. De prostitutie vond plaats in de woning van [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) in Heerhugowaard en de escort bij mensen thuis. [verdachte] heeft mij toen bedreigd dat hij mijn foto’s zou gebruiken. Hij had veel pikante foto’s van mij, ook waar mijn gezicht op stond, maar die stonden niet op internet. [verdachte] zei tegen mij: “Wat zullen ze er van vinden, wat zouden je kinderen er van vinden dat jij de hoer speelt. Denk je dat je nog een huis krijgt als ze horen dat jij de hoer speelt?” [verdachte] gaf me het gevoel dat ik niks waard was. Vanaf de zomer 2015 tot het najaar 2016 voelde ik mij gedwongen om als hoer te werken voor [verdachte]. [verdachte] bleef me bellen. Hij gebruikte foto’s van mij. Door een tatoeage was ik herkenbaar op die foto’s. Ik moest vaak de helft van mijn geld aan [verdachte] geven. Van mijn geld kocht [verdachte] technische gadgets voor zichzelf. [verdachte] hield zich niet aan afspraken. Klanten betaalden vaak 100 euro voor een half uur en 150 euro voor een heel uur. Als ik een weekend werkte verdiende ik € 2.500 of € 3.500 waarvan ik € 200 of € 300 zelf mee naar huis nam. Vanaf het najaar van 2015 werd [verdachte] gewelddadig. Ik ben in de zomer van 2016 meerdere malen aangepakt door [verdachte]. Hij greep me bij de keel waardoor het helemaal zwart werd voor de ogen. [slachtoffer 5] was erbij. Hij heeft mij ook wel eens bij mijn haren naar een andere kamer gesleurd en op het bed geduwd. Ik denk dat [verdachte] mij zes of zeven keer heeft mishandeld. [verdachte] is verslaafd geraakt aan drugs, waardoor hij sneller geïrriteerd raakte en zijn gedrag veranderde. Ik weet dat hij mij de laatste paar maanden van 2016 heeft gedrogeerd. De AA die hij voor mij inschonk smaakte zout. Ik ben een paar keer out gegaan. Hij zei dan neem nog een snuifje. Ik werd wakker – en daar heeft hij videomateriaal van en die beelden wilde hij ook naar buiten brengen – dat hij zijn hele hand anaal bij mij had ingebracht. Hij bracht ook colaflessen of lampenpeertjes bij mij in. Hij heeft mij vaginaal gefist. Daar zouden ook filmpjes van moeten zijn op zijn telefoon. Ik denk dat ik rond oktober 2016 de laatste keer bij [verdachte] in Heerhugowaard geweest ben.
D18: [verdachte] heeft mij gekleineerd. Als ik geen zin had in een klant kon [verdachte] heel boos worden. Tegen bepaalde klanten zag ik op, omdat deze gevaarlijk zijn. Op het gebied van seks was deze klant niet fijn. Ik zei tegen [verdachte] dat ik dat niet wilde. [verdachte] zette mij onder druk. Hij zou dan aan iedereen gaan vertellen dat ik dit werk deed.
D19:Soms haalde hij voor honderden euro’s boodschappen. Ik moest die betalen, terwijl ik er dan alleen een weekend was. [verdachte] heeft meerdere malen fysiek opgetreden. Van de helft van het geld dat ik mocht houden, moest ik bijvoorbeeld ook de boodschappen doen. Dus uiteindelijk hield ik maar 30% over. Soms stal [verdachte] ook het geld. Ook heb ik escort voor [verdachte] gedaan. [verdachte] reed mij dan daar naartoe. Hij hield een lijntje open met mijn mobiel. [verdachte] werd op een gegeven moment echt agressief. Als je dan een klant weigerde, kon je een paar klappen krijgen. Ik heb meegemaakt dat [verdachte] mij naar vijf klanten tegelijk wilde sturen. Ik wilde dat niet. Uiteindelijk ben ik gegaan, omdat [verdachte] boos werd.
D21: [verdachte] verkracht de dames en mij heeft hij ook verkracht. [verdachte] heeft ook wel eens gezegd dat hij midden in de nacht langs zou komen om mij overhoop te schieten.
D23: [verdachte] maakte altijd de afspraken met de klanten. Hij deed zich voor alsof hij mij was en sprak dingen af met klanten, die ik niet wilde. Mijn werknaam was [slachtoffer 1].
D24:Ik werkte gemiddeld de helft van de week en ik had gemiddeld drie à 4 klanten per dag en maximaal twintig. [verdachte] regelde voor een groot deel de klanten. De afspraak was een verdeling van 50/50, maar [verdachte] pakte gewoon wat hij wilde. De controle werd steeds meer. [verdachte] luisterde mee via een telefoonverbinding tijdens escortafspraken. Er stonden soms vijf klanten in de rij, dan mocht ik niet eens eten van [verdachte]. [verdachte] regelde ook klanten die ik niet wilde. Ik moest van een klant drie uur lang zonder te bewegen in doggystyle zitten op mijn handen en knieën. Ik gaf altijd aan dat ik die klant niet wilde, maar [verdachte] maakte toch weer afspraken met hem.
D25:Ik werd wel eens boos als hij weer eens al mijn geld had afgepakt. [verdachte] voelde zich dan vernederd en pakte mij dan bij mijn keel en kneep heel hard. Hij zette mij met geweld tegen de muur. Hij heeft dat een keer of vijf gedaan. Hij heeft ook weleens mijn arm bijna gebroken. Ik heb nog lang last van mijn arm gehad. Ik was bang dat hij het zou doorspelen aan de sociale dienst en dat ik mijn uitkering zou kwijtraken. Ik moest ook seks met hem hebben wanneer hij maar wilde, al had ik net de hele dag gewerkt. Dit deed hij bij alle meiden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] (werknaam) hebben gezien dat hij mij mishandelde.
D25/26:Ik had een keer seks met [verdachte] en op een gegeven moment wilde [verdachte] dat ik [slachtoffer 3] pijples zou geven op [verdachte]. Achteraf vond ik dit zo erg, toen ik erachter kwam dat zij minderjarig was. Hiermee dreigde [verdachte] ook. Dan zei hij dat ik mijn kinderen kwijt kon raken, omdat ik dat gedaan had. [verdachte] wilde ook poep- en plasseks. Hij vond dat vernederend richting de vrouwen zei hij.
D133: [verdachte] maakte mij helemaal gek. Er waren hele nare klanten bij waar je niet op zit te wachten. [verdachte] deed alles zonder condoom
G101: [verdachte] gaf aan dat ik voor hem kon werken in de prostitutie. Ik moest het doen anders zou hij zeggen dat ik seks met hem had gehad. Ik zou geld krijgen maar hij heeft me niets gegeven, behalve een of twee keer 50 euro. Ik kon er niets tegen doen ik was bang dat hij me zou slaan. Hij pakte [slachtoffer 1] gewoon bij haar keel. Ik zag dat ze huilde van de pijn en geen adem kreeg.
G102:Mijn werknaam was [slachtoffer 5].
G103: [verdachte] hield alles in de gaten. [slachtoffer 1] moest ook werken. Hij sloeg haar gewoon. Ik heb dat gezien. Als ze een grote mond had, pakte hij haar. Hij stompte haar op haar bovenarmen of duwde haar op het bed met een hand voor haar mond en de andere hand op haar keel.
G104: [slachtoffer 1] zat in dezelfde situatie als ik. Ik heb gezien dat zij ook geld aan hem ([verdachte]) gaf. Als ik niet lekker was moest [slachtoffer 1] de klant afhandelen.
D47:U vraagt mij of ik ook in het bijzijn van andere meisjes werd mishandeld. Ik heb wel gezien hoe [verdachte] [slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]) heeft aangepakt. Dat heb ik één keer gezien. Meestal deed hij het als die andere bezig was. Je mocht niet schreeuwen, niet huilen, je moest luisteren.
D115: [verdachte] kneep de keel van [slachtoffer 1] dicht tot ze helemaal paars werd, dat heb ik zelf gezien.
D119:Ik wist ook van [slachtoffer 1] dat ze het prostitutiewerk niet wilde doen.
Ten aanzien van feit 2:

Over de aangifte van [slachtoffer 2], zeg ik u dat er werd gewerkt vanuit mijn huis. [slachtoffer 2] is de vriendin van [slachtoffer 1]. Zij woonde in [plaats] in hetzelfde woonblok. Zij is bij mij thuis geweest. U vraagt of ik wist dat [slachtoffer 2] in de vrouwenopvang zat. Ik wist dat zij samen met [slachtoffer 1] in een appartementencomplex woonde. Ik heb weleens seks met haar gehad. [slachtoffer 2] zelf heeft mij verteld dat haar vader haar tikken had verkocht.

[slachtoffer 2] had geldproblemen. Zij heeft geld van mij geleend. Zij heeft een paar keer klanten ontvangen in onze woning aan het [adres] in Heerhugowaard.

B30/31 [slachtoffer 2] wilde 100 euro van mij, zij betaalde dat in natura terug. We hebben seks gehad. Ik stelde mijn appartement beschikbaar voor het werk in de prostitutie van [slachtoffer 2].
Ik heb [verdachte] leren kennen via [slachtoffer 1] in de vrouwenopvang in [plaats]. Ik heb in de periode van 1 november 2015 t/m 24 december 2016 seksuele diensten verricht voor [verdachte] in Heerhugowaard aan het [adres].Vanaf het begin tot het eind heeft [verdachte] mij vreselijk bedreigd en gekleineerd. Ik was in die periode heel beïnvloedbaar. Ik kwam uit de vrouwenopvang. [verdachte] werd agressief en boos als ik iets niet wilde doen. Zo weigerde ik eens voor hem in een beker te poepen en dan werd hij agressief. In de beginperiode paaide [verdachte] mij nog, maar hij dreigde ook dat hij aan mijn schoonfamilie zou vertellen wat ik deed en die foto’s van mij, bloot dan wel in een uitdagende pose op het internet zou zetten. [verdachte] maakte elke week nieuwe foto’s van mij waarin ik bloot was of bijvoorbeeld gekleed in een kapot geknipte panty. In november 2015 heeft hij tegen mijn wil seks met mij gehad en die keer was mijn zoontje erbij. Ik zag dat [verdachte] toen foto’s maakte. [verdachte] schreeuwde tegen mij. Ik dacht als ik meewerk kan ik weg met mijn zoontje. Toen het klaar was zei [verdachte] tegen mij dat hij mij zou gaan bellen en als ik niet naar hem toe zou komen dan zou [verdachte] die naaktfoto’s op internet zetten.Na twee of drie maanden begon [verdachte] mij ook te mishandelen. Als ik iets fout deed dan kneep hij in mijn armen, trapte mij in mijn rug en tegen mijn schenen. Ik denk dat die agressie begon begin 2016. Ik denk dat [verdachte] er in het begin ook van schrok, maar later werden de mishandelingen normaal. Hij werd boos en agressief als ik niet deed wat hij vroeg. Meestal deed ik wat hij zei want ik dacht hoe moet ik mijn blauwe plekken thuis verantwoorden. Als [verdachte] zei: ik heb dorst, je moet plassen in een wijnglas dan wilde ik dat niet doen. Ik was ongesteld en ik wilde het niet. [verdachte] ging dan slaan en schreeuwen. Hij duwde mij en trok mij aan mijn haar. Hij sleurde mij naar de badkamer en zei: “ga maar plassen” en hij bleef er naast staan, waardoor ik het niet kon. Hij werd alleen maar kwader. De ergste mishandeling was dat hij mij door de kamer gooide en op mij is gaan zitten. Hij heeft toen in mijn neus gebeten. Mijn neus bloedde heel erg. Ik ben toen naar de badkamer gegaan om mijn neus goed te spoelen en heb er een hechtpleister op geplakt. Deze mishandeling was in de periode dat [verdachte] cocaïne snoof. Ik denk in september of oktober 2016. [verdachte] had seks met alle meisjes zonder condoom. [verdachte] kocht allemaal dure spullen. De telefoonlijn bleef open met [verdachte] als hij met de meisjes op escort was. In totaal heb ik denk ik twee keer 100 euro gekregen van [verdachte] voor al dat werk.
D43: [verdachte] heeft mij in oktober 2015 (nadat hij mij geld voor benzine had gegeven) overgehaald om mee te gaan naar zijn huis (ik was met mijn zoontje). Hij wilde er iets voor terug.
D44: [verdachte] dwong mij (toen) hem te pijpen. Dit gebeurde hardhandig. Daarna hebben we geneukt zonder condoom. Ik moest in een champagneglas plassen en [verdachte] dronk dit op. [verdachte] zei dat als hij mij belde, ik naar Alkmaar moest komen. Ongeveer vier dagen later belde [verdachte] mij op. Ik moest aan het werk in Alkmaar. Toen is het begonnen. Ik moest weer seks hebben met [verdachte]. Ik wilde dit niet, maar ik voelde mij door zijn intimiderende houding gedwongen. Ik was erg bang voor hem. Nadat ik seks had met [verdachte], moest ik ook seks hebben met de junk die daar was. Twee dagen later zei [verdachte] dat ik weer naar Alkmaar moest komen. We zijn naar Heerhugowaard gegaan naar het [adres]. [verdachte] wilde foto’s van mij maken, zodat hij die foto’s op een advertentie (voor de website [website 1]) kon zetten. Ik zei hem dat ik dat helemaal niet wilde. Hij werd toen zo kwaad. Hij greep mij bij mijn keel. Ik ben vroeger heel erg mishandeld door mijn vader, dus ik ben wel wat gewend, maar toch voel je angst en pijn in je lichaam. Ik werd toen ook helemaal paars. [verdachte] schreeuwde en gooide met spullen. Ik was op dat moment zo bang dat ik maar deed wat hij zei. [verdachte] maakte foto’s van mij.
D45:De pakjes die ik moest dragen op de foto, een van beneden opengescheurde kippengaas-legging, blote pakjes, lagen bij [verdachte]. Op sommige foto’s stond mijn gezicht ook. [verdachte] liet me elke keer naar Alkmaar komen, soms drie of vier keer in de week. Soms bleef ik ook slapen. [verdachte] had wel zes telefoons. Ik moest zelf via WhatsApp klanten benaderen. Ik had daar natuurlijk helemaal geen zin in, dus ik deed niet mijn best. Toen [verdachte] daar achter kwam, werd hij zo boos. Die dag heb ik drie klanten gehad. Hij vroeg 50 euro per uur en hij zei dat het geld 50/50 gedeeld werd. Ik ging die dag met tien euro naar huis. De volgende dag moest ik gelijk weer komen. Ik moest toen een escort doen. Eindstand die dag: vier klanten en ik kreeg 20 euro van [verdachte]. Elke keer dat ik moest werken, moest ik ook twee of drie keer seks hebben met [verdachte], onbeschermd. Ik vond dat zo erg en heb ook een abortus laten plegen. Met klanten had ik ook onbeschermde seks. Soms sloegen ze te hard omdat ze helemaal doorgesnoven waren of trokken ze halverwege het condoom af. Ik wilde niet eens werken en neuken voor geld, maar ik kon niet anders. Ik ging elke keer dat ik gewerkt had met 20 of 30 euro naar huis. Hij stal gewoon mijn geld. Ik moest het met al die mannen doen, waarom krijg ik dan niet het geld. Soms had ik zeven of acht klanten per dag. [verdachte] volgde mij de hele dag. Als ik twee uur met de klant was dan moest ik een open telefoonverbinding hebben. Zo controleerde hij of ik niks vertelde over de situatie.
D46: Ik probeerde manieren te bedenken om te stoppen. Maar ik wist niet hoe. Straks zou hij me omleggen. Hij had me al een keer gekeeld. In twaalf maanden tijd heb ik rond de 80 à 100 verschillende mensen (klanten) gehad. U vraagt of ik klanten mocht weigeren. Hij bepaalde. Soms moest je 24 uur met een man op een kamertje die helemaal onder de drugs zat. Als hij dat wilde dan deed je dat gewoon.
D47:Ik heb wel eens echt last van mijn rug gehad, omdat hij gestompt of getrapt had. U vraagt of ik ook in het bijzijn van andere meisjes werd mishandeld. Meestal deed hij het als die andere bezig was. Je mocht niet schreeuwen, niet huilen, je moest luisteren. [verdachte] is echt gek, hij is een beest. Het ergste vind ik nog dat wij in een beker moesten poepen en plassen. Hij dronk en at dat op. Ik moest mijn behoefte ook boven zijn hoofd doen. Ik vind dat zo erg. Ik heb gesmeekt en gezegd dat ik het niet kon dus dat ik het dan liever in een beker deed.
D48:U vraagt mij wat [verdachte] allemaal voor mij regelde. De condooms, af en toe was er drinken. Soms at ik geen avondeten. Het verschilde een beetje. Zoveel regelde hij niet. Hij regelde alleen maar shit en stress. U houdt mij voor dat ik vertelde dat ik gemiddeld drie à vier dagen per week werkte. Ik had gemiddeld zes/zeven/acht klanten per dag. Ik ontving het geld van de klant, maar [verdachte] wist precies wat ik zou krijgen, dus dat geld moest ik echt afgeven. Ik durfde ook echt geen geld weg te stoppen. Hij zat ook altijd aan mij namelijk. Ik stuur een foto door van toen ik net in mijn neus gebeten was, dan kan hij bij de aangifte gevoegd worden (dossierpagina D51).
D53:Na de eerste drie weken heb ik me echt dood gewerkt. Als ik even een uurtje rust had, wilde hij seks met me. Ik kon niet weigeren. Het was zonder condoom. Als je weigerde was je de lul, dan barste hij uit. Vooral op het laatst. Hij ging slaan, je keel dichtknijpen. Als je tijdens die seks moest huilen, interesseerde het hem niets. Hij kickte er op.
D54:Ik zag mijn kans weg te vluchten toen [verdachte] zijn huis uit moest.
D55:Ik weet niet hoeveel ik van het door mij verdiende geld zelf heb gehouden. Alles ging naar boodschappen, telefoons, beltegoed. Wat hield je zelf over, eigenlijk niets. Het geld van de klant moest je direct inleveren bij [verdachte]. Hij snoof heel veel. Hij kocht allemaal iPads, nieuwe telefoons. Hij gaf mijn geld uit aan domme luxe dingen. [verdachte] was eigenlijk altijd in de woning als ik aan het werk was, tenzij het een escort was met i