Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2019:2988

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 14-08-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Amsterdam op 14-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHAMS:2019:2988, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 23-001937-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:GHAMS:2019:2988:DOC
nl

afdeling strafrechtparketnummer: 23-001937-18 datum uitspraak: 14 augustus 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-065368-18 tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973, adres: [adres].
Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 04 april 2018 te 02.40 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 (Zuid-Oost), althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (ingaande 20 januari 2018 te 00:01 uur) niet meer te bevinden;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 april 2018 te 20:55 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 van de Gemeentewet, namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuid-Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (ingaande 20 januari 2018 te 00:01 uur) niet meer te bevinden;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd en de raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Het hof heeft in hoger beroep de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte in aanmerking genomen. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel genegeerd om zich niet te begeven in het overlastgebied Zuid-Oost. Een dergelijk bevel is een maatregel bedoeld ter handhaving van de openbare orde in dat gebied. Door dat te negeren heeft de verdachte er geen blijk van gegeven zich veel aan te trekken van een door het bevoegd gezag genomen besluit.

In beginsel rechtvaardigt het voorgaande de oplegging van een straf.

In verband met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken tijdens de terechtzitting in hoger beroep acht het hof echter – met de advocaat-generaal en de verdediging – termen aanwezig om te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

beslissing

BESLISSING


Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde .

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. P.F.E. Geerlings en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 augustus 2019.

mr. A.M. van Woensel en mr. N.J.M. de Munnik zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]