Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2019:1887

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 14-06-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Amsterdam op 14-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHAMS:2019:1887, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 23-001483-17


Bron: Rechtspraak


afdeling strafrechtparketnummer: 23-001483-17 datum uitspraak: 14 juni 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-870038-16 tegen

[verdachte 1]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, brp-adres: [adres],verblijfadres volgens opgave ter zitting: [verblijfadres].
Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20, 21, 22 en 27 mei 2019 en 3 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Door de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving tenlastelegging ex 314a van het Wetboek van Strafvordering en de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

ECLI:NL:GHAMS:2019:1887:DOC
nl

afdeling strafrechtparketnummer: 23-001483-17 datum uitspraak: 14 juni 2019
TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-870038-16 tegen

[verdachte 1]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, brp-adres: [adres],verblijfadres volgens opgave ter zitting: [verblijfadres].
Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20, 21, 22 en 27 mei 2019 en 3 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Door de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving tenlastelegging ex 314a van het Wetboek van Strafvordering en de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1

13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling V.1] en/of [vreemdeling V.2] en/of [vreemdeling V.3] en/of [vreemdeling V.4] en/of [vreemdeling V.5] en/of [vreemdeling V.6] en/of [vreemdeling V.7] en/of [vreemdeling V.8] en/of [vreemdeling V.9] en/of [vreemdeling V.10]en/of [vreemdeling V.11] en/of [vreemdeling V.12] en/of [vreemdeling V.13]), en/of 11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling A.1] en/of [vreemdeling A.2] en/of [vreemdeling A.3] en/of [vreemdeling A.4] en/of [vreemdeling A.5] en/of [vreemdeling A.6] en/of [vreemdeling A.7] en/of [vreemdeling A.8] en/of [vreemdeling A.9] en/of [vreemdeling A.10] en/of [vreemdeling A.11]), behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië en/of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, doordat verdachte en/of zijn mededader(s):
subsidiair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een ander of anderen, te weten 13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling V.1] en/of [vreemdeling V.2] en/of [vreemdeling V.3] en/of [vreemdeling V.4] en/of [vreemdeling V.5] en/of [vreemdeling V.6] en/of [vreemdeling V.7] en/of [vreemdeling V.8] en/of [vreemdeling V.9] en/of [vreemdeling V.10]en/of [vreemdeling V.11] en/of [vreemdeling V.12] en/of [vreemdeling V.13]), en/of 11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling A.1] en/of [vreemdeling A.2] en/of [vreemdeling A.3] en/of [vreemdeling A.4] en/of [vreemdeling A.5] en/of [vreemdeling A.6] en/of [vreemdeling A.7] en/of [vreemdeling A.8] en/of [vreemdeling A.9] en/of [vreemdeling A.10] en/of [vreemdeling A.11]), behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië en/of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, doordat verdachte en/of zijn mededader(s):
terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd Moses Agga) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- een boot (genaamd Moses Agga) heeft/hebben gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft/hebben gehad; - onderhoud aan die boot heeft/hebben verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft/hebben gekocht; - die boot heeft/hebben gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft/hebben betaald; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben opgehaald en/of op heeft/hebben laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht naar een woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft/hebben vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft/hebben gegeven/ter beschikking gesteld; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd Moses Agga) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen), terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd Moses Agga) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart;
- een boot (genaamd Moses Agga) heeft gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft gehad; - onderhoud aan die boot heeft verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft gekocht; - die boot heeft gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft betaald; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft opgehaald en/of op heeft laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht naar een woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft gegeven/ter beschikking gesteld; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht en/of begeleid naar en/of heeft ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd Moses Agga) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen),
2

- in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand A] te Bussum (knipperij), en/of - in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand B] te Bussum (drogerij) en/of - in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand C] te Huizen (kwekerij), (telkens) (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep, waaronder in elk geval 17.420 gram henneptoppen en/of 578 hennepplanten, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3

- mensensmokkel (artikel 197a wetboek van strafrecht), en/of - het (in uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep (artikel 3 jo 11 Opiumwet).



- aanschaffen/verwerven Moses Agga

- (laten) verrichten van onderhoud aan de boot

- kopen van dertig zwemvesten

- omvaren boot naar Seaport IJmuiden en betalen liggeld

- ophalen personen vanaf het centraal station in Amsterdam en/of (een) andere locatie(s)

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat de meeste vreemdelingen met een taxi in de buurt van het adres [straatnaam pand D] te Huizen waren afgezet, bij de sportvelden. [medeverdachte 1] heeft hen daar opgepikt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij dit samen met de verdachte [verdachte 1] heeft gedaan. [medeverdachte 1] denkt dat ze vanaf het Centraal Station in Amsterdam kwamen. Er was een Amsterdamse taxichauffeur en één taxi had ‘TCA’ op zijn bordje.
- (onder)brengen van personen in/naar een woning aan het adres [straatnaam pand D] te Huizenwww.funda.nl
- brengen/begeleiden van personen naar de jachthaven Seaport in IJmuiden / ter beschikking stellen reddingsvesten

- levensgevaar

Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 11:22 uur de Fiat Doblo waar [medeverdachte 1] in reed, stond geparkeerd in de directe omgeving van een perceel op de kruising [straatnaam A]/[straatnaam pand C] te Huizen. [medeverdachte 1] stond in de deuropening van de garage van dit perceel ([straatnaam pand C]). Om 12.35 uur vertrok de Fiat Doblo weer.Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 13:27 uur [medeverdachte 1] in [bedrijf H] stond, waar ze pizza’s verkopen. Om 13:34 uur reed [medeverdachte 1] daar weg in de Doblo.13:37 uur: [medeverdachte 1] vraagt [persoon H] of hij het zo even aanpakt. [persoon H] komt eraan.Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 13.38 uur de Fiat Doblo op de kruising [straatnaam pand E]/[straatnaam pand A] te Bussum stopt. [medeverdachte 1] maakt daar contact met een man met fors postuur. Het signalement van deze man komt overeen met dat van [persoon H].10:21 uur: [medeverdachte 5] staat bij de opslag en wil de stofzuiger erin doen maar de Doblo zit weer op slot. [medeverdachte 5] moet de Belg bellen, die zal zeggen wat hij moet doen.
Tijdens observaties op 21 december 2015 werd gezien dat om 14:40 uur de Fiat Doblo in de directe omgeving van het adres [straatnaam pand A] te Bussum staat geparkeerd. Om 15:01 uur werd gezien dat [verdachte 1] en [medeverdachte 1] in de Fiat Doblo stappen en wegrijden. [verdachte 1] is de bestuurder. Om 15:03 uur parkeert de Fiat Doblo vervolgens in de directe omgeving van de [straatnaam pand B] te Bussum. [verdachte 1] en [medeverdachte 1] openen de achterdeuren van de Doblo en [medeverdachte 1] pakt een gevulde blauwe vuilniszak uit de laadruimte en loopt weg. Om 15:32 uur verlaten [verdachte 1] en [medeverdachte 1] de [straatnaam pand B]. [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat zij toen bij [persoon H] beneden in de kelder aan het knippen was. Ze moesten altijd [medeverdachte 1] bellen als ze bijna klaar waren. Dan kwam hij om het op te halen. Zij weet dat hij het op 21 december kwam ophalen. Zij hoorde zijn stem. Hij was in de andere ruimte. Toen zij wegging zag zij dat de wiet was opgehaald. [medeverdachte 2] was daar met hetzelfde groepje als de keer ervoor toen zij ook op het [straatnaam pand A] was. Een paar dagen later heeft zij van [medeverdachte 1] vernomen dat de drooglocatie gerold was. Dat was ook de reden dat het de volgende dag niet doorging en dat de kniplocatie werd veranderd.18:38 uur: [medeverdachte 1] meldt [persoon H] dat hij voor de deur staat.Tijdens een observatie op 21 december 2015 wordt gezien dat om 18:37 uur [verdachte 1] en [medeverdachte 1] uit de Fiat Doblo stappen en [straatnaam pand A] te Bussum betreden. Om 18:46 uur verlaten [verdachte 1] en [medeverdachte 1] [straatnaam pand A] weer. [medeverdachte 1] en [verdachte 1] dragen dan allebei een gevulde boodschappentas die zij in de laadruimte van de Fiat Doblo zetten. Vervolgens rijden zij weg. [verdachte 1] is de bestuurder. Om 18:50 uur wordt de Fiat Doblo in de directe omgeving van de [straatnaam pand B] in Bussum geparkeerd. [verdachte 1] betreedt de [straatnaam pand B] met een tas in zijn hand. Om 18:51 uur verlaten twee mannen de woning aan [straatnaam pand A] en stappen in een Fiat Punto ([kenteken Fiat Punto]). De auto staat op naam van [persoon D]. Om 18:53 uur verlaat [medeverdachte 2] tenslotte [straatnaam pand A] en rijdt weg in een Audi A3 die op haar naam is gesteld.18:53 uur: [medeverdachte 3] sms’t [verdachte 1] of hij even wil bellen als hij klaar is.Tijdens een observatie op 21 december 2015 wordt gezien dat om 19:04 uur [verdachte 1] en [medeverdachte 1] de woning aan de [straatnaam pand B] verlaten. Zij stappen in de Fiat Doblo en rijden weg. [verdachte 1] is de bestuurder. 19:06 uur: [medeverdachte 3] wordt gebeld, [medeverdachte 3] vraagt of hij klaar is. Dan kunnen zij terugkomen.Om 23.36 uur belt [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] of hij nog moet langskomen. [medeverdachte 1] geeft aan van wel want zij zitten daar.
Tijdens een observatie op 23 december 2015 wordt gezien dat om 12:16 uur [medeverdachte 1] als bestuurder van de Peugeot Expert ([kenteken Peugeot Expert]) in de directe omgeving van de [straatnaam pand C] te Huizen rijdt.



Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof, mede als gevolg van de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging en van een na het vonnis gewezen arrest van de Hoge Raad, tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank alsmede omdat het hof tot een andere strafoplegging komt.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Bewijsoverweging ten aanzien van het gebruik van telefoonnummers door de verdachte

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte de gebruiker is geweest van de telefoonnummers [telefoonnummer eindigend op *5709] (hierna: *5709) en (tot 14 augustus 2015) [telefoonnummer eindigend op *6997] (hierna: *6997). De redenering dat, nu de telefoonnummers op een aantal dagen op bepaalde tijden gebruikmaken van dezelfde zendmasten, deze bij één en dezelfde persoon in gebruik zouden zijn, loopt spaak. Dit is eenvoudig aan te tonen door een vergelijking te maken met een situatie waarin werknemers van hetzelfde bedrijf dagelijks carpoolen. Hun telefoonnummers stralen dan gelijktijdig dezelfde zendmasten aan bij woningen en er zijn dezelfde reisbewegingen te zien. Eén van de werknemers zou op basis hiervan dus ten onrechte als gebruiker kunnen worden aangemerkt van de telefoonnummers van zijn collega’s. Zo is het ook in deze zaak, want [medeverdachte 1] heeft samen met de verdachte [verdachte 1] in de maanden juli en augustus 2015 de hennepkwekerij aan de [straatnaam pand C] te Huizen opgezet. Beiden hebben verklaard over werktelefoons, die volgens de getuigenverklaring van [medeverdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep ook vaak in de auto’s bleven liggen. Tevens is vastgesteld dat men gebruikmaakte van elkaars auto. Dat sprake is van dezelfde reisbeweging, zegt dus niets over de gebruiker van de verschillende telefoons, aldus de verdediging. Wellicht zou met een volledig overzicht kunnen worden betoogd dat de telefoonnummers op meerdere dagen/tijdstippen niet dezelfde masten aanstralen; zo stralen de telefoonnummers in ieder geval op 27 juli 2015 niet alle tegelijk dezelfde mast aan.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Volgens de advocaat-generaal kan op basis van het dossier vastgesteld worden dat de verdachte de gebruiker is van de telefoonnummers eindigend op *5709 en (tot 14 augustus 2015) *6997.

Het oordeel van het hof

Het hof begrijpt het verweer aldus dat betoogd wordt dat het feit dat de telefoonnummers eindigend op *5709 en *6997 op meerdere momenten gelijktijdig dezelfde zendmasten hebben aangestraald, ook het gevolg kan zijn van het feit dat men van elkaars auto’s gebruikmaakte en deze telefoons in één van die auto’s bleven liggen, zodat niet vastgesteld kan worden dat de telefoonnummers bij één en dezelfde persoon, namelijk de verdachte, in gebruik waren.

Het hof overweegt als volgt.Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee ‘gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *6997] en [telefoonnummer eindigend op *5709]’, blijkt het volgende. De verdachte is de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5722] (hierna: *5722). Dit telefoonnummer is op naam van de verdachte afgegeven. Het hof overweegt dat de verdachte heeft verklaard dat hij gebruikmaakt van dit nummer. De Koninklijke Marechaussee heeft vastgesteld dat:
Het hof overweegt dat uit bovenstaande bevindingen blijkt dat op meerdere dagen door het telefoonnummer eindigend op *6997 en het telefoonnummer eindigend op *5722 (op naam van de verdachte) zendmasten in elkaars omgeving zijn aangestraald op ongeveer dezelfde tijdstippen, althans in dezelfde tijdspanne. Dit geldt tevens voor het telefoonnummer eindigend op *5709 in combinatie met het telefoonnummer eindigend op *5722. Daarnaast hebben de drie telefoonnummers (eindigend op *6997, *5709 en *5722) op meerdere dagen zendmasten in elkaars omgeving aangestraald op ongeveer dezelfde tijdstippen, althans in dezelfde tijdspanne. Het hof leidt daaruit af dat de telefoons met die nummers veel in elkaars nabijheid verkeerden. Voorts blijkt uit bovenstaande bevindingen dat zowel het telefoonnummer eindigend op *6997 als het telefoonnummer eindigend op *5709 veelvuldig een zendmast in de omgeving van het adres van de verdachte te Hilversum aanstraalden. Het hof overweegt dat deze bevindingen niet worden verklaard door de door de verdediging geschetste omstandigheid, inhoudende dat men gebruikmaakte van elkaars auto’s en dat telefoons in de auto’s bleven liggen. Het hof acht het ook overigens niet aannemelijk dat telefoons in de auto bleven liggen, nu de verdachten (blijkens de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]) over speciale “werktelefoons” beschikten om onderling contact te hebben in verband met hun criminele activiteiten. Niet valt in te zien dat men vervolgens deze telefoon in de auto zou laten liggen, aangezien contact dan niet mogelijk is, terwijl er bovendien een risico op diefstal is.

Voor wat betreft het telefoonnummer eindigend op *5709 acht het hof nog het volgende redengevend. Het nummer eindigend op *5709 en het nummer eindigend op *5722 straalden op 27 juli 2015 zendmasten in elkaars omgeving aan in Alphen aan den Rijn. Op dezelfde datum is er met het telefoonnummer eindigend op *5709 telefonisch contact met een telefoonnummer in gebruik bij [bedrijf D], gevestigd te Alphen aan den Rijn. Dit bedrijf verkoopt soortgelijke zwemvesten als die op de Moses Agga zijn aangetroffen, waarbij op een van deze vesten, op een plastic doorzichtige hoes, een dactyloscopisch spoor van de verdachte is aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat op 27 juli 2015 door [bedrijf D] dertig zwemvesten zijn verkocht. Op het aankoopbewijs hiervan werd als bijzonderheid het volgende genoteerd:

Gelet op al het voorgaande acht het hof bewezen dat de verdachte de gebruiker is geweest van de telefoonnummers eindigend op *5709 en (tot 14 augustus 2015) *6997. Het verweer wordt verworpen.

Bewijsoverweging ten aanzien van het aanstralen van de zendmast vanuit het [straatnaam pand D] te Huizen

Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsman kan niet worden vastgesteld dat de verdachte op 14 en 15 augustus 2015 aan het [straatnaam pand D] te Huizen (hierna ook: ‘het [straatnaam pand D]’) aanwezig is geweest. Er zijn geen netwerkmetingen gedaan waaruit blijkt dat de zendmast aan de Graaf Wichman te Huizen dekking geeft aan het [straatnaam pand D]. Daarbij heeft de verdachte verklaard dat hij in de bewuste periode betrokken is geweest bij de hennepkwekerij aan de [straatnaam pand C] te Huizen (hierna ook: de [straatnaam pand C]). De zendmast aan de Graaf Wichman zou heel goed aangestraald kunnen zijn vanaf de [straatnaam pand C], aldus de verdediging.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft naar voren gebracht dat het wellicht mogelijk is dat vanuit de [straatnaam pand C] de zendmast aan de Graaf Wichman wordt aangestraald, maar niet de zendmast aan het Gooierserf, nu deze zendmast volgens Google Maps veel dichter bij het [straatnaam pand D] staat dan bij de [straatnaam pand C].

Het oordeel van het hof

Uit het proces-verbaal van bevindingen ‘gebruik telecommunicatie m.b.t. mensensmokkelincident van 15 augustus 2015 in IJmuiden’ blijkt het volgende. Het telefoonnummer eindigend op *5709 van de verdachte [verdachte 1] heeft op 14 augustus 2015 om 16:12 uur, van 21:29 uur tot en met 21:39 uur, alsmede van 22:14 uur tot en met 22:21 uur zendmasten in Huizen, voornamelijk aan de Graaf Wichman en het Gooierserf, aangestraald. De Graaf Wichman ligt op ongeveer 550 meter van het [straatnaam pand D] in Huizen en het Gooierserf op ongeveer 600 meter afstand. Op 15 augustus 2015 hebben de telefoonnummers eindigend op *5722 en *5709 van de verdachte [verdachte 1] van 01:10 uur tot en met 01:30 uur, van omstreeks 11:33 uur tot en met 12:06 uur, alsmede van 13:26 uur tot en met 14:30 uur eveneens zendmasten in Huizen aangestraald, wederom voornamelijk aan de Graaf Wichman en het Gooierserf.
Het hof merkt op dat de raadsman heeft betoogd dat een zendmast in stedelijk gebied een bereik zal hebben van 300-1000 meter. Het hof constateert verder dat de raadsman zich in het verweer slechts richt op de zendmast aan de Graaf Wichman. Het hof wil er wel, met de advocaat-generaal, van uitgaan dat de zendmast aan de Graaf Wichman ook vanuit de [straatnaam pand C] kan worden aangestraald; dit laat echter onverlet dat de telefoon van de verdachte op de bewuste dagen ook de zendmast aan het Gooierserf heeft aangestraald. Gesteld noch gebleken is dat deze zendmast vanuit de [straatnaam pand C] wordt aangestraald. Het hof merkt nog op dat op het door de raadsman als bijlage 3 bij zijn pleidooi overgelegde kaartje is te zien dat het Gooierserf zich aanmerkelijk dichter bij het [straatnaam pand D] bevindt dan bij de [straatnaam pand C]. Voorts blijkt uit Google Maps dat de [straatnaam pand C] zich op dit kaartje onderaan de [straatnaam pand C] bevindt, op de hoek van de straat naar rechts die naar de Achterbaan leidt. Aldus bevindt de Graaf Wichman zich tussen de [straatnaam pand C] en het Gooierserf. Nu op de hiervoor vermelde tijdstippen op 14 en 15 augustus 2015 de telefoonnummers van [verdachte 1] naast de zendmast aan de Graaf Wichman ook de zendmast aan het Gooierserf hebben aangestraald, welke laatste zendmast dichter bij het [straatnaam pand D] staat dan bij de [straatnaam pand C], vormt dit een contra-indicatie voor de stelling dat [verdachte 1] zich op die momenten aan de [straatnaam pand C] te Huizen bevond. Voorts beschouwt het hof de bevindingen met betrekking tot de door de telefoon van de verdachte aangestraalde zendmasten in samenhang met de verklaringen van [medeverdachte 1]. Deze heeft in zijn verhoren bij de politie verklaard dat de verdachte [verdachte 1] wist dat er vreemdelingen in de woning aan het [straatnaam pand D] verbleven en dat de verdachte betrokken is geweest bij het op 15 augustus 2015 brengen van vreemdelingen naar de haven in IJmuiden. Dit laatste onderdeel van de verklaring van [medeverdachte 1] wordt ondersteund door het feit dat uit de hiervoor genoemde processen-verbaal blijkt dat de telefoonnummers eindigend op *5722 en *5709 van de verdachte [verdachte 1] op 15 augustus 2015 vanaf 15:23 uur tot en met 17:52 uur zendmasten in IJmuiden hebben gebruikt; dit is in de tijdspanne waarin de vreemdelingen in de haven in IJmuiden waren aangekomen teneinde op de zeilboot Moses Agga te worden gebracht. De verdachte heeft hier geen enkele verklaring voor gegeven.
Het hof bezigt, gelet op al het voorgaande, de bevindingen van de Koninklijke Marechaussee omtrent de door de telefoon van de verdachte aangestraalde zendmasten voor het bewijs. Het verweer wordt verworpen.

Overweging omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1]

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, kort samengevat, over de belastende verklaring van [medeverdachte 1] op het standpunt gesteld dat [medeverdachte 1], voor wat betreft zijn verklaring dat hij met de verdachte de boot heeft omgevaren en vreemdelingen naar de [straatnaam pand D] en IJmuiden heeft vervoerd, een onbetrouwbare getuige is. Hij heeft immers op veel onderdelen tegenstrijdig en inconsistent verklaard en zijn verklaring dat de verdachte op het [straatnaam pand D] is geweest, wordt niet ondersteund door de verklaring van [medeverdachte 2], die aangeeft de verdachte daar niet te hebben gezien. Daarnaast vindt de belastende verklaring van [medeverdachte 1] onvoldoende steun in overig bewijsmateriaal. Tot slot heeft de raadsman erop gewezen dat [medeverdachte 1] zijn belastende verklaring over de verdachte mogelijk heeft afgelegd om een ander – te weten de zoon van [medeverdachte 1] – buiten beeld te houden.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [medeverdachte 1], zoals afgelegd ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee, geloofwaardig zijn, nu die verklaringen steun vinden in onder meer de telecommunicatie en zendmastgegevens en nu [medeverdachte 1] ook belastend over zijn eigen aandeel heeft verklaard.

Het oordeel van het hof

Verklaringen van [medeverdachte 1] bij de Koninklijke Marechaussee

[medeverdachte 1] heeft bij de Koninklijke Marechaussee vier verklaringen afgelegd, te weten op 12 januari 2016, 13 januari 2016, 14 januari 2016 en 25 januari 2016. Op 13 januari 2016 heeft hij verklaard dat hij een boot in de jachthaven van IJmuiden heeft aangemeerd. Dit was de motorzeilboot met een Bijbelse naam. Hij had de boot omgevaren van Huizen naar IJmuiden en had het liggeld betaald. Hij had het omvaren samen met [verdachte 1] (het hof begrijpt hier en hierna: [verdachte 1]) gedaan. Ze hebben hiervoor € 250,00 gehad. Nadat hem de foto van de Moses Agga was getoond, verklaarde [medeverdachte 1] dat dit de boot is waarover hij had gesproken: de Jezus. Naar aanleiding van het tonen van camerabeelden waarop hij zichzelf herkende, verklaarde [medeverdachte 1] dat hij Aziatische personen naar de boot moest brengen. Die mensen wilden graag naar Engeland. Op camerabeelden van 10 augustus 2015 (het hof begrijpt: van de toegang van Marina Seaport in IJmuiden) heeft [medeverdachte 1] zichzelf herkend, samen met [verdachte 1] en de twee jongens (het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]). Dat was de dag dat hij de sleutels (het hof begrijpt: van de Moses Agga) had overgedragen (het hof begrijpt: aan [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]). Hij had de Aziatische personen meegenomen in de auto (de Doblo). Op de vraag welke mensen nog meer “op IJmuiden waren geweest”, antwoordde hij: “[verdachte 1], [medeverdachte 2] van der Poel (het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 2]) en [medeverdachte 5] (het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 5]). [verdachte 1] is met mijn auto naar IJmuiden gegaan, met de Opel". In zijn verhoor van 14 januari 2016 heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij op de camerabeelden gericht op de toegangspoorten van de Marina Seaport IJmuiden van 12 augustus 2015, zichzelf, [verdachte 1] en “die meneer en meneer” (het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]) herkent. Verder heeft hij verklaard dat hij het (het hof begrijpt: het vervoeren van de personen naar IJmuiden) in overleg heeft gedaan met [verdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte 2] (het hof begrijpt hier en hierna: [verdachte 2]) en [medeverdachte 5] ([medeverdachte 5]). Hij reed in de Doblo en [verdachte 1] in de Vectra van hem (het hof leest: [medeverdachte 1]). De meeste vreemdelingen zijn volgens [medeverdachte 1] daar (het hof begrijpt: op het [straatnaam pand D]) gekomen, nadat ze met een taxi in de buurt waren afgezet waarna hij ze samen met [verdachte 1] oppikte. [medeverdachte 1] verklaarde dat [medeverdachte 5] op het [straatnaam pand D] zat en de mensen opving. “Op het [straatnaam pand D] waren Aziaten en mensen uit Europa, ze hebben overal in het huis gezeten”, aldus [medeverdachte 1]. Op de vraag wie er allemaal betrokken waren bij het mensensmokkelincident, antwoordde hij: “ons hele groepje; [medeverdachte 2], [verdachte 1], [verdachte 2] [medeverdachte 5], ik”.
Getuigenverklaring van [medeverdachte 1] ten overstaan van het hof

Op 20 mei 2019 heeft [medeverdachte 1] een verklaring als getuige afgelegd ten overstaan van het hof. Hij heeft toen verklaard dat hij bij de politie (het hof begrijpt: de Koninklijke Marechaussee) de waarheid heeft gesproken. Verder heeft hij, kort samengevat en voor zover hier relevant, verklaard dat hij een boot in Huizen heeft opgeknapt. Die boot lag in de haven van Huizen en daarna heeft hij deze naar IJmuiden gevaren. Hij weet niet meer of hij alleen was, toen hij die boot naar IJmuiden heeft gevaren. Toen hem werd voorgehouden dat hij bij de Koninklijke Marechaussee had verklaard dat hij de boot met [verdachte 1] had omgevaren naar IJmuiden, antwoordde hij dat hij betwijfelt dat hij dat heeft gezegd. Voor zover hij weet, heeft hij wel bij de politie (het hof begrijpt: de Koninklijke Marechaussee) de waarheid verklaard, aldus [medeverdachte 1]. Naar aanleiding van de opmerking van het hof dat de getuige eerder had verklaard dat hij personen vanaf de rotonde naar het adres [straatnaam pand D] in Huizen had gebracht, antwoordde hij dat dit niet klopt, omdat dit de rotonde in IJmuiden is richting de haven. Volgens [medeverdachte 1] klopt het wel dat hij wat mensen met een buitenlandse achtergrond naar de boot had gebracht in IJmuiden en dat hij daar toen ook [medeverdachte 2] had gezien. Of [medeverdachte 1] daar ook [verdachte 1] had gezien, weet hij niet meer.
Steun in het dossier voor de verklaringen van [medeverdachte 1] bij de Koninklijke Marechaussee

De verklaringen die [medeverdachte 1] bij de Koninklijke Marechaussee heeft afgelegd, vinden op diverse relevante onderdelen steun in het dossier. Zo verklaarde [medeverdachte 1] dat hij zichzelf en [verdachte 1] op de camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden van 12 augustus 2015 om 14:23 uur heeft herkend, toen zij de jachthaven verlieten. Uit het dossier blijkt dat de telefoons van [verdachte 1] en [medeverdachte 1] op 12 augustus 2015 tussen 14:34 uur en 16:08 uur zendmasten aanstraalden in IJmuiden. Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij op 14 augustus 2015 samen met [verdachte 1] vreemdelingen van een plek in de buurt van de sportvelden had opgepikt en had afgezet op het [straatnaam pand D]. Dit vindt steun in de bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat de telefoon van [verdachte 1] op 14 augustus 2015 een zendmast aanstraalde op de Graaf Wichman, zijnde een straat in de omgeving van het [straatnaam pand D] in Huizen. De verdediging heeft aangevoerd dat met een verblijf op de [straatnaam pand C] in Huizen eveneens die specifieke zendmast wordt aangestraald, zodat het feit dat die zendmast was aangestraald, op zichzelf niet redengevend is en derhalve geen onderbouwing vormt voor de verklaring van [medeverdachte 1]. Het hof heeft hiervoor reeds overwogen dat het feit dat in diezelfde periode ook een zendmast aan het Gooierserf is aangestraald, een contra-indicatie vormt voor de stelling dat de verdachte op de [straatnaam pand C] verbleef. Het hof gaat er derhalve van uit dat de verdachte in de directe omgeving van het [straatnaam pand D] verbleef en dat toen zijn telefoon de zendmast aan, in elk geval, het Gooierserf aanstraalde.Voorts heeft [medeverdachte 1] – zakelijk weergegeven – verklaard dat, nadat de vreemdelingen op 14 augustus 2015 door hemzelf en [verdachte 1] naar het [straatnaam pand D] in Huizen waren gebracht, deze vreemdelingen op 15 augustus 2015 naar de haven in IJmuiden zijn vervoerd. Uit telecomonderzoek is gebleken dat de telefoons, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij [medeverdachte 1] en de verdachte [verdachte 1], op 14 en 15 augustus 2015 zendmasten in de directe omgeving van het [straatnaam pand D] in Huizen hebben aangestraald. Tevens is uit dit telecomonderzoek gebleken dat vervolgens op 15 augustus 2015 tussen 15:42 uur en 17:52 uur de mobiele telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte 1] allebei zendmasten hebben aangestraald in IJmuiden.Tot slot overweegt het hof dat de verklaringen van [medeverdachte 1] ook worden ondersteund door de verklaringen van verschillende vreemdelingen. Zo blijkt uit die verklaringen dat zij na aankomst in Nederland werden opgehaald door een wit (vrachtwagen)busje en naar een woning zijn gebracht, waar zij de nacht doorbrachten. De volgende dag werden zij naar de haven van IJmuiden gebracht. Gedurende de nacht kwamen steeds meer mensen aan. Beneden zaten de Albanezen en boven zaten de Vietnamezen. Zij zouden naar Engeland gaan.
Overweging met betrekking tot de verklaring van [medeverdachte 1] ten overstaan van het hof

Met betrekking tot de verklaring van [medeverdachte 1] ten overstaan van het hof, overweegt het hof als volgt. [medeverdachte 1] heeft, zoals eerder vermeld, verklaard dat hij bij de Koninklijke Marechaussee de waarheid heeft verteld. Het hof stelt vast dat deze verklaringen ook de betrokkenheid van de verdachte [verdachte 1] bij het mensensmokkelfeit betroffen. Ten overstaan van het hof heeft [medeverdachte 1] evenwel op vragen van het hof omtrent deze betrokkenheid van de verdachte [verdachte 1] telkens verklaard dat hij zich niet kan herinneren hoe dat toen ging, of [verdachte 1] er toen bij was, etc. Het hof acht het ongeloofwaardig dat de herinneringen van [medeverdachte 1] met betrekking tot de feitelijke gang van zaken in relatie tot de verdachte [verdachte 1] dusdanig zijn vervaagd, dat hij hier thans niets over kan verklaren. Voor wat betreft de ongeloofwaardigheid van zijn verklaring ten overstaan van het hof wordt tevens in aanmerking genomen dat bij het ter terechtzitting tonen van camerabeelden van Marina Seaport, waarop een persoon was te zien die volgens de Koninklijke Marechaussee de verdachte [verdachte 1] is, [medeverdachte 1] zichzelf in die persoon herkende, terwijl hij zichzelf vervolgens ook herkende in een andere persoon die op de camerabeelden was te zien. Wat hier ook van zij, [medeverdachte 1] heeft ten overstaan van het hof niets van zijn verklaringen bij de Koninklijke Marechaussee omtrent de betrokkenheid van de verdachte [verdachte 1] teruggenomen. [medeverdachte 1] heeft immers beweerd het allemaal niet meer te weten; hooguit heeft hij op een onderdeel verklaard dat hij betwijfelt of hij dat zo bij de Koninklijke Marechaussee heeft gezegd.
Conclusie

Naar het oordeel van het hof geven de verklaringen van [medeverdachte 1] bij de Koninklijke Marechaussee, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de steun die deze verklaringen vinden in andere bewijsmiddelen, de werkelijke gang van zaken weer. De stelling dat de Koninklijke Marechaussee [medeverdachte 1] sturend heeft verhoord en – zo begrijpt het hof de getuige [medeverdachte 1] – hem woorden in de mond heeft gelegd, volgt het hof niet. [medeverdachte 1] heeft immers niets van zijn verklaringen teruggenomen omdat die onjuist zouden zijn. Voorts blijkt uit de verschillende verklaringen van [medeverdachte 1], afgelegd ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee, dat hij op korte open vragen uitvoerig en gedetailleerd antwoord gaf. Zo werd hem bijvoorbeeld op 13 januari 2015 gevraagd wat hij kon vertellen over het verlengen (van het liggeld). [medeverdachte 1] antwoordde daarop vrij uitvoerig, noemde details en kwam zelf met de verklaring dat hij het omvaren samen met [verdachte 1] had gedaan en dat hij daarvoor € 250,00 had gekregen.Dat hem woorden in de mond zouden zijn gelegd, blijkt hieruit niet. In zijn laatste verklaring bij de Koninklijke Marechaussee op 25 januari 2016 heeft [medeverdachte 1] in antwoord op de vraag van de verbalisanten hoe hij het verhoor vond gaan, verklaard dat hij de vragen suggestief vond en dat hij antwoord moest geven op vragen waar hij het antwoord niet van weet of iets moest zeggen voor een ander. Het lijkt erop, zo heeft hij verklaard, dat hij iets hoort te bevestigen wat hij niet kan bevestigen. Bij sommige vragen had hij de indruk dat die niet aan hem gesteld moesten worden. Dat [medeverdachte 1] kennelijk het gevoel had dat hij op vragen moest antwoorden, betekent nog niet dat hem “woorden in de mond gelegd zouden zijn”. Ten overstaan van de rechtbank heeft [medeverdachte 1] – toen hij op 9 maart 2017 als verdachte een verklaring aflegde, welke verklaring is gevoegd in de zaak van de verdachte [verdachte 1] – ook geen gewag gemaakt van sturing door de politie. Wel heeft hij aangegeven dat hij het – het hof begrijpt: het afleggen van een verklaring – vrij moeizaam en zwaar vond. Dat hieruit zou moeten worden geconcludeerd dat hij in het geven van zijn antwoorden zou zijn gestuurd, kan hieruit niet worden afgeleid. In deze verklaring, afgelegd ten overstaan van de rechtbank, heeft hij zich ten aanzien van enkele vragen op zijn zwijgrecht beroepen, maar in antwoord op een vraag van de rechtbank of het klopt dat hij een boot uit het water heeft laten halen, antwoordde hij dat dat klopt. Hij wist de naam van de boot niet, het was wel de boot die hij samen met [verdachte 1] naar IJmuiden had gevaren. Ten overstaan van de rechtbank (veertien maanden na de aanhouding en de eerste verhoren) heeft [medeverdachte 1] dus verklaard over het feit dat hij de boot samen met [verdachte 1] had omgevaren.
Eindconclusie

Gelet op al het voorgaande, alsmede op het feit dat [medeverdachte 1] tevens belastend over zijn eigen rol heeft verklaard, heeft het hof geen reden te twijfelen aan de (geloofwaardigheid van de) inhoud van zijn verklaringen bij de Koninklijke Marechaussee en acht het hof deze betrouwbaar. Het hof zal die verklaringen dan ook bezigen voor het bewijs.
Alternatief scenario

De verklaring van de verdachte [verdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat [medeverdachte 1] bewust ten onrechte de naam van [verdachte 1] heeft genoemd als mededader in plaats van de naam van de zoon van [medeverdachte 1], om deze laatste uit de wind te houden, vindt naar het oordeel van het hof geen enkele steun in het dossier. Voormelde verklaring valt in het bijzonder niet te rijmen met de omstandigheid dat de bij de verdachte [verdachte 1] in gebruik zijnde telefoonnummers op cruciale momenten zendmasten hebben aangestraald, die zich in de directe omgeving bevinden van plaatsen, waarover [medeverdachte 1] in belastende zin heeft verklaard. Het hof acht het gepresenteerde scenario derhalve niet aannemelijk geworden.
Het verweer wordt dan ook in al zijn onderdelen verworpen.

Met betrekking tot feiten 1 primair, 2 en 3

Het hof neemt voor het vaststellen van de redengevende feiten en omstandigheden voor het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde de navolgende overwegingen en bewijsmiddelen over, die het hof aan het vonnis ontleent en op enkele punten aanvult dan wel wijzigt.

Ten aanzien van de mensensmokkel (feit 1 primair) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

Aanleiding

Vervolgens werd op diezelfde dag door de Koninklijke Marechaussee een melding ontvangen van een medewerker van Marina Seaport IJmuiden, dat er vermoedelijk twintig illegalen op een zeiljacht zaten dat mogelijk ging uitvaren naar Groot-Brittannië. Het zeiljacht lag in de jachthaven in IJmuiden afgemeerd. Op het dek van deze boot (genaamd: ‘Moses Agga’) werden twee mannen aangetroffen, te weten de later aangehouden verdachten [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]. Van zowel [medeverdachte 8] als [medeverdachte 9] lagen aan boord hun legitimatiebewijzen. Uit het vooronder kwamen in totaal elf mannen tevoorschijn. Eén van hen verklaarde dat zij allen van Albanese afkomst waren. In het achtersteven van de boot werd een aantal mannen en vrouwen aangetroffen van vermoedelijk Aziatische afkomst. In het portiek van het appartementencomplex bij de haven werden vervolgens nog eens drie mannen van vermoedelijk Aziatische afkomst aangetroffen. Eén van hen was in het bezit van een zwemvest. In totaal werden ter plaatse vierentwintig vreemdelingen aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat elf van Albanese afkomst waren en dertien van Vietnamese afkomst. Enkele vreemdelingen waren minderjarig.

De op en nabij de boot aangetroffen vreemdelingen zijn allen als getuigen gehoord. De elf Albanese personen hebben allen verklaard dat zij met de boot waarop zij waren aangetroffen een stukje zouden gaan varen. De getuigen [vreemdeling A.7], [vreemdeling A.1], [vreemdeling A.9] en [vreemdeling A.3] hebben verklaard over geldbedragen die zij hiervoor zouden hebben betaald of nog zouden betalen. De getuige [vreemdeling A.5] heeft verklaard dat werd gezegd dat ze snel de boot in moesten, dat ze niet gezien moesten worden. Van de dertien Vietnamese vreemdelingen hebben de getuigen [vreemdeling V.1], [vreemdeling V.2], [vreemdeling V.10], [vreemdeling V.5], [vreemdeling V.13], [vreemdeling V.7], [vreemdeling V.9] en [vreemdeling V.11] verklaard dat zij naar Engeland wilden. De getuige [vreemdeling V.11] heeft bij de rechter-commissaris op 2 februari 2016 verklaard dat iedereen die op de boot zat, naar Engeland wilde. Enkele Vietnamese vreemdelingen hebben later nog een uitgebreide verklaring afgelegd over hun doorreis door Nederland vanaf het Centraal Station in Amsterdam naar (uiteindelijk) de boot waarop zij in IJmuiden zijn aangetroffen. Bij de getuige [vreemdeling V.8] zijn twee treintickets aangetroffen van de Thalys van Parijs naar Amsterdam, met als aankomsttijd 19:42 uur in Amsterdam. Op camerabeelden van het Centraal Station van Amsterdam d.d. 14 augustus 2015 om 19.44 uur zijn vier personen zichtbaar met dezelfde kleding als de getuigen [vreemdeling V.9], [vreemdeling V.12], [vreemdeling V.2] en [vreemdeling V.8] ten tijde van hun aanhouding droegen.

De getuige [getuige B] heeft tegenover de politie verklaard dat haar vriend [medeverdachte 9] haar had verteld dat hij aan het oefenen was met zeilen. Hij zou vijfentwintig mensen naar Engeland brengen. Hij deed dat samen met [medeverdachte 8]. Hij zou er veel geld voor krijgen. [medeverdachte 9] had haar verteld dat hij sinds ongeveer anderhalve week oefende met zeilen. Hij zou woensdag weggaan, maar dat ging niet door. Hij zei dat hij in de ochtend van zaterdag zou gaan varen.

Op camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden van de periode 10 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015 is te zien dat de verdachten [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] op 10, 12, 14 en 15 augustus 2015 meermalen de steiger, waaraan de Moses Agga lag, op- en aflopen. Op deze dagen en tijdstippen stralen de telefoons van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] ook telkens zendmasten aan in de directe omgeving van de jachthaven. Op camerabeelden, gericht op de havenmond van de jachthaven, is te zien dat de Moses Agga op 10 augustus 2015 de haven in- en uitvaart. Op camerabeelden van 14 augustus 2015 is te zien dat [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de jachthaven binnenkomen met sporttassen, soortgelijk aan tassen die later aan boord van de Moses Agga werden aangetroffen.

Op een onder [medeverdachte 9] in beslag genomen telefoon zijn afbeeldingen van delen van zeekaarten van de vaarroute Nederland-Engeland aangetroffen, geïnstalleerde met betrekking tot het weer en navigatie op zee, een filmbestand van 10 augustus 2015, waarin met de Moses Agga wordt gevaren, en foto’s van de Moses Agga van 13 augustus 2015, waarop onder meer dezelfde schoenen zichtbaar zijn als de schoenen die [medeverdachte 8] bij zijn aanhouding droeg. Tevens is uit onderzoek gebleken dat met deze telefoon op 15 augustus 2015 op internet is gezocht naar onder meer ‘scheepsweerbericht’ en ‘migranten vermist op zee’. Daarnaast werden in de telefoon WhatsApp-chatsessies aangetroffen tussen [medeverdachte 9] en de getuige [getuige B] (‘[getuige B]’) en tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]. Op 10 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] aan het varen is, dat er hoge golven zijn, dat hij op een vaarroute van grote schepen zat en dat de kustwacht eraan kwam. Op 14 augustus 2015 appt hij de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] op de boot is en dat zij alles even aan het neerleggen zijn zoals zij willen. Op 15 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] ten slotte om 01:47 uur dat zij net een stukje waren varen op zee, met harde regen en bliksem. Uit WhatsApp-chatsessies met [medeverdachte 8] volgt dat [medeverdachte 8] op 11 augustus 2015 een ‘Boating Europa’-navigatie is gaan halen. [medeverdachte 8] vraagt [medeverdachte 9] of hij wil kijken of hij een betere kan vinden en of het vervoer voor de terugweg al is geregeld. Op 12 augustus 2015 appt [medeverdachte 8] dat het de komende dagen slecht weer gaat worden, en dat ze vragen of ze met een uurtje klaar kunnen staan om alles in orde te maken voor vertrek.

Bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 8] werden onder meer uitgeprinte bescheiden aangetroffen met betrekking tot de weers- en windverwachting van het KNMI in de periode 9 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015, en ook een schrijfblok met handgeschreven instructies over het varen op zee. Ook werden op een laptop in die woning vier documenten aangetroffen met instructies over varen en vaarregels.

Bij de doorzoeking van de Moses Agga werd een zwarte schrijfmap aangetroffen met daarin een zeekaart ‘Passage Chart – Southern North Sea’, waarop met pen een route was getekend van IJmuiden naar de kust van Engeland ter hoogte van de plaats Sea Palling. Ook werden handgeschreven instructies met betrekking tot het varen op zee aangetroffen en een handgeschreven notitie genaamd ‘onze taken’, met daarin onder meer opgesomd: ‘kotszakken geven/uitleggen’, ‘drinken en eten uitleggen’, ‘uitleg wc spoelen’, ‘reddingsvesten’ en ‘wat ze niet mogen’. Het NFI heeft het handschrift van deze notities vergeleken met de handschriften van in de woningen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] in beslag genomen notities en is tot de conclusie gekomen dat het handschrift van de op de Moses Agga aangetroffen notities grote overeenkomsten vertoont met het handschrift van [medeverdachte 8].

Tot slot werden op de Moses Agga drieëndertig zwemvesten aangetroffen, waarvan er negentien nog geheel in de plastic verpakking zaten, en grote hoeveelheden potten pindakaas en chocopasta. Ook werd achter het roer een vlag van het Verenigd Koninkrijk aangetroffen, en een digitale fotocamera met als user account en foto’s van [medeverdachte 8], ook samen met [medeverdachte 9]. [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op aan hem getoonde foto’s van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de twee jongens herkent aan wie hij op 10 of 12 augustus 2015 de sleutels van de Moses Agga heeft overgedragen en die op de boot zaten toen hij de mensen naar de boot bracht. [medeverdachte 1] herkent op aan hem getoonde camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden d.d. 10 en 12 augustus 2015 zichzelf, de verdachte [verdachte 1], en de twee jongens van de getoonde foto’s [het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]].
In een in de penitentiaire inrichting opgenomen gesprek tussen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] bespreken [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] “dat er een half jaar per persoon op staat, maar dat een poging korter is, zodat ze vier jaar kunnen vragen”. [medeverdachte 8] zegt dat hij er allang vanuit is gegaan dat hij een paar jaar naar binnen moet. Ook spreken zij over “tien ruggen” [het hof begrijpt: € 10.000,-].
De getuige [getuige D] heeft verklaard dat op 5 augustus 2015 een blanke man van ongeveer 50 jaar de factuur in de winkel contant kwam betalen. De man gaf aan dat hij toevallig in de buurt was met een boot die hij voor de winkel met een hijskraan uit het water had laten halen. De getuige verklaart dat dit door de havenmeester van Marina Muiderzand moet zijn gedaan. Nadat de man de factuur had betaald, gaf hij de getuige te kennen dat hij een dieptemeter op zijn boot wilde installeren. De getuige heeft de man voor de aanschaf daarvan verwezen naar het naastgelegen bedrijf [bedrijf B]. De getuige heeft de man later geholpen om de dieptemeter op de boot te installeren. De getuige [getuige E], die op 4 augustus 2015 in de haven in Huizen het onderhoud aan de motor van de boot heeft uitgevoerd, heeft bij het zien van een foto van de Moses Agga verklaard dat dat wel het schip moest zijn waaraan hij de werkzaamheden had uitgevoerd, nu er niet zoveel van dit type boten zijn. Uit de factuur van [bedrijf A] d.d. 5 augustus 2015 blijkt dat deze was gericht aan [bedrijf C], welk bedrijf volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel op naam staat van [medeverdachte 5]. Uit onderzoek bij de jachthaven Marina Muiderzand te Almere is gebleken dat op 5 augustus 2015 op verzoek van ‘[voornaam medeverdachte 1]’ een boot met een lengte van 9 meter uit het water op de bok is gezet. ‘[voornaam medeverdachte 1]’ maakte gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406]. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was. Op de Moses Agga werd een navigatiesysteem van het merk Raymarine, een dieptemeter van het merk Condor F238, en een zeekaart van het merk Imray C25 aangetroffen. Uit onderzoek bij [bedrijf B] te Almere (hierna: [bedrijf B]) is gebleken dat op 24 juli 2015 om 15:06 uur precies dezelfde goederen zijn gekocht. Uit telecomonderzoek is gebleken dat op 24 juli 2015 op dit tijdstip de telefoonnummers die worden toegeschreven aan [medeverdachte 7], [medeverdachte 3] en de verdachte [verdachte 1] gebruikmaakten van zendmasten in de directe omgeving van [bedrijf B]. Tevens is gebleken dat op een laptop, die tijdens een doorzoeking op de [straatnaam pand E] in Bussum in beslag is genomen, op 24 juli 2015 in de ochtend via Google is gezocht naar ‘plotter navigatie boot kopen Gooi’ en ‘[straatnaam bedrijf B]’, zijnde het adres van [bedrijf B]. Het adres [straatnaam pand E] in Bussum is het BRP-adres van [medeverdachte 3] en was in die periode tevens de feitelijke verblijfplaats van [verdachte 2].
De getuige [getuige H], woonachtig in de straat [straatnaam pand D], had zicht op de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen en heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond 13.30 uur vijf donkere personen vanuit de woning aan het [straatnaam pand D] in een behoorlijk looptempo naar een auto op een nabijgelegen parkeerplaats zag lopen. Ongeveer tien minuten later zag getuige nog eens vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar een auto op die parkeerplaats gaan, en weer tien minuten later nog eens vijf donkere personen. Kort daarop zag getuige vervolgens de drie witte bestelauto’s waarover hij eerder al heeft verklaard, met behoorlijke snelheid over het woonerf naar [straatnaam pand D] rijden, waar zij snel met de achterzijde naar de garage gingen staan en daar naar binnen reden. Kort daarna vertrokken de auto’s weer met aanzienlijke snelheid. Rond 15:00 uur heeft de getuige de laatste vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar eerder genoemde parkeerplaats zien lopen. De getuige heeft dan twintig personen snellopend naar de auto’s zien gaan en zes personen die de drie witte bestelauto’s bemanden. Met de drie witte bestelauto’s bedoelt de getuige een witte Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert], een witte Peugeot Partner met kenteken [kenteken Peugeot Partner] en een witte Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo]. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat zijn bedrijf toen niet meer over de Peugeot Partner beschikte omdat zijn auto vanaf 7 juli 2015 tot en met 8 september 2015 op het terrein van een autobedrijf in Utrecht heeft gestaan. Hij zou de auto op 4 augustus 2015 aan dit bedrijf hebben verkocht. Ter onderbouwing is een vrijwaringsbewijs en een verklaring van de eigenaar van het autobedrijf overgelegd. Het hof overweegt dat uit het vrijwaringsbewijs niet meer blijkt dan dat de auto met kenteken [kenteken Peugeot Partner] van de ene naar de andere eigenaar/houder is overgegaan. Wie die nieuwe eigenaar zou zijn blijkt hier niet uit. Gelet op de verklaring van [getuige H] dat hij op 15 augustus 2015 de Peugeot Partner met voornoemd kenteken op het [straatnaam pand D] heeft gezien, in combinatie met de verklaring van [medeverdachte 1] dat op 15 augustus 2015 ook met de Peugeot Partner vreemdelingen naar de haven van IJmuiden zijn vervoerd, acht het hof de verklaring van de verdachte dat de Peugeot Partner in de ten laste gelegde periode bij de autohandelaar stond, niet aannemelijk geworden.
Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) volgt dat kenteken [kenteken Peugeot Expert] (Peugeot Expert) op naam stond van [bedrijf F], welk bedrijf op naam stond van [medeverdachte 7]. Kenteken [kenteken Peugeot Partner] (Peugeot Partner) stond in ieder geval tot 4 augustus 2015 op naam van [bedrijf G], welk bedrijf op naam stond van de verdachte [verdachte 1]. Verder is uit gegevens van de RDW gebleken dat een Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] op naam stond van [zoon medeverdachte 1], de zoon van [medeverdachte 1], een Audi A3 met kenteken [kenteken Audi A3] op naam van [medeverdachte 2], en een Jaguar S-type met kenteken [kenteken Jaguar S-type] op naam van [medeverdachte 5].

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij wel eens in de Doblo [het hof begrijpt: de Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo]], de Peugeot Partner van de verdachte [verdachte 1] [het hof begrijpt: de Peugeot Partner met kenteken 52-BD-HP] en de Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] van zijn zoon, rijdt. Tijdens observaties is waargenomen dat de verdachte en zijn medeverdachten gebruikmaakten van elkaars voertuigen. In een opgenomen telefoongesprek is te horen dat [medeverdachte 1] verschillende medeverdachten belt om na te gaan wie in het bezit is van de autosleutel van de Peugeot Expert is [het hof begrijpt: de Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert]] en met de vraag waar de Fiat Doblo is. Daarnaast zijn tijdens een doorzoeking op de [straatnaam pand E] te Bussum, het adres waarop [verdachte 2] verblijft, de autosleutels aangetroffen van de Peugeot Expert ([kenteken Peugeot Expert]) en de Fiat Doblo ([kenteken Fiat Doblo]).

Op camerabeelden van de rotonde nabij Marina Seaport IJmuiden d.d. 15 augustus 2015 is te zien dat in een tijdsbestek van 26 minuten achtereenvolgens de volgende voertuigen richting de haven rijden: om 15:25 uur een voertuig gelijkend op de Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] op naam van de zoon van [medeverdachte 1], om 15:33 uur een voertuig gelijkend op de Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert] op naam van het bedrijf van [medeverdachte 7] ([bedrijf F]), om 15:45 uur een voertuig gelijkend op de Audi A3 met kenteken [kenteken Audi A3] op naam van [medeverdachte 2], en om 15:51 uur twee voertuigen gelijkend op respectievelijk de Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo] en de Jaguar S-type met kenteken [kenteken Jaguar S-type] op naam van [medeverdachte 5].

Op camerabeelden van de toegang tot Marina Seaport IJmuiden van 15 augustus 2015 is te zien dat om 15:54 uur NNman3 samen met vier personen met een Mediterraans uiterlijk in de haven richting de steiger loopt. Om 16:04 uur loopt NNman1 de haven binnen, vergezeld door drie mannen met een Mediterraans uiterlijk. Om 16:11 uur loopt NNman4 samen met drie mannen en twee vrouwen met een Aziatisch uiterlijk de steiger op en om 16:39 uur loopt NNman2 de haven binnen, vergezeld door vijf personen met een Aziatisch uiterlijk. Om 17:20 uur ten slotte loopt NNvrouw1 samen met zes mannen met een Mediterraans uiterlijk de steiger op. Op de camerabeelden is verder te zien dat NNman2 om 16:20 uur bij de toegangspoort naar de steigers een telefoon aan zijn oor houdt. Uit een analyse van de mastverkeersgegevens van zendmasten nabij de haven van IJmuiden is gebleken dat op 15 augustus 2015 om 16:20 uur telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5637], welk nummer is afgegeven op naam van [verdachte 2], belcontact maakt met telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406]. Dit nummer was in gebruik bij [medeverdachte 1].

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard zichzelf als NNman2 op de beelden te herkennen, samen met Aziatische personen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de Aziatische personen heeft meegenomen in de auto, hij denkt de Doblo. Hij zou hiervoor € 30,00 per persoon krijgen. De mensen wilden graag naar Engeland. [medeverdachte 1] heeft deze mensen opgepikt bij de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen. Hij heeft deze mensen vervolgens naar de boot in IJmuiden gebracht, naar die twee jongens aan wie hij een paar dagen daarvoor de sleutels van de boot had gegeven [het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]]. Op de boot zaten behalve die twee jongens nog vijf andere Aziatische personen. [medeverdachte 1] dacht op dat moment dat de boot voor twaalf personen geschikt zou zijn. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte 2] er die dag ook bij was. Hij liep ook met vier mensen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond de middag naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen is gegaan. Zij hebben het in overleg gedaan: hij, de verdachte [verdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte 2], [medeverdachte 5] en de onbekende jongen. [medeverdachte 1] reed in de Doblo, de verdachte [verdachte 1] in de Opel Vectra, [medeverdachte 5] in zijn eigen Jaguar, [medeverdachte 2] in haar eigen Audi, en [verdachte 2] en de andere jongen in de Partner van [bedrijf G] [het hof begrijpt: de Peugeot Partner]. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hun hele groepje erbij betrokken is geweest. Met het hele groepje bedoelt hij: [medeverdachte 2], de verdachte [verdachte 1], [verdachte 2], [medeverdachte 5], hijzelf en de onbekende jongen. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij en de verdachte [verdachte 1] voor het incident van 15 augustus 2015 naast hun gebruikelijke werktelefoons voor de wiet, een andere prepaid-telefoon hadden gekregen. In die telefoon stonden vier nummers; [medeverdachte 1] denkt onder meer de nummers van de jongens van de boot. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de telefoon heeft gekregen op de dag dat hij de ligplaats van de boot heeft verlengd, te weten op 12 augustus 2015. De telefoon is voornamelijk op 14 en 15 augustus 2015 gebruikt.

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat zij zichzelf op haar getoonde screenshots van camerabeelden van de haven in IJmuiden van 15 augustus 2015 herkent, waarbij achter haar zes mannen lopen. Op de beelden is zichtbaar dat twee van de zes mannen een zwemvest dragen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij op 14 augustus 2015 op verzoek van [medeverdachte 1] naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen is gegaan. Daar waren [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] heeft toen haar auto geleend en is weggegaan. Later kwamen er nog twee buitenlandse mannen binnen. Zij waren licht getint en spraken met elkaar dezelfde taal. De ene man kwam een beetje agressief over, de ander was rustig. [medeverdachte 2] denkt op een aan haar getoonde foto van [verdachte 2] de rustige jongen te herkennen die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft gezien. Over 15 augustus 2015 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat [medeverdachte 1] haar had gevraagd om op 15 augustus 2015 mensen weg te brengen. Hij vroeg haar dit via haar ‘werktelefoon’, de telefoon die normaliter alleen gebruikt werd voor het maken van afspraken over het knippen van wiet, en welke telefoons, of simkaart