Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2019:1886

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 14-06-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Amsterdam op 14-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHAMS:2019:1886, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 23-001481-17


Bron: Rechtspraak



1. primair:

- een boot (genaamd Moses Agga) heeft/hebben gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft/hebben gehad; - onderhoud aan die boot heeft/hebben verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft/hebben gekocht; - die boot heeft/hebben gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft/hebben betaald; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben opgehaald en/of op heeft/hebben laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht naar een woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft/hebben vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft/hebben gegeven/ter beschikking gesteld; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd Moses Agga) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen), terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd Moses Agga) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart;
- een boot (genaamd Moses Agga) heeft gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft gehad; - onderhoud aan die boot heeft verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft gekocht; - die boot heeft gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft betaald; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft opgehaald en/of op heeft laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht naar een woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft gegeven/ter beschikking gesteld; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht en/of begeleid naar en/of heeft ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd Moses Agga) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen),
- in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand A] te Bussum (knipperij), en/of - in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand B] te Bussum (drogerij) en/of - in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand C] te Huizen (kwekerij), (telkens) (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep, waaronder in elk geval 17.420 gram henneptoppen en/of 578 hennepplanten, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
- mensensmokkel (artikel 197a wetboek van strafrecht), en/of - het (in uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep (artikel 3 jo 11 Opiumwet).



- aanschaffen/verwerven ‘Moses Agga’

- (laten) verrichten van onderhoud aan de boot

- kopen van dertig zwemvesten

- omvaren boot naar Seaport IJmuiden en betalen liggeld

- ophalen personen vanaf het centraal station in Amsterdam en/of (een) andere locatie(s)

- (onder)brengen van personen in/naar een woning aan het adres [straatnaam pand D] te Huizenwww.funda.nl
- brengen/begeleiden van personen naar de jachthaven Seaport in IJmuiden / ter beschikking stellen reddingsvesten

- levensgevaar

Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 11:22 uur de Fiat Doblo waar [medeverdachte 1] in reed, stond geparkeerd in de directe omgeving van een perceel op de kruising [straatnaam A]/[straatnaam pand C] te Huizen. [medeverdachte 1] stond in de deuropening van de garage van dit perceel ([straatnaam pand C]). Om 12.35 uur vertrok de Fiat Doblo weer.Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 13:27 uur [medeverdachte 1] in [bedrijf H] stond, waar ze pizza’s verkopen. Om 13:34 uur reed [medeverdachte 1] daar weg in de Doblo.13:37 uur: [medeverdachte 1] vraagt [persoon H] of hij het zo even aanpakt. [persoon H] komt eraan.Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 13.38 uur de Fiat Doblo op de kruising [straatnaam pand E]/[straatnaam pand A] te Bussum stopt. [medeverdachte 1] maakt daar contact met een man met fors postuur. Het signalement van deze man komt overeen met dat van [persoon H].10:21 uur: [medeverdachte 5] staat bij de opslag en wil de stofzuiger erin doen maar de Doblo zit weer op slot. [medeverdachte 5] moet de Belg bellen, die zal zeggen wat hij moet doen.
Tijdens observaties op 21 december 2015 werd gezien dat om 14:40 uur de Fiat Doblo in de directe omgeving van het adres [straatnaam pand A] te Bussum staat geparkeerd. Om 15:01 uur werd gezien dat [verdachte 1] en [medeverdachte 1] in de Fiat Doblo stapten en wegreden. [verdachte 1] is de bestuurder. Om 15:03 uur parkeerde de Fiat Doblo vervolgens in de directe omgeving van de [straatnaam pand B] te Bussum. [verdachte 1] en [medeverdachte 1] openden de achterdeuren van de Doblo en [medeverdachte 1] pakte een gevulde blauwe vuilniszak uit de laadruimte en liep weg. Om 15:32 uur verlieten [verdachte 1] en [medeverdachte 1] de [straatnaam pand B]. [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat zij toen bij [persoon H] beneden in de kelder aan het knippen was. Ze moesten altijd [medeverdachte 1] bellen als ze bijna klaar waren. Dan kwam hij om het op te halen. Zij weet dat hij het op 21 december kwam ophalen. Zij hoorde zijn stem. Hij was in de andere ruimte. Toen zij wegging zag zij dat de wiet was opgehaald. [medeverdachte 2] was daar met hetzelfde groepje als de keer ervoor toen zij ook op het [straatnaam pand A] was. Een paar dagen later heeft zij van [medeverdachte 1] vernomen dat de drooglocatie gerold was. Dat was ook de reden dat het de volgende dag niet doorging en dat de kniplocatie werd veranderd.18:38 uur: [medeverdachte 1] meldt [persoon H] dat hij voor de deur staat.Tijdens een observatie op 21 december 2015 werd gezien dat om 18:37 uur [verdachte 1] en [medeverdachte 1] uit de Fiat Doblo stapten en [straatnaam pand A] te Bussum betraden. Om 18:46 uur verlieten [verdachte 1] en [medeverdachte 1] [straatnaam pand A] weer. [medeverdachte 1] en [verdachte 1] droegen dan allebei een gevulde boodschappentas die zij in de laadruimte van de Fiat Doblo zetten. Vervolgens reden zij weg. [verdachte 1] was de bestuurder. Om 18:50 uur werd de Fiat Doblo in de directe omgeving van de [straatnaam pand B] in Bussum geparkeerd. [verdachte 1] betrad de [straatnaam pand B] met een tas in zijn hand. Om 18:51 uur verlieten twee mannen de woning aan [straatnaam pand A] en stapten in een Fiat Punto ([kenteken Fiat Punto]). De auto staat op naam van [persoon D]. Om 18:53 uur verliet [medeverdachte 2] tenslotte [straatnaam pand A] en reed weg in een Audi A3 die op haar naam is gesteld.18:53 uur: [medeverdachte 3] sms’t [verdachte 1] of hij even wil bellen als hij klaar is.Tijdens een observatie op 21 december 2015 werd gezien dat om 19:04 uur [verdachte 1] en [medeverdachte 1] de woning aan de [straatnaam pand B] verlieten. Zij stapten in de Fiat Doblo en reden weg. [verdachte 1] was de bestuurder.19:06 uur: [medeverdachte 3] wordt gebeld, [medeverdachte 3] vraagt of hij klaar is. Dan kunnen zij terugkomen.Om 23.36 uur belt [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] of hij nog moet langskomen. [medeverdachte 1] geeft aan van wel want zij zitten daar.



afdeling strafrechtparketnummer: 23-001481-17 datum uitspraak: 14 juni 2019
TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-870018-16 tegen

[verdachte 2]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, adres: [adres].
Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20, 21, 22 en 27 mei 2019 en 3 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd, voor zover betreffende de hennepkwekerij aan de [straatnaam pand C] te Huizen.

Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak van dit onderdeel.

Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van de onder 2 ten laste gelegde hennepkwekerij aan de [straatnaam pand C] te Huizen.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving tenlastelegging ex 314a van het Wetboek van Strafvordering en de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling V.1] en/of [vreemdeling V.2]en/of [vreemdeling V.3] en/of [vreemdeling V.4] en/of [vreemdeling V.5] en/of [vreemdeling V.6] en/of [vreemdeling V.7] en/of [vreemdeling V.8] en/of [vreemdeling V.9] en/of [vreemdeling V.10] en/of [vreemdeling V.11] en/of [vreemdeling V.12] en/of [vreemdeling V.13]), en/of 11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling A.1] en/of [vreemdeling A.2] en/of [vreemdeling A.3] en/of [vreemdeling A.4] en/of [vreemdeling A.5] en/of [vreemdeling A.6] en/of [vreemdeling A.7] en/of [vreemdeling A.8] en/of [vreemdeling A.9] en/of [vreemdeling A.10] en/of [vreemdeling A.11]), behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië en/of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, doordat verdachte en/of zijn mededader(s):
subsidiair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een ander of anderen, te weten 13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling V.1] en/of [vreemdeling V.2]en/of [vreemdeling V.3] en/of [vreemdeling V.4] en/of [vreemdeling V.5] en/of [vreemdeling V.6] en/of [vreemdeling V.7] en/of [vreemdeling V.8] en/of [vreemdeling V.9] en/of [vreemdeling V.10] en/of [vreemdeling V.11] en/of [vreemdeling V.12] en/of [vreemdeling V.13]), en/of 11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling A.1] en/of [vreemdeling A.2] en/of [vreemdeling A.3] en/of [vreemdeling A.4] en/of [vreemdeling A.5] en/of [vreemdeling A.6] en/of [vreemdeling A.7] en/of [vreemdeling A.8] en/of [vreemdeling A.9] en/of [vreemdeling A.10] en/of [vreemdeling A.11]), behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië en/of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, doordat verdachte en/of zijn mededader(s):
terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd Moses Agga) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover inhoudelijk nog aan de orde – zal worden vernietigd, omdat het hof, mede als gevolg van de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging en van een na het vonnis gewezen arrest van de Hoge Raad, tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank alsmede omdat het hof tot een andere strafoplegging komt.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Bewijsoverweging ten aanzien van het gebruik van het telefoonnummer door de verdachte

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte op 14 en 15 augustus 2015 de gebruiker is geweest van de iPhone 5s met het mobiele telefoonnummer, eindigend op *5637. De verdachte heeft vanaf het begin verklaard dat hij zijn mobiele telefoon in die periode gedurende tien dagen heeft uitgeleend aan een goede vriend. Later heeft hij ook de naam van die vriend genoemd, namelijk [persoon A] (hierna: [persoon A]) en voorts heeft hij in hoger beroep een leenovereenkomst overgelegd tussen hemzelf en [persoon A] met betrekking tot de genoemde telefoon en een schriftelijke verklaring van [persoon A].

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verklaring van de verdachte en aan de overgelegde leenovereenkomst en verklaring van [persoon A] geen geloof kan worden gehecht.

Het oordeel van het hof

De verdachte heeft bij zijn eerste verhoor door de politie op 19 januari 2016 verklaard dat hij een maandje geleden een iPhone 5s had, die hij op Marktplaats had verkocht voor € 200,00. Voorts heeft hij verklaard dat hij uitsluitend van het telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5637] (hierna: *5637) gebruikmaakt. Verder heeft hij verklaard dat hij (nu) een iPhone 6 gebruikt. De verdachte heeft verklaard dat hij nooit op pad gaat zonder zijn telefoon, tenzij hij hem vergeet, maar dat hij dan terug gaat om hem te halen, en dat andere mensen geen gebruikmaken van zijn telefoon, alleen zijn vriendin wel eens. In zijn tweede verhoor op 20 januari 2016 verklaart de verdachte dat hij zijn iPhone 5s wel eens voor een paar dagen heeft uitgeleend aan een goede bekende omdat diens telefoon stuk was maar dat hij niet zijn telefoonnummer heeft uitgeleend. De verdachte heeft daarbij geen naam genoemd van die goede bekende en ter terechtzitting bij de rechtbank heeft hij niet willen verklaren aan wie hij zijn telefoon had uitgeleend. Daar heeft hij wel verklaard dat hij de telefoon inclusief simkaart zou hebben uitgeleend.

In hoger beroep heeft de verdachte een “verklaring aan de Rechtbank” van 26 juni 2017 van [persoon A] overgelegd, waarin deze verklaart in de maand augustus 2015 de iPhone 5s inclusief de simkaart met het telefoonnummer eindigend op *5637 van de verdachte te hebben geleend. Bij deze verklaring is een ongedateerde “leenovereenkomst” gevoegd. Hierin staat vermeld dat de verdachte € 650,00 van [persoon A] heeft ontvangen: € 150,00 voor het lenen, inclusief belkosten, en € 500,00 borg voor de leenperiode van 6 augustus 2015 tot en met 16 augustus 2015. Als bijlage is onder meer een vreemdelingen-identiteitsbewijs ten name van [persoon A] gevoegd.

Door de Koninklijke Marechaussee is naar aanleiding van deze stukken nader onderzoek gedaan. Hieruit blijkt onder meer het volgende:

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat [persoon A] zijn identiteitsbewijs had afgegeven toen hij de overeenkomst had getekend. De bijgevoegde overeenkomst is ongedateerd, maar het hof gaat ervan uit dat deze vóór of uiterlijk op 6 augustus 2015 getekend zou moeten zijn, nu dat de eerste dag is van de overeengekomen leenperiode. Het bijgevoegde identiteitsbewijs van [persoon A] is echter op een latere datum afgegeven, namelijk 30 oktober 2015.

Het hof overweegt dat uit al het voorgaande volgt dat aan de verklaring van de verdachte omtrent het uitlenen van zijn telefoon geen enkel geloof kan worden gehecht en dat de verklaring van [persoon A] en de leenovereenkomst slechts zijn opgesteld om achteraf een papieren werkelijkheid te creëren. Hierbij neemt het hof nog in aanmerking dat de leenovereenkomst een voor beide partijen volstrekt onlogische constructie behelst.

Het hof gaat er derhalve vanuit dat de verdachte ook in de periode van 6 augustus 2015 tot en met 16 augustus 2015 de gebruiker was van het telefoonnummer eindigend op *5637.

Het hof beschouwt het ten bewijze overleggen van valse stukken overigens als een kwalijke zaak.

Overweging omtrent de verklaringen van [medeverdachte 2]

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, kort samengevat op het volgende standpunt gesteld. De overweging in het vonnis dat [medeverdachte 2] bij de politie verklaard heeft dat zij de persoon herkende op een aan haar getoonde foto van [verdachte 2] en dat hij de “rustige jongen’’ zou zijn die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft gezien, welke jongen zij ook op 15 augustus 2015 op de parkeerplaats bij de haven van IJmuiden zou hebben gezien, is te stellig. Zij heeft zich immers in de verklaring uitgedrukt in termen als . In haar verklaring zit de twijfel besloten over een herkenning alsmede over de mogelijke constatering met betrekking tot de parkeerplaats. Dit wordt ondersteund door het feit dat zij als getuige ter terechtzitting in hoger beroep met een foto is geconfronteerd van een persoon in een wit shirt bij de slagboom van de haven van IJmuiden en zij heeft verklaard op die foto niemand te herkennen.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [medeverdachte 2], zoals afgelegd ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee kunnen worden gebezigd voor het bewijs, nu die verklaringen steun vinden in onder meer de telecommunicatiegegevens en de verklaring van [medeverdachte 1]. Bovendien is van belang dat [medeverdachte 2] ook belastend over zichzelf heeft verklaard, hetgeen de geloofwaardigheid van haar verklaring ten goede komt.

Het oordeel van het hof

Verklaringen van [medeverdachte 2] bij de Koninklijke Marechaussee

[medeverdachte 2] heeft in totaal vijf verklaringen afgelegd ten overstaan van de Koninklijke Marchechaussee. In haar verklaring op 13 januari 2016 heeft zij verklaard dat zij op vrijdag 14 augustus 2015 in de woning is geweest waar zij eerder met [medeverdachte 5] (het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 5]) en [verdachte 1] (het hof begrijpt hier en hierna: [verdachte 1]) heeft gegourmet (het hof begrijpt: in de woning aan het [straatnaam pand D] in Huizen). Daar waren toen ook [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1]). Er kwamen twee mannen binnen. Op 14 januari 2016 heeft zij opnieuw over de twee mannen verklaard. Zij verklaarde dat de ene een beetje agressief overkwam en dat de andere man het tegenovergestelde was met zijn gedrag: hij was rustig. Zij waren volgens [medeverdachte 2] van dezelfde komaf; zij kreeg dat gevoel naar aanleiding van hun uiterlijk en de taal die zij spraken. Vervolgens heeft zij verklaard dat zij op 15 augustus 2015, voordat zij naar de haven van IJmuiden ging, naar het [straatnaam pand D] is geweest. . Met de twee andere jongens bedoelde zij de jongens van de dag ervoor, die ze ook op het [straatnaam pand D] had gezien. Toen haar een foto van [verdachte 2] werd getoond, gaf zij aan dat ze denkt dat deze jongen ook op 15 augustus 2015 in het huis op het [straatnaam pand D] aanwezig was. Het was de rustige jongen die ze eerder had omschreven in haar verklaring over 14 augustus 2015. Op de vraag wat de rol van [verdachte 2] is geweest, antwoordde [medeverdachte 2] dat zij hem nog bij de parkeerplaats bij de haven had gezien op 15 augustus 2015. Zij was als eerste vertrokken vanaf het [straatnaam pand D]. Toen zij aankwam op de parkeerplaats in IJmuiden, zag ze [medeverdachte 5], [medeverdachte 1], de rustige jongen en de agressieve jongen. Zij moesten als een gek gereden hebben, aangezien zij als eerste was vertrokken, zo heeft zij verklaard.
Is de verdachte “de rustige jongen”?

Het hof is, met de verdediging, van oordeel dat de overweging in het vonnis dat [medeverdachte 2] bij de politie heeft verklaard dat zij de persoon herkende op een aan haar getoonde foto van [verdachte 2] en dat hij de “rustige jongen” zou zijn die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft gezien, welke jongen zij ook op 15 augustus op de parkeerplaats bij de haven van IJmuiden zou hebben gezien, te stellig is. Zij heeft immers niet verklaard dat zij op de foto [verdachte 2] herkende; zij heeft verklaard dat zij dacht dat de persoon afgebeeld op de foto de jongen is die zij eerder op 14 augustus 2015 op het [straatnaam pand D] en op 15 augustus 2015 in de haven van IJmuiden had gezien. Dit laat echter onverlet dat uit het dossier kan worden afgeleid dat met de “rustige jongen” op het [straatnaam pand D], die de volgende dag door [medeverdachte 2] op de parkeerplaats in IJmuiden is gezien, de verdachte [verdachte 2] wordt bedoeld.[medeverdachte 1] heeft immers op 14 januari 2016 na het voorhouden van een tapgesprek verklaard dat hij zichzelf hoorde in dat gesprek met [verdachte 2], met wie hij [verdachte 2] bedoelt, en dat hij de afgebeelde persoon op de foto als [verdachte 2] kent. In datzelfde verhoor heeft hij naar aanleiding van camerabeelden van de toegangspoort van de haven in IJmuiden van 15 augustus 2015 verklaard dat hij dacht dat hij [verdachte 1] op de beelden herkende. Hij dacht dit, omdat [verdachte 2] er die dag ook bij was. Hij wist niet in welke auto [verdachte 2] toen gereden had. Hij ([verdachte 2]) liep daar met vier mensen. Naast hijzelf waren zowel [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]), [verdachte 1], [verdachte 2] (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte 2]) en [medeverdachte 5] (het hof begrijpt: [medeverdachte 5]) betrokken bij het mensensmokkelincident. Uit telecomonderzoek blijkt dat de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op *5637, waarvan het hof hiervoor heeft vastgesteld dat de verdachte in de periode van 14 en 15 augustus 2015 de telefoon met dat nummer in gebruik had, op 14 augustus 2015 vanaf 11:24 uur tot en met 14:57 uur, vanaf 19:12 uur tot en met 21:09 uur en vanaf 23:30 uur tot de volgende morgen om 09:46 uur en op 15 augustus 2015 vanaf 13:11 tot en met 14:13 uur, zendmasten in Huizen, voornamelijk aan de Graaf Wichman, heeft aangestraald. De Graaf Wichman in Huizen ligt hemelsbreed op net iets meer dan één kilometer afstand van het [straatnaam pand D]. Op 15 augustus 2015 van 15:29 uur tot en met 17:02 uur straalde de telefoon met het nummer eindigend op *5637 zendmasten in IJmuiden aan. In diezelfde periode straalden ook de telefoonnummers van [medeverdachte 2], [medeverdachte 1], [verdachte 1] en [medeverdachte 5] zendmasten in IJmuiden aan. Omstreeks 16:20 uur heeft het nummer in gebruik bij [medeverdachte 1] contact met het nummer in gebruik bij [verdachte 2], waarbij toen beide telefoonnummers zendmasten in IJmuiden hebben aangestraald.
Conclusie

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat de “rustige jongen” over wie [medeverdachte 2] sprak en die zij op 14 augustus 2015 in de avonduren op het [straatnaam pand D] heeft gezien en de volgende dag op de parkeerplaats in de haven van IJmuiden, de verdachte is.De enkele omstandigheid dat [medeverdachte 2] als getuige ten overstaan van het hof op de aan haar getoonde camerabeelden van de slagboom in de haven van IJmuiden van 15 augustus 2015 niemand herkende, doet hier niet aan af, nu [medeverdachte 2] als getuige heeft verklaard in het geheel geen herinneringen meer te hebben aan die periode, aangezien zij, naar eigen zeggen, na de detentie .
Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, kort samengevat, op het standpunt gesteld dat het bij de belastende verklaring van [medeverdachte 2] dat hij ([verdachte 2]) ook op het [straatnaam pand A] aan het knippen was, opvallend is hoe de verbalisanten haar de naam van [verdachte 2] in de mond leggen. Zij heeft niet zelf gezegd dat het [verdachte 2] is geweest. De constatering van de Koninklijke Marechaussee dat de “rustige jongen” [verdachte 2] betreft, is in het geheel niet vastgesteld. Tot slot wijst de verdediging er op dat de verklaring van [medeverdachte 2] dat [verdachte 2] een van de knippers is geweest niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Voor wat betreft de stelling van de verdediging dat [medeverdachte 2] de naam van [verdachte 2] in de mond zou zijn gelegd, wijst de advocaat-generaal erop dat het door de raadsman aangehaalde citaat uit het verhoor van [medeverdachte 2] in de pleitnota moet worden beschouwd in de gehele context van haar verklaring. Van het in de mond leggen van een verklaring of de naam van [verdachte 2] is geen sprake. De verklaring van [medeverdachte 2] staat niet op zichzelf, maar wordt ondersteund door de resultaten van het telecomonderzoek.

Het oordeel van het hof

Naam [verdachte 2] in de mond gelegd?

De raadsman heeft gewezen op het navolgende citaat in de verklaring van [medeverdachte 2] van 9 februari 2016:V:A:MedVAVA.Het hof stelt vast dat dit citaat uit de vijfde verklaring van [medeverdachte 2] komt. Zij heeft voorafgaand aan deze verklaring vier verklaringen afgelegd, waarin zij eveneens heeft gesproken over de “rustige jongen”. Dat [medeverdachte 2] niet zelf heeft verklaard dat het [verdachte 2] was, die toen daar op het [straatnaam pand A] hennep aan het knippen was, is juist. Gelet echter op het feit dat het hof reeds bij de bespreking van het verweer met betrekking tot feit 1 heeft vastgesteld dat de “rustige jongen” [verdachte 2] betreft en [medeverdachte 2] in dit citaat heeft verklaard dat zij daar was met die rustige jongen van het [straatnaam pand D], is het hof van oordeel dat [medeverdachte 2] ook hier heeft gesproken over [verdachte 2].
Andere bewijsmiddelen met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte

De verklaring van [medeverdachte 2] over het knippen van hennep en de betrokkenheid van de “rustige jongen”, zijnde [verdachte 2], staat niet op zichzelf. Verschillende telefoonnummers, waaronder de telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [persoon H], [medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte 2] met het nummer eindigend op *5637, zijn afgeluisterd. Hieruit blijkt het navolgende.Op 4 december 2015 (het hof begrijpt vrijdag) om 05:54 uur werd [verdachte 2] gebeld door een NN-persoon die zegt dat S (het hof begrijpt: [verdachte 2]) die tas met kleding erin niet moet vergeten. Zes minuten later was er weer contact met deze NN-man en zei [verdachte 2] dat hij de kleding van NN niet kan vinden, waarop NN vroeg of [verdachte 2] daar ligt en of [verdachte 2] die mee kan nemen.Gevraagd naar dit gesprek heeft de verdachte ten overstaan van het hof verklaard dat dit over voetbalkleding gaat. Hij heeft gevoetbald bij voetbalvereniging SV Huizen waarvan het shirt groene vlakken heeft. Het hof acht de verklaring dat hier gesproken wordt over voetbalkleding niet aannemelijk gelet op het tijdstip waarop dit gesprek plaatsvindt, te weten om 06:00 uur, in combinatie met de inhoud van andere gesprekken die op 4 december 2015 zijn afgeluisterd. Zo is die dag om 11:16 uur door [medeverdachte 2] een sms-bericht gestuurd aan [medeverdachte 4] inhoudende: en om 12:46 uur belde [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] met de vraag: en .Op 4 december 2015 om 14:09 uur ontving [medeverdachte 1] van [medeverdachte 2] een sms-bericht met de tekst , waarop [medeverdachte 1] antwoordde met . Om 14:49 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht van [medeverdachte 2] inhoudende . Op 4 december 2015 om 15:21 uur belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] met de vraag om tegen te zeggen dat die dadelijk met hem ([medeverdachte 1]) mee moet.Om 16:02 uur belde [medeverdachte 1] naar [persoon H] en zei: “en. [medeverdachte 2] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat ze op 3 en 4 december 2015 hennep heeft geknipt op het [straatnaam pand A] in Bussum. Geconfronteerd met de sms-berichten aan [medeverdachte 1] over “laatste” en “half uurtje” verklaarde ze dat “laatste” ziet op de laatste ton waarmee ze bezig was en dat er nog een half uurtje werk was. Met ton bedoelt ze een ton die je kunt vullen. . Met de “jongste” wordt [verdachte 2] bedoeld.Op 17 december 2015 belde [verdachte 2] zijn vriendin en zegt dat er volgende week weer veel geld is. Hiernaar gevraagd heeft de verdachte ten overstaan van het hof verklaard dat hij onder meer zijn iPhone en ook nog een jas op Marktplaats had gezet en verwachtte dat deze verkocht zouden worden. hetgeen weer geld zou opleveren. Ook zou zijn vriendin fooi uitbetaald krijgen van haar werk. Het hof acht deze verklaring, gelet op de context van de hiervoor genoemde en nog hierna te noemen gesprekken, niet aannemelijk geworden.Op (het hof begrijpt: zaterdag) 19 december 2015 om 14:29 uur belde [verdachte 2] met NN en zei dat zij maandag (het hof begrijpt: 21 december 2015) gaan voetballen. Maandag moet hij (NN) bij [verdachte 2] zijn. Uit andere tapgesprekken blijkt dat de afspraak voor dinsdag en woensdag is verplaatst naar maandag en dinsdag. Op 21 december 2015 om 05:44 uur vroeg [verdachte 2] aan NN waar hij is. Hij (NN) is er met vijf minuten.Op 21 december 2015 om 14:15 uur sms’te [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2]: waarop [medeverdachte 2] antwoordt: . [medeverdachte 1] vroeg: waarop [medeverdachte 2] antwoordde: .Op 21 december 2015 om 18:04 uur belde [medeverdachte 3] naar NN en vroeg of hij zijn broertje even mag. De telefoon werd aan een ander persoon gegeven, waarvan de verbalisant opmerkt dat de stem van [verdachte 2] is. [medeverdachte 3] zei: waarop [verdachte 2] antwoordde: . [medeverdachte 3] zei nog: , waarop [verdachte 2] antwoordde: .[medeverdachte 1] heeft bevestigd in zijn verklaring bij de Koninklijke Marechaussee dat er op het [straatnaam pand A] henneptoppen geknipt werden en dat hij [medeverdachte 2] ([medeverdachte 2]) voor het knippen heeft gevraagd.
Conclusie

Gelet op de inhoud van de gesprekken in onderlinge samenhang bezien en in combinatie met de verklaring van [medeverdachte 2], die in grote lijnen wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 1], gaat het hof ervan uit dat er in december 2015 hennep is geknipt aan het [straatnaam pand A] in Bussum en dat [verdachte 2] daarbij aanwezig was.

Met betrekking tot feiten 1 primair, 2 en 3

Het hof neemt voor het vaststellen van de redengevende feiten en omstandigheden voor het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde de navolgende overwegingen en bewijsmiddelen over, die het hof aan het vonnis ontleent en op enkele punten aanvult dan wel wijzigt.

Ten aanzien van de mensensmokkel (feit 1 primair) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

Aanleiding

Vervolgens werd op diezelfde dag door de Koninklijke Marechaussee een melding ontvangen van een medewerker van Marina Seaport IJmuiden, dat er vermoedelijk twintig illegalen op een zeiljacht zaten dat mogelijk ging uitvaren naar Groot-Brittannië. Het zeiljacht lag in de jachthaven in IJmuiden afgemeerd. Op het dek van deze boot (genaamd: ‘Moses Agga’) werden twee mannen aangetroffen, te weten de later aangehouden verdachten [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]. Van zowel [medeverdachte 8] als [medeverdachte 9] lagen aan boord hun legitimatiebewijzen. Uit het vooronder kwamen in totaal elf mannen tevoorschijn. Eén van hen verklaarde dat zij allen van Albanese afkomst waren. In het achtersteven van de boot werd een aantal mannen en vrouwen aangetroffen van vermoedelijk Aziatische afkomst. In het portiek van het appartementencomp[voornaam medeverdachte 1] bij de haven werden vervolgens nog eens drie mannen van vermoedelijk Aziatische afkomst aangetroffen. Eén van hen was in het bezit van een zwemvest. In totaal werden ter plaatse vierentwintig vreemdelingen aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat elf van Albanese afkomst waren en dertien van Vietnamese afkomst. Enkele vreemdelingen waren minderjarig.De op en nabij de boot aangetroffen vreemdelingen zijn allen als getuigen gehoord. De elf Albanese personen hebben allen verklaard dat zij met de boot waarop zij waren aangetroffen een stukje zouden gaan varen. De getuigen [vreemdeling A.7], [vreemdeling A.1], [vreemdeling A.9] en [vreemdeling A.3] hebben verklaard over geldbedragen die zij hiervoor zouden hebben betaald of nog zouden betalen. De getuige [vreemdeling A.5] heeft verklaard dat werd gezegd dat ze snel de boot in moesten, dat ze niet gezien moesten worden. Van de dertien Vietnamese vreemdelingen hebben de getuigen [vreemdeling V.1], [vreemdeling V.2], [vreemdeling V.10], [vreemdeling V.5], [vreemdeling V.13], [vreemdeling V.7], [vreemdeling V.9] en [vreemdeling V.11] verklaard dat zij naar Engeland wilden. De getuige [vreemdeling V.11] heeft bij de rechter-commissaris op 2 februari 2016 verklaard dat iedereen die op de boot zat, naar Engeland wilde. Enkele Vietnamese vreemdelingen hebben later nog een uitgebreide verklaring afgelegd over hun doorreis door Nederland vanaf het Centraal Station in Amsterdam naar (uiteindelijk) de boot waarop zij in IJmuiden zijn aangetroffen. Bij de getuige [vreemdeling V.8] zijn twee treintickets aangetroffen van de Thalys van Parijs naar Amsterdam, met als aankomsttijd 19:42 uur in Amsterdam. Op camerabeelden van het Centraal Station van Amsterdam d.d. 14 augustus 2015 om 19.44 uur zijn vier personen zichtbaar met dezelfde kleding als de getuigen [vreemdeling V.9], [vreemdeling V.12], [vreemdeling V.2] en [vreemdeling V.8] ten tijde van hun aanhouding droegen.
De getuige [getuige B] heeft tegenover de politie verklaard dat haar vriend [medeverdachte 9] haar had verteld dat hij aan het oefenen was met zeilen. Hij zou vijfentwintig mensen naar Engeland brengen. Hij deed dat samen met [medeverdachte 8]. Hij zou er veel geld voor krijgen. [medeverdachte 9] had haar verteld dat hij sinds ongeveer anderhalve week oefende met zeilen. Hij zou woensdag weggaan, maar dat ging niet door. Hij zei dat hij in de ochtend van zaterdag zou gaan varen.

Op camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden van de periode 10 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015 is te zien dat de verdachten [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] op 10, 12, 14 en 15 augustus 2015 meermalen de steiger, waaraan de Moses Agga lag, op- en aflopen. Op deze dagen en tijdstippen stralen de telefoons van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] ook telkens zendmasten aan in de directe omgeving van de jachthaven. Op camerabeelden, gericht op de havenmond van de jachthaven, is te zien dat de Moses Agga op 10 augustus 2015 de haven in- en uitvaart. Op camerabeelden van 14 augustus 2015 is te zien dat [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de jachthaven binnenkomen met sporttassen, soortgelijk aan tassen die later aan boord van de Moses Agga werden aangetroffen.

Op een onder [medeverdachte 9] in beslag genomen telefoon zijn afbeeldingen van delen van zeekaarten van de vaarroute Nederland-Engeland aangetroffen, geïnstalleerde met betrekking tot het weer en navigatie op zee, een filmbestand van 10 augustus 2015, waarin met de Moses Agga wordt gevaren, en foto’s van de Moses Agga van 13 augustus 2015, waarop onder meer dezelfde schoenen zichtbaar zijn als de schoenen die [medeverdachte 8] bij zijn aanhouding droeg. Tevens is uit onderzoek gebleken dat met deze telefoon op 15 augustus 2015 op internet is gezocht naar onder meer ‘scheepsweerbericht’ en ‘migranten vermist op zee’. Daarnaast werden in de telefoon WhatsApp-chatsessies aangetroffen tussen [medeverdachte 9] en de getuige [getuige B] (‘[getuige B]’) en tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]. Op 10 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] aan het varen is, dat er hoge golven zijn, dat hij op een vaarroute van grote schepen zat en dat de kustwacht eraan kwam. Op 14 augustus 2015 appt hij de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] op de boot is en dat zij alles even aan het neerleggen zijn zoals zij willen. Op 15 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] ten slotte om 01:47 uur dat zij net een stukje waren varen op zee, met harde regen en bliksem. Uit WhatsApp-chatsessies met [medeverdachte 8] volgt dat [medeverdachte 8] op 11 augustus 2015 een ‘Boating Europa’-navigatie is gaan halen. [medeverdachte 8] vraagt [medeverdachte 9] of hij wil kijken of hij een betere kan vinden en of het vervoer voor de terugweg al is geregeld. Op 12 augustus 2015 appt [medeverdachte 8] dat het de komende dagen slecht weer gaat worden, en dat ze vragen of ze met een uurtje klaar kunnen staan om alles in orde te maken voor vertrek.

Bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 8] werden onder meer uitgeprinte bescheiden aangetroffen met betrekking tot de weers- en windverwachting van het KNMI in de periode 9 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015, en ook een schrijfblok met handgeschreven instructies over het varen op zee. Ook werden op een laptop in die woning vier documenten aangetroffen met instructies over varen en vaarregels.

Bij de doorzoeking van de Moses Agga werd een zwarte schrijfmap aangetroffen met daarin een zeekaart ‘Passage Chart – Southern North Sea’, waarop met pen een route was getekend van IJmuiden naar de kust van Engeland ter hoogte van de plaats Sea Palling. Ook werden handgeschreven instructies met betrekking tot het varen op zee aangetroffen en een handgeschreven notitie genaamd ‘onze taken’, met daarin onder meer opgesomd: ‘kotszakken geven/uitleggen’, ‘drinken en eten uitleggen’, ‘uitleg wc spoelen’, ‘reddingsvesten’ en ‘wat ze niet mogen’. Het NFI heeft het handschrift van deze notities vergeleken met de handschriften van in de woningen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] in beslag genomen notities en is tot de conclusie gekomen dat het handschrift van de op de Moses Agga aangetroffen notities grote overeenkomsten vertoont met het handschrift van [medeverdachte 8].

Tot slot werden op de Moses Agga drieëndertig zwemvesten aangetroffen, waarvan er negentien nog geheel in de plastic verpakking zaten, en grote hoeveelheden potten pindakaas en chocopasta. Ook werd achter het roer een vlag van het Verenigd Koninkrijk aangetroffen, en een digitale fotocamera met als user account en foto’s van [medeverdachte 8], ook samen met [medeverdachte 9]. [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op aan hem getoonde foto’s van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de twee jongens herkent aan wie hij op 10 of 12 augustus 2015 de sleutels van de Moses Agga heeft overgedragen en die op de boot zaten toen hij de mensen naar de boot bracht. [medeverdachte 1] herkent op aan hem getoonde camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden d.d. 10 en 12 augustus 2015 zichzelf, [verdachte 1], en de twee jongens van de getoonde foto’s [het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]].

In een in de penitentiaire inrichting opgenomen gesprek tussen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] bespreken [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] “dat er een half jaar per persoon op staat, maar dat een poging korter is, zodat ze vier jaar kunnen vragen”. [medeverdachte 8] zegt dat hij er allang vanuit is gegaan dat hij een paar jaar naar binnen moet. Ook spreken zij over “tien ruggen” [het hof begrijpt: € 10.000,-].

De getuige [getuige D] heeft verklaard dat op 5 augustus 2015 een blanke man van ongeveer 50 jaar de factuur in de winkel contant kwam betalen. De man gaf aan dat hij toevallig in de buurt was met een boot die hij voor de winkel met een hijskraan uit het water had laten halen. De getuige verklaart dat dit door de havenmeester van Marina Muiderzand moet zijn gedaan. Nadat de man de factuur had betaald, gaf hij de getuige te kennen dat hij een dieptemeter op zijn boot wilde installeren. De getuige heeft de man voor de aanschaf daarvan verwezen naar het naastgelegen bedrijf [bedrijf B]. De getuige heeft de man later geholpen om de dieptemeter op de boot te installeren. De getuige [getuige E], die op 4 augustus 2015 in de haven in Huizen het onderhoud aan de motor van de boot heeft uitgevoerd, heeft bij het zien van een foto van de ‘Moses Agga’ verklaard dat dat wel het schip moest zijn waaraan hij de werkzaamheden had uitgevoerd, nu er niet zoveel van dit type boten zijn. Uit de factuur van [bedrijf A] d.d. 5 augustus 2015 blijkt dat deze was gericht aan [bedrijf C], welk bedrijf volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel op naam staat van [medeverdachte 5]. Uit onderzoek bij de jachthaven Marina Muiderzand te Almere is gebleken dat op 5 augustus 2015 op verzoek van ‘[voornaam medeverdachte 1]’ een boot met een lengte van 9 meter uit het water op de bok is gezet. ‘[voornaam medeverdachte 1]’ maakte gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406]. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was.

Op de Moses Agga werd een navigatiesysteem van het merk Raymarine, een dieptemeter van het merk Condor F238, en een zeekaart van het merk Imray C25 aangetroffen. Uit onderzoek bij [bedrijf B] te Almere (hierna: [bedrijf B]) is gebleken dat op 24 juli 2015 om 15:06 uur precies dezelfde goederen zijn gekocht. Uit telecomonderzoek is gebleken dat op 24 juli 2015 op dit tijdstip de telefoonnummers die worden toegeschreven aan [medeverdachte 7], [medeverdachte 3] en [verdachte 1] gebruikmaakten van zendmasten in de directe omgeving van [bedrijf B]. Tevens is gebleken dat op een laptop, die tijdens een doorzoeking op de [straatnaam pand E] in Bussum in beslag is genomen, op 24 juli 2015 in de ochtend via Google is gezocht naar ‘plotter navigatie boot kopen Gooi’ en ‘[straatnaam bedrijf B]’, zijnde het adres van [bedrijf B]. Het adres [straatnaam pand E] in Bussum is het BRP-adres van [medeverdachte 3] en was in die periode tevens de feitelijke verblijfplaats van [verdachte 2].

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat de meeste vreemdelingen met een taxi in de buurt van het adres [straatnaam pand D] te Huizen waren afgezet, bij de sportvelden. [medeverdachte 1] heeft hen daar opgepikt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij dit samen met [verdachte 1] heeft gedaan. [medeverdachte 1] denkt dat ze vanaf het centraal station in Amsterdam kwamen. Er was een Amsterdamse taxichauffeur en één taxi had ‘TCA’ op zijn bordje.

De getuige [getuige H], woonachtig in de straat [straatnaam pand D], had zicht op de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen en heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond 13.30 uur vijf donkere personen vanuit de woning aan het [straatnaam pand D] in een behoorlijk looptempo naar een auto op een nabijgelegen parkeerplaats zag lopen. Ongeveer tien minuten later zag getuige nog eens vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar een auto op die parkeerplaats gaan, en weer tien minuten later nog eens vijf donkere personen. Kort daarop zag getuige vervolgens de drie witte bestelauto’s waarover hij eerder al heeft verklaard, met behoorlijke snelheid over het woonerf naar [straatnaam pand D] rijden, waar zij snel met de achterzijde naar de garage gingen staan en daar naar binnen reden. Kort daarna vertrokken de auto’s weer met aanzienlijke snelheid. Rond 15:00 uur heeft de getuige de laatste vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar eerder genoemde parkeerplaats zien lopen. De getuige heeft dan twintig personen snellopend naar de auto’s zien gaan en zes personen die de drie witte bestelauto’s bemanden. Met de drie witte bestelauto’s bedoelt de getuige een witte Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert], een witte Peugeot Partner met kenteken [kenteken Peugeot Partner] en een witte Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo].

Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) volgt dat kenteken [kenteken Peugeot Expert] (Peugeot Expert) op naam stond van [bedrijf F], welk bedrijf op naam stond van [medeverdachte 7]. Kenteken [kenteken Peugeot Partner] (Peugeot Partner) stond tot 4 augustus 2015 op naam van [bedrijf G], welk bedrijf op naam stond van [verdachte 1]. Verder is uit gegevens van de RDW gebleken dat een Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] op naam stond van [zoon medeverdachte 1], de zoon van [medeverdachte 1], een Audi A3 met kenteken [kenteken Audi A3] op naam van [medeverdachte 2], en een Jaguar S-type met kenteken [kenteken Jaguar S-type] op naam van [medeverdachte 5].

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij wel eens in de Doblo [het hof begrijpt: de Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo]], de Peugeot Partner van [verdachte 1] [het hof begrijpt: de Peugeot Partner met kenteken [kenteken Peugeot Partner]] en de Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] van zijn zoon, rijdt. Tijdens observaties is waargenomen dat de verdachte en zijn medeverdachten gebruikmaakten van elkaars voertuigen. In een opgenomen telefoongesprek is te horen dat [medeverdachte 1] verschillende medeverdachten belt om na te gaan wie in het bezit is van de autosleutel van de Peugeot Expert is [het hof begrijpt: de Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert]] en met de vraag waar de Fiat Doblo is. Daarnaast zijn tijdens een doorzoeking op de [straatnaam pand E] te Bussum, het adres waarop [verdachte 2] verblijft, de autosleutels aangetroffen van de Peugeot Expert ([kenteken Peugeot Expert]) en de Fiat Doblo ([kenteken Fiat Doblo]).

Op camerabeelden van de rotonde nabij Marina Seaport IJmuiden d.d. 15 augustus 2015 is te zien dat in een tijdsbestek van 26 minuten achtereenvolgens de volgende voertuigen richting de haven rijden: om 15:25 uur een voertuig gelijkend op de Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] op naam van de zoon van [medeverdachte 1], om 15:33 uur een voertuig gelijkend op de Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert] op naam van het bedrijf van [medeverdachte 7] ([bedrijf F]), om 15:45 uur een voertuig gelijkend op de Audi A3 met kenteken [kenteken Audi A3] op naam van [medeverdachte 2], en om 15:51 uur twee voertuigen gelijkend op respectievelijk de Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo] en de Jaguar S-type met kenteken [kenteken Jaguar S-type] op naam van [medeverdachte 5].

Op camerabeelden van de toegang tot Marina Seaport IJmuiden van 15 augustus 2015 is te zien dat om 15:54 uur NNman3 samen met vier personen met een Mediterraans uiterlijk in de haven richting de steiger loopt. Om 16:04 uur loopt NNman1 de haven binnen, vergezeld door drie mannen met een Mediterraans uiterlijk. Om 16:11 uur loopt NNman4 samen met drie mannen en twee vrouwen met een Aziatisch uiterlijk de steiger op en om 16:39 uur loopt NNman2 de haven binnen, vergezeld door vijf personen met een Aziatisch uiterlijk. Om 17:20 uur ten slotte loopt NNvrouw1 samen met zes mannen met een Mediterraans uiterlijk de steiger op. Op de camerabeelden is verder te zien dat NNman2 om 16:20 uur bij de toegangspoort naar de steigers een telefoon aan zijn oor houdt. Uit een analyse van de mastverkeersgegevens van zendmasten nabij de haven van IJmuiden is gebleken dat op 15 augustus 2015 om 16:20 uur telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5637], welk nummer is afgegeven op naam van [verdachte 2], belcontact maakt met telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406]. Dit nummer was in gebruik bij [medeverdachte 1].

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard zichzelf als NNman2 op de beelden te herkennen, samen met Aziatische personen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de Aziatische personen heeft meegenomen in de auto, hij denkt de Doblo. Hij zou hiervoor € 30,00 per persoon krijgen. De mensen wilden graag naar Engeland. [medeverdachte 1] heeft deze mensen opgepikt bij de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen. Hij heeft deze mensen vervolgens naar de boot in IJmuiden gebracht, naar die twee jongens aan wie hij een paar dagen daarvoor de sleutels van de boot had gegeven [het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]]. Op de boot zaten behalve die twee jongens nog vijf andere Aziatische personen. [medeverdachte 1] dacht op dat moment dat de boot voor twaalf personen geschikt zou zijn. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte 2] er die dag ook bij was. Hij liep ook met vier mensen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond de middag naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen is gegaan. Zij hebben het in overleg gedaan: hij, [verdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte 2], [medeverdachte 5] en de onbekende jongen. [medeverdachte 1] reed in de Doblo, [verdachte 1] in de Opel Vectra, [medeverdachte 5] in zijn eigen Jaguar, [medeverdachte 2] in haar eigen Audi, en [verdachte 2] en de andere jongen in de Partner van [bedrijf G] [het hof begrijpt: de Peugeot Partner]. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hun hele groepje erbij betrokken is geweest. Met het hele groepje bedoelt hij: [medeverdachte 2], [verdachte 1], [verdachte 2], [medeverdachte 5], hijzelf en de onbekende jongen. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij en [verdachte 1] voor het incident van 15 augustus 2015 naast hun gebruikelijke werktelefoons voor de wiet, een andere prepaid-telefoon hadden gekregen. In die telefoon stonden vier nummers; [medeverdachte 1] denkt onder meer de nummers van de jongens van de boot. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de telefoon heeft gekregen op de dag dat hij de ligplaats van de boot heeft verlengd, te weten op 12 augustus 2015. De telefoon is voornamelijk op 14 en 15 augustus 2015 gebruikt.

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat zij zichzelf op haar getoonde screenshots van camerabeelden van de haven in IJmuiden van 15 augustus 2015 herkent, waarbij achter haar zes mannen lopen. Op de beelden is zichtbaar dat twee van de zes mannen een zwemvest dragen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij op 14 augustus 2015 op verzoek van [medeverdachte 1] naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen is gegaan. Daar waren [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] heeft toen haar auto geleend en is weggegaan. Later kwamen er nog twee buitenlandse mannen binnen. Zij waren licht getint en spraken met elkaar dezelfde taal. De ene man kwam een beetje agressief over, de ander was rustig. [medeverdachte 2] denkt op een aan haar getoonde foto van [verdachte 2] de rustige jongen die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft gezien, te herkennen. Over 15 augustus 2015 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat [medeverdachte 1] haar had gevraagd om op 15 augustus 2015 mensen weg te brengen. Hij vroeg haar dit via haar ‘werktelefoon’, de telefoon die normaliter alleen gebruikt werd voor het maken van afspraken over het knippen van wiet, en welke telefoons, of simkaarten daarvan, maandelijks weer vernietigd moesten worden. Zij is die dag eerst met haar auto naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen gegaan. Daar waren ook [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en twee onbekende jongens. Zij kreeg daar van [medeverdachte 1] de opdracht om drie jongens naar IJmuiden te rijden. Die jongens kwamen van boven uit de woning. In IJmuiden heeft zij haar auto geparkeerd en is zij naar het strand gelopen. Die drie jongens liepen met haar mee. Op het strand zag zij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] weer. Ook stonden daar mensen in groepjes. Vervolgens moest zij op teken van [medeverdachte 1] naar het einde van de steiger lopen en liepen er mensen achter haar aan. Na het afleveren van de mensen heeft zij de steiger weer verlaten en is zij weer naar haar auto gelopen. Zij zag toen [medeverdachte 5] bij een bushalte staan, en in het bushokje daarbij zaten niet Nederlandse mensen. [medeverdachte 2] denkt de rustige jongen die ze op 14 augustus 2015 op het [straatnaam pand D] had gezien, op 15 augustus 2015 weer in de woning aan het [straatnaam pand D] te hebben gezien. [medeverdachte 2] heeft de rustige jongen [het hof heeft hiervoor reeds vastgesteld: [verdachte 2]] op 15 augustus 2015 ook op de parkeerplaats bij de haven van IJmuiden gezien. Daar waren toen ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5]. Tot slot heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zij op 14 augustus 2015 haar auto aan [medeverdachte 1] heeft uitgeleend. Zij ging er vanuit dat zij voor het wegbrengen van de mensen “gewoon 15 euro per uur” zou krijgen.

[verdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij gebruik maakte van telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5637]. Hij heeft verklaard dat dit het enige telefoonnummer is dat hij gebruikte. Uit telecomonderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer op 14 augustus 2015 van 19:12 uur tot en met 21:09 uur, en van 23:30 uur tot en met 23:57 uur zendmasten in de directe omgeving van de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft aangestraald. Op 15 augustus 2015 straalde het nummer van 00:51 uur tot en met 10:03 uur wederom zendmasten aan in de directe omgeving van die woning, en ook tussen 13:30 uur en 14:45 uur. Vervolgens verplaatste het nummer zich in de richting van IJmuiden en maakte het daar tussen 15:29 uur en 17:02 uur meermalen gebruik van een zendmast in de directe omgeving van de jachthaven van IJmuiden. Uit een overzicht van belcontacten volgt dat het nummer op 15 augustus 2015 zes maal contact maakte met [medeverdachte 1], waarbij zendmasten in de directe omgeving van de jachthaven IJmuiden werden aangestraald, en vijftien keer met [verdachte 1], waarbij zendmasten in de directe omgeving van het adres [straatnaam pand D] te Huizen en de jachthaven van IJmuiden werden aangestraald.

Uit telecomonderzoek is gebleken dat ook de telefoons, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij [verdachte 1] en [medeverdachte 5], op 15 augustus 2015 tussen 15:23 uur en 17:52 uur meermalen zendmasten in de directe omgeving van de jachthaven in IJmuiden hebben aangestraald.

Bij een doorzoeking op het adres [straatnaam pand E] te Bussum, het BRP-adres van verdachte [medeverdachte 3] en de verblijfplaats van [verdachte 2], is een laptop van het merk Acer in beslag genomen. Uit onderzoek van deze laptop is gebleken dat op 10 augustus 2015 via Google Maps is gezocht naar de plaats Winterton-on-Sea (UK). Deze plaats ligt op 14 minuten met de auto van de Engelse plaats Sea Palling, naar welke plaats de route op de, op de Moses Agga aangetroffen, zeekaart vanuit IJmuiden was getekend. Voorts is op deze laptop in de periode van 20 april 2015 tot en met 7 augustus 2015 via Google gezocht naar het kopen van zeewaardige boten, nieuws over vluchtelingen en boten, het vergroten van een brandstoftank op een boot, landingsplaatsen van immigranten, boten huren om naar Engeland te varen, ‘military boats sea europe illegal immigrants’, het aanvragen van een Albanees visum, het kopen van zwemvesten, en staat daarin het telefoonnummer van [bedrijf A] en IJmuiden vermeld.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat iedereen gebruik maakte van de woning aan de [straatnaam pand E]. Onder meer [medeverdachte 1], [medeverdachte 7], [verdachte 1], [medeverdachte 5], en [medeverdachte 3] en [verdachte 2] beschikten over een sleutel van deze woning. Tijdens observaties van het pand is de aanwezigheid van deze personen aldaar geconstateerd. Als gevolg van stankoverlast zijn ze, aldus [medeverdachte 1], verhuisd naar het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum. Het pand werd per 1 december 2015 gehuurd door [bedrijf F], het bedrijf van [medeverdachte 7].

Op een in het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum in beslag genomen laptop (merk Acer) is in de periode van 14 juli 2015 tot en met 24 juli 2015 eveneens met behulp van Google gezocht hoe lang en hoeveel kilometer het varen is naar Engeland. Ook is gezocht naar het kopen van zwemvesten. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat van het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum in ieder geval [medeverdachte 1], [verdachte 1], [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], [verdachte 2] en [medeverdachte 7] een sleutel hadden. Deze personen zijn waargenomen tijdens observaties van het pand. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] noemen het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum ‘het kantoor’.

Ten aanzien van de hennepzaken (feit 2) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

Het gebruik van ‘werktelefoons’

Uit opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken van [medeverdachte 1] op telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406] en een observatie van 18 november 2015 is naar voren gekomen dat [medeverdachte 1] vermoedelijk ook gebruik maakte van een onbekend ander nummer. Door de inzet van een IMSI-catcher is gebleken dat hij op 18 november 2015 gebruik maakte van een telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer eindigend op *4330] en telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *6145] (Lyca Mobile). De eerste registratie van dit nummer vond plaats op 27 oktober 2015. Het nummer maakte vervolgens contact met acht mobiele (Lyca) prepaid-nummers die ook allemaal op 27 oktober 2015 geactiveerd werden. Alle negen telefoons werden tussen 14.35 uur en 14.50 uur geactiveerd op 27 oktober 2015 waarbij alle telefoons een zendmast aanstraalden in de directe omgeving van de [straatnaam pand E] te Bussum, het woonadres van [medeverdachte 3], tevens het verblijfsadres van [verdachte 2].
Door het telecomonderzoek is vastgesteld dat acht van deze telefoonnummers in gebruik waren bij: [medeverdachte 1] (*6145), [medeverdachte 5] (*5698), [medeverdachte 3] (*6859), [verdachte 1] (*6079), [medeverdachte 7] (*6375), [medeverdachte 4] (*5367), [persoon H] (*5520) en [medeverdachte 2] (*6593). Voor deze nummers zijn tapbevelen afgegeven.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij onderling werktelefoons gebruikten die minder makkelijk te traceren zijn. In zijn werktelefoon staan slechts vijf contacten: [medeverdachte 3] ([bijnaam medeverdachte 3]), [verdachte 1] ([bijnaam verdachte 1]), [persoon H] ([bijnaam persoon H]), [medeverdachte 5] ([bijnaam medeverdachte 5]) en [persoon B] ([bijnaam persoon B]).

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij elke maand van [medever
ECLI:NL:GHAMS:2019:1886:DOC
nl


1. primair:

- een boot (genaamd Moses Agga) heeft/hebben gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft/hebben gehad; - onderhoud aan die boot heeft/hebben verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft/hebben gekocht; - die boot heeft/hebben gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft/hebben betaald; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben opgehaald en/of op heeft/hebben laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht naar een woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft/hebben vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft/hebben gegeven/ter beschikking gesteld; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd Moses Agga) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen), terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd Moses Agga) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart;
- een boot (genaamd Moses Agga) heeft gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft gehad; - onderhoud aan die boot heeft verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft gekocht; - die boot heeft gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft betaald; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft opgehaald en/of op heeft laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht naar een woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [straatnaam pand D] te Huizen); - ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft gegeven/ter beschikking gesteld; - ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht en/of begeleid naar en/of heeft ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd Moses Agga) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen),
- in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand A] te Bussum (knipperij), en/of - in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand B] te Bussum (drogerij) en/of - in/vanuit een pand aan de [straatnaam pand C] te Huizen (kwekerij), (telkens) (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep, waaronder in elk geval 17.420 gram henneptoppen en/of 578 hennepplanten, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
- mensensmokkel (artikel 197a wetboek van strafrecht), en/of - het (in uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep (artikel 3 jo 11 Opiumwet).



- aanschaffen/verwerven ‘Moses Agga’

- (laten) verrichten van onderhoud aan de boot

- kopen van dertig zwemvesten

- omvaren boot naar Seaport IJmuiden en betalen liggeld

- ophalen personen vanaf het centraal station in Amsterdam en/of (een) andere locatie(s)

- (onder)brengen van personen in/naar een woning aan het adres [straatnaam pand D] te Huizenwww.funda.nl
- brengen/begeleiden van personen naar de jachthaven Seaport in IJmuiden / ter beschikking stellen reddingsvesten

- levensgevaar

Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 11:22 uur de Fiat Doblo waar [medeverdachte 1] in reed, stond geparkeerd in de directe omgeving van een perceel op de kruising [straatnaam A]/[straatnaam pand C] te Huizen. [medeverdachte 1] stond in de deuropening van de garage van dit perceel ([straatnaam pand C]). Om 12.35 uur vertrok de Fiat Doblo weer.Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 13:27 uur [medeverdachte 1] in [bedrijf H] stond, waar ze pizza’s verkopen. Om 13:34 uur reed [medeverdachte 1] daar weg in de Doblo.13:37 uur: [medeverdachte 1] vraagt [persoon H] of hij het zo even aanpakt. [persoon H] komt eraan.Uit een observatie d.d. 4 december 2015 volgt dat om 13.38 uur de Fiat Doblo op de kruising [straatnaam pand E]/[straatnaam pand A] te Bussum stopt. [medeverdachte 1] maakt daar contact met een man met fors postuur. Het signalement van deze man komt overeen met dat van [persoon H].10:21 uur: [medeverdachte 5] staat bij de opslag en wil de stofzuiger erin doen maar de Doblo zit weer op slot. [medeverdachte 5] moet de Belg bellen, die zal zeggen wat hij moet doen.
Tijdens observaties op 21 december 2015 werd gezien dat om 14:40 uur de Fiat Doblo in de directe omgeving van het adres [straatnaam pand A] te Bussum staat geparkeerd. Om 15:01 uur werd gezien dat [verdachte 1] en [medeverdachte 1] in de Fiat Doblo stapten en wegreden. [verdachte 1] is de bestuurder. Om 15:03 uur parkeerde de Fiat Doblo vervolgens in de directe omgeving van de [straatnaam pand B] te Bussum. [verdachte 1] en [medeverdachte 1] openden de achterdeuren van de Doblo en [medeverdachte 1] pakte een gevulde blauwe vuilniszak uit de laadruimte en liep weg. Om 15:32 uur verlieten [verdachte 1] en [medeverdachte 1] de [straatnaam pand B]. [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat zij toen bij [persoon H] beneden in de kelder aan het knippen was. Ze moesten altijd [medeverdachte 1] bellen als ze bijna klaar waren. Dan kwam hij om het op te halen. Zij weet dat hij het op 21 december kwam ophalen. Zij hoorde zijn stem. Hij was in de andere ruimte. Toen zij wegging zag zij dat de wiet was opgehaald. [medeverdachte 2] was daar met hetzelfde groepje als de keer ervoor toen zij ook op het [straatnaam pand A] was. Een paar dagen later heeft zij van [medeverdachte 1] vernomen dat de drooglocatie gerold was. Dat was ook de reden dat het de volgende dag niet doorging en dat de kniplocatie werd veranderd.18:38 uur: [medeverdachte 1] meldt [persoon H] dat hij voor de deur staat.Tijdens een observatie op 21 december 2015 werd gezien dat om 18:37 uur [verdachte 1] en [medeverdachte 1] uit de Fiat Doblo stapten en [straatnaam pand A] te Bussum betraden. Om 18:46 uur verlieten [verdachte 1] en [medeverdachte 1] [straatnaam pand A] weer. [medeverdachte 1] en [verdachte 1] droegen dan allebei een gevulde boodschappentas die zij in de laadruimte van de Fiat Doblo zetten. Vervolgens reden zij weg. [verdachte 1] was de bestuurder. Om 18:50 uur werd de Fiat Doblo in de directe omgeving van de [straatnaam pand B] in Bussum geparkeerd. [verdachte 1] betrad de [straatnaam pand B] met een tas in zijn hand. Om 18:51 uur verlieten twee mannen de woning aan [straatnaam pand A] en stapten in een Fiat Punto ([kenteken Fiat Punto]). De auto staat op naam van [persoon D]. Om 18:53 uur verliet [medeverdachte 2] tenslotte [straatnaam pand A] en reed weg in een Audi A3 die op haar naam is gesteld.18:53 uur: [medeverdachte 3] sms’t [verdachte 1] of hij even wil bellen als hij klaar is.Tijdens een observatie op 21 december 2015 werd gezien dat om 19:04 uur [verdachte 1] en [medeverdachte 1] de woning aan de [straatnaam pand B] verlieten. Zij stapten in de Fiat Doblo en reden weg. [verdachte 1] was de bestuurder.19:06 uur: [medeverdachte 3] wordt gebeld, [medeverdachte 3] vraagt of hij klaar is. Dan kunnen zij terugkomen.Om 23.36 uur belt [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] of hij nog moet langskomen. [medeverdachte 1] geeft aan van wel want zij zitten daar.



afdeling strafrechtparketnummer: 23-001481-17 datum uitspraak: 14 juni 2019
TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-870018-16 tegen

[verdachte 2]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, adres: [adres].
Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20, 21, 22 en 27 mei 2019 en 3 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd, voor zover betreffende de hennepkwekerij aan de [straatnaam pand C] te Huizen.

Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak van dit onderdeel.

Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van de onder 2 ten laste gelegde hennepkwekerij aan de [straatnaam pand C] te Huizen.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving tenlastelegging ex 314a van het Wetboek van Strafvordering en de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling V.1] en/of [vreemdeling V.2]en/of [vreemdeling V.3] en/of [vreemdeling V.4] en/of [vreemdeling V.5] en/of [vreemdeling V.6] en/of [vreemdeling V.7] en/of [vreemdeling V.8] en/of [vreemdeling V.9] en/of [vreemdeling V.10] en/of [vreemdeling V.11] en/of [vreemdeling V.12] en/of [vreemdeling V.13]), en/of 11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling A.1] en/of [vreemdeling A.2] en/of [vreemdeling A.3] en/of [vreemdeling A.4] en/of [vreemdeling A.5] en/of [vreemdeling A.6] en/of [vreemdeling A.7] en/of [vreemdeling A.8] en/of [vreemdeling A.9] en/of [vreemdeling A.10] en/of [vreemdeling A.11]), behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië en/of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, doordat verdachte en/of zijn mededader(s):
subsidiair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een ander of anderen, te weten 13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling V.1] en/of [vreemdeling V.2]en/of [vreemdeling V.3] en/of [vreemdeling V.4] en/of [vreemdeling V.5] en/of [vreemdeling V.6] en/of [vreemdeling V.7] en/of [vreemdeling V.8] en/of [vreemdeling V.9] en/of [vreemdeling V.10] en/of [vreemdeling V.11] en/of [vreemdeling V.12] en/of [vreemdeling V.13]), en/of 11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [vreemdeling A.1] en/of [vreemdeling A.2] en/of [vreemdeling A.3] en/of [vreemdeling A.4] en/of [vreemdeling A.5] en/of [vreemdeling A.6] en/of [vreemdeling A.7] en/of [vreemdeling A.8] en/of [vreemdeling A.9] en/of [vreemdeling A.10] en/of [vreemdeling A.11]), behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië en/of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, doordat verdachte en/of zijn mededader(s):
terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd Moses Agga) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover inhoudelijk nog aan de orde – zal worden vernietigd, omdat het hof, mede als gevolg van de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging en van een na het vonnis gewezen arrest van de Hoge Raad, tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank alsmede omdat het hof tot een andere strafoplegging komt.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Bewijsoverweging ten aanzien van het gebruik van het telefoonnummer door de verdachte

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte op 14 en 15 augustus 2015 de gebruiker is geweest van de iPhone 5s met het mobiele telefoonnummer, eindigend op *5637. De verdachte heeft vanaf het begin verklaard dat hij zijn mobiele telefoon in die periode gedurende tien dagen heeft uitgeleend aan een goede vriend. Later heeft hij ook de naam van die vriend genoemd, namelijk [persoon A] (hierna: [persoon A]) en voorts heeft hij in hoger beroep een leenovereenkomst overgelegd tussen hemzelf en [persoon A] met betrekking tot de genoemde telefoon en een schriftelijke verklaring van [persoon A].

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verklaring van de verdachte en aan de overgelegde leenovereenkomst en verklaring van [persoon A] geen geloof kan worden gehecht.

Het oordeel van het hof

De verdachte heeft bij zijn eerste verhoor door de politie op 19 januari 2016 verklaard dat hij een maandje geleden een iPhone 5s had, die hij op Marktplaats had verkocht voor € 200,00. Voorts heeft hij verklaard dat hij uitsluitend van het telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5637] (hierna: *5637) gebruikmaakt. Verder heeft hij verklaard dat hij (nu) een iPhone 6 gebruikt. De verdachte heeft verklaard dat hij nooit op pad gaat zonder zijn telefoon, tenzij hij hem vergeet, maar dat hij dan terug gaat om hem te halen, en dat andere mensen geen gebruikmaken van zijn telefoon, alleen zijn vriendin wel eens. In zijn tweede verhoor op 20 januari 2016 verklaart de verdachte dat hij zijn iPhone 5s wel eens voor een paar dagen heeft uitgeleend aan een goede bekende omdat diens telefoon stuk was maar dat hij niet zijn telefoonnummer heeft uitgeleend. De verdachte heeft daarbij geen naam genoemd van die goede bekende en ter terechtzitting bij de rechtbank heeft hij niet willen verklaren aan wie hij zijn telefoon had uitgeleend. Daar heeft hij wel verklaard dat hij de telefoon inclusief simkaart zou hebben uitgeleend.

In hoger beroep heeft de verdachte een “verklaring aan de Rechtbank” van 26 juni 2017 van [persoon A] overgelegd, waarin deze verklaart in de maand augustus 2015 de iPhone 5s inclusief de simkaart met het telefoonnummer eindigend op *5637 van de verdachte te hebben geleend. Bij deze verklaring is een ongedateerde “leenovereenkomst” gevoegd. Hierin staat vermeld dat de verdachte € 650,00 van [persoon A] heeft ontvangen: € 150,00 voor het lenen, inclusief belkosten, en € 500,00 borg voor de leenperiode van 6 augustus 2015 tot en met 16 augustus 2015. Als bijlage is onder meer een vreemdelingen-identiteitsbewijs ten name van [persoon A] gevoegd.

Door de Koninklijke Marechaussee is naar aanleiding van deze stukken nader onderzoek gedaan. Hieruit blijkt onder meer het volgende:

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat [persoon A] zijn identiteitsbewijs had afgegeven toen hij de overeenkomst had getekend. De bijgevoegde overeenkomst is ongedateerd, maar het hof gaat ervan uit dat deze vóór of uiterlijk op 6 augustus 2015 getekend zou moeten zijn, nu dat de eerste dag is van de overeengekomen leenperiode. Het bijgevoegde identiteitsbewijs van [persoon A] is echter op een latere datum afgegeven, namelijk 30 oktober 2015.

Het hof overweegt dat uit al het voorgaande volgt dat aan de verklaring van de verdachte omtrent het uitlenen van zijn telefoon geen enkel geloof kan worden gehecht en dat de verklaring van [persoon A] en de leenovereenkomst slechts zijn opgesteld om achteraf een papieren werkelijkheid te creëren. Hierbij neemt het hof nog in aanmerking dat de leenovereenkomst een voor beide partijen volstrekt onlogische constructie behelst.

Het hof gaat er derhalve vanuit dat de verdachte ook in de periode van 6 augustus 2015 tot en met 16 augustus 2015 de gebruiker was van het telefoonnummer eindigend op *5637.

Het hof beschouwt het ten bewijze overleggen van valse stukken overigens als een kwalijke zaak.

Overweging omtrent de verklaringen van [medeverdachte 2]

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, kort samengevat op het volgende standpunt gesteld. De overweging in het vonnis dat [medeverdachte 2] bij de politie verklaard heeft dat zij de persoon herkende op een aan haar getoonde foto van [verdachte 2] en dat hij de “rustige jongen’’ zou zijn die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft gezien, welke jongen zij ook op 15 augustus 2015 op de parkeerplaats bij de haven van IJmuiden zou hebben gezien, is te stellig. Zij heeft zich immers in de verklaring uitgedrukt in termen als . In haar verklaring zit de twijfel besloten over een herkenning alsmede over de mogelijke constatering met betrekking tot de parkeerplaats. Dit wordt ondersteund door het feit dat zij als getuige ter terechtzitting in hoger beroep met een foto is geconfronteerd van een persoon in een wit shirt bij de slagboom van de haven van IJmuiden en zij heeft verklaard op die foto niemand te herkennen.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [medeverdachte 2], zoals afgelegd ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee kunnen worden gebezigd voor het bewijs, nu die verklaringen steun vinden in onder meer de telecommunicatiegegevens en de verklaring van [medeverdachte 1]. Bovendien is van belang dat [medeverdachte 2] ook belastend over zichzelf heeft verklaard, hetgeen de geloofwaardigheid van haar verklaring ten goede komt.

Het oordeel van het hof

Verklaringen van [medeverdachte 2] bij de Koninklijke Marechaussee

[medeverdachte 2] heeft in totaal vijf verklaringen afgelegd ten overstaan van de Koninklijke Marchechaussee. In haar verklaring op 13 januari 2016 heeft zij verklaard dat zij op vrijdag 14 augustus 2015 in de woning is geweest waar zij eerder met [medeverdachte 5] (het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 5]) en [verdachte 1] (het hof begrijpt hier en hierna: [verdachte 1]) heeft gegourmet (het hof begrijpt: in de woning aan het [straatnaam pand D] in Huizen). Daar waren toen ook [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1]). Er kwamen twee mannen binnen. Op 14 januari 2016 heeft zij opnieuw over de twee mannen verklaard. Zij verklaarde dat de ene een beetje agressief overkwam en dat de andere man het tegenovergestelde was met zijn gedrag: hij was rustig. Zij waren volgens [medeverdachte 2] van dezelfde komaf; zij kreeg dat gevoel naar aanleiding van hun uiterlijk en de taal die zij spraken. Vervolgens heeft zij verklaard dat zij op 15 augustus 2015, voordat zij naar de haven van IJmuiden ging, naar het [straatnaam pand D] is geweest. . Met de twee andere jongens bedoelde zij de jongens van de dag ervoor, die ze ook op het [straatnaam pand D] had gezien. Toen haar een foto van [verdachte 2] werd getoond, gaf zij aan dat ze denkt dat deze jongen ook op 15 augustus 2015 in het huis op het [straatnaam pand D] aanwezig was. Het was de rustige jongen die ze eerder had omschreven in haar verklaring over 14 augustus 2015. Op de vraag wat de rol van [verdachte 2] is geweest, antwoordde [medeverdachte 2] dat zij hem nog bij de parkeerplaats bij de haven had gezien op 15 augustus 2015. Zij was als eerste vertrokken vanaf het [straatnaam pand D]. Toen zij aankwam op de parkeerplaats in IJmuiden, zag ze [medeverdachte 5], [medeverdachte 1], de rustige jongen en de agressieve jongen. Zij moesten als een gek gereden hebben, aangezien zij als eerste was vertrokken, zo heeft zij verklaard.
Is de verdachte “de rustige jongen”?

Het hof is, met de verdediging, van oordeel dat de overweging in het vonnis dat [medeverdachte 2] bij de politie heeft verklaard dat zij de persoon herkende op een aan haar getoonde foto van [verdachte 2] en dat hij de “rustige jongen” zou zijn die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft gezien, welke jongen zij ook op 15 augustus op de parkeerplaats bij de haven van IJmuiden zou hebben gezien, te stellig is. Zij heeft immers niet verklaard dat zij op de foto [verdachte 2] herkende; zij heeft verklaard dat zij dacht dat de persoon afgebeeld op de foto de jongen is die zij eerder op 14 augustus 2015 op het [straatnaam pand D] en op 15 augustus 2015 in de haven van IJmuiden had gezien. Dit laat echter onverlet dat uit het dossier kan worden afgeleid dat met de “rustige jongen” op het [straatnaam pand D], die de volgende dag door [medeverdachte 2] op de parkeerplaats in IJmuiden is gezien, de verdachte [verdachte 2] wordt bedoeld.[medeverdachte 1] heeft immers op 14 januari 2016 na het voorhouden van een tapgesprek verklaard dat hij zichzelf hoorde in dat gesprek met [verdachte 2], met wie hij [verdachte 2] bedoelt, en dat hij de afgebeelde persoon op de foto als [verdachte 2] kent. In datzelfde verhoor heeft hij naar aanleiding van camerabeelden van de toegangspoort van de haven in IJmuiden van 15 augustus 2015 verklaard dat hij dacht dat hij [verdachte 1] op de beelden herkende. Hij dacht dit, omdat [verdachte 2] er die dag ook bij was. Hij wist niet in welke auto [verdachte 2] toen gereden had. Hij ([verdachte 2]) liep daar met vier mensen. Naast hijzelf waren zowel [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]), [verdachte 1], [verdachte 2] (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte 2]) en [medeverdachte 5] (het hof begrijpt: [medeverdachte 5]) betrokken bij het mensensmokkelincident. Uit telecomonderzoek blijkt dat de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op *5637, waarvan het hof hiervoor heeft vastgesteld dat de verdachte in de periode van 14 en 15 augustus 2015 de telefoon met dat nummer in gebruik had, op 14 augustus 2015 vanaf 11:24 uur tot en met 14:57 uur, vanaf 19:12 uur tot en met 21:09 uur en vanaf 23:30 uur tot de volgende morgen om 09:46 uur en op 15 augustus 2015 vanaf 13:11 tot en met 14:13 uur, zendmasten in Huizen, voornamelijk aan de Graaf Wichman, heeft aangestraald. De Graaf Wichman in Huizen ligt hemelsbreed op net iets meer dan één kilometer afstand van het [straatnaam pand D]. Op 15 augustus 2015 van 15:29 uur tot en met 17:02 uur straalde de telefoon met het nummer eindigend op *5637 zendmasten in IJmuiden aan. In diezelfde periode straalden ook de telefoonnummers van [medeverdachte 2], [medeverdachte 1], [verdachte 1] en [medeverdachte 5] zendmasten in IJmuiden aan. Omstreeks 16:20 uur heeft het nummer in gebruik bij [medeverdachte 1] contact met het nummer in gebruik bij [verdachte 2], waarbij toen beide telefoonnummers zendmasten in IJmuiden hebben aangestraald.
Conclusie

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat de “rustige jongen” over wie [medeverdachte 2] sprak en die zij op 14 augustus 2015 in de avonduren op het [straatnaam pand D] heeft gezien en de volgende dag op de parkeerplaats in de haven van IJmuiden, de verdachte is.De enkele omstandigheid dat [medeverdachte 2] als getuige ten overstaan van het hof op de aan haar getoonde camerabeelden van de slagboom in de haven van IJmuiden van 15 augustus 2015 niemand herkende, doet hier niet aan af, nu [medeverdachte 2] als getuige heeft verklaard in het geheel geen herinneringen meer te hebben aan die periode, aangezien zij, naar eigen zeggen, na de detentie .
Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, kort samengevat, op het standpunt gesteld dat het bij de belastende verklaring van [medeverdachte 2] dat hij ([verdachte 2]) ook op het [straatnaam pand A] aan het knippen was, opvallend is hoe de verbalisanten haar de naam van [verdachte 2] in de mond leggen. Zij heeft niet zelf gezegd dat het [verdachte 2] is geweest. De constatering van de Koninklijke Marechaussee dat de “rustige jongen” [verdachte 2] betreft, is in het geheel niet vastgesteld. Tot slot wijst de verdediging er op dat de verklaring van [medeverdachte 2] dat [verdachte 2] een van de knippers is geweest niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Voor wat betreft de stelling van de verdediging dat [medeverdachte 2] de naam van [verdachte 2] in de mond zou zijn gelegd, wijst de advocaat-generaal erop dat het door de raadsman aangehaalde citaat uit het verhoor van [medeverdachte 2] in de pleitnota moet worden beschouwd in de gehele context van haar verklaring. Van het in de mond leggen van een verklaring of de naam van [verdachte 2] is geen sprake. De verklaring van [medeverdachte 2] staat niet op zichzelf, maar wordt ondersteund door de resultaten van het telecomonderzoek.

Het oordeel van het hof

Naam [verdachte 2] in de mond gelegd?

De raadsman heeft gewezen op het navolgende citaat in de verklaring van [medeverdachte 2] van 9 februari 2016:V:A:MedVAVA.Het hof stelt vast dat dit citaat uit de vijfde verklaring van [medeverdachte 2] komt. Zij heeft voorafgaand aan deze verklaring vier verklaringen afgelegd, waarin zij eveneens heeft gesproken over de “rustige jongen”. Dat [medeverdachte 2] niet zelf heeft verklaard dat het [verdachte 2] was, die toen daar op het [straatnaam pand A] hennep aan het knippen was, is juist. Gelet echter op het feit dat het hof reeds bij de bespreking van het verweer met betrekking tot feit 1 heeft vastgesteld dat de “rustige jongen” [verdachte 2] betreft en [medeverdachte 2] in dit citaat heeft verklaard dat zij daar was met die rustige jongen van het [straatnaam pand D], is het hof van oordeel dat [medeverdachte 2] ook hier heeft gesproken over [verdachte 2].
Andere bewijsmiddelen met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte

De verklaring van [medeverdachte 2] over het knippen van hennep en de betrokkenheid van de “rustige jongen”, zijnde [verdachte 2], staat niet op zichzelf. Verschillende telefoonnummers, waaronder de telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [persoon H], [medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte 2] met het nummer eindigend op *5637, zijn afgeluisterd. Hieruit blijkt het navolgende.Op 4 december 2015 (het hof begrijpt vrijdag) om 05:54 uur werd [verdachte 2] gebeld door een NN-persoon die zegt dat S (het hof begrijpt: [verdachte 2]) die tas met kleding erin niet moet vergeten. Zes minuten later was er weer contact met deze NN-man en zei [verdachte 2] dat hij de kleding van NN niet kan vinden, waarop NN vroeg of [verdachte 2] daar ligt en of [verdachte 2] die mee kan nemen.Gevraagd naar dit gesprek heeft de verdachte ten overstaan van het hof verklaard dat dit over voetbalkleding gaat. Hij heeft gevoetbald bij voetbalvereniging SV Huizen waarvan het shirt groene vlakken heeft. Het hof acht de verklaring dat hier gesproken wordt over voetbalkleding niet aannemelijk gelet op het tijdstip waarop dit gesprek plaatsvindt, te weten om 06:00 uur, in combinatie met de inhoud van andere gesprekken die op 4 december 2015 zijn afgeluisterd. Zo is die dag om 11:16 uur door [medeverdachte 2] een sms-bericht gestuurd aan [medeverdachte 4] inhoudende: en om 12:46 uur belde [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] met de vraag: en .Op 4 december 2015 om 14:09 uur ontving [medeverdachte 1] van [medeverdachte 2] een sms-bericht met de tekst , waarop [medeverdachte 1] antwoordde met . Om 14:49 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht van [medeverdachte 2] inhoudende . Op 4 december 2015 om 15:21 uur belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] met de vraag om tegen te zeggen dat die dadelijk met hem ([medeverdachte 1]) mee moet.Om 16:02 uur belde [medeverdachte 1] naar [persoon H] en zei: “en. [medeverdachte 2] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat ze op 3 en 4 december 2015 hennep heeft geknipt op het [straatnaam pand A] in Bussum. Geconfronteerd met de sms-berichten aan [medeverdachte 1] over “laatste” en “half uurtje” verklaarde ze dat “laatste” ziet op de laatste ton waarmee ze bezig was en dat er nog een half uurtje werk was. Met ton bedoelt ze een ton die je kunt vullen. . Met de “jongste” wordt [verdachte 2] bedoeld.Op 17 december 2015 belde [verdachte 2] zijn vriendin en zegt dat er volgende week weer veel geld is. Hiernaar gevraagd heeft de verdachte ten overstaan van het hof verklaard dat hij onder meer zijn iPhone en ook nog een jas op Marktplaats had gezet en verwachtte dat deze verkocht zouden worden. hetgeen weer geld zou opleveren. Ook zou zijn vriendin fooi uitbetaald krijgen van haar werk. Het hof acht deze verklaring, gelet op de context van de hiervoor genoemde en nog hierna te noemen gesprekken, niet aannemelijk geworden.Op (het hof begrijpt: zaterdag) 19 december 2015 om 14:29 uur belde [verdachte 2] met NN en zei dat zij maandag (het hof begrijpt: 21 december 2015) gaan voetballen. Maandag moet hij (NN) bij [verdachte 2] zijn. Uit andere tapgesprekken blijkt dat de afspraak voor dinsdag en woensdag is verplaatst naar maandag en dinsdag. Op 21 december 2015 om 05:44 uur vroeg [verdachte 2] aan NN waar hij is. Hij (NN) is er met vijf minuten.Op 21 december 2015 om 14:15 uur sms’te [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2]: waarop [medeverdachte 2] antwoordt: . [medeverdachte 1] vroeg: waarop [medeverdachte 2] antwoordde: .Op 21 december 2015 om 18:04 uur belde [medeverdachte 3] naar NN en vroeg of hij zijn broertje even mag. De telefoon werd aan een ander persoon gegeven, waarvan de verbalisant opmerkt dat de stem van [verdachte 2] is. [medeverdachte 3] zei: waarop [verdachte 2] antwoordde: . [medeverdachte 3] zei nog: , waarop [verdachte 2] antwoordde: .[medeverdachte 1] heeft bevestigd in zijn verklaring bij de Koninklijke Marechaussee dat er op het [straatnaam pand A] henneptoppen geknipt werden en dat hij [medeverdachte 2] ([medeverdachte 2]) voor het knippen heeft gevraagd.
Conclusie

Gelet op de inhoud van de gesprekken in onderlinge samenhang bezien en in combinatie met de verklaring van [medeverdachte 2], die in grote lijnen wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 1], gaat het hof ervan uit dat er in december 2015 hennep is geknipt aan het [straatnaam pand A] in Bussum en dat [verdachte 2] daarbij aanwezig was.

Met betrekking tot feiten 1 primair, 2 en 3

Het hof neemt voor het vaststellen van de redengevende feiten en omstandigheden voor het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde de navolgende overwegingen en bewijsmiddelen over, die het hof aan het vonnis ontleent en op enkele punten aanvult dan wel wijzigt.

Ten aanzien van de mensensmokkel (feit 1 primair) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

Aanleiding

Vervolgens werd op diezelfde dag door de Koninklijke Marechaussee een melding ontvangen van een medewerker van Marina Seaport IJmuiden, dat er vermoedelijk twintig illegalen op een zeiljacht zaten dat mogelijk ging uitvaren naar Groot-Brittannië. Het zeiljacht lag in de jachthaven in IJmuiden afgemeerd. Op het dek van deze boot (genaamd: ‘Moses Agga’) werden twee mannen aangetroffen, te weten de later aangehouden verdachten [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]. Van zowel [medeverdachte 8] als [medeverdachte 9] lagen aan boord hun legitimatiebewijzen. Uit het vooronder kwamen in totaal elf mannen tevoorschijn. Eén van hen verklaarde dat zij allen van Albanese afkomst waren. In het achtersteven van de boot werd een aantal mannen en vrouwen aangetroffen van vermoedelijk Aziatische afkomst. In het portiek van het appartementencomp[voornaam medeverdachte 1] bij de haven werden vervolgens nog eens drie mannen van vermoedelijk Aziatische afkomst aangetroffen. Eén van hen was in het bezit van een zwemvest. In totaal werden ter plaatse vierentwintig vreemdelingen aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat elf van Albanese afkomst waren en dertien van Vietnamese afkomst. Enkele vreemdelingen waren minderjarig.De op en nabij de boot aangetroffen vreemdelingen zijn allen als getuigen gehoord. De elf Albanese personen hebben allen verklaard dat zij met de boot waarop zij waren aangetroffen een stukje zouden gaan varen. De getuigen [vreemdeling A.7], [vreemdeling A.1], [vreemdeling A.9] en [vreemdeling A.3] hebben verklaard over geldbedragen die zij hiervoor zouden hebben betaald of nog zouden betalen. De getuige [vreemdeling A.5] heeft verklaard dat werd gezegd dat ze snel de boot in moesten, dat ze niet gezien moesten worden. Van de dertien Vietnamese vreemdelingen hebben de getuigen [vreemdeling V.1], [vreemdeling V.2], [vreemdeling V.10], [vreemdeling V.5], [vreemdeling V.13], [vreemdeling V.7], [vreemdeling V.9] en [vreemdeling V.11] verklaard dat zij naar Engeland wilden. De getuige [vreemdeling V.11] heeft bij de rechter-commissaris op 2 februari 2016 verklaard dat iedereen die op de boot zat, naar Engeland wilde. Enkele Vietnamese vreemdelingen hebben later nog een uitgebreide verklaring afgelegd over hun doorreis door Nederland vanaf het Centraal Station in Amsterdam naar (uiteindelijk) de boot waarop zij in IJmuiden zijn aangetroffen. Bij de getuige [vreemdeling V.8] zijn twee treintickets aangetroffen van de Thalys van Parijs naar Amsterdam, met als aankomsttijd 19:42 uur in Amsterdam. Op camerabeelden van het Centraal Station van Amsterdam d.d. 14 augustus 2015 om 19.44 uur zijn vier personen zichtbaar met dezelfde kleding als de getuigen [vreemdeling V.9], [vreemdeling V.12], [vreemdeling V.2] en [vreemdeling V.8] ten tijde van hun aanhouding droegen.
De getuige [getuige B] heeft tegenover de politie verklaard dat haar vriend [medeverdachte 9] haar had verteld dat hij aan het oefenen was met zeilen. Hij zou vijfentwintig mensen naar Engeland brengen. Hij deed dat samen met [medeverdachte 8]. Hij zou er veel geld voor krijgen. [medeverdachte 9] had haar verteld dat hij sinds ongeveer anderhalve week oefende met zeilen. Hij zou woensdag weggaan, maar dat ging niet door. Hij zei dat hij in de ochtend van zaterdag zou gaan varen.

Op camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden van de periode 10 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015 is te zien dat de verdachten [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] op 10, 12, 14 en 15 augustus 2015 meermalen de steiger, waaraan de Moses Agga lag, op- en aflopen. Op deze dagen en tijdstippen stralen de telefoons van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] ook telkens zendmasten aan in de directe omgeving van de jachthaven. Op camerabeelden, gericht op de havenmond van de jachthaven, is te zien dat de Moses Agga op 10 augustus 2015 de haven in- en uitvaart. Op camerabeelden van 14 augustus 2015 is te zien dat [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de jachthaven binnenkomen met sporttassen, soortgelijk aan tassen die later aan boord van de Moses Agga werden aangetroffen.

Op een onder [medeverdachte 9] in beslag genomen telefoon zijn afbeeldingen van delen van zeekaarten van de vaarroute Nederland-Engeland aangetroffen, geïnstalleerde met betrekking tot het weer en navigatie op zee, een filmbestand van 10 augustus 2015, waarin met de Moses Agga wordt gevaren, en foto’s van de Moses Agga van 13 augustus 2015, waarop onder meer dezelfde schoenen zichtbaar zijn als de schoenen die [medeverdachte 8] bij zijn aanhouding droeg. Tevens is uit onderzoek gebleken dat met deze telefoon op 15 augustus 2015 op internet is gezocht naar onder meer ‘scheepsweerbericht’ en ‘migranten vermist op zee’. Daarnaast werden in de telefoon WhatsApp-chatsessies aangetroffen tussen [medeverdachte 9] en de getuige [getuige B] (‘[getuige B]’) en tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]. Op 10 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] aan het varen is, dat er hoge golven zijn, dat hij op een vaarroute van grote schepen zat en dat de kustwacht eraan kwam. Op 14 augustus 2015 appt hij de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] op de boot is en dat zij alles even aan het neerleggen zijn zoals zij willen. Op 15 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] ten slotte om 01:47 uur dat zij net een stukje waren varen op zee, met harde regen en bliksem. Uit WhatsApp-chatsessies met [medeverdachte 8] volgt dat [medeverdachte 8] op 11 augustus 2015 een ‘Boating Europa’-navigatie is gaan halen. [medeverdachte 8] vraagt [medeverdachte 9] of hij wil kijken of hij een betere kan vinden en of het vervoer voor de terugweg al is geregeld. Op 12 augustus 2015 appt [medeverdachte 8] dat het de komende dagen slecht weer gaat worden, en dat ze vragen of ze met een uurtje klaar kunnen staan om alles in orde te maken voor vertrek.

Bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 8] werden onder meer uitgeprinte bescheiden aangetroffen met betrekking tot de weers- en windverwachting van het KNMI in de periode 9 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015, en ook een schrijfblok met handgeschreven instructies over het varen op zee. Ook werden op een laptop in die woning vier documenten aangetroffen met instructies over varen en vaarregels.

Bij de doorzoeking van de Moses Agga werd een zwarte schrijfmap aangetroffen met daarin een zeekaart ‘Passage Chart – Southern North Sea’, waarop met pen een route was getekend van IJmuiden naar de kust van Engeland ter hoogte van de plaats Sea Palling. Ook werden handgeschreven instructies met betrekking tot het varen op zee aangetroffen en een handgeschreven notitie genaamd ‘onze taken’, met daarin onder meer opgesomd: ‘kotszakken geven/uitleggen’, ‘drinken en eten uitleggen’, ‘uitleg wc spoelen’, ‘reddingsvesten’ en ‘wat ze niet mogen’. Het NFI heeft het handschrift van deze notities vergeleken met de handschriften van in de woningen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] in beslag genomen notities en is tot de conclusie gekomen dat het handschrift van de op de Moses Agga aangetroffen notities grote overeenkomsten vertoont met het handschrift van [medeverdachte 8].

Tot slot werden op de Moses Agga drieëndertig zwemvesten aangetroffen, waarvan er negentien nog geheel in de plastic verpakking zaten, en grote hoeveelheden potten pindakaas en chocopasta. Ook werd achter het roer een vlag van het Verenigd Koninkrijk aangetroffen, en een digitale fotocamera met als user account en foto’s van [medeverdachte 8], ook samen met [medeverdachte 9]. [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op aan hem getoonde foto’s van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de twee jongens herkent aan wie hij op 10 of 12 augustus 2015 de sleutels van de Moses Agga heeft overgedragen en die op de boot zaten toen hij de mensen naar de boot bracht. [medeverdachte 1] herkent op aan hem getoonde camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden d.d. 10 en 12 augustus 2015 zichzelf, [verdachte 1], en de twee jongens van de getoonde foto’s [het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]].

In een in de penitentiaire inrichting opgenomen gesprek tussen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] bespreken [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] “dat er een half jaar per persoon op staat, maar dat een poging korter is, zodat ze vier jaar kunnen vragen”. [medeverdachte 8] zegt dat hij er allang vanuit is gegaan dat hij een paar jaar naar binnen moet. Ook spreken zij over “tien ruggen” [het hof begrijpt: € 10.000,-].

De getuige [getuige D] heeft verklaard dat op 5 augustus 2015 een blanke man van ongeveer 50 jaar de factuur in de winkel contant kwam betalen. De man gaf aan dat hij toevallig in de buurt was met een boot die hij voor de winkel met een hijskraan uit het water had laten halen. De getuige verklaart dat dit door de havenmeester van Marina Muiderzand moet zijn gedaan. Nadat de man de factuur had betaald, gaf hij de getuige te kennen dat hij een dieptemeter op zijn boot wilde installeren. De getuige heeft de man voor de aanschaf daarvan verwezen naar het naastgelegen bedrijf [bedrijf B]. De getuige heeft de man later geholpen om de dieptemeter op de boot te installeren. De getuige [getuige E], die op 4 augustus 2015 in de haven in Huizen het onderhoud aan de motor van de boot heeft uitgevoerd, heeft bij het zien van een foto van de ‘Moses Agga’ verklaard dat dat wel het schip moest zijn waaraan hij de werkzaamheden had uitgevoerd, nu er niet zoveel van dit type boten zijn. Uit de factuur van [bedrijf A] d.d. 5 augustus 2015 blijkt dat deze was gericht aan [bedrijf C], welk bedrijf volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel op naam staat van [medeverdachte 5]. Uit onderzoek bij de jachthaven Marina Muiderzand te Almere is gebleken dat op 5 augustus 2015 op verzoek van ‘[voornaam medeverdachte 1]’ een boot met een lengte van 9 meter uit het water op de bok is gezet. ‘[voornaam medeverdachte 1]’ maakte gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406]. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was.

Op de Moses Agga werd een navigatiesysteem van het merk Raymarine, een dieptemeter van het merk Condor F238, en een zeekaart van het merk Imray C25 aangetroffen. Uit onderzoek bij [bedrijf B] te Almere (hierna: [bedrijf B]) is gebleken dat op 24 juli 2015 om 15:06 uur precies dezelfde goederen zijn gekocht. Uit telecomonderzoek is gebleken dat op 24 juli 2015 op dit tijdstip de telefoonnummers die worden toegeschreven aan [medeverdachte 7], [medeverdachte 3] en [verdachte 1] gebruikmaakten van zendmasten in de directe omgeving van [bedrijf B]. Tevens is gebleken dat op een laptop, die tijdens een doorzoeking op de [straatnaam pand E] in Bussum in beslag is genomen, op 24 juli 2015 in de ochtend via Google is gezocht naar ‘plotter navigatie boot kopen Gooi’ en ‘[straatnaam bedrijf B]’, zijnde het adres van [bedrijf B]. Het adres [straatnaam pand E] in Bussum is het BRP-adres van [medeverdachte 3] en was in die periode tevens de feitelijke verblijfplaats van [verdachte 2].

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat de meeste vreemdelingen met een taxi in de buurt van het adres [straatnaam pand D] te Huizen waren afgezet, bij de sportvelden. [medeverdachte 1] heeft hen daar opgepikt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij dit samen met [verdachte 1] heeft gedaan. [medeverdachte 1] denkt dat ze vanaf het centraal station in Amsterdam kwamen. Er was een Amsterdamse taxichauffeur en één taxi had ‘TCA’ op zijn bordje.

De getuige [getuige H], woonachtig in de straat [straatnaam pand D], had zicht op de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen en heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond 13.30 uur vijf donkere personen vanuit de woning aan het [straatnaam pand D] in een behoorlijk looptempo naar een auto op een nabijgelegen parkeerplaats zag lopen. Ongeveer tien minuten later zag getuige nog eens vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar een auto op die parkeerplaats gaan, en weer tien minuten later nog eens vijf donkere personen. Kort daarop zag getuige vervolgens de drie witte bestelauto’s waarover hij eerder al heeft verklaard, met behoorlijke snelheid over het woonerf naar [straatnaam pand D] rijden, waar zij snel met de achterzijde naar de garage gingen staan en daar naar binnen reden. Kort daarna vertrokken de auto’s weer met aanzienlijke snelheid. Rond 15:00 uur heeft de getuige de laatste vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar eerder genoemde parkeerplaats zien lopen. De getuige heeft dan twintig personen snellopend naar de auto’s zien gaan en zes personen die de drie witte bestelauto’s bemanden. Met de drie witte bestelauto’s bedoelt de getuige een witte Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert], een witte Peugeot Partner met kenteken [kenteken Peugeot Partner] en een witte Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo].

Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) volgt dat kenteken [kenteken Peugeot Expert] (Peugeot Expert) op naam stond van [bedrijf F], welk bedrijf op naam stond van [medeverdachte 7]. Kenteken [kenteken Peugeot Partner] (Peugeot Partner) stond tot 4 augustus 2015 op naam van [bedrijf G], welk bedrijf op naam stond van [verdachte 1]. Verder is uit gegevens van de RDW gebleken dat een Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] op naam stond van [zoon medeverdachte 1], de zoon van [medeverdachte 1], een Audi A3 met kenteken [kenteken Audi A3] op naam van [medeverdachte 2], en een Jaguar S-type met kenteken [kenteken Jaguar S-type] op naam van [medeverdachte 5].

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij wel eens in de Doblo [het hof begrijpt: de Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo]], de Peugeot Partner van [verdachte 1] [het hof begrijpt: de Peugeot Partner met kenteken [kenteken Peugeot Partner]] en de Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] van zijn zoon, rijdt. Tijdens observaties is waargenomen dat de verdachte en zijn medeverdachten gebruikmaakten van elkaars voertuigen. In een opgenomen telefoongesprek is te horen dat [medeverdachte 1] verschillende medeverdachten belt om na te gaan wie in het bezit is van de autosleutel van de Peugeot Expert is [het hof begrijpt: de Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert]] en met de vraag waar de Fiat Doblo is. Daarnaast zijn tijdens een doorzoeking op de [straatnaam pand E] te Bussum, het adres waarop [verdachte 2] verblijft, de autosleutels aangetroffen van de Peugeot Expert ([kenteken Peugeot Expert]) en de Fiat Doblo ([kenteken Fiat Doblo]).

Op camerabeelden van de rotonde nabij Marina Seaport IJmuiden d.d. 15 augustus 2015 is te zien dat in een tijdsbestek van 26 minuten achtereenvolgens de volgende voertuigen richting de haven rijden: om 15:25 uur een voertuig gelijkend op de Opel Vectra met kenteken [kenteken Opel Vectra] op naam van de zoon van [medeverdachte 1], om 15:33 uur een voertuig gelijkend op de Peugeot Expert met kenteken [kenteken Peugeot Expert] op naam van het bedrijf van [medeverdachte 7] ([bedrijf F]), om 15:45 uur een voertuig gelijkend op de Audi A3 met kenteken [kenteken Audi A3] op naam van [medeverdachte 2], en om 15:51 uur twee voertuigen gelijkend op respectievelijk de Fiat Doblo met kenteken [kenteken Fiat Doblo] en de Jaguar S-type met kenteken [kenteken Jaguar S-type] op naam van [medeverdachte 5].

Op camerabeelden van de toegang tot Marina Seaport IJmuiden van 15 augustus 2015 is te zien dat om 15:54 uur NNman3 samen met vier personen met een Mediterraans uiterlijk in de haven richting de steiger loopt. Om 16:04 uur loopt NNman1 de haven binnen, vergezeld door drie mannen met een Mediterraans uiterlijk. Om 16:11 uur loopt NNman4 samen met drie mannen en twee vrouwen met een Aziatisch uiterlijk de steiger op en om 16:39 uur loopt NNman2 de haven binnen, vergezeld door vijf personen met een Aziatisch uiterlijk. Om 17:20 uur ten slotte loopt NNvrouw1 samen met zes mannen met een Mediterraans uiterlijk de steiger op. Op de camerabeelden is verder te zien dat NNman2 om 16:20 uur bij de toegangspoort naar de steigers een telefoon aan zijn oor houdt. Uit een analyse van de mastverkeersgegevens van zendmasten nabij de haven van IJmuiden is gebleken dat op 15 augustus 2015 om 16:20 uur telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5637], welk nummer is afgegeven op naam van [verdachte 2], belcontact maakt met telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406]. Dit nummer was in gebruik bij [medeverdachte 1].

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard zichzelf als NNman2 op de beelden te herkennen, samen met Aziatische personen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de Aziatische personen heeft meegenomen in de auto, hij denkt de Doblo. Hij zou hiervoor € 30,00 per persoon krijgen. De mensen wilden graag naar Engeland. [medeverdachte 1] heeft deze mensen opgepikt bij de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen. Hij heeft deze mensen vervolgens naar de boot in IJmuiden gebracht, naar die twee jongens aan wie hij een paar dagen daarvoor de sleutels van de boot had gegeven [het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]]. Op de boot zaten behalve die twee jongens nog vijf andere Aziatische personen. [medeverdachte 1] dacht op dat moment dat de boot voor twaalf personen geschikt zou zijn. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte 2] er die dag ook bij was. Hij liep ook met vier mensen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond de middag naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen is gegaan. Zij hebben het in overleg gedaan: hij, [verdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte 2], [medeverdachte 5] en de onbekende jongen. [medeverdachte 1] reed in de Doblo, [verdachte 1] in de Opel Vectra, [medeverdachte 5] in zijn eigen Jaguar, [medeverdachte 2] in haar eigen Audi, en [verdachte 2] en de andere jongen in de Partner van [bedrijf G] [het hof begrijpt: de Peugeot Partner]. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hun hele groepje erbij betrokken is geweest. Met het hele groepje bedoelt hij: [medeverdachte 2], [verdachte 1], [verdachte 2], [medeverdachte 5], hijzelf en de onbekende jongen. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij en [verdachte 1] voor het incident van 15 augustus 2015 naast hun gebruikelijke werktelefoons voor de wiet, een andere prepaid-telefoon hadden gekregen. In die telefoon stonden vier nummers; [medeverdachte 1] denkt onder meer de nummers van de jongens van de boot. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de telefoon heeft gekregen op de dag dat hij de ligplaats van de boot heeft verlengd, te weten op 12 augustus 2015. De telefoon is voornamelijk op 14 en 15 augustus 2015 gebruikt.

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat zij zichzelf op haar getoonde screenshots van camerabeelden van de haven in IJmuiden van 15 augustus 2015 herkent, waarbij achter haar zes mannen lopen. Op de beelden is zichtbaar dat twee van de zes mannen een zwemvest dragen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij op 14 augustus 2015 op verzoek van [medeverdachte 1] naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen is gegaan. Daar waren [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] heeft toen haar auto geleend en is weggegaan. Later kwamen er nog twee buitenlandse mannen binnen. Zij waren licht getint en spraken met elkaar dezelfde taal. De ene man kwam een beetje agressief over, de ander was rustig. [medeverdachte 2] denkt op een aan haar getoonde foto van [verdachte 2] de rustige jongen die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft gezien, te herkennen. Over 15 augustus 2015 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat [medeverdachte 1] haar had gevraagd om op 15 augustus 2015 mensen weg te brengen. Hij vroeg haar dit via haar ‘werktelefoon’, de telefoon die normaliter alleen gebruikt werd voor het maken van afspraken over het knippen van wiet, en welke telefoons, of simkaarten daarvan, maandelijks weer vernietigd moesten worden. Zij is die dag eerst met haar auto naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen gegaan. Daar waren ook [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en twee onbekende jongens. Zij kreeg daar van [medeverdachte 1] de opdracht om drie jongens naar IJmuiden te rijden. Die jongens kwamen van boven uit de woning. In IJmuiden heeft zij haar auto geparkeerd en is zij naar het strand gelopen. Die drie jongens liepen met haar mee. Op het strand zag zij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] weer. Ook stonden daar mensen in groepjes. Vervolgens moest zij op teken van [medeverdachte 1] naar het einde van de steiger lopen en liepen er mensen achter haar aan. Na het afleveren van de mensen heeft zij de steiger weer verlaten en is zij weer naar haar auto gelopen. Zij zag toen [medeverdachte 5] bij een bushalte staan, en in het bushokje daarbij zaten niet Nederlandse mensen. [medeverdachte 2] denkt de rustige jongen die ze op 14 augustus 2015 op het [straatnaam pand D] had gezien, op 15 augustus 2015 weer in de woning aan het [straatnaam pand D] te hebben gezien. [medeverdachte 2] heeft de rustige jongen [het hof heeft hiervoor reeds vastgesteld: [verdachte 2]] op 15 augustus 2015 ook op de parkeerplaats bij de haven van IJmuiden gezien. Daar waren toen ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5]. Tot slot heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zij op 14 augustus 2015 haar auto aan [medeverdachte 1] heeft uitgeleend. Zij ging er vanuit dat zij voor het wegbrengen van de mensen “gewoon 15 euro per uur” zou krijgen.

[verdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij gebruik maakte van telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *5637]. Hij heeft verklaard dat dit het enige telefoonnummer is dat hij gebruikte. Uit telecomonderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer op 14 augustus 2015 van 19:12 uur tot en met 21:09 uur, en van 23:30 uur tot en met 23:57 uur zendmasten in de directe omgeving van de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen heeft aangestraald. Op 15 augustus 2015 straalde het nummer van 00:51 uur tot en met 10:03 uur wederom zendmasten aan in de directe omgeving van die woning, en ook tussen 13:30 uur en 14:45 uur. Vervolgens verplaatste het nummer zich in de richting van IJmuiden en maakte het daar tussen 15:29 uur en 17:02 uur meermalen gebruik van een zendmast in de directe omgeving van de jachthaven van IJmuiden. Uit een overzicht van belcontacten volgt dat het nummer op 15 augustus 2015 zes maal contact maakte met [medeverdachte 1], waarbij zendmasten in de directe omgeving van de jachthaven IJmuiden werden aangestraald, en vijftien keer met [verdachte 1], waarbij zendmasten in de directe omgeving van het adres [straatnaam pand D] te Huizen en de jachthaven van IJmuiden werden aangestraald.

Uit telecomonderzoek is gebleken dat ook de telefoons, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij [verdachte 1] en [medeverdachte 5], op 15 augustus 2015 tussen 15:23 uur en 17:52 uur meermalen zendmasten in de directe omgeving van de jachthaven in IJmuiden hebben aangestraald.

Bij een doorzoeking op het adres [straatnaam pand E] te Bussum, het BRP-adres van verdachte [medeverdachte 3] en de verblijfplaats van [verdachte 2], is een laptop van het merk Acer in beslag genomen. Uit onderzoek van deze laptop is gebleken dat op 10 augustus 2015 via Google Maps is gezocht naar de plaats Winterton-on-Sea (UK). Deze plaats ligt op 14 minuten met de auto van de Engelse plaats Sea Palling, naar welke plaats de route op de, op de Moses Agga aangetroffen, zeekaart vanuit IJmuiden was getekend. Voorts is op deze laptop in de periode van 20 april 2015 tot en met 7 augustus 2015 via Google gezocht naar het kopen van zeewaardige boten, nieuws over vluchtelingen en boten, het vergroten van een brandstoftank op een boot, landingsplaatsen van immigranten, boten huren om naar Engeland te varen, ‘military boats sea europe illegal immigrants’, het aanvragen van een Albanees visum, het kopen van zwemvesten, en staat daarin het telefoonnummer van [bedrijf A] en IJmuiden vermeld.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat iedereen gebruik maakte van de woning aan de [straatnaam pand E]. Onder meer [medeverdachte 1], [medeverdachte 7], [verdachte 1], [medeverdachte 5], en [medeverdachte 3] en [verdachte 2] beschikten over een sleutel van deze woning. Tijdens observaties van het pand is de aanwezigheid van deze personen aldaar geconstateerd. Als gevolg van stankoverlast zijn ze, aldus [medeverdachte 1], verhuisd naar het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum. Het pand werd per 1 december 2015 gehuurd door [bedrijf F], het bedrijf van [medeverdachte 7].

Op een in het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum in beslag genomen laptop (merk Acer) is in de periode van 14 juli 2015 tot en met 24 juli 2015 eveneens met behulp van Google gezocht hoe lang en hoeveel kilometer het varen is naar Engeland. Ook is gezocht naar het kopen van zwemvesten. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat van het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum in ieder geval [medeverdachte 1], [verdachte 1], [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], [verdachte 2] en [medeverdachte 7] een sleutel hadden. Deze personen zijn waargenomen tijdens observaties van het pand. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] noemen het pand aan de [straatnaam pand F] te Bussum ‘het kantoor’.

Ten aanzien van de hennepzaken (feit 2) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

Het gebruik van ‘werktelefoons’

Uit opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken van [medeverdachte 1] op telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1406] en een observatie van 18 november 2015 is naar voren gekomen dat [medeverdachte 1] vermoedelijk ook gebruik maakte van een onbekend ander nummer. Door de inzet van een IMSI-catcher is gebleken dat hij op 18 november 2015 gebruik maakte van een telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer eindigend op *4330] en telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *6145] (Lyca Mobile). De eerste registratie van dit nummer vond plaats op 27 oktober 2015. Het nummer maakte vervolgens contact met acht mobiele (Lyca) prepaid-nummers die ook allemaal op 27 oktober 2015 geactiveerd werden. Alle negen telefoons werden tussen 14.35 uur en 14.50 uur geactiveerd op 27 oktober 2015 waarbij alle telefoons een zendmast aanstraalden in de directe omgeving van de [straatnaam pand E] te Bussum, het woonadres van [medeverdachte 3], tevens het verblijfsadres van [verdachte 2].
Door het telecomonderzoek is vastgesteld dat acht van deze telefoonnummers in gebruik waren bij: [medeverdachte 1] (*6145), [medeverdachte 5] (*5698), [medeverdachte 3] (*6859), [verdachte 1] (*6079), [medeverdachte 7] (*6375), [medeverdachte 4] (*5367), [persoon H] (*5520) en [medeverdachte 2] (*6593). Voor deze nummers zijn tapbevelen afgegeven.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij onderling werktelefoons gebruikten die minder makkelijk te traceren zijn. In zijn werktelefoon staan slechts vijf contacten: [medeverdachte 3] ([bijnaam medeverdachte 3]), [verdachte 1] ([bijnaam verdachte 1]), [persoon H] ([bijnaam persoon H]), [medeverdachte 5] ([bijnaam medeverdachte 5]) en [persoon B] ([bijnaam persoon B]).

© Gerechtelijkeuitspraken.com