Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2019:1689

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 16-05-2019. De uitspraak is gedaan door Gerechtshof Amsterdam op 14-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:GHAMS:2019:1689, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 200.249.909/01 NOT


Bron: Rechtspraak

beslissing ___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.249.909/01 NOT

nummer eerste aanleg : C/05/332127/ KL RK 18-9

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 14 mei 2019

inzake

[naam] ,wonend te [plaats] ,appellant,
tegen

mr. [naam] ,notaris te [plaats] ,geïntimeerde.

ECLI:NL:GHAMS:2019:1689:DOC
nl

beslissing ___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.249.909/01 NOT

nummer eerste aanleg : C/05/332127/ KL RK 18-9

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 14 mei 2019

inzake

[naam] ,wonend te [plaats] ,appellant,
tegen

mr. [naam] ,notaris te [plaats] ,geïntimeerde.
1

1.1.
Appellant (hierna: klager) heeft op 20 november 2018 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 6 november 2018. De kamer heeft in de bestreden beslissing, voor zover hier van belang, de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) ongegrond verklaard.
1.2.
De notaris heeft op 31 december 2018 een verweerschrift bij het hof ingediend.
1.3.
Klager heeft op 22 januari 2019 aanvullende stukken ingediend.
1.4.
Op 12 februari 2019 heeft klager twee (gelijkluidende) pleitnotities met bijlagen bij het hof ingediend.
1.5.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 februari 2019. De notaris is, vergezeld van [naam] , verschenen en heeft het woord gevoerd.
2

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3

3.1.
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Klager heeft tegen de vaststelling van die feiten bezwaar gemaakt. Het hof zal daarom de feiten opnieuw vaststellen.
3.2.
Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.
3.2.1.
Klager en [naam] ( [mevrouw X] ) hebben in 1988 een echtscheidingsconvenant gesloten, waarin onder meer het volgende is overeengekomen:
“het huis met ondergrond, tuin en erf te [plaats] aan [straat] is toegescheiden aan de man onder de verplichting om de hypothecaire schuld met renten en kosten, waarvoor dat onroerende goed verbonden is, geheel voor zijn rekening te nemen, als eigen schuld te voldoen en de vrouw voor iedere aansprakelijkheid deswege volledig te vrijwaren.

Ondergetekenden zijn ermede bekend dat dit onroerend goed tevens behoort/behoorde tot de door echtscheiding ontbonden algehele gemeenschap van goederen, bestaan hebbende tussen de man en zijn eerste echtgenote [naam] en dat ten betrokken hypotheekkantore nog geen akte van scheiding en deling is overgeschreven, waarbij de toescheiding van dat onroerend goed aan de man is gekonstateerd.

Het risiko van het daaraan medewerken door de genoemde mevrouw [1e echtgenote] is geheel voor rekening van de man.”

3.2.2.
Op 19 oktober 2011 heeft [mevrouw X] volmacht gegeven aan de medewerkers van het notariskantoor [naam kantoor] te [plaats] om voor en namens haar te verschijnen bij- en te vertegenwoordigen inzake een akte houdende verdeling van voormeld woonhuis, waarbij het registergoed aan mevrouw [1e echtgenote] (hierna: [1e echtgenote] ) zal worden toegedeeld. Klager heeft geen gebruik gemaakt van deze volmacht.
3.2.3.
Bij e-mailbericht van 6 maart 2016 heeft [naam] (hierna: de koopster) aan de notaris (met klager in de cc) bericht (onderstrepingen door het hof):
“Wij willen graag het pand [straat] te [plaats] transporteren naar [koopster] , Huizen tegen een bedrag van € 160.000,- kk

De woning is voor onbepaalde tijd verhuurd aan mevrouw [1e echtgenote] , tegen € 592,- per maand.

Bijgaand ontvangt u:

aanslag 2016 OZB

Leveringsakte

Aflossing hypotheek [naam]

ID A.C. [1e echtgenote]

Volmacht [koopster] / [klager]

Volmacht Mevr [mevrouw X] /ex [klager]

Zoals wij u meedeelden dient de hypotheek nog geroyeerd te worden.

Wilt u zo vriendelijk zijn mij te informeren over de kosten die u mij in rekening brengt voor het transport van de woning en het royement.”

3.2.4.
De notaris heeft de koopster per e-mail van 15 maart 2016 een offerte doen toekomen voor het transport van de woning en het royement en daarbij nog verschillende vragen gesteld over de overdracht. Klager heeft die vragen bij e-mailbericht van 16 maart 2016 aan de notaris beantwoord.
3.2.5.
Bij e-mailbericht van 13 september 2016 heeft klager aan [mevrouw X] geschreven:
“Kennelijk is de machtiging die je hebt getekend onvoldoende, bijlage.

Kortom; reageer met een getekende volmacht, die mr. [notaris] heeft gezonden aan je nu binnen 7 dagen, bij gebreke waarvan ik een dagvaarding, ter verkrijging van je handtekening voor transport [plaats] naar de deurwaarder stuur, voor betekening naar je nieuwe adres. Ik heb je mijn concept dagvaarding al gezonden. Maak het niet zoals altijd onnodig ingewikkeld. Het leven is simpel.”

3.2.6.
Bij dagvaarding van 22 september 2016 heeft klager [mevrouw X] gedagvaard.
3.2.7.
Na verschillende e-mailberichten over en weer tussen klager en de notaris, heeft klager bij e-mailbericht van 3 april 2017 aan de notaris bericht:
“Het blijkt niet te lukken tussen ons.

Dit vind ik oprecht jammer.

Ik heb voldoende geduld beoefend.

Ik heb een notaris aangeschreven voor ons verzoek te effectueren.

Ik trek hierbij de opdracht in.

Wat betreft transport [plaats] trek ik eveneens de opdracht in.

Het spijt mij, maar het is niet anders.”

3.2.8.
Bij vonnis van 31 mei 2017 van de kantonrechter in de rechtbank [plaats] is, voor zover hier van belang, [mevrouw X] veroordeeld om – nadat zij van notaris [naam] in [plaats] een schriftelijke machtiging ontvangen heeft voor transport van het pand [straat] in [plaats] – deze overeenkomstig de instructies van de notaris ondertekend aan hem terug te sturen. [mevrouw X] is hiertoe veroordeeld omdat zij zich bereid had verklaard om een machtiging te tekenen.
3.2.9.
In de periode van juni 2017 tot en met begin oktober 2017 hebben klager en de (medewerkster van de) notaris met elkaar gemaild over onder meer voormeld vonnis, de machtiging van [mevrouw X] en een op te stellen akte van verdeling.
3.2.10.
Op 11 oktober 2017 heeft [mevrouw X] op het kantoor van de notaris de betreffende machtiging getekend. [mevrouw X] heeft daarbij haar adresgegevens en haar burgerlijke staat niet verstrekt. De kosten voor deze volmacht zijn door [mevrouw X] voldaan.
3.2.11.
Nadien hebben klager en de (medewerkster van de) notaris verschillende malen met elkaar gecorrespondeerd, onder meer over de (inhoud van de) door klager opgestelde koopovereenkomst, de op te stellen akte (van levering en) verdeling en de kosten daarvan.
Over die kosten heeft de notaris in zijn e-mails van 22 november 2017 het volgende bericht:

“Op dit moment is er al meer dan 700 exclusief omzetbelasting besteed aan tijd. Voor een eigendomsoverdracht dient u er rekening mee te worden gehouden met circa € 400 exclusief 21% omzetbelasting. € 126,00 kadastraal recht € 44 kadastraal recht inzage plus 21% omzetbelasting. Verder dienen nog de kosten van doorhaling van de oude hypotheek, zijnde € 125 en € 5 kadastraal recht plus 21% omzetbelasting over beide bedragen.”
“Ter voorkoming van een misverstand, het bedrag van € 700 wordt door nog te bestede werkzaamheden (geschat) met de vermelde € 400 verhoogd.”

3.2.12.
Bij e-mailbericht van 21 december 2017 heeft de notaris aan klager bericht:
“Uw beide mails van 20 december jongstleden zijn in goede orde ontvangen.

De onderwerp omschrijving van de mail komt mij niet juist voor.
Er worden geen onterecht kosten in rekening gebracht

u legt langdurig beslag op de tijd van de mensen van mijn kantoor.

U bejegent mijn mensen ook niet correct.

Uw mail van gisteren gaat de grenzen van betamelijkheid te buiten.

Ik heb naar aanleiding van een eerdere mail u al in overweging gegeven om mevrouw [naam] op juiste wijze tegemoet te treden. Dit heeft u mijns inziens niet gedaan.
Mijn kantoor is er om alle betrokken partijen van dienst te zijn en problemen voor ieder van hen in de toekomst te voorkomen.

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat u niet voor deze adviezen openstaat.

U heeft de rechter onheus bejegend blijkens zijn uitspraak, u benadert mijn mensen onheus, dit is geen goede basis voor dienstverlening voor akten waarin u partij bent.

Ik beëindig derhalve mijn dienstverlening aan u en breng u geen kosten in rekening voor de tot op heden verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten. Het lijkt mij het beste als mijn kantoor en u op geen enkele wijze meer contact hebben. Het lijkt mij dat een ander kantoor u beter van dienst kan zijn.

Ik zal mevrouw [mevrouw X] ook meedelen dat ik mijn werkzaamheden heb stopgezet.

Zij kan dan eventueel medewerkers van een ander notariskantoor een volmacht verlenen.”

4

In de kern verwijt klager de notaris – samengevat weergegeven – het volgende.

i. De notaris heeft geweigerd een uurtarief af te spreken, althans zijn uurtarief niet vooraf kenbaar gemaakt.

ii. De notaris heeft de akte van verdeling en levering niet gepasseerd.

iii. De getekende volmacht door [mevrouw X] was nutteloos, omdat noodzakelijke gegevens ontbraken.

5

De notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

overwegingen

6

Klachtonderdeel i.

6.1.
Naar het oordeel van het hof mist dit klachtonderdeel feitelijke grondslag, nu uit het dossier blijkt dat de notaris een offerte heeft uitgebracht, de notaris op een later moment nog inzicht heeft verschaft in de (meer)kosten en er zelfs nog een discussie heeft plaatsgevonden over de hoogte van die kosten tussen klager en de notaris. Dit betekent dat dit klachtonderdeel ongegrond is.
Klachtonderdeel ii.

6.2.
Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie blijkt dat er tussen klager en de notaris geen overeenstemming werd bereikt over de offerte/het tarief van de notaris en de inhoud van de akte van verdeling en levering, waardoor de notaris (nog) niet tot het passeren van de akte van verdeling en levering kon overgaan. De notaris valt op dit punt dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Dit klachtonderdeel is eveneens ongegrond.
Klachtonderdeel iii.

6.3.
De notaris heeft ten aanzien van dit klachtonderdeel aangevoerd dat [mevrouw X] de volmacht op 11 oktober 2017 op zijn secretariaat heeft ondertekend, maar dat [mevrouw X] daarbij heeft geweigerd haar adresgegevens en burgerlijke staat te verstrekken. De notaris betreurt dat die gegevens destijds niet aan hem zijn verstrekt, maar hij meent dat hem daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Het hof volgt de notaris in zijn standpunt. Het is de volmachtgever die bepaalt hoe de volmacht luidt en tot hoever die reikt. Daarbij komt dat de kosten van deze volmacht niet bij klager in rekening zijn gebracht. Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.
6.4.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beoordeling van de klacht. Indien en voor zover klager nieuwe klachten heeft geformuleerd, heeft te gelden – gelet op artikel 107 lid 4 van de Wet op het notarisambt – dat klager in die nieuwe klachten niet kan worden ontvangen.
6.5.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
beslissing

7

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. H.T. van der Meer, C.H.M. van Altena en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2019 door de rolraadsheer.