Uitspraak ECLI:NL:CRVB:2020:36

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 09-01-2020. De uitspraak is gedaan door Centrale Raad van Beroep op 09-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:CRVB:2020:36, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/1418 PW-V


Bron: Rechtspraak



Datum uitspraak: 9 januari 202019/1418 PW-VCentrale Raad van BeroepEnkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 februari 2019, 18/2287 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Lelystad (college)

ECLI:NL:CRVB:2020:36:DOC
nl


Datum uitspraak: 9 januari 202019/1418 PW-VCentrale Raad van BeroepEnkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 februari 2019, 18/2287 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Lelystad (college)

procesverloop

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 15 oktober 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellant heeft mr. R.H. Bouwman, advocaat, verzet gedaan.

overwegingen

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 oktober 2019 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest en het griffierecht op 27 juni 2019 heeft voldaan. Door een administratieve fout is het griffierecht op 1 juli 2019 teruggestort.Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 15 oktober 2019 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van € 262,50 voor verleende rechtsbijstand.
beslissing

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

verklaart het verzet gegrond;veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van € 262,50.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) J.A. Achterberg