Uitspraak ECLI:NL:CRVB:2019:3758

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 27-11-2019. De uitspraak is gedaan door Centrale Raad van Beroep op 27-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:CRVB:2019:3758, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19-574 ZVW


Bron: Rechtspraak



19 574 ZVW CAK
Centrale Raad van BeroepMeervoudige kamer

Uitspraak op het beroep tegen het besluit van CAK van 29 juni 2018

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Datum uitspraak: 27 november 2019

ECLI:NL:CRVB:2019:3758:DOC
nl


19 574 ZVW CAK
Centrale Raad van BeroepMeervoudige kamer
Uitspraak op het beroep tegen het besluit van CAK van 29 juni 2018

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Datum uitspraak: 27 november 2019

procesverloop

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 10 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:128, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2015, 15/1940 vernietigd, het beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 februari 2015 vernietigd, CAK opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen en met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.

CAK heeft op 29 juni 2018 een nieuw besluit op bezwaar genomen (bestreden besluit).

Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2019. Appellant is niet verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. Imhof.

overwegingen

OVERWEGINGEN

1.1.
Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de uitspraak van 10 januari 2018. De Raad volstaat hier met het volgende.
1.2.
De Raad heeft in zijn uitspraak van 10 januari 2018 geoordeeld dat CAK bij het besluit van 10 februari 2015 niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot een niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het besluit van 6 oktober 2014. De Raad heeft vervolgens geoordeeld dat CAK het in het besluit van 6 oktober 2014 vermelde bedrag van de eindafrekening bestuursrechtelijke premie van € 110,75 (over de periode november 2012 tot en met juli 2014) niet inzichtelijk heeft gemaakt. De door appellant per bank aan CAK of het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) verrichte betalingen aan bestuursrechtelijke premie zijn niet op een eenduidige wijze te herleiden naar het bedrag van de eindafrekening. Verder heeft CAK niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze en in welke omvang de zorgtoeslag van appellant als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan het CJIB is uitbetaald (omleiding zorgtoeslag). Omdat ook de door appellant ingediende stukken de Raad niet voldoende duidelijkheid gaven om de eindafrekening zelf op te maken, heeft de Raad aan CAK opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
2. CAK heeft ter uitvoering van deze uitspraak het bestreden besluit genomen. Daarbij heeft CAK het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 oktober 2014 wederom ongegrond verklaard. CAK heeft bij het bestreden besluit een overzicht gevoegd van de van appellant ontvangen betalingen aan bestuursrechtelijke premie en de aan het CJIB uitbetaalde bedragen aan zorgtoeslag.
3. Appellant heeft tegen het bestreden besluit, kort weergegeven, aangevoerd dat CAK in de eindafrekening bestuursrechtelijke premie ten onrechte een door hem betaald bedrag van € 400,- buiten beschouwing heeft gelaten.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De omvang van het geding is beperkt tot de vraag of CAK met het bestreden besluit op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de Raad.
4.2.
Die vraag beantwoordt de Raad bevestigend. CAK heeft met het bestreden besluit voldoende duidelijkheid gegeven. In het bestreden besluit en het daarbij gevoegde overzicht heeft CAK beschreven welke bedragen appellant verschuldigd was, welke bedragen hij heeft betaald aan het CJIB en welke bedragen aan zorgtoeslag door middel van omleiding zijn voldaan. CAK heeft op deze manier het bedrag van de eindafrekening van € 110,75 inzichtelijk gemaakt. De grond van appellant dat hij daarnaast nog een bedrag van € 400,- heeft betaald, leidt niet tot een ander oordeel. Niet is gebleken dat hij dit bedrag − in vorenbedoeld kader − heeft betaald.
4.3.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

beslissing

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het besluit van 29 juni 2018 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en J.P.A. Boersma en H. Benek als leden, in tegenwoordigheid van M. Graveland als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2019.

(getekend) J. Brand

(getekend) M. Graveland

JL