Uitspraak ECLI:NL:CRVB:2019:2927

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-09-2019. De uitspraak is gedaan door Centrale Raad van Beroep op 05-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:CRVB:2019:2927, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/4158 WIA


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:CRVB:2019:2927:DOC
nl

17


Datum uitspraak: 5 september 2019

Centrale Raad van BeroepEnkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2017, 16/2030 (aangevallen uitspraak)
Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. M.A.E. Bol, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben desgevraagd verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

overwegingen

OVERWEGINGEN

1.1.
Bij besluit van 16 januari 2013 heeft het Uwv aan betrokkene vanaf 7 februari 2013 tot 7 april 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 66,68%. Bij besluit van 20 januari 2014 heeft het Uwv aan betrokkene bericht dat hij met ingang van 7 april 2014 in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullingsuitkering. Betrokkene verdiende op dat moment tussen de 50 en 100% van de restverdiencapaciteit. Bij besluit van 29 oktober 2014 heeft het Uwv betrokkene bericht dat zijn uitkering is gewijzigd. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 70,34%. Bij besluit van 7 februari 2015 heeft het Uwv aan betrokkene – onder meer – bericht dat hij met ingang van 1 oktober 2014 in aanmerking komt voor een vervolguitkering omdat zijn inkomsten minder dan 50% van de restverdiencapaciteit bedragen. De uitkering wordt berekend op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse 65 tot 80%.
1.2.
Op 19 november 2014 heeft betrokkene aan het Uwv meegedeeld dat zijn gezondheidssituatie is verslechterd. Betrokkene is hierna opnieuw onderzocht door het Uwv. Bij besluit van 5 juni 2015 heeft het Uwv aan betrokkene meegedeeld dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 70,14% niet is gewijzigd en dat ook de hoogte van zijn WIA‑uitkering niet wijzigt. Bij besluit van 11 februari 2016 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 5 juni 2015 ongegrond verklaard.
2.1.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met beslissingen inzake griffierecht en proceskosten, het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 5 juni 2015 herroepen, bepaald dat betrokkene per 1 november 2014 in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullingsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 73,51% en dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.
2.2.
Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat naar aanleiding van de door de rechtbank gestelde vragen en de wijziging van de Functionele Mogelijkhedenlijst door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het aanvullend rapport van 16 september 2016 heeft geconcludeerd dat betrokkene voor 73,51% arbeidsongeschikt moet worden geacht. Naar het oordeel van de rechtbank berust het bestreden besluit daarmee op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
3.1.
Het Uwv heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist dat betrokkene per 1 november 2014 in aanmerking komt voor een WGA‑loonaanvullingsuitkering.

3.2.
Betrokkene heeft gesteld dat hij zich met het gestelde in het hoger beroepschrift kan verenigen, omdat, nu hij niet voldoet aan de inkomenseis per 1 november 2014, hij per die datum onveranderd in aanmerking komt voor een vervolguitkering, berekend naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.
De aangevallen uitspraak bevat een kennelijke misslag. Uit de beschikbare gegevens blijkt duidelijk dat betrokkene per 1 november 2014 terecht in aanmerking is gebracht voor een vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. De Raad zal deze misslag herstellen en bepalen dat betrokkene per 1 november 2014 in aanmerking komt voor een vervolguitkering.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep bestaat geen aanleiding.

beslissing

BESLISSING

- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarin is bepaald dat betrokkene per - bepaalt dat betrokkene per 1 november 2014 in aanmerking komt voor een vervolguitkering, - bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.
De Centrale Raad van Beroep

1 november 2014 in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullinguitkering en die uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het door de rechtbank vernietigde besluit;
Deze uitspraak is gedaan door J.S. van de Kolk, in tegenwoordigheid van C.I. Heijkoop als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2019.

(getekend) J.S. van der Kolk

(getekend) C.I. Heijkoop

VC