Uitspraak ECLI:NL:CRVB:2019:2916

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 05-09-2019. De uitspraak is gedaan door Centrale Raad van Beroep op 05-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:CRVB:2019:2916, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/726 WUBO-V


Bron: Rechtspraak



Datum uitspraak: 5 september 201919/726 WUBO-VCentrale Raad van BeroepEnkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

ECLI:NL:CRVB:2019:2916:DOC
nl


Datum uitspraak: 5 september 201919/726 WUBO-VCentrale Raad van BeroepEnkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

procesverloop

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 20 juni 2019 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van verweerder van 27 december 2018 niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

overwegingen

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 20 juni 2019 berust op de overwegingen dat het beroep niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest en tijdig beroep heeft ingesteld.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 20 juni 2019 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

beslissing

BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2019.

(getekend) H. Lagas

(getekend) K.R. van Renswoude

md